Column

'Weet je wat ik mooi vind, een gouden ring of een weekend Parijs'

Beeld Robin de Puy

Toen we gingen samenwonen, had de Man van mij zo'n beetje zijn hele huisraad naar de vuilstort moeten brengen, maar één ding wist hij nog net op tijd tussen de kapotte printers en beduimelde jaargangen HP/De Tijd's vandaan te vissen en dat was de cd Met het oog op klassiek, een album waarop journalist Stephan Sanders zijn favoriete muziek laat horen en vertelt waaróm hij zo op die stukken is gesteld.

'Hier', zei hij, terwijl hij het stof er met zijn mouw vanaf had geveegd. 'Dit vind jij mooi.'

Weet je wat ik mooi vind, wilde ik zeggen, een gouden ring of een weekend Parijs of iets anders duurs dat je niet net onder het puin vandaan hebt getrokken, maar goed, we waren pas halverwege de verhuizing en dan moet je niet al teveel amok maken. De cd ging dus mee, in mijn tas vormde-ie een vreemd stilleven met de nijptang, twee geplette kadetten en een boterhamzakje met schroefjes.

Nu is klassieke muziek geen onoverkomelijke horde voor iemand die is opgegroeid met boogiewoogie (vader) en De Vier Jaargetijden (moeder), maar het duurt wel even voor je gewend bent aan al die nieuwe ritmes, wendingen en instrumenten. En precies dat bleek het onverwachte succes van dit cadeau te zijn: net wanneer ik de cellosuite van Bach onder de knie had, ontdekte ik Der Leiermann van Schubert, en toen ik die eenmaal meezong (héél zachtjes hoor, en alleen onder de douche) werd ik bij mijn kladden gegrepen door Jessye Norman, de operazangeres die in 1990 al stuwend en stampend een spiritual zong in de keurige Carnegie Hall en zo de hele zaal in één klap 180 jaar mee terug de tijd in trok, 'zo de plantages van Alabama op'. Van luisteren kwam googelen en al youtubend en Wikipedia-end werd mij van lieverlee een compleet nieuwe wereld geopenbaard, een van sopranen en tenoren, van het ene tijdperk naar het andere, een cadeau dus dat bleef verrassen, hoe vaak je 'm ook uitpakte.

En zo kwam het dat ik vorige week ineens bleef hangen bij Romance, een vroeg pianowerk van de Russische componist Rachmaninov. Het fragment op de cd werd gespeeld door de Nederlandse pianist David Mannesse, van wie ik nog nooit had gehoord.

Ik weer googelen. Mannesse, dubbel n, dubbel s. Ik kwam op een website terecht. Probeerde zijn cd te bestellen, lukte niet. Stuurde een mail, kreeg antwoord en werd tot mijn verbazing door de artiest zelf uitgenodigd in zijn studio vlakbij het Leidseplein.

Dus daar gingen we, de Dochter en ik, op naar Rachmaninov.

De tram gleed door de regen, boven de weg zwiepte de sierverlichting heen en weer.

In de feeststraat achter het plein zocht ik naar nummer 105.

Links zat de Argentijn, rechts jazzcafé Alto, dat niet langer Alto bleek te heten.

De meester deed zelf open, ik geneerde me toen bleek dat we de kinderwagen naar drie hoog moesten tillen. Geeft niks, zei hij.

Boven stond een bank, een schaaltje Merci's en een grote, zwartglanzende Bösendorfer. Ik rook vaag de geur van een leerling die vlak daarvoor was vertrokken.

En daar, op een doodgewone dinsdagmiddag, werd Romance voor mij gespeeld, voor mij alleen en precies zoals Stephan Sanders het verwoordt op de cd: kaal en klaar, zonder slagroom, zonder te schmieren.

'Wist je dat Rachmaninov pas 14 was toen hij dit schreef?' vroeg David, nadat de laatste noot was weggestorven. Ik kon amper antwoorden. Ik kreeg een stuk keukenrol aangereikt, de verbaasde Dochter een Merci'tje. Toen we weer buiten liepen, ik met een nieuwe cd in mijn tas, dacht ik aan het oude huis van de Man en het geluk dat eruit tevoorschijn was gekropen.

En ik bén al zo sentimenteel in december.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.