Opinie

'Voor Van Walsum is kunst louter decoratie'

Wie Dumas' poetica buiten beschouwing laat, veroordeelt zichzelf tot een fantasieloze blikvernauwing, vindt Joost Zwagerman.

Great Men, een werk van Marlene Dumas, was afgelopen juni te bezichtigen in de Hermitage in Sint Petersburg. Beeld epa

Sander van Walsum voelde zich onbehaaglijk na het lezen en zien van enkele enthousiaste reacties op de tentoonstelling The Image As Burden van Marlene Dumas. Hij houdt niet van haar werk - al heel lang niet. Het is, vindt hij, 'middelmatig' geschilderd. En de kunstenaar zelf? Schrikwekkend overschat. Hij beweerde, op grond van een recensie van Hans den Hartog Jager in NRC Handelsblad, dat de mate van worsteling en getourmenteerdheid van de kunstenaar een glijmiddel lijkt te zijn voor een acceptatie en bewieroking door een publiek dat smult van het archetype van de kunstenaar als gekwelde genius.

Wie interviews met Dumas leest of wie haar, recent, zag spreken bij Nova College Tour, ontmoet een kunstenaar die zich even energiek als welgemoed - en met de nodige zelfrelativering - allerlei beelden, soms beladen, soms breekbaar, soms in nevelen gehuld van kitsch en massacultuur, toeëigent en vervolgens wrikt aan de betekenis die gewoonlijk aan die beelden wordt toegedicht. Dat kun je een worsteling noemen - maar dan wel éen van de geest, en niet van het gemoed. Van Walsum reduceerde die worsteling echter tot een karakterkwestie van Dumas. Hij zadelde haar op met een kennelijk in zijn beleving bestaand imago dat zij schijnt te bezitten. 'The image as burden' - net wat u zegt.

Uiterst relatief
Voor Dumas zijn schijnbaar vaste betekenissen uiterst relatief; veel beelden uit de massacultuur zijn eerder verklonken met ons verlángen naar een betekenis, liefst zo eenduidig en vaststaand mogelijk, opdat we het onszelf niet al te moeilijk hoeven te maken. Dumas bevraagt en onderzoekt in haar kunst die verlangens. Die onderzoekingen maken veel van haar werken gelaagd, zoals ik in DWDD beweerde - en dat was Van Walsum een doorn in het oog. In de krant accentueerde kunstrecensent Rutger Pontzen de 'dubbelzinnigheid' die Dumas aan bijvoorbeeld 'de Bin Ladens, Marilyn Monroes, Naomi Campbells van deze wereld heeft gegeven'. Dat stemt overeen met mijn bevinding een dag tevoren, en correspondeert ook met de beoordeling door Den Hartog Jager in NRC - maar Pontzen bleef bij Van Walsum opmerkelijk genoeg ongenoemd. Curieus.

Ook ergerde Van Walsum zich eraan dat Marlene Dumas vrijwel altijd foto's gebruikt als grondstof voor haar schilderijen en aquarellen, en dan vooral aan de bedóeling die Dumas daarmee heeft. Dumas' motivatie om foto's als bronmateriaal te gebruiken verwoordde zijzelf in een Amerikaanse krant kort en bondig: 'Secondhand images can create firsthand emotions.' Om die 'firsthand emotions' is het Dumas in veel van haar werk te doen - en moet je een kunstenaar niet altijd bevragen naar en beoordelen op de artistieke maatstaven die hijzelf hanteert? Van Walsum vindt van niet. Hij poneert in plaats daarvan dat je van 'een figuratief schilder mag verwachten dat die de menselijke anatomie enigszins respecteert.'

Hoezo, mag je dat verwachten? Ik verwacht dat in ieder geval niet bij het zien van werken van een kunstenaar als Francis Bacon, die schilderde in een figuratieve traditie. Had hij de menselijke anatomie gerespecteerd, dan had hij direct alle elementen uit zijn oeuvre weggefilterd die dat oeuvre nu juist zo uniek maken. Of neem de sterk vervormde mensfiguren in het oeuvre van een kunstenaar als Lucebert. Die mensfiguren zijn vreemde fabelwezens die zich onttrekken aan de gangbare menselijke anatomie.

Wat mis je dan veel!
Van Walsum ontzegt zich met dit formalistische criterium de toegang tot de oeuvres van genoemde kunstenaars. Wat mis je dan veel!
Wat Van Walsum lijkt te ontgaan is dat Dumas eerst en vooral hecht aan het schildersgebaar. Dumas heeft meer dan eens beklemtoond dat zij zichzelf verwant voelt met kunstenaars van het abstract expressionisme. Zij bewondert het 'gebaar' waarmee zij schilderden. Ze zei erover: 'Wat valt er na het abstract expressionisme nog te onderzoeken en ontdekken? Wat kun je nog bereiken met het schilderen als gesture?'

Wie zich die vragen stelt, maalt bepaald niet om het respecteren van 'de menselijke anatomie'. Van Walsum kan gruwen van die vragen en die werkmethode, en geen ziel die hem zijn weerzin wil ontzeggen - maar hij projecteert op het oeuvre van Dumas een maatstaf waaraan het helemaal niet wíl beantwoorden.

Geeuwhonger
'Zou een kunstwerk niet zonder tekst en uitleg moeten kunnen?' vraagt Van Walsum zich af. Die vraag keert zo vaak terug dat je er de geeuwhonger van zou krijgen. Niks zeggen of schrijven - het werk spreekt voor zich. Dat líjkt heel nobel, maar verarmt de kunst én de kunstbeleving. Maar het onder woorden pogen te brengen van de sensaties of de verwarring die sommige kunstwerken oproepen, is iets anders dan schoolse en slaafse exegese. De interessantste kunst, zoals ook de interessantste romans en gedichten, roept vragen op. Wat is er tegen om die vragen onder woorden te brengen? Schaadt dat van Walsums genietingen van kunst?

Natuurlijk zijn er kunstwerken die ronduit - en uitsluitend - oogstrelend virtuoos willen zijn. Toch blijft het ook dan inspirerend en uitdagend om te verwoorden wát zo'n werk nu zo virtuoos maakt. Van Walsum houdt het, onder verwijzing naar het oeuvre van Isaac Israëls, op 'knap' en 'mooi'. Veel meer dan dat kun je er niet over zeggen, stelt hij vast. De uiterste consequentie van die opvatting is dat je dan de hele studie kunstgeschiedenis wel kunt opdoeken.

Marlene Dumas Beeld epa

Dat er rond zo'n virtuoos schilderij, uit heden of verleden, een samenleving resoneert, een tijdvak met de bijbehorende esthetische, morele en intellectuele opvattingen en idealen die dit tijdvak bepaalden, laat hij buiten beschouwing. Met zo'n opvatting is ook het mystiek geïnspireerde oeuvre van Francesco de Zurbaran (1598-1664) louter 'mooi' en 'knap', en sluit je je oren en ogen ervoor dat die mystieke component in zijn werk niet altijd even gangbaar was in zijn tijd.

Precies zo wordt in onze tijd Dumas' opvatting over beelden die in onze massacultuur lijden aan een bijna tiranniek eenduidige betekenis niet door iedereen onderkend of onderschreven. Hoeft ook niet. Maar die opvatting vormt wel de aandrijfmotor van haar werk. Wie Dumas' werk uitsluitend wil beoordelen met de hatseflatswoorden 'knap' en 'mooi' (of 'overschat' en 'gemiddeld') zonder acht te slaan op de opvattingen en poetica van de kunstenaar, veroordeelt zichzelf tot een fantasieloze (blik)vernauwing als gevolg waarvan kunst inkrimpt tot louter ambacht en decoratie. Dat kan de bedoeling niet zijn.

Joost Zwagerman is schrijver en kunstbeschouwer bij de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.