'Wat was het allemaal fantastisch'

Een jaar geleden werd bij Rudi Carrell (71) longkanker geconstateerd. De pruik die hij aanschafte, heeft hij echter nooit hoeven dragen. 'Het gaat me nog steeds goed.' Maar hij leeft in het volle besef dat het einde snel nadert. Zonder wrok. 'Ik ben dankbaar.'...

Twee weken voordat hij zou terugkeren van Petit Saint-Vincent, een onbewoond vakantie-eiland in de Caribische Zee, kreeg Rudi Carrell bericht uit Duitsland: de jury van de Gouden Camera wilde hem de ereprijs toekennen voor zijn 'levenswerk' op de Duitse televisie.

Op zo'n moment is Carrell geen man die denkt: de groeten, ik ben nu op vakantie, belt u maar als ik weer thuis ben. Ook na vijf decennia showbusiness vraagt hij zichzelf dan meteen af: Carrell , wat ga jij straks bij de uitreiking vertellen, hoe gaat jouw toespraak klinken? Nu misschien nog wel sterker dan voorheen.

'Ik heb op dat onbewoonde eiland elke dag een klein grapje opgeschreven', zegt hij. 'Wat ik nogal origineel vind. Ik bedoel: bij de Oscar-uitreiking bedanken de winnaars hun vader, hun moeder, hun opa, hun oma en de producer. Ik bedankte de ziektekostenverzekering, het ziekenhuis en de Duitse farmaceutische industrie voor het feit dat ik die avond de prijs in ontvangst kon nemen. Dat is origineel. Niet vragen om medelijden vanwege je situatie, maar gewoon een paar leuke grappen vertellen. Vanuit een instinct; doe nou maar wat je altijd deed. Dat sloeg aan. Het publiek vond het leuk.'

Omdat u die verstikkende sfeer een beetje verluchtigde.

'Ja. Ik heb ook wel laten merken dat het mijn afscheid zou zijn. Maar niet op een dramatische manier. Alleen, ja, toen ik op de bühne kwam en de hele zaal opstond, en aan het einde gingen ze wéér allemaal staan, nou ja, kippenvel.'

U besefte dat het uw laatste tv-optreden zou kunnen zijn?

'Natuurlijk. Mijn chirurg zei een jaar geleden: 'U moet snel uw testament maken en uw collega's inlichten, want het duurt niet lang meer'. Het is nu weliswaar een jaar later, maar als de chirurg opnieuw zegt: es ist absehbar - en dat heeft hij kortgeleden weer gezegd - dan weet je dat het gauw gebeurt. En dan ga je geen plannen meer maken voor televisie.'

Hoe voelt dat?

'Ik ben blij dat het erop zit. 52 Jaar showbusiness, waarvan 46 jaar op televisie, en opeens hoeft het niet meer. Ik hoef niet meer na te denken. Heerlijk! Niet meer 's nachts badend in het zweet wakker worden met de gedachte: oh god, ik heb nog geen slot voor de show bedacht. Heerlijk. Verrukkelijk gevoel.'

Laat het u dan volkomen koud dat u voor het laatst in de schijnwerpers heeft gestaan?

'Natuurlijk niet. Ik lééf van mijn persoonlijkheid. Ik heb haar gekwéékt. Al sinds mijn achttiende. Er zijn perioden geweest waarin ik in dit land iets wás. Waarin je op zaterdagavond macht had. Je was live op de televisie en je kon alles maken. Dat geeft je een soort zwevend gevoel. Dus toen ik daar die bühne opging, met die zaal vol mensen voor je neus, dan sta je daar toch zoals je er 52 jaar lang hebt gestaan. Zo van: hier ben ik weer, ik pak jullie effe in. En dan pák ik ze ook in.'

Voor de laatste keer.

'Ja, maar toch denk je: verrukkelijk. Want het kon niet beter eindigen. Twee keer een standing ovation! Wel goed voorbereid natuurlijk. En aan het slot twee goeie knallers.'

Hij kucht, maar niet krachtig genoeg om het euvel in zijn luchtpijp geheel te verhelpen. Carrell ademt zwaar, praat met hoge, hese stem - precies zoals vorige maand in het NOS Journaal, dat een kort item wijdde aan 's mans opzienbarende optreden bij de uitreiking van de Gouden Camera. Sterk vermagerd stond de showmaster achter de microfoon. Met onuitroeibaar Nederlands accent excuseerde hij zich voor zijn piepstem. Die was dan wel een gevolg van de tumor in zijn longen, maar je kon er, zei hij, 'in Duitsland nog altijd Idols mee winnen'. Zelfs media die doorgaans weinig ophebben met het volkse vermaak dat Carrell de afgelopen vijf decennia heeft geboden, toonden diep respect voor zijn 'bewogen, ironische' toespraak. Bild juichte luid: 'Rudi lacht den Krebs aus.'

Carrell overleefde als televisieshowman tientallen tijdgenoten, dus ja, waarom zou hij in het aangezicht van de dood niet gewoon lol blijven trappen? Twee, drie generaties televisiekijkers zijn vanaf de jaren zestig met hem opgegroeid. In Nederland maakte hij naam met de Rudi Carrell Show en de 1,2,3 Show. Maar echte roem verwierf Carrell vooral in Duitsland, waar de geboren Alkmaarder in veertig jaar aan een compleet oeuvre amusementsprogramma's werkte.

Am laufenden Band, Rudi's Tagesshow, de Surprise Show, de Playbackshow en het satirische programma 7 Tage, 7 Köpfe - om er maar een paar te noemen - hielden miljoenen Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers 's avonds binnenshuis. Rudi der Hollènder vertegenwoordigde een nieuw type presentator. Hij praatte niet alleen de avond aan elkaar, hij zong ook geregeld een liedje, hij danste, speelde mee in sketches en schreef ook nog eens bijna alle teksten zelf, kortom: 'Veelzijdig', zoals hij zelf zegt, en: 'Uniek'.

Maar nu zit de showmaster noodgedwongen thuis, aan het hoofd van een lange houten tafel op de bovenverdieping van zijn kantoor, een verbouwde zeventiende-eeuwse watermolen op zijn landgoed in Syke, iets ten zuiden van Bremen.

De artsen geven hem nog een paar weken. En Carrell zegt: 'Het zal mij benieuwen!' Die vermaledijde ziekte, ach. 'Ik heb een ziekte, maar ik ben niet ziek', luidt zijn analyse. Geen last van koorts, geen pijn. Zelfs niet afgelopen zomer, toen de specialisten het gezwel nog hoopvol met chemokuren te lijf gingen. 'Uit voorzorg had ik een pruik gekocht, voor 600 euro. Die heb ik nooit nodig gehad. Ik eet nog alles, ik drink m'n pilsje 's avonds. Het gaat me nog steeds goed.'

U bent altijd een stevige roker geweest. Heeft u nooit gedacht dat u ziek kon worden?

'Jawel. Ik had ook al een tijdje een vermoeden. Kijk naar het leven dat ik heb geleefd. Ik heb als een krankzinnige gewerkt. Zestig sigaretten per dag gerookt. Soms vijf dagen voor een show niks gegeten. Interesseerde me niet. Dus gezond heb ik nooit geleefd. Dan ga je langzaamaan denken: nou Carrell , die straf komt wel. En die komt inderdaad.'

Hoe lang dacht u dat al?

'Al een paar jaar. Het vervelende is: onmiddellijk nadat ik die röntgenfoto had gezien, ben ik gestopt met roken. En dat bleek het makkelijkste dat ik ooit gedaan heb. Van vandaag op morgen gestopt en het deed me niks. Dat had ik dus ietsje eerder moeten proberen. Was misschien beter geweest.'

Waarom hield u uw vermoeden geheim?

'Daar val ik mensen niet mee lastig. Ik kan ontzettend veel opzij schuiven, vergeten. Ook nu. Ik denk er eigenlijk nooit over na. Ik heb zo'n mooi leven gehad, och! Dáár denk ik over na. Ik ben dankbaar. Voor wat ik heb, wat ik heb gezien, wat ik heb kunnen maken. Ik ben creatief geweest, met telkens alleen een leeg blad papier voor me. Maar goed, dat lege blad heeft me wel genekt. Iedereen die werkt, heeft iets in z'n poten. Ik had niets. Dus nam ik een sigaret in deze hand en een glas bier in de andere.'

Hij pakt een dvd die voor hem op tafel ligt. 'Dit heeft een dame van de KRO me gestuurd.' De laatste Rudi Carrell Show in Nederland: 3 mei 1965, staat erop. Hij mag graag in oude opnamen snuffelen, dezer dagen. Herinneringen ophalen. Constateren dat hij bepaald niet de eerste de beste was. 'Mijn dochters hebben die uitzending pas geleden weer gezien en zeiden: goh, wat was jíj je tijd vooruit.'

Liet hij bijvoorbeeld speciaal de Tweede Kamer nabouwen en nodigde hij bekende Nederlandse vrouwen uit die zogenaamd als volksvertegenwoordiger plaatsnamen. 'Moet je nagaan: er waren in die tijd natuurlijk nog nauwelijks vrouwelijke Kamerleden. Je had alleen Marga Klompé.'

In dezelfde uitzending lukte het hem 'als eerste' om Wim Kan op televisie te krijgen. 'Wim Kan háátte televisie. Hij stond in het theater met Corry Vonk en ik wilde haar in die Tweede-Kameruitzending hebben. Dus ik zei tegen Kan: ik wil vanuit mijn studio een schakeling maken naar u, in het theater, en daar kondigt u Corry aan. Vond ie goed.'

De Duitse omroep Radio Bremen zag in die tijd wel iets in die jonge Nederlander. 'Ze dachten: die kost niks en spreekt Duits, die moeten we hebben. Ik heb mijn toenmalige amusementschef bij de VARA, Joop Simons, nog gevraagd: Joop, kan ik naar Duitsland? Hij zegt: met jouw grote bek wel.'

Carrell is er niet meer weggeweest.

U bent hier een mega-ster, maar in Nederland duurde het fragment over de uitreiking van de Gouden Camera amper een minuut.

'Wat wil je: ik ben een jaar of vijf op de Nederlandse televisie geweest en veertig jaar op de Duitse. Maar dat fragment zegt me toch wel veel, hoor. Want ik ben en blijf natuurlijk een boerenlul uit Alkmaar die beroemd wilde worden. Ik heb altijd op de eerste plaats beroemd willen worden. De showbusiness kwam vanzelf, daar ben ik in geboren. Door mijn vader, mijn moeder, mijn familie. Mijn vader was beroepsconferencier. André Carrell . Hij speelde sketches, zong liedjes, schreef alles zelf. Dus dat was iets heel normaals. Toen ik 14 was, ging ik al de bühne op, in het Gulden Vlies in Alkmaar. Praatte ik een hele show voor de leerlingen en leraren van de ulo aan elkaar. Ik wou echt beroemd worden. Dan werd je herkend en mocht je overal voor niks naar binnen.'

Heeft u die drang om herkend te worden nog steeds?

'Het is normaal voor me geworden. Iedereen kent me, iedereen groet me, dus als het een keer niet gebeurt, vind ik dat raar. Ik was bijvoorbeeld nog nooit zo lang op dat onbewoonde eiland als dit jaar. Bijna drie weken. Er was niemand. Niemand! Alleen maar Amerikanen. Kenden me niet. Nou, dan ga je het wel missen, hoor. Ik vind bekend zijn leuk. De mooiste vrouwen lachen naar je. Kinderen doen aardig tegen je. Op dat eiland kijk je maar steeds in de spiegel: hoi!'

Kreeg u vroeger thuis misschien wat weinig aandacht?

'Ik denk dat het komt omdat 90 procent van mijn werk aan de schrijftafel plaatshad. Je zit alleen, je bedenkt, je maakt. Pas buiten op straat kom je de mensen tegen voor wie je het doet. En die vinden je allemaal aardig. Lekker.'

Wat was er zo geweldig aan uw werk?

'Het lachen. Die laatste tien jaar waren een cadeau. Elke week voor het programma 7 Tage, 7 Köpfe naar Keulen, elke week zeven komieken, elke week lachen. En dan ook nog geld krijgen. Schitterend. Kijk, die shows die ik vroeger heb gemaakt, zoals de Rudi Carrell Show, kunnen nu niet meer. Want die waren voor de hele familie en die bestaat niet meer. Elke kijker heeft nu een eigen zender. Als mensen zeggen: oh, wat was dat vroeger leuk, dan bedoelen ze niet de show. Dan bedoelen ze: met de hele familie samen televisie kijken. Dat herinneren mensen zich.'

Wanneer kwam u erachter dat u mensen kon vermaken?

'Nou ja, als je met 14 de bühne opgaat om een leraar te imiteren en de hele zaal ligt blauw van het lachen, dan weet je het al. Let wel: ik ben geen man om wie je moet lachen als hij de bühne opkomt, zoals André van Duin of Toon Hermans. Ik had altijd leuke mensen náást me. Zoals Piet Bambergen, die ik heb ontdekt. Dat was een leuke man naast me. Later in Duitsland heb ik dat ook zo gedaan. Geleerd van de Amerikanen. Perry Como, Jack Benny. Die hadden allemaal zo'n stooge naast zich.'

De Süddeutsche Zeitung schreef: ooit heeft Carrell uitgevonden dat mensen moeten lachen als andere mensen nat worden. Dus heeft hij, omdat hij niet bijzonder komisch maar wel slim is, een groot deel van zijn grappenrepertoire daarmee gevuld. Met emmers vol. Is dat Rudi Carrell ?

'Ja. Klopt. Als je geboren bent in Holland, dan leef je met het water. Ik heb een show gemaakt op een nagebouwd eiland; zo'n show, met dat water, ontstaat omdat je Hollander bent. Een Duitser zal nooit op dat idee komen.'

Maar er staat ook: Carrell is niet komisch en maakt ongein.

'Dat kan wel zijn, maar de zaal ligt plat. En mijn carrière heeft niet alleen maar bestaan uit emmers water of de tieten van Sonja Barend. Ik heb nog meer gedaan.'

Het heeft wel een stempel op uw carrière gedrukt. Neem het filmpje in de Tagesshow, waarmee u in 1987 suggereerde dat de toenmalige Iraanse ayatollah Khomeiny werd bekogeld met slipjes.

'Ik had daarvan de gevolgen kunnen kennen. We hadden al gelazer genoeg met die Arabieren.'

Waarom maakte u alsnog die grap?

'Omdat ze hem in Engeland en Amerika ook hadden gemaakt. Zonder enig gelazer. Dus dachten we: kunnen wij ook doen.'

Bent u destijds geschrokken van de reacties uit Iran?

'Geschrokken van het feit dat je met zo'n grapje van 6, 7 seconden vliegtuigen kunt stilleggen, diplomaten kunt laten verwijderen, het Goethe-instituut in Teheran kunt laten sluiten. Ik had daarna helemaal geen zin meer. Ik had er echt de balen van. Wij hadden hier de hele week acht, negen politieagenten met honden rond het huis. Mijn zoon moest met een politie-escorte naar school. Mijn vrouw ging met de politie naar de bioscoop. Ik ging met de politie naar de studio. Gezellig. Uiteindelijk heb ik op televisie gezegd: ik word ervoor betaald dat mensen lachen, en als bepaalde mensen in een bepaald land niet kunnen lachen om die grap, dan bied ik mijn excuses aan.'

Zou u het nu weer doen?

'Nee. Het is gevaarlijker geworden. Ze zijn fanatieker geworden. Die reactie op die Deense cartoons bijvoorbeeld, dat is belachelijk. Die tekeningen hadden een hele tijd geleden al een keer in de krant gestaan. En nu ineens die ophef. Ze weten niet eens waar Denemarken ligt.'

Uw collega's vragen zich nu wel af: hoe moeten we omgaan met moslims die zich makkelijk de gordijnen in laten jagen?

'Tja. Ik vrees dat dit alles een voorbode is van wat nog komen gaat. Het wordt nog veel erger. Er komen steeds meer mensen hier naartoe die in de islam geloven en alles. Dat wordt nog een punt.'

U heeft geen tip voor jonge satirici?

'Daar is het te laat voor. Vanwege het tolerante beleid van: laat maar komen. Daar zitten we nou mee opgescheept. Of vergis ik me?'

Zijn assistent Sören brengt koffie en thee. Carrell heeft goed geboerd, de afgelopen decennia. Midden tussen de Nedersaksische boeren bezit hij zo'n enorme lap grond dat het nog een hele klus zal worden om het ooit te verkopen, vreest hij. 'Een rondje om de rodondendron is al 100 meter.'

De tuinman heeft er een dagtaak aan om de 12 hectare op orde te houden. Er lopen paarden, schapen, geiten, er staan stallen, in het midden ligt een groot meer, op de oever daarvan staat de verbouwde watermolen, daaromheen is een fors bos aangelegd en bij de ingang staat het ruime achttiende-eeuwse woonhuis met bordes.

Carrell kocht het landgoed 31 jaar geleden, zodat hij zich na een 'krankzinnige werkdag' in de televisiestudio's kon terugtrekken met zijn toenmalige echtgenote Anke en hun zoon Alexander. Anke is in 2000 overleden, haar urn ligt aan de rand van het meer begraven. Alexander woont in Australië. Carrell deelt zijn domein thans met zijn 35-jarige vrouw Simone, met wie hij in 2001 trouwde.

Over zijn privé-leven is hij altijd open geweest; zo open, dat elke liefhebber de afgelopen jaren getuige kon zijn van Carrells smeuòge liefdesperikelen. Boulevardbladen spraken er schande van: hoe kon de gevierde televisiepresentator gedurende zijn huwelijk met Anke, die aan een chronische gewrichtsziekte leed, een vaste relatie onderhouden met Susanne, een vriendin van het werk? Hoe kon hij het maken om na Ankes dood níet te hertrouwen met Susanne, maar zijn ja-woord te geven aan de volstrekte outsider Simone, die godbetert 36 jaar jonger is? En: hoe vreselijk moet dat besluit niet zijn geweest voor Susanne, die uiteindelijk aan een hersentumor overleed?

'Ik heb ze altijd alles gegeven', reageert Carrell . 'Dit hele landgoed was eigenlijk van Anke. Zíj was hier, ík werkte. Susanne, hoe moeilijk ze ook was, had alles. Het enige wat ik zelf had, waren de golfsticks in mijn auto.'

En uw huidige vrouw?

'Hetzelfde. Ik ken haar van het golfen. Zij zegde haar baan en woning op en toen zijn we om financiéle redenen getrouwd.'

In Nederland zouden ze zeggen: die Carrell is een ouwe snoeperd.

'Nee, nee, ik was, met uitzondering van Anke, juist altijd gek op vrouwen die ouder waren dan ik. Vond ik veel opwindender.'

Simone is toch 35?

'Dat is toeval. Zij had niemand, ik had niemand meer, nou, gooi het dan maar bij mekaar.'

U schijnt een nogal klassieke opvatting over vrouwen te hebben.

'Nou ja, ik vind hun problemen vaak belachelijk. Nog steeds. Ik heb zoveel moeilijkheden gehad in mijn beroep. Daarmee vergeleken stellen de dingen die thuis gebeuren, helemaal niks voor. Maar voor die vrouw natuurlijk wel. Daar wordt ze weleens gek van.'

Het klinkt bijna grappig, zo ouderwets is het.

'Maar ik dóe alles voor die vrouw. Ik werk voor die vrouw. Maak sprookjes waar. Kijk naar Simone. Wat was zij? Serveerster in een restaurant. Ze had wanden vol met video's. Keek speelfilms tien keer opnieuw en droomde zulke sterren tegen te komen. Wat zij in de afgelopen vijf jaar van haar leven heeft meegemaakt, aan party's, aan golftoernooien, dat is een sprookje. Dan moet ze niet komen zeiken dat de dienstbode een uur te lang of te kort of niet goed genoeg heeft gewerkt. Dat interesseert me geen ene sodemieter.'

Zegt uw vrouw dat zelf ook, dat u haar sprookje waarmaakt?

'Nee. Dat wordt heel snel routine. Af en toe zie ik haar op grote party's op heel beroemde, hoge mensen afstappen op een manier waarvan ik denk: tjongejonge, dat had je vijf jaar geleden niet gedurfd.'

Vindt u het allemaal niet stiekem zélf een sprookje?

'Nou ja, als je als tiener in Parijs op een bank hebt geslapen, geniet je nog steeds van mooie hotelsuites. En als je begonnen bent met een Fiat 500, geniet je nog steeds van je Mercedes met eindelijk stuurverwarming. Daarop heb ik vijftig jaar moeten wachten.'

Op het werk stond u bekend als een harde. Als mensen iets fout deden, kregen ze van u flink de wind van voren.

'Dat viel mee, hoor. Ik werd een beetje luid. Omdat ik de enige was die op de klok keek: verdomme jongens, morgen is de uitzending en dit en dat klopt nog niet. Het kost allemaal een enorme stoot geld en er kijken miljoenen mensen naar. De zenuwen die je dan hebt, uiten zich erin dat je nog wel eens gaat schreeuwen. Kijk, mijn broer André was de liefste man ter wereld, maar hij is in 1994 gestorven omdat hij altijd alles in sich hinein gefressen heeft. Ik ben precies het tegenovergestelde. Ik ben als Boris Becker: gódverdomme! Dat heb je nodig.'

Om?

'Om bij de uitzending helemaal bevrijd te zijn. Ik zeg altijd: jezelf niet opvreten. Niet gaan zitten nadenken. Scheld ze allemaal maar verrot. En na afloop ga je naar ze toe en zeg je sorry. Dat begrijpen ze echt wel.'

Met collega's heeft u altijd een beetje een haat-liefdeverhouding gehad.

'Ach, de Jack Spijkermans zeggen altijd: Carrell is een opschepper. Maar je wórdt in Nederland een opschepper. Want ze zeggen: als jij niet zo slecht Duits had gesproken, had jij nooit carrière gemaakt. Terwijl je eens moet nagaan wat ik heb gedaan om er te komen. Wat ik allemaal heb bedácht. Maar nee, je hebt succes omdat je zo slecht Duits spreekt. Dat is zo typisch Hollands. Dus dan zeg je op een gegeven moment inderdaad: ik ben de grootste in Duitsland!'

Hij staat op en pakt het opname-apparaatje van tafel. 'Kunnen we ergens gaan zitten waar ik even kan liggen?' Verderop, in de watermolen, staan twee witgroene sofa's tegenover elkaar. Carrell trekt zijn schoenen uit, vlijt zich neer op de linkerbank en legt het opname-apparaatje vlak onder zijn kin op zijn borst. 'Zo, bij de psychiater.'

Bent u bang voor de dood?

'Nee. Zeker niet nu ik me er een jaar op heb kunnen voorbereiden. Bovendien ben ik dóódmoe. Ik ben heel erg moe. En ik ben zó blij dat ik niets meer hoef uit te vinden. Geen grap meer hoef te bedenken. Als ik nu sterf, dan denk ik: oh wat fijn, nu kan ik heel, heel lang slapen.'

U klinkt rustig.

'Ja. Ik berust erin. Het enige wat ik deze dagen denk, is: wat was het allemaal fantastisch.'

De zoveelste hoestbui breekt los.

'Geen angst! Ik sterf niet.'

Als dertiger zei ik tegen Vrij Nederland: later spreekt men over Carrell zoals men nu praat over Toon Hermans, Wim Sonneveld en Wim Kan. Is die voorspelling uitgekomen?

'Ik zei dat omdat Hermans, Sonneveld en Kan de grote drie waren, en dat was lastig. Want als zij de grote drie waren, dan was de rest dat niet. Toen ben ik naar Duitsland gegaan, en daar was ik de enige. Kijk, ik ben natuurlijk geen man die een uitverkocht Carré binnenstapt en mensen drie uur kan bezighouden. Ik ben een televisieman. En tv-populariteit is relatief. Naar het theater gaan, een kaartje kopen, drie uur lang op een paar rotstoelen zitten en daarna nooit meer vergeten dat je erbij was, dat is iets heel anders dan thuis met de afstandsbediening een zender uitkiezen. Maar ik ben hier in Duitsland nu wel de grote eerste, en niet de vierde. In die zin heb ik een beetje gelijk gekregen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.