Column

'Voor mijn gevoel is Jan er nog, hij zit in alle dingen'

Memoires van een biograaf

De dood was nooit ver weg bij Jan Wolkers. Geen wonder dat zijn zoon hem vroeg of een skelet ook tieten had.

Inkttekening van een rennend skelet met grote schedel. Jan Wolkers, 1942.

Vorig weekend was mijn 6-jarige dochtertje Julia mee naar Texel. Het was alweer een half jaar geleden dat ze er was geweest. Met grote ogen maakte ze een rondgang door de kamer. Eerst langs de kleurige schilderijen: het herfstige doek met bruin, groen en geel en het grote lenteachtige schilderij van twee bij twee met de kleine toetsen in roze, wit en lila. Daarna bestudeerde ze de Asmatschilden aan de wand en de maquettes van de glazen monumenten in de ronde vensterbank. Op de tekeningenkast lag een doodshoofdvlinder op een schoteltje. Het 'Sepikmannetje', het amulet uit Nieuw-Guinea, hield de wacht voor de foto die Stephan Vanfleteren heeft gemaakt van de kunstenaar in zijn laatste jaar - woeste blik en zijn witte haar wapperend in de wind. Tot slot bleef haar blik op Karina rusten. Julia vroeg ernstig: 'Waar is Jan?'

Karina schrok niet. Ze zei tegen Julia: 'Trek je jas aan en kom maar mee.'

We trokken onze jassen aan en liepen door de gang en de donkere archiefkamer waar de laatjes met jeugdtekeningen en manuscripten groeien tot aan het plafond. We gingen de tuin in. Op de hoek van het pad naar het atelier, onder de ontbladerde tulpenboom, bleven we staan. 'Kijk', zei Karina, 'hier is Jan.'

Ze wees op de aarde, waar een brok glas lag te glinsteren en een witte roos in een champagnefles de zon ving.

'Wat is er dan met hem gebeurd?', vroeg Julia met een frons tussen haar wenkbrauwen.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

'Toen Jan dood was, is zijn lichaam verbrand. De as die na het vuur achterbleef, is in een pot gestopt. Een paar maanden na zijn dood heb ik zijn as in één van zijn tot op de draad versleten T-shirts gevouwen en hier, in aanwezigheid van al zijn vier zonen, in de aarde neergelaten. Jan wilde dat graag, omdat ook de as van zijn poezen hier begraven is. Voske is uitgestrooid tussen de wortels van de tulpenboom.'

Karina wees haar op nog twee brokken glas met witte rozen erbij. 'Daar ligt Vincent, de rooie poes. En daar Knorretje.'

Julia was even stil. 'Mis je hem?'

Toen was Karina even stil. 'Nee', zei ze. 'Weet je waarom? Voor mijn gevoel is Jan er nog. Hij zit in alle dingen.'

Ik vroeg aan Karina of ze het niet erg vond zulke directe vragen te krijgen. 'Welnee', zei ze. 'Toen Bob en Tom zo klein waren als Julia, ging het hier ook altijd over de dood. Dat kan natuurlijk ook niet anders, met zo'n vader. Ik las gisteren in een dagboekje, waarin ik uitspraken van de jongens heb genoteerd...'

Karina grinnikte.

'Toen Tom 6 was, vroeg hij aan Jan: 'Heeft een skelet ook tieten?'

'Nee', zei Jan, 'anders was er helemaal geen houden aan.''

Het hoeft geen verrassing te zijn welke vraag Julia op de veerboot terug, gierend van de lach, keer op keer uitbrulde over het zwarte water van het Marsdiep, waar de golven rondborstig deinden met schedelwitte schuimkoppen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.