'Uithoudingsvermogen Trump en Clinton adembenemend'

Teruglezen: column Stephan Sanders

Ze pakte mijn hand, en keek me mededogend aan. 'Sensitief', moet ik zeggen. 'Het is zó duidelijk dat je ook een HSP bent.' Ik kende die term toen niet, in 1998. Highly Sensitive Person.

Je mag verwachten dat de aanstaande Amerikaanse president beschikt over een meer dan gemiddeld incasseringsvermogen. Beeld afp

Twee jaar daarvoor had de Amerikaanse psycholoog Elaine N. Aron groot succes met haar beschrijving van het fenomeen. De 'Hoogsensitief' raakt snel overprikkeld, heeft een dunne huid, staat extra open voor indrukken en dus ook voor stress en depressie. Lichtgeraakt. Maar kan daarom ook 'intens genieten'.

Ik moest grinniken om dit label, dat van een beschrijving van een aantal persoonskenmerken meteen maar een felicitatie maakt.

In de jaren daarna kwam ik steeds meer mensen tegen die zichzelf HSP-er noemden. Het werd een kleine hype; wat een interessant affect. Echt veel leuker dan staar.

Toch heb ik het etiket nooit op mezelf geplakt, want het is typisch zo'n aandoening waar elke patiënt zienderogen van opfleurt. Ja, het is waar, na een paar uur intensief openbaar leven moet ik mezelf even terugtrekken. Je kan dat hoogsensitief noemen. Of snel geïrriteerd.

Maar nu het andere uiterste: terwijl de laatste dagen van die krankzinnig lange race naar het Amerikaanse presidentschap wegtikken, komt de vraag bij me op: hoe 'gevoelig' kan zo'n man of vrouw zijn, wanneer zo iemand überhaupt aan deze uitputtingsslag wil beginnen.

Ik heb het niet over de financiële middelen, de zakenrelaties en politieke connecties: allemaal nodig. Maar moet het karakter van de kandidaat niet gepantserd zijn, van top tot teen vervaardigd uit aluminium. Het oude 'Hart wie Kruppstahl' voldoet allang niet meer en roept trouwens heel vervelende associaties op.

Sinds Barack Obama staat vast dat een Afro-Amerikaan president kan worden van zijn land. Als Hillary Clinton wint, zal het gewoner worden voor ambitieuze jonge meisjes om te dromen van het Oval Office - en niet om daar de kleedjes uit te kloppen.

Het lichamelijke uithoudingsvermogen van Trump en Clinton is adembenemend. Al die campagnebussen in en uit, de vliegreizen, de meets and greets, de vergaderingen, de dagelijkse persevaluatie: een eindeloze ontgroeningsperiode, waarvan een ding zeker is: eentje wordt hier niet aangenomen.

Dan de geestelijke weerbaarheid. Het is een cliché om te zeggen dat het iedere vier jaar weer harder en gemener lijkt, maar de strijd tussen Clinton en Trump staat gelijk aan de totale geestelijke oorlogsvoering, waartegen Albee's Who's Afraid of Virginia Woolf afsteekt als een onschuldig matinee- niemendalletje.

De voortdurende, diep persoonlijke beschuldigingen over en weer, de uitvergroting daarvan in de (sociale) media, de haatcultuur die zo wordt gevoed, het zenuwslopende van weer een nieuw 'event', een ander onverwacht feit. Je mag heel wat flinkheid van zo'n presidentskandidaat verwachten, en ook nog een dikke huid, maar is degene die dit slagveld overleeft niet gewoon een tank?

Ik ben met terugwerkende kracht steeds verbaasder dat Obama ooit gekozen is, omdat die man lijkt op iemand die je ooit, ergens had kunnen tegenkomen, 'in het wild'. Maar Clinton en Trump zijn allebei 'larger than life'-karakters die het Amerikaanse verkiezingssysteem zelf heeft geselecteerd: is daar niet alles uitgezuiverd wat zou kunnen duiden op enige algemene menselijkheid?

Je mag van de aanstaande Amerikaanse president verwachten dat zo iemand beschikt over een meer dan gemiddeld incasseringsvermogen - en daar mag best een extra toefje narcisme op zitten.

Maar een vechtmachine-in-persoon? Is dat de ideale leider?

Niet alleen in het groot (Amerika), ook in het klein (Nederland) is de vraag of we onze politieke kandidaten en bestuurders niet opzadelen met twee tegenstrijdige verwachtingen die elkaar uitsluiten. Zo iemand zal tegen elke mediastorm bestand zijn, elke politieke machinatie doorstaan en tegelijkertijd precies lijken op de gewone, gemiddelde man of vrouw, die hij of zij moet vertegenwoordigen.

Zelf zijn we hoogsensitief of dyslectisch. En onze leider moet dat natuurlijk ook weer haarfijn 'aanvoelen'.

Deze column verscheen op 2 november 2016 in de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.