'Van der Laan was onzorgvuldig bij procedure Holocaustmonument'

Buurt verzet zich tegen herdenkingswand

De gemeente Amsterdam is onzorgvuldig en gehaast te werk gegaan bij het toewijzen van een plek voor een enorm monument met de namen van 102 Nederlandse slachtoffers van de Holocaust. Dat zeggen twee hoogleraren bestuursrecht. 

vk Foto vk

De hoogleraren doen deze uitspraak naar aanleiding van het uitgebreide bezwaarschrift dat omwonenden van het ‘Weesperplantsoen’ hebben ingediend tegen het door sterarchitect Daniel Libeskind ontworpen monument. 

De omwonenden tonen aan dat wijlen burgemeester Eberhard van der Laan bij dit besluit niet de ‘zorgvuldige procedure’ volgde die hij zelf met de gemeenteraad had afgesproken. Van enige inspraak voor omwonenden was geen sprake.

‘Zo’n kolossaal en ingrijpend monument dat de Holocaust herdenkt, heeft enorme impact op een buurt. Juist dan moet je ruimte bieden voor inspraak’, zegt Jon Schilder, hoogleraar bestuursrecht aan de Vrije Universiteit. ‘Uit de stukken blijkt dat dat ook Van der Laans bedoeling was, maar ergens heeft de haast het toch gewonnen.’ Schilders Groningse collega Bert Marseille vindt daarnaast van belang dat het daarna door Libeskind onthulde ontwerp op tal van plekken afwijkt van de voorwaarden die de gemeenteraad had gesteld. ‘Daardoor kan de advocaat van de omwonenden aannemelijk maken dat een zorgvuldige procedure tot een ander besluit had kunnen leiden.’

Slepende kwestie

De bouw van een monument waarop alle 102 duizend namen van Nederlandse slachtoffers van de Holocaust worden herdacht, is de afgelopen jaren een slepende kwestie geworden. Het initiatief voor de herdenkingswand komt van het Nederlands Auschwitz-comité en kreeg de volledige steun van Eberhard van der Laan. Die zelfs lid werd van het comité van aanbeveling. Maar in de Plantagebuurt en de oude Amsterdamse Jodenbuurt is weinig ruimte. De eerste locatie waarvoor Libeskind een ontwerp maakt, het Wertheimparkje, wordt na hevig protest van omwonenden afgewezen.

De zoektocht naar een alternatieve locatie, waarbij zeker zestien plekken met behulp van een ‘matrix’ en ‘wegingsfactoren’ werden beoordeeld, eindigde dus bij een klein plantsoentje aan de Weesperstraat. Libeskind maakte voor het park een ontwerp waarin 102 duizend steentjes met namen van slachtoffers op elkaar zijn gemetseld tot muren van 2,30 meter hoogte. De muren dragen metalen constructies die samen het Hebreeuwse woord voor ‘herinneren aan’ vormen. Waarvoor 25 bomen moeten wijken.

De omwonenden van dat parkje voelen duidelijk het nodige ongemak bij het feit dat zij bezwaar maken tegen het initiatief van het Auschwitz-comité. Zij beginnen dan ook met de expliciete verklaring dat zij het herdenken van de Holocaust zeer belangrijk vinden, en dat zij zich zeer betrokken voelen bij de geschiedenis van hun buurt en de herdenkingen die daar bij horen. ‘En zo willen wij ons ook betrokken voelen bij een groot, zelfs nationaal, namenmonument.’ Het bezwaar van de bewoners richt zich ook niet tegen het idee voor zo’n monument: ‘Wij zijn specifiek tegen dit ontwerp op deze plek.’

Onveilig doolhof

Problematisch is volgens de bezwaarmakers dat het ontwerp van Libeskind op sommige plekken zeven meter hoog is en het zicht op de achterliggende Hoftuin en Hermitage ontneemt. Het doolhof van muren zou snel verloederen en onveilig zijn. Bovenal is het plantsoentje simpelweg te klein, waardoor er ook erg weinig ruimte zou zijn om herdenkingen te organiseren. De buurt wil het plantsoentje met de bomen en het zicht op de Hoftuin behouden.

Juridisch zijn de bezwaren tegen het monument zelf gewichtiger dan die tegen de locatie, stellen hoogleraren Schilder en Marseille. ‘Het aanwijzen van een plek is een discretionaire bevoegdheid van de gemeente waar een rechter niet zozeer een streep door zal zetten.’ De kwestie blijft bovenal een politieke, stelt Jon Schilder. ‘Als de bezwaarcommissie ook oordeelt dat de belangen van omwonenden ondergesneeuwd zijn en aan het stadsbestuur adviseert er nog eens goed naar te kijken, is het vervolgens aan de nieuwe gemeenteraad om te beslissen of ze dat ook doen.’ 

Het stadsdeel Centrum, waar het bezwaarschrift is ingediend, wil lopende de procedure niet inhoudelijk reageren.