'Totale afwezigheid van normale compositie' Robert Frank: magistraal fotograaf, mislukt filmer, gekweld mens

'Ik ben beroemd, wat nu?', schreef fotograaf Robert Frank na het verschijnen van The Americans aan een collega. Hij legde de Leica opzij om te gaan filmen....

HET HEEFT iets van een hype. 'A lost master returns', kopte The New York Times Magazine vorig jaar naar aanleiding van de opening van Robert Frank's grote retrospectieve tentoonstelling Moving Out in Washington. Is Robert Frank ooit weggeweest?

De mens Frank - een sombere man, getroffen door een flinke lading persoonlijk leed - mag dan jaren uit het gezichtsveld verdwenen zijn geweest, de interesse voor zijn werk is altijd gebleven. Vooral voor zijn vroege fotografische oeuvre, met als onmiskenbaar hoogtepunt de 83 grimmige, donkere foto's die hij in de jaren vijftig van de Amerikaanse samenleving maakte en bundelde in het magistrale The Americans.

De beelden, iconen nu, werden veertig jaar geleden geschoten, maar het applaus is nooit verstomd. Het boek beleefde herdruk op herdruk, de gelijknamige tentoonstelling raakte niet uitgereisd. Dat werk van fotograaf Frank is nooit en te nimmer weggeweest. Hoezo een return?

'Na dit boek zou het kijken nooit meer worden wat het geweest was en er is geen fotograaf die niet iets van die blik van Frank in zich heeft opgezogen', oordeelde een criticus meer dan dertig jaar na de eerste publikatie. De zwart-wit foto's - meer zwart dan wit - stonden haaks op de beelden van de Amerikaanse samenleving zoals ze doorgaans in National Geographic of Life verschenen. 'You got eyes', schreef Jack Kerouac in het voorwoord.

Robert Frank was niet de eerste fotograaf die in de Verenigde Staten on the road ging. Dorothea Lange en Walker Evans waren hem voorgegaan en velen zouden volgen. Ook zij legden de verhalen van het land - vanaf en op de snelweg - vast; de mensen, de beelden, de opschriften op de tankstations: 'In God We Trust, All Others Pay Cash.'

Quintessential Americana: allemaal fotografeerden ze de strook asfalt die in het niets wegloopt, met in het midden de witte streep. In dat opzicht zette Frank een traditie voort: US 285, New Mexico. Maar bij hem wordt het een 'mad road, lonely, leading around the bend into the opening of space towards horizons Wasatch snows promised in the west', aldus Kerouac in zijn staccato-stijl.

In de berm zien we bij Frank de ongepolijste zelfkant van de Amerikaanse samenleving. In een zwarte, grove korrel gefotografeerd, met rare verticalen en een 'totale afwezigheid van normale compositie', zoals een recensent in 1958 vaststelde. Grafkruizen te koop in Nebraska: 'Remember your loved ones, 69 cents.'

Niet iedereen vond de beelden in de gebarsten spiegel van Frank even geslaagd. De tot dan toe gangbare, vaak sentimentele beeldvorming, zo keurig gecultiveerd door Hollywood en de Amerikaanse familiebladen, raakte verstoord. 'Als dit Amerika is dan moeten we het platbranden en weer van de grond af opbouwen', is een veelgebruikt citaat uit de eerder aangehaalde negatieve recensie. Dit was niet langer het Land Of The Brave. Senator McCarthy was al weg, maar: 'Die man móet wel communist zijn.'

Voor de maker heeft het ongetwijfeld iets vervelends (al maalt hij er waarschijnlijk niet om), maar bij Frank (Zürich, 1924) draait het toch steeds weer om die 83 foto's. Op het grote retrospectief Moving Out, dat nu in het Amsterdamse Stedelijk te zien is, zijn de beelden die Frank halverwege de jaren vijftig maakte met een beurs van de Guggenheim Foundation, onmiskenbaar het hoogtepunt. Het is als het eerste album van de frisse popgroep: nooit meer overtroffen.

'Ik ben beroemd, wat nu?', schreef Frank na het verschijnen van The Americans aan een collega. Hij had door kunnen gaan als succesvol fotograaf (hij had voor Harpers Bazaar oorbellen en tassen gefotografeerd), maar deed dat niet. De Leica werd in 1960 ver weggestopt, Frank nam de filmcamera ter hand. 'Foto's zijn altijd het verleden. Als je filmt heb je een conversatie, je hebt meer contact met mensen. Een fotograaf loopt daar van weg.' En, met een knipoog naar Henri Cartier-Bresson: 'Er is geen beslissend moment, je moet het zelf creëren.'

Als fotograaf was hij succesvol, als filmer kun je hem mislukt noemen. De underground-films die Frank schoot, verwierven alleen bij een kleine in-crowd een zekere cult-status.

Ongetwijfeld hebben Frank's films road-movie-regisseurs als Jim Jarmusch en Wim Wenders beïnvloed, maar in commercieel opzicht zijn ze stuk voor stuk geflopt. Geniaal fotograaf werd een filmer als Stan Brakhage, Jonas Mekas en Hollis Frampton, schreef de Volkskrant in 1986: namen die geen bioscoopbezoeker iets zeggen.

Frank maakte zijn eerste film, Pull My Daisy, met leden van de zogenoemde Beat Generation. Jack Kerouac schreef het scenario en sprak de teksten in: 'Pull my daisy, tip my cup, all my doors are open, all my thoughts for coconuts, all my prayers awaken, start my garden, gait my shades, now my life is spoken.' Frank's manier van kijken stelt niet teleur, het camerawerk is bijzonder, afwijkend: 'De camera knippert, zoals je dat met je oog zou doen.' Maar wie zag het?

De komende weken draaien sommige films - die ook met zekere regelmaat terugkeren op filmfestivals - in Cinema Rialto in Amsterdam. Daar is niet zijn bekendste film te zien, berucht vanwege de hoofdrolspelers, The Rolling Stones. Cocksucker Blues heet het werkstuk, geschoten in 1972 tijdens een tournee. Cinéma verité: de bandleden nemen drugs, gedragen zich vulgair. Frank draaide op 8 mm-film, 'omdat zo'n kleine camera een veel betere sfeer creëert en de mensen veel vrijer zijn'.

Dat hebben de Stones geweten. Frank heeft ze spuitend en slikkend in hotelkamers en samen met groupies voor eeuwig vastgelegd. 'Het waren Engelse jongens die niks van Amerika wisten', zei hij onlangs vergoelijkend in de New York Times. 'Het is moeilijk om zoveel geld en macht te hebben, en toch menselijk te blijven.' Mick Jagger sprak een soort van veto uit, de film mocht slechts eenmaal per jaar op een filmfestival worden vertoond in aanwezigheid van de maker. Voor het prachtige Stones-album Exile on Main Street maakte de fotograaf/filmer in 1972 overigens nog wel de cover, een bizarre collage van vreemde plaatjes.

Er waren meer films, persoonlijke documenten over zijn eigen familie, zoals Conversations in Vermont en Life Dances On. . ., die de toeschouwer in verwarring achterlaten. Ongemakkelijke films, waarin Frank zijn eigen, mislukte contacten met zijn kinderen probeert vast te leggen. 'Cut', roept de filmer aan het eind van Conversations tegen gelegenheids-cameraman Ralph Gibson (ook al een beroemd fotograaf), 'stop die film.'

Life Dances On. . . is al even persoonlijk. Opgedragen aan dochter Andrea, die in 1974 bij een vliegtuigongeluk in Guatemala om het leven kwam. Het gezicht van het meisje is te zien in het midden van een doorgebrande film. 'Sick of goodby's', kwast hij in die tijd op twee grote Polaroids.

Behalve een magistraal fotograaf en een al dan niet mislukt filmer, is Frank vooral een getormenteerd mens. Ook met zijn zoon Pablo is iets mis en veel van zijn vrienden zijn op een vreemde manier gestorven of verdwenen. Zelf is de kunstenaar vooral 'moe, doodmoe, levensmoe', zoals Jhim Lamoree na een bezoek aan zijn chaotische atelier in de weinig appetijtelijke Bowery, een vervallen wijk in New York, onlangs in Het Parool optekende.

Zeventig jaar is hij nu en hij verdeelt zijn tijd tussen het jachtige New York en de rust van Nova Scotia, waar hij de desolate omgeving laat figureren op Polaroids en video-prints. De fotocamera heeft hij jaren geleden weer teruggevonden. Hij maakt alleen geen 'gewone' foto's meer, maar grote, sequentie-achtige panelen, collages van water, ijs, silhouetten - met titels als End of

Dream.

Aan alles valt te merken dat het einde nabij is. Twee jaar geleden kreeg hij een hartaanval, maar hij weigert de noodzakelijke by-pass-operatie: 'Die doktoren, ik voelde hun honger naar weer een paar honderdduizend dollar', zegt hij in het interview in de New York Times. Zijn artistieke nalatenschap is onlangs aan The National Gallery in Washington geschonken: duizenden negatieven, talloze vintage prints en kopieën van films.

Moving Out is een toepasselijke titel voor een afscheidstentoonstelling. De titel slaat op een fotografisch drieluik van de ontruimde woonkamer van zijn ouders in het Zwitserse Zürich, gecombineerd met de lege Newyorkse kamer waar hij ooit woonde met zijn eerste vrouw Mary: 'Long Gone Shadow of Marriage on Third Avenue.' Nog een treurigmakende collage van een vriend in een ziekenhuisbed: 'The Wind Will Blow the Fire of Pain Across Everyone in Time.'

De collages zijn evenals zijn films onorthodox, ongepolijst, direct. Maar de Robert Frank van de fascinerende 'snapshot-esthetiek' van The Americans is er niet meer in te herkennen. De recente collages - en ook de films - zijn uiterst persoonlijke creaties van een kunstenaar die door het leven is ingehaald. Wat rest zijn die 83 rauwe foto's van het leven zelf.

Robert Frank: Moving Out. Tot en met 29 oktober in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Catalogus ¿ 75,-.

In Rialto, Amsterdam, draaien van 7 tot 20 september films van Frank onder de noemer Moving Pictures.

In het Stedelijk Museum, in Rialto en op het Kunstkanaal in de regio's Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Hilversum wordt deze maand regelmatig de nieuwe korte documentaire film Moving Out - Robert Frank Reframed van de Nederlandse regisseur Gilles Frenken vertoond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.