‘Voetbal is het balletje laten lopen’

De eeuwige topscorer van het Nederlands elftal is altijd hetzelfde gebleven, zegt hij zelf.

Patrick: ‘Ik schrok me rot.’

Rossana: ‘We leken de familie Flodder wel. Dan stond Patrick ’s nachts op om ze een flesje te geven. En als er ééntje wegging, waren we overstuur.’

De trainer van Lille zei ’s ochtends niet: hé Kluivert, wat zie jij er moe uit vandaag! Lachend: ‘Kun je nagaan hoe fit ik ben.’

Kluivert ontvangt thuis in Bondues, een rustig plaatsje buiten Lille, de stad van weer een club waarvoor hij zijn laatste wedstrijd speelde.

Hij wijst naar buiten, waar de tuinman rondjes draait op de grasmaaier. ‘Ik ben hartstikke gelukkig. Huisje, boompje, beestje hebben we hier.’ Hij belde bij de buren aan om te melden dat het tijdelijk lawaaiig kon zijn in huize Kluivert, vanwege die honden.

Rossana: ‘Er wordt veel gespeculeerd over de persoon Patrick Kluivert. Ze hebben iemand voor ogen, maar ze weten niet wie hij is.’

Wie is hij dan, de topschutter aller tijden van Oranje, wiens loopbaancurve al een paar jaar te sterk daalt voor iemand van bijna 32.

Rossana: ‘Hij houdt van bellen met vrienden en van een barbecue in de tuin. Hij helpt mijn dochter Demi met haar huiswerk. Hij is de allerliefste man van de wereld. Ik heb hier bijvoorbeeld nog nooit gekookt. Patrick kookt twee keer per dag. Dan gaat hij weer iets doen met avocado of maakt hij krabsalade. Hij googlet en begint.’

De man des huizes beseft dat ontkennen geen zin meer heeft: ‘Ja, ik ben van de keuken. Dat had je niet gedacht hè? Dat heb ik van mijn moeder.’

Het talent voor voetbal erfde hij van zijn vader. Zijn ogen glimmen. ‘Hij was vroeger een ster in Suriname, bij Robin Hood. Soms zie ik oudere Surinamers in Amsterdam. Ze zeggen dan: hé, jij bent de zoon van Bossa. Zo noemden ze mijn vader. Hij was linksbuiten. In hun tijd was Bossa een legende. Twee jaar geleden zag je dat nog op het veld bij Real Sranang in Amsterdam, aan zijn passeerbeweging en aan zijn vrije trappen. De vrije trap van mijn vader was levensgevaarlijk. Goede snelheid, richting kruising.’

Kluivert zelf kon ook aardig voetballen.

De fotograaf heeft cadeautjes meegenomen. Twee foto’s. Eentje waarop Kluivert de Europa Cup torst, gek van vreugde. ‘In 1995 is in één keer alles veranderd.’

Weet hij wanneer de andere foto is gemaakt? Litmanen bespringt de rug van Kluivert, die in extase is. Mond wijd open. Hij denkt even na.

‘Ja, dat was na de 3-0 tegen Feyenoord.’ Hij gaat staan en doet voor hoe hij Koeman uitkapte met rechts, en met links uithaalde. Hij imiteert het geluid van een droge, onhoudbare knal: baf.

Patrick Kluivert is een stoere spits met tatoeages. In de keuken, terwijl hij een broodje zalm smeert voor zijn gasten, vertelt hij dat hij in Newcastle de tekst Be real op zijn arm liet zetten. Wees echt. Speel geen rol.

Kluivert kreeg niet eens de kans een rol te spelen. Als jongen van 18 werd hij de wijde wereld ingeslingerd, na dat doelpunt in Wenen dat Ajax de Champions League bezorgde. En een paar maanden later raakte zijn imago van kindster voor eeuwig bezoedeld toen hij een auto-ongeluk veroorzaakte waarbij een dode viel.

‘Mijn kracht is dat ik altijd hetzelfde ben gebleven.’

Kluivert praat in staccato-zinnen. Vrolijk. Zijn vrouw vult hem aan met een spervuur van woorden. Drie kinderen uit een vorig huwelijk van Kluivert wonen in Nederland. Een van hen kan écht goed voetballen, zegt hij. ‘Justin is bijna mijn evenbeeld. Dat wordt er eentje hoor.’ Jammer dat hij hem zo weinig aan het werk kan zien bij Ajax.

Rossana heeft een zoon en een dochter uit een eerdere relatie. Shane Patrick, het kind van hen samen, is inmiddels wakker. Een bolle, lachende toet, de ogen van zijn vader.

‘Ik voel me ontspannen, rustig. Lekker. Zoals het hoort te zijn.’

Als hij het schild van stoerheid laat zakken, verschijnt een melancholische man die anekdotes verpakt in zinnetjes. Over een reis met zijn vader naar Suriname bijvoorbeeld, in 2001.

‘Het was niet normaal, toen de vliegtuigtrap openging. Een warme vlaag van geuren die je herkent, maar lang niet hebt geroken, trok over me heen. Onbeschrijflijk.’

Als hij zijn moeder bezoekt in Amsterdam-Noord, ziet hij in gedachten Kluivert-de-jongen, voetballertje bij Schellingwoude. ‘Dat waren tijden. Mijn moeder woont precies achter de club. Alles is verbouwd. Dan denk ik: Tsjezus, dit was toch een park? Dat zijn nu allemaal huizen.’

Af en toe mengt Rossana zich in het gesprek. Aan de andere kant van de tafel doet zij haar werk. Ze is stiliste. ‘Patrick móest me laten zien waar hij gevoetbald had bij Ajax, aan de Middenweg. We gingen op de scooter. Waar vroeger het stadion was, ligt nu een woonwijk. We belden ergens aan.’

Patrick: ‘De middenstip bleek in een trapportaal te liggen. Dat doet nog steeds pijn. Als ik een bord zie met Watergraafsmeer, zie ik De Meer. Daar heb je eigenlijk de zaadjes geplant.’

Rossana: ‘Toevallig was de architect daar. Dus wij zochten naar de middenstip en die architect zei: kom maar mee.’

Patrick: ‘Ik vond het indrukwekkend, daar in dat trapportaal.’

Kluivert noemt zichzelf een gevoelsmens. Hij voetbalde slechts twee jaar in De Meer. Het waren de topjaren van Ajax, van 1994 tot 1996.

‘We zaten altijd bij fysiotherapeut Pim van Dord in zijn kamertje. Dan zagen we door de luxaflex de bus met de tegenstander aankomen en zeiden dan tegen elkaar: hoeveel zal het vandaag worden? 2-0, 3-0, 5-0. Dat was hilarisch. We hadden zo veel vertrouwen, alles ging van een leien dakje.’

Kluivert was een sociale spits. Hij combineerde en legde ballen af. Zijn techniek was fabelachtig. Hij was geen topschutter als Huntelaar, met 30 doelpunten of meer. Hij reikte zelfs nooit tot 20 in één competitie. ‘Ik houd van mooi voetbal. Elke keer blind naar die goal vind ik niets. Een assist geven is net zo mooi als een goal maken.’

Rossana: ‘Ik heb geen verstand van voetbal, maar elke keer geeft hij een hakkie, zodat een ander de aanval kan afmaken. Dan zeg ik: jij moet scoren, maar dan zegt hij weer: daar gaat het helemaal niet om.’

Patrick: ‘Het gaat om voetbal. Voetbal is het balletje laten lopen. Voor eigen succes gaan, is niet bevorderlijk voor het spel.’

Hij houdt van Didier Drogba. Een beetje hetzelfde type als hij. ‘Als je die doelpunten van hem ziet: echt spitsengoals. Hij komt naar de eerste paal: goal. Hij is niet egoïstisch en hij beslist wedstrijden.’

Wat zou hij dat nog graag willen, elke week. Bij Lille speelde hij weinig en scoorde hij vier maal in de competitie. Hij voelt zich fit, voor zover hij zich fit kan voelen met één knie waarin het kraakbeen is aangetast.

‘Ik voel dat ik meer kan. Als je de kans dan niet krijgt, begint dat aan je te vreten.’ Het was bij Lille hetzelfde liedje als vorig seizoen bij PSV.

Rossana: ‘Dat vind ik zo knap van hem. Hij houdt alles in zich.’ Eén keer ontplofte hij vorig jaar, toen niet híj, maar Zeefuik inviel tegen Utrecht, en PSV bijna de titel verspeelde.

Tijdens het vorige EK, in Portugal, speelde hij geen minuut. ‘Op dat moment vond ik het niet nodig om heisa te maken. Je bent met zijn allen op een toernooi. Als je nu heisa maakt en je hebt dan kans om te spelen. . . alla, maar de keuze was niet op mij gevallen.’

Van Gaal noemde hem eens de in potentie beste spits van de wereld. Hoe kan het dan dat hij langzaam in het niets verdwijnt, terwijl de op dezelfde dag geboren Van Nistelrooij gloriëert bij Real Madrid?

‘Dat heeft te maken met kwaliteit en vertrouwen. Als ik word gewaardeerd om mijn kwaliteiten, kan ik nog wat laten zien. Mijn knieën zijn niet meer die van een 18-jarige jongen, maar dat wil niet zeggen dat ik afgeschreven ben. Ik loop voorzichtiger. Vroeger was mijn startsnelheid groter. Dat weet ik ook wel. Dan moet je andere oplossingen zoeken.’

Hij beeldt met de handen uit hoe in de linkerknie het bot bijna over het andere bot schuurt. Au.

Rossana: ‘Ik zie je geregeld hakjes doen, maar dan loopt er niemand mee.’

Patrick: ‘Dat begrijpen ze niet.’

Rossana: ‘Je hebt een goede visie.’

Patrick: ‘Ik kwam hier pas na de achtste wedstrijd.’

Trainer Claude Puel koos na de winterstop voor drie verdedigende middenvelders, twee spelers op de flanken en één spits. ‘Dat heb je maar te respecteren. Hij liet me een kwartier of twintig minuten invallen.’ Of helemaal niet.

‘Hij houdt van een type-Kuijt. Ik ben een technische voetballer met inzicht. Als je niet hoeft te lopen, moet je niet lopen.’

Nog één keer dan: de een speelt bij Real, de ander, in aanleg talentvoller, bij Lille.

‘Wat de oorzaak is, ik zou het niet weten. Ik wil het laten zien, maar als ik de kans niet krijg. . . Misschien had ik vaker mijn stem moeten verheffen, maar ik ga niet smeken om te mogen voetballen.’

Rossana: ‘Het zal ook mentaal zijn. Als hij een keer praatjes heeft, zoals bij Koeman, krijgt hij in de Nederlandse pers meteen commentaar.’

Hij heeft zwaar geleefd. Hij was een tijdlang een nachtbraker. Zou het dat zijn? Zijn imago ging met hem op de loop. En Kluivert verweerde zich nooit.

Rossana: ‘Hij wordt constant aangevallen. Doe dan iets. Toen ik zei dat ik met Patrick Kluivert ging, reageerden mensen: ehhh, wat! Maar hij is de liefste van allemaal, als hij maar een thuisbasis heeft. Anders raakt hij verloren. Soms wordt hij aangevallen, door Hugo Borst of zo, en doet hij niks.’

Patrick: ‘Wat moet ik zeggen tegen Hugo Borst?’

Rossana: ‘Hij ging daar zitten, in dat programma Holland Sport. Ik kende hem nog niet zo goed. Nu had ik hem daar nooit naartoe laten gaan. Hij zat daar volledig open, om over zijn biografie te praten.’

Presentator Wilfried de Jong vermorzelde Kluivert. De Jong was bevriend met de in 1995 verongelukte schouwburgdirecteur en wreef Kluivert eindeloos in dat hij de nabestaanden verwaarloosde.

Rossana: ‘Hij liet dat allemaal over zich heenkomen en zei later tegen mij: zie je, daarom geef ik nooit interviews.’

Patrick: ‘Normaal gesproken is Holland Sport geen slecht programma.’

Als hij na de fotosessie terug is in de kamer zegt hij: ‘Ik houd van de tuin. Hij is weer in orde.’

Rossana: ‘We hebben een hondenstichting op Curaçao.’

Patrick: ‘Wij zetten ons in voor verwaarloosde honden. Ook voor hun sterilisatie, want dat is echt een probleem. Als honden niet worden gesteriliseerd, gaan ze maar door.’

Hij heeft zich opgegeven voor de versnelde trainerscursus. Dat was een verrassing.

‘Je kunt dat diploma maar hebben, weet je. Ik heb genoeg inzicht om het spelletje goed te lezen. Natuurlijk is het een andere invalshoek, maar ik denk dat ik het best zou kunnen. En ik hoef niet meteen ergens hoofdtrainer te zijn.’

Kluivert in een gewatteerde jas, wie ziet het voor zich?

‘Je moet het voetballen niet moeilijker maken dan het is. Dat is helemaal niet nodig. Houd het lekker simpel, doe wat je moet doen. Als iedereen vijf meter rent, is het beter dan dat één iemand 30 meter rent. En winnen is het belangrijkste.’

Vorig seizoen had hij naar Ajax gewild, als stand-in voor Huntelaar. ‘Ik had het 28 keer beter kunnen doen dan Urzaiz, zelfs met mijn knieën. Ik begrijp echt niet dat ze zo’n speler halen. Maar ik ga niet op handen en voeten smeken of ik daar alsjeblieft mag spelen. Ik heb meegetraind bij het tweede elftal. Toen kwam er interesse uit het buitenland. Dan blijf ik niet wachten.’

Hoe het ook zij: ‘Ik ben hartstikke trots op mijn loopbaan tot nu toe. Ik ben bij de clubs geweest waarheen ik wilde gaan. Vierde op de topschutterslijst aller tijden bij Barcelona, ik geloof met 121 doelpunten, of 118, in zes jaar. Ja, één keer kampioen maar, dat is waar. Daar heb ik de top van mijn loopbaan beleefd.’

Toen het wat minder ging, schreef de pers dat hij alleen in het nachtleven was te bezichtigen. Hij had ook een zaak, Carpe Diem. ‘Dan gaan ze zoeken. Omdat ik een tent had, was het makkelijk naar mij te wijzen.’

Rossana: ‘Hij kent geen marketing en geen imagobeheersing. Hij is puur zichzelf.’

Altijd dat imago.

Rosanna: ‘Bergkamp en Kluivert worden trainer. Bergkamp is dan de belichaming van. . . en Kluivert, zie je die al met een trainingsjackie aan? Maar dit is de man die ’s avonds spelers belt om ze tips te geven. Met Afellay vorig jaar: hele gesprekken. Zo en zo moet je het doen. Dankjewel Patrick, zei Ibrahim dan. Hij vindt het leuk om jonge mensen te vertellen hoe het moet.’

Kluivert: ‘Er is gelijk een vooroordeel. Bij Lille vertelde ik die jonge spitsen hoe ze vrij moesten lopen, welke aan- en afspeelmogelijkheden ze hadden.’

De eeuwige vraag blijft of het niet allemaal te snel is gegaan met hem. Te vroeg naar AC Milan? ‘Ik wilde graag naar het buitenland, naar Milaan.’ Het was ook een vlucht, na het ongeval.

Tijdens het EK in Engeland (1996) maakte hij als invaller een belangrijke treffer (4-1-nederlaag), terwijl hij net was geopereerd. ‘Ik maakte zelf de keuze om in te vallen. Het was een belangrijke goal. Anders hadden we al naar huis gemoeten. Ik wilde spelen en dan doe je dat gewoon. Dan ben je niet met die knie bezig.

‘Achteraf gezien had ik het misschien anders moeten doen, maar ja: wat is achteraf?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.