'Wie zijn de winnaars en verliezers van 9/11?'

Wie kunnen tien jaar na dato worden aangewezen als de winnaars en verliezers van 9/11? Dat is een wat oneerbiedige vraag, maar wel eentje die zich onwillekeurig opdringt, al is het maar omdat het plussen en minnen in termen van macht, gezag en status een zeer Amerikaanse bezigheid is, aldus Paul Brill, columnist van de Volkskrant.

Foto afp

Het bepalen van wie in welke categorie thuishoort, is in dit geval overigens allesbehalve eenvoudig. Ja, er zijn een paar duidelijke winnaars en verliezers. Een geheide verliezer is bijvoorbeeld de vliegtuigpassagier. De draconische veiligheidsmaatregelen, waarvan het nut niet zelden uiterst twijfelachtig is, hebben het reizen per vliegtuig tot een ware beproeving gemaakt, zeker als de eindbestemming Amerika is, waar je als modale bezoeker vaak diep door het stof moet voor douane en veiligheidspersoneel.

Een duidelijke winnaar is de beveiligingsindustrie. Alsook de overheidsbureaucratie. Wederom vooral in de Verenigde Staten. De ­Washington Post becijferde eerder dit jaar dat er meer dan 1.200 overheidsafdelingen zijn die zich geheel of ten dele bezighouden met terrorismebestrijding, inlich­tingenwerk en beveiligingsprojecten.

Geopolitiek gezien zijn China en Iran winnaars. Maar niet zo ondubbelzinnig als hier en daar wordt voorgesteld. China heeft zeker geprofiteerd van de Amerikaanse preoccupatie met de islamitische wereld, waardoor de leiders in Peking bijna letterlijk meer ruimte hebben gekregen dan anders waarschijnlijk het geval was geweest. Maar de opkomst van China is natuurlijk al eerder begonnen en de Chinese invloed in de wereld zou ook zonder de aanslagen op New York en Washington zijn gegroeid. Hoogstens kan worden gezegd dat 9/11 - en dan vooral de Amerikaanse reactie erop - dat proces heeft versneld.

Op de Iraanse winst valt nog meer af te dingen. Dat wil zeggen: wat vijf jaar geleden een geweldige bonus leek, is sindsdien stevig verschrompeld. Die bonus was: door de interventie in Afghanistan en vervolgens de invasie van Irak werd Teheran bevrijd van twee vijandige buren. Bij de oosterburen verdween het Taliban-bewind, waarmee Iran op zeer gespannen voet stond - in 1998 was er zelfs bijna regelrechte oorlog uitgebroken na de executie van Iraanse diplomaten in Afghanistan. Aan westelijke kant regeerde de chaos na de val van Saddam Hussein, een chaos waarvan Iran handig gebruik wist te maken om zijn invloed te vergroten. Die strategische dubbelslag resulteerde in een verhoogd prestige in de regio.

Maar anno 2011 is dat prestige toch weer beduidend afgenomen. Het theocratische bewind in Teheran heeft zich na de omstreden verkiezingen van 2009 alleen kunnen handhaven door de oppositie keihard aan te pakken. Internationaal kwam het zwakker te staan toen ook Rusland en China, hoewel aarzelend, instemden met strengere sancties vanwege het nucleaire programma. Het politieke isolement nam verder toe door de Arabische Lente. Weliswaar moet nog blijken of de lentebries beklijft, maar duidelijk is dat de Facebook-generatie, die het hart vormt van de opstand tegen de tirannie, bijzonder weinig affiniteit heeft met het islamistische gedachtengoed van Iraanse makelij. En trouwens ook de conservatieve soennieten in Syrië zullen weinig op hebben met het sjiitische buurland dat schouder aan schouder staat met hun eigen, zwaar belaagde dictator.

Diezelfde Arabische Lente is een belangrijke reden waarom ook Osama bin Laden zich niet bij de winnaars kan scharen. Nu kost het sowieso moeite om iemand die zo roemloos aan zijn einde is gekomen, te beschouwen als een winnaar. Maar het valt niet te ontkennen dat zijn onverzoenlijke, anti-westerse fundamentalisme wortel heeft geschoten in met name Afghanistan en Pakistan en dat radicale jihadisten ook in andere haarden van onrust (Jemen, mogelijk Libië en de Sinaïwoestijn) een voet tussen de deur hebben. Dit is allemaal geen sideshow. Maar zijn droom van een islamitisch kalifaat is een luchtspiegeling gebleven. Ook voor een grote meerderheid van de moslims is Osama's ongenaakbare terrorisme - dat vooral onder hen slachtoffers maakt - een doodlopende weg.

Tenslotte Amerika. Het land is fameus voor zijn veerkracht, en die heeft zich ook na 9/11 gemanifesteerd. Het heeft zich niet uit het veld laten slaan - eerder te veel van het tegendeel. Maar er ontbreekt toch iets. De schok van 9/11 is niet de katalysator geworden van een nationaal reveil, dat nodig is om bijvoorbeeld de politieke verdeeldheid te doorbreken of de afhankelijkheid van olie te verkleinen. ­George Bush was er de man niet naar om zich daarvoor in te zetten. Hij voerde oorlog, maar verlaagde even zo goed de belastingen en riep de Amerikanen op vooral te blijven shoppen. Barack Obama lijkt, alle retoriek en goede wil ten spijt, niet in staat de politieke bakens werkelijk te verzetten.

Maar op één plek heeft het elan wel gezegevierd: in New York. De stad wankelde, maar heeft zich volledig hersteld en bloeit volop. Het blijft een feest om erheen te gaan. Bij de herbouw op Ground Zero toont de stad een zeldzame mengeling van scheppingsdrang en historisch besef. Geen twijfel mogelijk: dé winnaar van 9/11 is... New York!

Applaus en muziek: If I can make it there, I'll make it anywhere.

Paul Brill

Meer over