Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media in het kabinet-Rutte III.

interview Arie Slob

‘We gaan echt niet iedereen zomaar voor de klas zetten’

Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media in het kabinet-Rutte III. Beeld Jiri Buller

De scholen gaan weer van start. Om het nijpend tekort aan leraren op te vangen, zet minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob in op zij-instromers. Een concessie aan de kwaliteit?

Arie Slob (56) toont een litteken op zijn linkerpols. Dáár hebben ze hem geopereerd. Op zijn rechterheup zit er nog een.

Ja, inmiddels praat de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs er opgewekt over, maar het was ‘echt alarmerend’, zegt hij. Begin juli stak een venijnige bacteriële infectie de kop op. Antibiotica hielpen niet. De artsen moesten hem opereren. Slob was een paar weken uitgeschakeld. Hij moest zich in belangrijke besprekingen en debatten laten vervangen door Ingrid van Engelshoven, die andere onderwijsminister ‘die dat echt fantastisch heeft gedaan’.

Maatregelen

Werkgevers moeten er meer werk van maken zij-instromers en herintreders het onderwijs in te lokken. Er wordt meer geld vrijgemaakt voor onderwijsassistenten die leraar willen worden. En studenten met een afgeronde opleiding in het hoger onderwijs mogen al tijdens hun deeltijd Pabo betaald voor de klas staan. Lees hier het uitgebreide nieuwsbericht over de maatregelen. 

En nu is hij terug. Een dag voor het gesprek heeft hij zelfs al weer hardgelopen. ‘Het is voorbij. Ik ben weer lekker aan het werk’, zegt hij, zelf oud-leraar geschiedenis en maatschappijleer en eerder vijftien jaar Kamerlid voor  zijn partij de ChristenUnie.

De scholen in het zuiden zijn begonnen, maandag gaan de leerlingen in midden-Nederland weer van start. Hoeveel klassen zitten er zonder leraar?

‘In het zuiden staat overal iemand voor de klas. Er zullen daar scholen zijn met vacatures, maar daar vinden ze intern wel een oplossing voor. Ook in de andere regio’s zal het naar verwachting wel lukken, al heb ik zorgen over de grote steden. Onze grote vrees is de griepgolf. Het vet is eraf. Er zijn geen reserves om uit te putten.’

En dus volgen er maatregelen.

‘Ja. Er moeten meer zij-instromers komen, de instroom bij de Pabo moet omhoog, scholen moeten beter hun best doen om docenten vast te houden. En we proberen de stille reserve te activeren: 30 duizend mensen mogen in het primair onderwijs voor de klas staan, maar doen dat niet.’

Bovendien hebben 10 duizend mensen met een onderwijsbevoegdheid nu een uitkering.

‘Ja, en dat aantal zagen we nog groeien. Dan denk je: hoe is het mogelijk? Daarom hebben we bij het afsluiten van de nieuwe cao de regelingen versoberd, zoals de aanvulling op de werkloosheidsuitkering.’

U laat uw oog ook vallen op de vele deeltijders in het onderwijs.

‘Gemiddeld heeft een leerkracht in het primair onderwijs een werktijdfactor van 0,7. Daar kiezen ze zelf voor, maar het zou enorm veel schelen als deeltijders een halve dag meer zouden werken.’

Volgens PO in Actie leveren al die maatregelen niet veel op. Er moet geld bij. Zolang dat niet gebeurt, blijft het lastig om voldoende leerkrachten te vinden.

‘Zij willen dat de salarissen in het primair en voortgezet onderwijs gelijk worden getrokken. We hebben daarom ook geld beschikbaar gesteld. Op 1 november krijgen docenten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent bij. Maar ze willen nog meer.’

Is dat een gerechtvaardigde wens?

‘Ik vind elke eis legitiem. Maar ik heb te maken met de lengte van mijn polsstok. Dit is wat ik kan doen tijdens deze kabinetsperiode. Dat heb ik ook vanaf de eerste dag gezegd. Er gaat ontzettend veel geld naar de salarissen. Ik was spekkoper in het Regeerakkoord.’

De maatregelen die u neemt tegen het lerarentekort lijken vooral gericht op kwantiteit: snel veel nieuwe docenten werven. Verkorte opleidingen, zij-instroom, onderwijsassistenten tot leraar opleiden. U doet concessies aan de kwaliteit.

‘Dan moet u mijn brief aan de Tweede Kamer beter lezen.’

Er is een bekend onderzoek van McKinsey. Daaruit blijkt dat één ding cruciaal is voor goed onderwijs: een goede leraar. Met deze maatregelen sleept u allerlei mensen aan de haren het klaslokaal in.

‘Kwaliteit blijft ook bij ons de graadmeter. In 2015 bijvoorbeeld hebben we de eisen voor de Pabo verhoogd. Dat leidde tot een afname van de aanmeldingen. Nu zien we weer een toename. Dat is mooi nieuws, juist omdat kwaliteit centraal staat. En de zij-instromers zijn ook heel goed bruikbaar. We gaan echt niet iedereen zomaar voor de klas zetten.’

Als je iemand zonder ervaring en zonder bevoegdheid direct voor de klas zet, dan lever je toch in op kwaliteit?

‘Je moet het vak altijd in de praktijk leren. Die zij-instromers hebben allemaal al een andere opleiding afgerond. En ze hebben levenservaring: ze hebben zelf kinderen of zijn trainer geweest bij de sportclub. Uiteindelijk halen ze ook gewoon hun bevoegdheid.’

Het klinkt toch alsof er rijbewijzen worden uitgedeeld aan mensen die nog rijlessen volgen. Dat geeft ongelukken.

‘Daar doe je de zij-instroom mee tekort. Ga eens in de praktijk kijken. Veel van deze docenten komen in het beroepsonderwijs terecht. Daar is een schreeuwende behoefte aan docenten. Ik spreek mensen van vijftig die hun kennis willen overdragen op een nieuwe generatie. Maar een opleiding en begeleiding zijn cruciaal.’

In het rijtje maatregelen om het lerarentekort te bestrijden staat ook: innovatie. Wat houdt dat in?

‘Ik was laatst mee naar een school in Roermond. Daar werken ze niet met traditionele klassen, maar met units van vijftig, zestig leerlingen met een flexibel team docenten en een paar onderwijsassistenten. Die kinderen zitten dan in hoeken van de unit te werken. De ene groep leest, de andere rekent.

‘In het voortgezet onderwijs kan het ook anders. Zelf had ik als docent soms vijf verschillende klassen 5-havo. Stond ik vijf keer hetzelfde verhaal te vertellen. Waarom zou je niet een of twee keer dat verhaal houden voor een grotere groep? En dat ze daarna in kleinere groepen uiteen gaan voor de verwerkingsopdrachten?’

Innovatie uit noodzaak dus, niet omdat het een verbetering is. Dat is een risico.

‘Zeker. Een docententekort is een te smalle basis voor innovatie. Maar soms kan een vervelende situatie wel tot veranderingen leiden die positief uitpakken. Zoals op die school in Roermond. Leraren werken daar veel meer met elkaar samen. Ik kom nog uit een tijd dat iedereen de deur van het lokaal dichttrok. Ik had geen idee wat de docent naast me deed.’

Minder docenten en meer klassenassistenten. Is dat niet per definitie een verarming van het onderwijs?

‘Dat hoeft niet. Wat ik goed vind, is dat we goede onderwijsassistenten nu gaan stimuleren om door te groeien tot docent. Daar maken we geld voor vrij, waardoor er toch weer vijftig leraren bij komen. En door het werkdruk-akkoord hebben basisscholen nu ook meer mogelijkheden om assistenten in te zetten naast de docenten die er zijn.’

Als je een klassenassistent aanneemt terwijl je liever een leerkracht zou hebben, gaat dat toch ten koste van de kwaliteit?

‘Met het lerarentekort leggen scholen soms incidenteel een noodverband aan, maar dat noodverband mag nooit een structurele oplossing worden. Daarom letten we ook zo op de kwaliteit, daarom geven we structureel geld voor werkdrukverlaging in het primair onderwijs en krijgen docenten in het voortgezet onderwijs vijftig uur per jaar om hun lessen te verbeteren.’

U roept scholen ook op om zuiniger op het personeel te zijn. Een docent niet in juni ontslaan en in september weer aannemen. Omdat dat goedkoper is.

‘Dat gebeurt inderdaad. Scholen moeten het personeelsbeleid serieus oppakken. Ik zeg niet dat het overal verkeerd gaat, maar het is op veel plekken onderbelicht. Scholen moeten nieuwe docenten beter begeleiden en zuinig zijn op mensen die er al lang zitten.’

Luie scholen moeten beter hun best doen?

‘Dat zijn uw woorden. Ik probeer zorgvuldig te formuleren om niemand te diskwalificeren.’

Sommige critici, zoals leraar en publicist Ton van Haperen, zeggen dat veel schoolbesturen zich niet bekommeren om personeel. Als ze op leraren beknibbelen, hebben ze meer geld voor andere dingen. Dus worden klassen groter en stijgen salarissen niet.

‘Er zijn duizenden schoolleiders. De ene situatie is niet hetzelfde als de andere. Soms biedt een grotere organisatie juist mogelijkheden om beter personeelsbeleid te voeren.’

Heeft Den Haag nog wel grip op de besturen? Uw voorganger Sander Dekker kon bijvoorbeeld niet bewijzen dat geld dat in Den Haag was vrijgemaakt om jonge leraren een baan te geven ook daadwerkelijk daaraan was besteed.

‘Daar zijn we stevig mee bezig. Daarom hebben we bij het werkdruk-akkoord ook afgesproken dat er op schoolniveau - dus samen met de leerkrachten - plannen worden gemaakt over de besteding van het extra geld. We gaan ook controleren of dat gebeurd is, voordat we de tweede tranche overmaken.’

Wat vindt Dekker er trouwens van dat u al zijn kroonjuwelen bij het vuil zet?

Gespeeld naïef: ‘Is dat zo?’

Dekker was groot voorstander van de rekentoets die u onlangs schrapte. En ook het verplichte lerarenregister sneuvelde in uw eerste jaar.

‘Dit is een nieuwe regeerperiode. Vier partijen maken afspraken met elkaar. Dan gaan er dingen anders dan in de periode daarvoor. Ik heb ook niet de illusie dat alles wat ik nu doe over tien jaar nog steeds gebeurt. Zo gaat dat in de politiek.’

VMBO Maastricht

Binnenkort wordt duidelijk hoeveel leerlingen na een hectische zomer alsnog een diploma krijgen van het VMBO Maastricht. Eerder werden alle examens afgekeurd, iets dat volgens de voorzitter van de scholenkoepel nooit had mogen gebeuren. Slob: ‘We moesten wel aan de noodrem trekken, want als diploma’s eenmaal zijn uitgereikt, kunnen we niets meer doen. Dan hadden die leerlingen een gemankeerd diploma gehad en daar hadden ze later alleen maar last van gehad.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.