'Undercover-jihadist': deradicalisering afdwingen werkt niet

Mubin Shaikh was een van hen. Geradicaliseerd moslim, reisde naar Pakistan en Syrië. Tot de omslag kwam en hij voor de Canadese geheime dienst ging werken. Zijn boodschap: deradicalisering afdwingen, werkt niet.

Mubin Shaikh Foto getty

Met het deradicaliseren van moslim-extremisten heeft Nederland nog weinig ervaring. 'Het is een beetje trial and error.' Aan het woord is Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Dick Schoof, eind augustus in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur.

De Canadese ex-extremist Mubin Shaikh (42), co-auteur van het boek Undercover Jihadi, vindt dat een 'nogal beangstigende, maar heel rake constatering'. Shaikh wijst op het afbrokkelende kalifaat en de mogelijke terugkeer van groepen Syriëgangers naar Europa en ook naar Nederland. 'Degenen die nu nog terugkomen naar het Westen zijn ideologisch zwaar getraind door IS. Eigenlijk is het te laat om hen nog te deradicaliseren. Ze hebben de misdaden van IS gezien en zijn gebleven. Grote kans dat ze eraan mee hebben gedaan. Deradicalisering afdwingen, werkt niet. Alleen bij degenen die zich vrijwillig melden, kunnen mogelijk successen worden behaald. En altijd geldt: hoe toets je hun ware intentie? Ik zie veel naïviteit in Europa.'

Shaikh geeft het voorbeeld van de Ghanees-Duitse Syriëganger Harry Sarfo, die in juli 2015 terugkeerde naar Duitsland. Sarfo beweerde zwaar teleurgesteld te zijn in IS vanwege het excessief gebruik van geweld. Hij zou nooit aan moordpartijen hebben meegedaan. Wel zou hij belangrijke informatie hebben verschaft over IS. Vanwege zijn coöperatieve houding kreeg hij strafvermindering. Als spijtoptant mocht hij vanuit de gevangenis zelfs interviews geven. Daarin zei hij onder andere dat hij wilde gaan werken met jonge mannen en vrouwen die dreigen te radicaliseren. Sarfo werd omschreven als een modelgevangene.

Tot een video opdook waarin hij actief lijkt deel te nemen aan de executie van zes IS-gevangenen in de Syrische stad Palmyra. Hij wordt nu vervolgd wegens betrokkenheid bij een zesvoudige moord. Shaikh: 'Wat moet je geloven van zo'n persoon? Is hij echt een spijtoptant?'

Ondanks de valkuilen is deradicalisering een cruciaal element in de Nederlandse terrorisme-aanpak. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk en Groot-Brittannië probeert Nederland niet gericht de eigen jihadi's op het slagveld in Syrië en Irak uit te schakelen. Nederlanders die nu nog in IS-strijdgebied verkeren, worden bij terugkeer in Nederland gearresteerd en vervolgd voor deelname aan een terroristische organisatie. Hoelang ze in de gevangenis verdwijnen, hangt ervan af of eventuele misdaden die ze hebben begaan in het kalifaat (onthoofdingen, verkrachting, verkoop van seksslavinnen) bewezen kunnen worden. In de gevangenis kunnen ze een deradicaliseringstraject volgen. Wie daaraan niet wil meewerken, wordt als hij eenmaal op vrije voeten is 'gemonitord in een lokaal casusoverleg', aldus Schoof. Daar schuiven het OM, de politie, de reclassering en de inlichtingendiensten bij aan om te beoordelen of de jihadist nog gevaarlijk is. Van de ongeveer 280 Nederlandse Syriëgangers zijn er zo'n 50 teruggekeerd naar Nederland.

'Staat mooi op papier', zegt Shaikh, die vreest dat Nederland te weinig deradicaliseringsexpertise in huis heeft om de jihadisten echt te kunnen doorgronden. 'IS-strijders kunnen met een opdracht terugkeren naar het Westen. Ze gaan de gevangenis in, werken gewillig mee aan deradicaliseringsprogramma's, weten precies welke antwoorden ze moeten geven en hoe ze zich moeten gedragen. Ze weten ook dat ze de eerste jaren in de gaten worden gehouden door de diensten. Maar ze hebben geduld. Ze slaan toe als de aandacht voor hen is verslapt. En dat zal gebeuren. Dat is de logica van het getal. Geen westerse dienst heeft de capaciteit alle terug-reizigers en gefrustreerde uitreizigers in het vizier te houden.'

Daarmee wil Shaikh niet zeggen dat deradicaliseringsprogramma's maar moeten worden geschrapt. 'Met grote urgentie moet worden gewerkt aan professionalisering. Niet ieder westers land moet zelf het wiel gaan uitvinden. Laat de experts de handen ineen slaan.'

Van der Laan: 'Amsterdam heeft grote steken laten vallen in het deradicaliseringsbeleid'
Burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam erkent dat de hoofdstad grote steken heeft laten vallen in het deradicaliseringsbeleid. In een brief aan de gemeenteraad neemt Van der Laan een voorschot op het spoeddebat over de zaak dat morgen plaatsvindt.

Hoe Bilal L. radicaal bleef
Deradicalisering is een cruciaal element in de Nederlandse terrorisme-aanpak. De Canadese ex-extremist Mubin Shaikh waarschuwt nu: Nederland is naïef. De manier waarop Amsterdam met Bilal L., voormalig lid van de Hofstadgroep, is omgegaan, tekent de onkunde.

Contraterrorisme

Waar grote behoefte aan is, zegt Shaikh, zijn figuren zoals hij. Ex-extremisten die het hele traject van radicalisering en deradicalisering hebben doorlopen en al geruime tijd ervaring hebben met contraterrorisme. 'Academici, of het nu op het terrein van terrorisme of de psychologie is, kijken van buitenaf tegen de materie aan. Een forensisch interviewer let ook heus wel op of hij niet wordt misleid. Maar ik kijk anders.'

Shaikh, die Indiase roots heeft, is geboren in Toronto. Hij volgde openbaar onderwijs en bezocht tegelijkertijd een koranschool. Continu moest hij navigeren tussen 'liberale westerse en conservatieve, soms fundamentalistische islamitische waarden'. Hij had het gevoel wel in het Westen te leven, maar niet echt deel uit te maken van de maatschappij. Een van de fundamentalistische interpretaties van de Koran die hij meekreeg, was de opdracht niet bevriend te raken met Joden en christenen.

In zijn jeugd was hij niet diepgelovig. Hij was vaak aan het feesten. Kreeg van zijn vader en zijn islamitisch geschoolde neven constant te horen dat hij een slechte moslim was. Hij raakte in een heftige identiteitscrisis, reisde op 19-jarige leeftijd naar Pakistan, waar hij per toeval terecht kwam in Quetta, een broeinest van de Taliban. Daar radicaliseerde hij.

Met een antiwesterse mindset keerde hij eind 1995 terug naar Canada, waar hij zich aansloot bij een salafistisch-jihadistische groepering en jongeren ronselde voor de jihad. Allahu Akbar (God is groot), riep hij toen op 11 september 2001 twee vliegtuigen het World Trade Center in vlogen. In die periode hadden traditioneel geklede moslims het soms zwaar te verduren. Shaikh ook. Het eerste zaadje van twijfel ontkiemde in hem toen ongelovigen zich zorgen over hem maakten. Zijn familie en vrienden begonnen ook op hem in te praten: 'Is dit nu waar jouw geloof voor staat?'

Shaikh zegt dat deradicalisering een langzaam proces is. 'Je bent niet meteen bereid je oude ideeën af te werpen. Ik ben in 2002 naar Syrië gegaan, ik wilde naar het heilige land. Naar de plek waar volgens een oude islamitische voorspelling de eindstrijd tegen het Westen zich zal voltrekken. Sommige westerse Syriëgangers zijn ook om die reden naar dat gebied getrokken.'

Shaikh is twee jaar in Syrië gebleven, studeerde Arabisch en had het geluk, zegt hij, les te hebben gekregen van een soefi-sjeik. Die weerlegde zijn extremistische interpretatie van koranverzen. Na enige tijd kwam hij in contact met de Canadian Security Intelligence Service (CSIS), waarvoor hij twee jaar lang undercover klussen klaarde. In 2006 infiltreerde hij in een door Al Qaida geïnspireerde terroristisch cel in Toronto, die aanslagen voorbereidde in Ontario. De cel werd ontmanteld.

Begeleidt u zelf ex-Syriëgangers?

'Ja. Bijvoorbeeld een Canadese jongen van 18 die vijf maanden in Syrië is geweest. Ik spreek elke week met hem. Heb contact met de geheime dienst, met zijn school, zijn familie. Hij heeft nachtmerries. Wil daar niet over praten, niet vertellen wat hij daar heeft meegemaakt. Ik dwing hem daartoe. Iedere keer weer. Hij moet daar doorheen en heeft daar begeleiding bij nodig. Dat kan je niet alleen. Hij voelt zich schuldig, omdat hij levend is weggekomen. Ik weet wat dat is. Drie vrienden van mij zijn gaan vechten in Tsjetsjenië. Alle drie zijn gedood.'

Hoe weet u of ze u niet om de tuin leiden?

'Door de persoon goed te observeren. Ik kijk naar de lichaamstaal. Hoe snel de antwoorden komen en hoe perfect ze passen in het verwachte plaatje. Ik ben geen academicus. Ik kan ze ook keihard aanpakken. Kijk uit jongen, bedonder me niet, want ik kom er gegarandeerd achter. Ik kan intimiderend zijn. Ik kickboks, ken de Koran, spreek Arabisch. Ik kan ongelooflijk boos worden, vooral om te kijken hoe ze daar op reageren.'

U krijgt vast het verwijt te werken voor de kufar (ongelovigen). Hoe gaat u daar mee om?

'Bla, bla bla, zeg ik dan. Ik ben moslim en als moslim kan je heel goed in een westers land leven. Ik loop ook aan tegen wantrouwen van de andere kant. Ik ben getrouwd met een Poolse, een bekeerlinge. Die draagt een hoofddoek. Ze zal wel extreem zijn, wordt gedacht. Haar man is een overheidsagent. Is die wel te vertrouwen?'

Zijn staat van dienst spreekt inmiddels voor zich, zegt Shaikh. Het probleem is dat in het Westen maar weinig islamitische ex-extremisten zijn. Er is meer ervaring met het deradicaliseren van rechts-extremisten. Zo kan de neiging ontstaan islamitische ex-extremisten te snel bij deradicalisering te betrekken. De casus-Bilal L., de ex-Hofstadgroepveroordeelde, kent hij, maar niet in detail. Hij heeft op nltimes.nl een verhaal gelezen dat is gebaseerd op berichtgeving in De Telegraaf. De Volkskrant heeft hem de resultaten van eigen onderzoek voorgelegd.

'Ik heb hier veel vragen bij. Wie heeft die Bilal gederadicaliseerd? Heeft één persoon hem het groene licht gegeven voor deradicaliseringswerk? Of, dat zou mijn advies zijn geweest, heeft een toetsingscommissie hem beoordeeld, waarin ook een deskundige zit van het radicale gedachtegoed? Heeft hij ervaring kunnen opdoen voordat hij op specifieke cases werd gezet? Werkte hij alleen of onder supervisie? De gemeente Amsterdam moet hier goed naar kijken. Het lijkt erop dat deze Bilal slecht is begeleid.'