INTERVIEW

'Waarom moet ik me steeds verdedigen?'

Interview Jan Jambon, Belgisch minister van Binnenlandse Zaken

Heeft de minister die beloofde Molenbeek 'op te kuisen' de zaken onder controle, twee maanden na de aanslagen in Brussel? 'Ik durf niet te zeggen: ga maar rustig slapen.'

Jan Jambon. Beeld An-Sofie Kesteleyn

Jan Jambon draagt geen stropdas vandaag. De Belgische minister van Binnenlandse Zaken leunt achterover in zijn fauteuil, het ene been comfortabel rustend op het andere. Wie hem zo ziet zitten, ontspannen in zijn fraaie, met een kroonluchter uitgeruste werkkamer aan de Brusselse Wetstraat, vergeet bijna dat hij een van de meest beklaagde bestuurders van Europa is.

Sinds de aanslagen in Parijs en Brussel, voorbereid vanuit de Brusselse wijken Sint-Jans-Molenbeek, Vorst en Schaarbeek en samen goed voor 162 doden, staat het Belgisch binnenlands bestuur onder internationale verdenking. Inlichtingendiensten en politie werken langs elkaar heen, oud-Syriëstrijders worden in bepaalde gemeenten slecht gevolgd. In Molenbeek zijn volgens deskundigen 'no-gozones' ontstaan waar de politie nooit komt.

Allemaal zaken die vallen onder de bevoegdheid van prominent Vlaams-nationalist en oud-burgemeester van Brasschaat Jan Jambon (Genk, 1960). Jambon, van oorsprong ondernemer, blijft ook na de aanslagen een graag gezien man - een Vlaming die onder de Walen veel fans heeft. In een peiling van de Franstalige televisie eindigde hij als de op vier na populairste politicus, nog voor de Waalse premier Magnette.

Kiezers roemen zijn directe taal, zijn vermogen te praten op een manier die de man op straat begrijpt. Over de aanslagen zei hij: 'Terroristen zijn slechts een puist. Daaronder zit een veel moeilijker te behandelen kanker.' De steun die de terrorist Salah Abdeslam vier maanden lang kreeg in Brussel vergeleek hij met het netwerk waar ondergedoken Joden in de Tweede Wereldoorlog op terugvielen.

Bijna was Jambons carrière voorbij geweest. Op de avond van 23 maart, anderhalve dag na de aanslagen op vliegeld Zaventem en het metrostation Maalbeek, werd bekend dat een Belgische politieofficier in Turkije nagelaten had cruciale informatie over zelfmoordterrorist Ibrahim El-Bakraoui door te geven aan Brussel. Het lot van de officier, wiens naam werd afgeschermd, was gekoppeld aan dat van de minister. Jambon wist genoeg, hij diende zijn ontslag in bij premier Michel, net als zijn collega van Justitie Koen Geens.

Ibrahim El Bakraoui. Beeld anp

Waarom wilde u opstappen?

'Ik vond dat onze liaisonofficier in Turkije steken had laten vallen. En hij viel onder mij. Ik was vastbesloten politieke verantwoordelijkheid daarvoor te nemen, maar het is de eerste minister (Charles Michel, red.) die mij heeft overtuigd mijn termijn uit te dienen.'

Kostte dat moeite?

'Ja.'

Hoe lang heeft hij op u ingepraat?

'Die eerste avond hebben we een gesprek gehad van anderhalf uur. Toen hebben we besloten er een nacht over te slapen. Toen ik de volgende morgen weer bij hem binnenstapte, was ik om. Ik dacht: wat los je op door een stap opzij te doen?'

We zijn twee maanden verder. Als u nu uw beleid bekijkt - wat gaat er niet goed in de bestrijding van terrorisme?

'Er is jarenlang bespaard op ons veiligheidsapparaat. Dat zijn we nu met rasse schreden aan het inhalen. Defensie bijvoorbeeld, dat is het meest schrijnende denk ik. En bij de politie is zowel op de infrastructuur als op het personeel bezuinigd.'

Wat voor mentaliteit zat achter die bezuinigingen, denkt u?

'Het was een oplossing gekozen uit gemak. Wij leven in een land waar tot enkele maanden geleden besparen op defensie in de publieke opinie geen enkele controverse opriep. Sinds de Koude Oorlog is dat al zo, tot de aanslag op het Joods Museum, hier in Brussel, een dag voor de verkiezingen in 2014.'

Na de aanslagen in Parijs beloofde u Molenbeek 'op te kuisen'. Wat bedoelde u daarmee?

'Door de jaren heen is niet geregistreerd wie waar woonde. Op sommige plekken stonden twee mensen ingeschreven, terwijl er tien woonden. Ik heb mijn ambtenaren gestuurd om hun collega's in Molenbeek een cursus te geven. Daarnaast had de politie bepaalde wijken niet in het snotje. De financiering van de terroristische netwerken wil ik ook aanpakken. Dat is de zwarte economie, drugsverdiensten. Ik heb het boek van Maarten Zeegers gelezen, Ik was een van hen, over Transvaal (een wijk in Den Haag, red.). Ik zie veel parallellen.

'Fundamenteler: er is een hele periode lustig gerekruteerd in die wijken. Abdeslam zat, dat weten we bijna zeker, vier maanden ondergedoken in Brussel. Ik denk niet dat hij daar zolang kon zitten, zonder een netwerk dat hem ondersteunde. Dat is een minderheid, maar een die groot genoeg is om zo'n Abdeslam te helpen. Het gaat erom de voedingsbodem weg te halen waarop mensen verder radicaliseren.'

Patrouillerende agenten in Molenbeek Beeld anp

En hoe doe je dat?

'Dat heeft met economische ontplooiing te maken, maar ook met de snelweg van de propaganda. Die moeten wij ook bezetten, en niet alleen aan IS overlaten. Dat gebeurt nog te veel. Wij zetten geen counter-narrative tegenover het verhaal van IS. We zijn daar wel mee bezig, maar daar is jarenlang niets mee gedaan.'

Een hearts and minds-campagne.

'Ja, we moeten de harten van jongeren en pubers terugwinnen. De mensen die bevattelijk zijn voor de boodschap van IS. Ik doe dat niet, ik kan de Koran niet geloofwaardig uitleggen. De moslimgemeenschap moet dat doen met onze ondersteuning.'

Moeten de imams dat doen?

'De geestelijken, ja, maar ook de gewone burgers.'

Wat voor verhaal moeten zij vertellen?

'Ik zal een voorbeeld geven: ik ga al twee jaar naar de uitreiking van Diwan-awards, een prijs die wordt uitgereikt door de Belgisch-Marokkaanse gemeenschap voor mensen die het gemaakt hebben in onze samenleving. Daar gaat een enorm positieve sfeer vanuit. De boodschap is: de kansen die we kregen, hebben we gepakt. En we geven ook iets terug.

'Het probleem: die moslimwereld is erg verdeeld. Als overheid zie je dan moeilijk met wie je kunt samenwerken. Wij zijn daar nog niet uit; onze buurlanden volgens mij ook niet.'

De tekst gaat verder onder de foto.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

In een speech zei u dat u contact hebt met de moeders van Syriëstrijders. Wat vertellen ze u?

'Dat de moskeeën geen radicaliseringsmachines zijn. Integendeel: jongeren haken af, omdat het te gematigd is wat daar gepreekt wordt. Die zoeken andere moskeeën, online of in achterafzaaltjes. Daarnaast wordt de opvoeding te veel aan de moeders overgelaten. Vaders laten het afweten. Dat maakt jongeren kwetsbaar voor ronselaars.'

U zei dat er na de aanslagen van 22 maart door een 'significant deel' van de moslims gedanst is op straat. Bewijzen zijn daarvoor niet gevonden. Waarom zei u dat?

'Ik heb met mijn veiligheidsmensen gesproken, die die dag op straat waren. Die hebben mij dat gezegd. Het beeld dat ik heb willen oproepen is dat er steun is in die gemeenschap. Die is groter dan alleen het logistiek netwerk. Mijn mailbox is daarna ontploft. Leerkrachten zeiden mij: in mijn klas steunt 60, 70 procent de aanslagen. Een probleem oplossen begint bij het probleem onderkennen.'

Praat met een Belgische minister en het gesprek komt onvermijdelijk op het bestuurlijke gedrocht Brussel. De stad heeft zes politiezones en 19 burgemeesters. De 'Brusselse lasagne', noemde Jambon het in De Standaard. Hij wil ervan af. Zijn Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) voerde onder leiding van Bart De Wever campagne met de slogan 'evolutie, geen revolutie', oftewel: laat België langzaam verdampen, tot twee regio's in een losse confederatie. Brussel moet één politiezone worden, net als Londen en New York. De N-VA werd verreweg de grootste partij, maar Jambon kwam in een regering terecht met de Waalse liberalen, zodat de hervorming van de hoofdstad weer in de la moest.

Reden te meer voor internationale media om België na de aanslagen om te dopen tot een 'failed state'. Belgische media vragen zich hardop af waar het misging. Duidelijk is dat terroristen zich van wijk- of landsgrenzen niets aantrekken. Zij ogen beweeglijk, de Belgische autoriteiten statisch. Hoe lang gaan die twee nog samen? Jambon: 'Het is niet zo dat als we van Brussel een overzichtelijk geheel hadden gemaakt, de aanslagen op Zaventem en Maalbeek niet waren doorgegaan.'

Een ex-Syriëstrijder verhuisde van Vilvoorde naar Brussel, naar eigen zeggen omdat hij daar 'met rust' zou worden gelaten. Is de Belgische staatsstructuur opgewassen tegen het probleem van terrorisme?

'Rond terrorisme zijn de zaken nog redelijk goed verdeeld. De repressie zit op het federale niveau, bij mij, de preventie bij de gemeenschappen Vlaanderen en Wallonië.

'Frankrijk heeft aanslagen gekregen, twee keer; Denemarken ook; de Verenigde Staten. Maar alleen België is een failed state? Ik voel me niet aangesproken. Ik voel me aangesproken om terrorisme met andere landen aan te pakken. Met de vinger wijzen brengt een oplossing niet dichterbij. Uit alle vergelijkingen komt naar voren dat België toonaangevend is. Als je ziet hoe wij informatie uitwisselen met Europol en Interpol, staan we bij de bovenste vijf. We zijn het land dat de meeste jihadi's en terroristen (32 in totaal, red.) heeft veroordeeld.'

Beeld anp

België heeft ook de meeste uitreizigers van West-Europa.

'Per hoofd van de bevolking, ja. Maar ik zeg u dat we in absolute aantallen het grootste aantal veroordelingen hebben.

'We hebben een aanslag verijdeld in Verviers. Een aanslag die toonaangevend was geweest voor heel Europa. Wij doen ons deel van de koek. Is Frankrijk een failed state, omdat de aanslagpleger van het Joods Museum (Mehdi Nemmouche, red.) daarvandaan kwam? Dat Hollande naar ons wees, wil toch niet zeggen dat we dat klakkeloos moeten aanvaarden?'

Het maakt u boos.

'Dat maakt mij boos omdat wij ons na zoveel maanden nog altijd moeten verdedigen. Veel kritiek gaat over zaken waar al besluiten ter verbetering genomen waren. Bijvoorbeeld onze politiedatabanken, op basis waarvan jihadi's gevolgd worden. De nieuwe databanken hebben we recentelijk in gebruik kunnen nemen, omdat we na de aanslag op Charlie Hebdo al met de ontwikkeling waren begonnen.'

De vrees is dat na Parijs en Brussel Amsterdam aan de beurt is.

'Wie zal leven, zal zien. Maar inderdaad, er zullen aanslagen volgen. Wij doen er alles aan met onze diensten om dat te voorkomen; maar ik durf niet te zeggen: ga allemaal rustig slapen, er is geen enkele kans op een aanslag. De strijd is nog niet gewonnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.