'We zien wel het wordt vast leuk'

In een tijdsbestek van vijftien jaar transformeerde SC Heerenveen van een zieltogende club uit de eerste divisie naar een debutant in de Champions League....

DE gelouterde doch dramatisch onsuccesvolle profs van de club vonden hem maar een rare snuiter toen Foppe de Haan zich in de zomer van 1985 bij Heerenveen meldde. Een nieuwlichter die sprak van systemen en overal een antwoord op had.

De door Heerenveen tot dan gehanteerde tactiek bestond in die tijd grofweg uit drie grondregels: 1. tracht in balbezit te komen; 2. als je 'm hebt, geef de bal dan een blinde hijs naar voren; 3. tracht weer in balbezit te komen.

De nieuwe trainer waagde het deze beproefde stijl ter discussie te stellen. Hij stelde vast dat, wilde Heerenveen hogerop, er anders gevoetbald moest gaan worden. En om te beginnen anders getraind.

Zoiets revolutionairs hadden ze in Heerenveen nog nooit gehoord.

Met deze Foppe de Haan, zo besloot de ouwe stomp al snel, viel de oorlog niet te winnen. Drie jaar ervaring bij Drachtster Boys, drie jaar bij ACV, een paar jaar bij Steenwijk. Voormalig CIOS-docent en als zodanig een CIOS-loel par excellence.

'Ze vonden mij een theoreticus. Iemand uit het amateurvoetbal zonder enige status, die alles eerst maar eens moest bewijzen. Maar ik was niet van plan met de gevestigde orde mee te gaan. Ik deed wat ik vond dat ik moest doen. En daarop liep ik kapot.'

De voetballers pikten zijn theorieën niet en in 1987 werd De Haan weggepromoveerd en kreeg hij het tweede elftal en de jeugd onder zich. Bij Heerenveen kwamen en gingen echte voetbaltrainers (Gritter, Immers, Korbach), en Foppe de Haan leek op weg naar de vergetelheid.

Tot in 1992 Fritz Korbach werd ontslagen en De Haan diens functie tijdelijk moest waarnemen. 'Ik had het bij het tweede elftal prima naar de zin en ging ervan uit dat ik het een dag of veertien zou doen. 't Is wat langer geworden.'

Heerenveen promoveerde dat seizoen onder De Haan naar de eredivisie en langzaam maar zeker leerde Nederland Foppe de Haan kennen: een trainer die zijn eigenzinnige opvattingen trouw was gebleven en die na een fikse afstraffing bij Ajax onbekommerd verklaarde dat hij een kostelijke partij had gezien en het publiek ook.

De Haan had het geluk dat hij bij zijn rentree als hoofdtrainer een spelerslichting trof die wel wilde luisteren naar zijn opvattingen. 'Ze dachten: hé, verrek, er zit een idee achter. Hij doet aan zingeving. Hij vertelt dingen waar we beter van worden.'

Zoveel beter dat SC Heerenveen dinsdag zijn debuut maakt in de Champions League, tegen Olympique Lyon, en zich vervolgens ook nog mag meten met Valencia en Olympiakos Piraeus.

En Foppe de Haan groeide mee, tot een zeer gerespecteerde trainer wiens ideeën steeds meer navolging krijgen en die nu geldt als een van die schaarse oefenmeesters die spelers beter kan maken en wiens trainingstheorieën internationaal de aandacht trekken. Vorig jaar nodigde de UEFA hem nog uit om in Florence twee dagen lang demonstratietrainingen te komen geven aan trainers van de opleidingsinstituten van de lidstaten.

In het noordelijke lezingencircuit is de wat timide trainer van vijftien jaar geleden inmiddels een graag geziene gast, die zijn gehoor met zijn typische droge humor kan laten snikken van het lachen. 'Ik ben wel wat opener geworden jegens de buitenwereld ja. Vroeger dacht ik al snel: voorzichtig, niet te veel zeggen, morgen krijg ik het driedubbel op mijn brood. Dat stadium ben ik voorbij. Die humor heb ik trouwens altijd al gehad hoor. Ik deed op het CIOS samen met Hans Westerhof al cabaretstukjes.'

In het diepste wezen is hij niet veranderd. Foppe de Haan zegt nog steeds met onverbloemd Fries accent 'hartstikkene mooi'. Nuchterheid mengt zich in zijn hart nog steeds met heftige, meestal verborgen emoties; hij is een vulkaan met sneeuwhellingen. Tijdens de seizoenspresentatie begin augustus sprak hij met een brok in de keel over het welhaast onvoorwaardelijke vertrouwen dat ze bij Heerenveen in hem hebben.

Toen hij ooit als leerling van de kweekschool een proefles rekenen en daarna een lesuur gymnastiek moest geven, zei de docent die hem moest beoordelen: ''Die rekenles ging aardig. Maar in het gymlokaal, daar was je Foppe.'' 'Dat vond ik zelf ook. En zo is het nog steeds. Stuur mij het veld op met een bal en een paar mensen, en binnen vijf minuten heb ik ze enthousiast. Dat kan ik. En ik vind het zelf nog fantastisch ook.'

Als hij zichzelf één opdracht heeft gegeven, dan is het om altijd die Foppe van het gymlokaal te blijven, om zichzelf nooit te verloochenen. 'Het grootste gevaar voor een trainer is dat hij overal vijanden ziet. Henk de Jonge was ooit de trainer van Cambuur, en een hele goeie ook. Hij ging daar stuk, omdat hij achter elke boom een vijand zag. Hij vertaalde alles negatief, had de indruk dat iedereen hem onderuit wilde halen. Toen ging hij naar Willem II en daar werd het nog erger. Uiteindelijk is hij in een psychiatrische inrichting terecht gekomen.

'Die man was veel te bang voor de buitenwereld. Dat hebben veel voetbaltrainers. Daarom dragen ze altijd een harnas, zijn ze altijd in de verdediging. Als je dat te lang doet, word je een schim van jezelf. En daar ga je aan kapot.'

En dus staat Foppe de Haan zichzelf zo nu en dan ook toe ongeremd boos te worden, zelfs op een nationaal instituut als Willem van Hanegem. Die zat ooit, samen met Arie Haan en Jantje Peters bij hem op de speciale trainerscursus in Zeist. De NOS maakte een impressie van de eerste lesochtend, en op de vraag of hij nog iets had opgestoken, antwoordde Van Hanegem: 'Jawel, een sigaret.'

'Daar was ik hartstikke pissig over. Er waren daar drie mannen die van trainen niks wisten, en ik had echt mijn best gedaan. Me heel goed voorbereid, en niet voor mezelf, maar voor hen. En dan krijg je zo'n denigrerende opmerking naar je hoofd. Ik heb hem dat ook gezegd. Ik kan nu trouwens fantastisch met Van Hanegem overweg.'

Misschien stak onbewust nog steeds een beetje het dedain waarmee sommige profs de voormalige amateurvoetballer van Akkrum benaderden. 'Natuurlijk heb ik daar last van gehad, dat ik zelf geen topvoetbal heb gespeeld. Dan was het allemaal een stukje gemakkelijker geweest. Als ik een topvoetballer was geweest, met mijn attitude, mijn vermogen om dingen te leren en over te brengen, dan had ik een hoge vlucht gemaakt. Maar inderdaad, misschien heb ik die attitude juist omdát ik geen topvoetballer was. Dat soort dingen weet je nooit.'

Want de topvoetballer die een geboren trainer blijkt, daar gelooft De Haan niet in. 'Vialli, Gullit, dat werkt niet. Ben ik van overtuigd. Het zijn twee totaal verschillende vakken. Echt totaal anders. Mensen wat leren, mensen coachen, mensen sturen, dat vergt een heel andere kijk op het voetbal. Je moet niet denken dat je dat zomaar kan. Dat is ook Rijkaards probleem geweest. Als hij eerst vijf jaar actief was geweest bij een goede club, was wat nu bij het EK is voorgevallen niet gebeurd.'

Z

ELF is hij voor een belangrijk deel self-made. De neiging om te analyseren, om de praktijk van het voetbal in oefenvormen te vangen, zit diep. 'Dat heb ik altijd gedaan. Ik keek naar een voetbalwedstrijd en zag een fantastische combinatie. Keek ik de video terug en schreef ik die bewuste actie op. Ging ik naar mijn spelers kijken en dacht: hoe kan ik dat vertalen in training. Zo heb ik mijn oefenstof gemaakt. Toen Hans Venneker van rechtsbuiten bij Sparta rechtsback werd, zeiden ze: hij komt op! Ik ben in Leeuwarden naar een oefenwedstrijd van Sparta gaan kijken, alleen om te zien hoe hij dat deed.'

In Zeist behoorde De Haan, samen met Bert van Lingen (nu assistent van Dick Advocaat bij Glasgow Rangers), Ben Crum en Rinus Michels tot het groepje docenten dat zich diepgaand bezighield met de vraag 'hoe je voetbal trainbaar kon maken. Het was een zoektocht naar wat voetbal in het diepste wezen was. En wat dat betekende in fysiologisch opzicht en hoe je dat kon omzetten in trainingsvormen. Geen geïsoleerde, maar zinvolle, geïntegreerde vormen.'

Het Nederlands elftal van het WK '74 is een van zijn belangrijke referentiepunten. 'Als je praat over een ideaal elftal, dan was dat er een.' Maar ook Lobanovski's Dynamo Kiev uit de jaren tachtig is nog altijd een inspiratiebron. 'Ging ik naar een Amsterdam-toernooi waar ze meededen. Kijken naar de trainingen, naar de warming-up. Zag je vreemde dingen, zoals elkaars hand vasthouden, voor het onderlinge gevoel.

'En ik heb ook eens veertien dagen meegelopen met Vaclav Jezek bij Feyenoord. Ik was diep onder de indruk van die man uit het Oosten. Van zijn consciëntieuze, constructieve manier van werken. Die mensen uit het Oostblok gingen er al veel eerder dan wij van uit dat trainen voetballers echt beter kan maken.'

Bij Heerenveen trof De Haan uiteindelijk het ideale klimaat voor al die verzamelde kennis. 'Ik moet rust hebben om me heen. Niet te veel wisselingen, ik heb behoefte aan stabiliteit. Aan mensen die zeggen wat ze vinden, en die niet achter je rug om praten. Daar kan ik niet tegen. En ik moet mijn gang kunnen gaan, ik ben in sommige opzichten erg solitair. Die ruimte moeten ze me ook geven. Ik heb tijd nodig om dingen te overwegen, om besluiten te nemen. Ik moet kunnen wikken en wegen.'

Zoals hij nog steeds wikt en weegt over de vraag hoe hij de Champions League zal ingaan. De Haan sprak met Louis van Gaal en Guus Hiddink over hún ervaringen in die competitie. 'Ze zeiden allebei hetzelfde: ''Je kunt veel beter verdedigend voetballen dan aanvallend. Als je punten wilt halen, moet je verdedigen.'' Dat zorgt voor strijd in mijn hart. Want als ik moet kiezen tussen rendement en mooi voetbal, heb ik de neiging om te kiezen voor mooi voetbal. Dat is ook een beetje mijn makke en daar zit ik nou een beetje mee te hannesen. Want ik wil ook niet zoals Willem II vorig jaar open en bloot in de val lopen.

'Het wordt hartstikke moeilijk. Het zal een beetje van de vorm van de dag afhangen of we overeind blijven. En verder moet alles kloppen en moet je wat geluk hebben. We hebben deze deelname eerlijk verdiend, dus moeten we ervoor gaan. Maar we zullen heel hard moeten werken om derde te worden in de poule.

'I

N Piraeus zitten straks tachtigduizend mensen op de tribune te schreeuwen. Ik weet niet hoe de ploeg zich dan houdt. Ben ik heel benieuwd naar. Hiddink zei: bij Valencia maken ze zoveel lawaai, dat de spelers elkaar over tien meter niet meer kunnen verstaan. Ze maken je helemaal gek. Je moet dus communiceren met gebaren. Dat soort dingen is nieuw voor ons. Ook voor mij zelf is het natuurlijk een totaal onbekende situatie. Een andere wereld. Ik weet niet hoe ik zelf zal reageren. Dat maakt het gecompliceerd, maar ook leuk. Net zoals wanneer je voor het eerst gaat vliegen.'

Hij is 57, maar nog altijd gretig op zoek naar vernieuwing, groei en ervaringen. 'Robson is 65 en die staat bovenaan met Newcastle United. Je moet dus nooit nooit zeggen. Ik zou hier ook nog wel een keer weg willen. Maar dan moet ik wel denken: dat is een fantastische uitdaging. Ik heb hier een contract tot mijn 62ste en daarna betalen ze mijn salaris nog door tot ik 65 word. Prima geregeld. Ik heb geen fantastisch hoog salaris zoals sommige andere trainers, maar het is goed zo.

'Ik vind het wel eens heel jammer dat ik, met wat ik nu weet, al 57 ben. Heel jammer. Ik denk soms: alles wat ik nu weet, en tien, vijftien jaar jonger. Poe.' Hij zegt het niet, maar het laat zich raden: dat Poe staat voor het veroveren van de wereld, of toch minstens een grote club.

'Ja, het kriebelt wel eens. We waren in de voorbereiding op bezoek bij Norwich City, uit de Engelse Eerste Divisie. Hebben een drie keer zo hoog budget als wij. Maar als je ziet wat ze ermee doen, rijzen de haren je te berge. Denk je: zoveel geld, als je daar een goed idee achterzet en goed gaat trainen, wat kon je dan wel niet bereiken?

'Natuurlijk zou ik wel eens willen werken met een echte topselectie. Manchester United, die zouden van me schrikken. Gaat de wereld op zijn kop. Als je dat leest, die trainen amper. Die hobbelen van wedstrijd naar wedstrijd en hebben in de training nooit de bedoeling om iemand beter te maken. Als zulke jongens eens echt zouden gaan trainen, kunnen ze nog veel beter, daar ben ik heilig van overtuigd. Dan is dat soort ploegen niet meer te stoppen.'

Wat hij op sommige momenten ook wel eens zou willen is een zak met een miljoen of dertig en de opmerking: ga daar maar een goede spits voor kopen. 'Soms heb je een elftal waarvan je weet: één of twee spelers erbij die het elftal iets extra's geven en je wordt kampioen. Nou, dat zou ik graag een keer willen. Met Van Nistelrooij en Tomasson erbij waren wij vorig jaar kampioen geworden, absoluut. In dit elftal moet die extra kwaliteit nog ontwikkeld worden. Met Jensen en Radomski komt het eraan, maar het is er nog niet. En is het er wel, dan blijft het de vraag hoe lang je ze nog kunt vasthouden. In de Champions League staan ze opeens in een wel heel mooie etalage.'

Angst voor echt desastreuze nederlagen heeft hij niet. 'Dat bestaat niet. Wat er ook gebeurt, het is een mijlpaal.' Hij heeft anderen 'keurige rapportjes' van de tegenstanders laten opstellen, 'waardoor ik mij echter niet gek zal laten maken. Het zijn ook allemaal maar gewone mensen.' Als zijn spelers dat nu ook maar vinden, en 'niet voor niks in de broek schijten'.

'We zien wel', zegt Foppe de Haan. 'Het wordt vast leuk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.