'We hebben geen flauw idee wat er precies wordt verzameld'

Douwe Smit beweert (O&D, 13 juli) dat wij bij Intermax de wet overtreden. Het feit dat wij dagelijks gegevens over onze klanten doorgeven, zou zelfs 'een groot schandaal' zijn. Hij lijkt het bestaan van Besluit Verstrekking Gegevens Telecommunicatie niet te kennen. Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten zijn sinds 2004 wettelijk verplicht om de telecom- en internetinformatie van hun klanten beschikbaar te stellen aan het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT). Voor aanbieders van openbare internetnetwerken en -diensten geldt die verplichting sinds 2006.


Het gaat om persoonlijke informatie: adresgegevens behorende bij telefoonnummers, IP-adressen en e-mailadressen. Het CIOT zorgt ervoor dat al die aanbieders worden aangesloten op hun eigen informatiesysteem. Daarna moet elke aanbieder elke 24 uur een actueel digitaal bestand aanleveren met die gegevens.


Wij strijden voor hetzelfde als Smit: het recht op privacy. Bij Intermax zijn we ook van mening dat digitale opsporing van grote waarde kan zijn. En natuurlijk moet de overheid daar voldoende mogelijkheden voor hebben. Daar werken we bij Intermax graag constructief aan mee. Waar wij ons echter zorgen over maken, is de ontwikkeling dat de overheid steeds minder respect voor onze privacy lijkt te krijgen. De DHPA (Dutch Hosting Provider Association) deelt onze zorgen, en vindt net als wij dat de overheid en de Tweede Kamer transparanter moeten zijn over de beveiliging van alle afgetapte data. DHPA pleit voor een helder beleid voor de beveiliging van, en toegang tot deze gegevens.


Wij vinden ook dat een goed systeem, dat onze privacy voldoende waarborgt op dit moment ontbreekt. Er moet een systeem komen met checks and balances dat het proces inzichtelijk maakt en misbruik voorkomt.


Als het gaat om het opgeven van privacy voor opsporingsmethoden, lijkt er echter een breed maatschappelijk draagvlak te bestaan onder de bevolking. We stellen met z'n allen dat we niets te verbergen hebben. Probleem bij die redenering is dat we geen flauw idee hebben welke informatie er precies wordt verzameld, en belangrijker: op welke manier deze precies wordt verwerkt.


Wie zegt dat niet alle alarmbellen gaan rinkelen als ik een e-mail stuur naar mijn buurman, die een paar dagen ervoor een tweedehands bank kocht van een voormalige verdachte van een ernstig misdrijf dat nooit is opgelost? Iedereen wordt verdacht. Dit soort ontwikkelingen brengen belangrijke principes van onze democratie in gevaar.


Smit kiest in zijn benadering bij het beschermen van onze privacy voor de weg van de obstructie. Blijkbaar vindt hij wetten onnodig en onwenselijk. Volgens zijn initiatief moeten providers overschakelen naar 'privacy by design', waarbij privacygaranties in het systeem zelf worden ingebouwd. Hij vindt dat de zeggenschap over alle opgeslagen data bij gebruikers moet liggen, en dat providers pas gegevens mogen opslaan wanneer daar expliciete toestemming voor is gegeven. Wij begrijpen zijn zorgen over de door de overheid gemaakte inbreuk op privacy, maar kiezen voor de weg van het constructief meewerken en -denken. Alleen op die manier kunnen we een goede balans vinden tussen de mate van de inbreuk op onze privacy en de voordelen van digitale opsporingsmogelijkheden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.