'Verplicht rapportage over sociaal en milieubeleid'

De overheid moet bedrijven harder aansporen tot duurzaam ondernemen. Het SER-advies 'De winst van waarden' is te mager, vinden critici....

'NGO's moeten minder naar de overheid kijken en meer vertrouwen op hun eigen kracht om bedrijven bij de les te houden', meent SER-voorzitter H. Wijffels. Nee, stellen niet-gouvernementele organisaties als Amnesty International en de India Werkgroep: de overheid moet duurzaam ondernemen meer stimuleren. Partijen zwartepieten over wie het voortouw moet nemen. Wie moet erop toezien dat bedrijven niet alleen aan profit, maar ook aan people en planet denken?

In december bracht de Sociaal Economische Raad - waarin de vakbeweging, werkgevers en onafhankelijke kroonleden zitting hebben - een advies uit over duurzaam ondernemen. Steeds meer bedrijven, financiële instellingen, beleggers en consumenten vinden het belangrijk dat ondernemingen meer doen dan alleen winst maken, stelt de SER vast.

De rol van de overheid is veranderd: zij neemt niet langer uitsluitend een bovengeschikte positie in en het is daarom ook niet aan haar om hier dwingende regels te stellen. Maatschappelijke organisaties en consumenten zijn machtiger geworden en spelen dus een grotere rol.

Om die 'toezichthoudende' rol te kunnen vervullen, moeten zij inzicht krijgen in wat ondernemingen doen en laten op milieu- en sociaal gebied. Nu hoeven bedrijven hierover niet te rapporteren. De vraag is of verplichting er moet komen. Vooruitlopend op het standpunt van de regering gaan politici, NGO's en opstellers van het SER-advies donderdag in debat tijdens het lustrumcongres van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling.

Wijffels denkt dat bedrijven uit eigenbelang veel meer werk maken van duurzaamheidsbeleid dan vanwege dwingende regels. 'Het reputatiemechanisme is de drijvende kracht. Het is niet iets dat je afdwingt. Het komt ook niet voort uit hun ethisch bewustzijn. De reputatie is zó belangrijk dat ondernemingen zich netjes gedragen.'

Zo niet, dan komen private partijen in verzet - in eerste instantie NGO's en consumenten. Dat wordt breed uitgemeten in de media, waarna financiële instellingen en werknemers hun vertrouwen in het bedrijf verliezen. Wijffels: 'Dat is een stevig mechanisme dat tanden heeft en waar bedrijven gevoelig voor zijn.'

Maar zestien NGO's twijfelen hieraan. Tot nu toe zijn de meeste grote Nederlandse bedrijven erg traag met verslaglegging van hun inspanningen op sociaal en milieugebied, zeker als het gaat om buitenlandse activiteiten.

In een manifest dat deze zestien NGO's dinsdag aanboden aan staatssecretaris Ybema van Economische Zaken, kennen zij de overheid een belangrijke rol toe. Niet alleen is de overheid als marktpartij een 'voorbeeldconsument', haar komt ook een belangrijke rol toe als wet- en regelgever: 'Geef burgers het recht op informatie door bedrijven te verplichten tot openbare periodieke sociale en milieu-rapportage over hun activiteiten in het buitenland.'

De binnenlandse activiteiten zijn tenslotte al gebonden aan de strenge Nederlandse wetten. In verre landen gelden veelal minder strenge regels. 'De internationale problematiek is belangrijker', stelt G. Crijns van Amnesty International. 'Hier in Nederland komt het wel goed, maar in India en Bangladesh hebben ze geen poldermodel waardoor ze met elkaar om de tafel zitten om te praten over arbeidsomstandigheden.'

Crijns heeft kritiek op de rol die de SER aan consumenten en NGO's toebedeelt. 'De SER gaat uit van marktwerking, dat de consument alleen nog goede producten koopt, maar de consument weet niet wat goed is omdat er geen verplichting is om te rapporteren over wat ze doen in het buitenland.'

Duurzame missie: tapijt van maïszetmeel

'Wij maken garens uit olie, nylon genaamd. Daarmee willen we stoppen. We ontwikkelen alternatieven zodat er over tien jaar geen olie meer uit de grond hoeft voor onze producten', zegt marketingman R. de Jong van Interface. 'Onze missie is een duurzaam bedrijf te worden.'

Terwijl de SER schreef aan De winst van waarden, de regering een standpunt forumuleert en NGO's kritiek leveren, zijn sommige bedrijven al bezig met daden in plaats van woorden. Interface maakt vloerbedekking, in Nederland bekend van Heuga tapijttegels. Drijvende kracht achter de duurzame missie is de Amerikaanse directeur-oprichter Ray Anderson.

Interface wil de nylon garens in zijn producten vervangen door duurzame grondstoffen zoals maïszetmeel. Daarmee omzeilt het niet alleen de fossiele grondstoffen, de tapijttegels worden ook natuurlijk afbreekbaar. Maar het is moeilijk met tegels die deels gemaakt zijn van maïszetmeel te voldoen aan de internationale kwaliteitsnormen. Die eisen een garantie van tien jaar, terwijl de meeste tapijten na zeven jaar worden vervangen. Onderdeel van de duurzame doelen van Interface is lobbyen voor minder strenge kwaliteitsregels.

De Jong: 'Vroeger leek het of het tussen ''duurzame ontwikkeling'' en sales & marketing niet klikte. Wij zien het als belangrijke taken onze klanten te vertellen dat we een andere kant op moeten. We willen de consument zover krijgen dat hij het ook belangrijk vindt, ook al is het iets duurder.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.