'Toon Fries lef, Enneüs'

Hij schreef Brinkman: 'Voorkom dat het CDA in een uiterst ondankbare oppositierol verzeild raakt.' Hij belde Kok: 'Zeg Wim, hei-je het boek al dicht, het CDA-boek?' Oud-premier Barend Biesheuvel ziet met lede ogen hoe zijn partij aan het zwalken is....

NOG EVEN kijkt Barend Biesheuvel met een steelse blik naar het opname-apparaat. Niet lullig doen, denkt hij kennelijk, want hij begint voor te lezen. Het is een korte, maar naar zal blijken krachtige brief die hij op donderdag 28 juli 1994 per fax verstuurde naar Elco Brinkman, fractieleider en op dat moment onderhandelaar van het CDA in de kabinetsformatie.

Biesheuvel leest, met de stem van een dragonder:

'Beste Elco,

De komende uren van de informatie zijn voor het CDA cruciaal. Vooral omdat jouw opstelling bij de informateur, en niet alleen bij hem, gisteren negatief is overgekomen. Mijn dringend advies is: voorkom paars. Iets anders, een kabinet zonder PvdA, komt er trouwens niet. Voorkom dat het CDA in een uiterst ondankbare oppositierol verzeild raakt. Toon vanavond bij Kok een duidelijke bereidheid om tot een centrum-linkse coalitie te komen. Daarvoor is vereist een helder politiek en royaal gebaar. Gisteren koos je de harde lijn bij de WAO. Wéér die WAO. Toon vanavond alles afgewogen hebbende je bereidheid een helder compromis met Kok te sluiten. Vooral op grond van politieke realiteiten. Kortom, schep vanavond een basis om aan de coalitie-onderhandelingen te beginnen. Ik ben er echt van overtuigd dat je daarmee het belang van het land en het CDA dient. De deur bij Kok staat nog op een kleine kier, na gisteren. Alleen jij kan nu voorkomen dat de boel op slot gaat.

Hartelijke groeten, Barend.'

Hij kijkt op van het papier, verwachtingsvol. 'Nou, dat was toch een duidelijke boodschap over wat CDA en PvdA samen zouden moeten doen, nietwaar?'

Mr B.W. Biesheuvel had sprekende bijnamen: 'mooie Barend', 'Barend de Geweldige', 'de nieuwe Colijn'. Vijftien jaar lang was hij een der keizers van het Binnenhof. Hij was eind jaren zestig de fractieleider van de antirevolutionairen, de ARP, van de harde koppen in de politiek. Hij was begin jaren zeventig kortstondig minister-president. Hij raakte politiek gewond, trok zich terug en liet het daarbij.

Met dien verstande dat hij nog overal in het openbaar bestuur opduikt. Verzin een commissie en je hebt al je voorzitter. Hij vindt het heerlijk werk. 'Ik heb een rapport geschreven over Davos, over de astmacentra. Tussendoor was ik door Hedy gevraagd een rapport te maken over een fusie tussen de blindenbibliotheken.'

Hij bemoeide zich met het uitbaggeren van het Hollands Diep, met de staatsrechtelijke vernieuwing, met de toekomst van de Antillen, met de sanering van de vissersvloot. Het is nog maar een kleine greep. Heerlijk werk.

Zo was hij voorzitter van de commissie Modernisering Curatieve Zorg. Het was een studieclub die eindelijk een doorbraak moest zien te bereiken in de loopgravenoorlog over de inkomens van de specialisten. Een fascinerende opdracht vond hij het.

Hij zegt: 'Je komt in een wereld terecht die bestuurlijk heel ver achter ligt, waar de elite nog overheerst. O, je weet niet wat je ziet en hoort, zo feodaal. Op de huisdokter kijken ze neer, snap je wel. Ik heb groot respect voor huisdokters. Dat zijn mannen en vrouwen die op alle wapens thuis zijn. Ik heb nadat ons rapport verschenen was veel gesproken voor gezelschappen van specialisten. Het leken wel politieke vergaderingen. De kritiek, de kritiek. Hoe schandalig had ik de specialisten behandeld. Ik heb ervan genoten.'

Dat zijn de commissies, de adviseurschappen. Daarnaast en daarenboven heb je de partij, het CDA. Nu de partij in een inktzwarte crisis is gedompeld verschijnen de oude rotten in de coulissen. Ze zoeken elkaar weer op dezer dagen: Chris van Veen, Jelle Zijlstra, Frans Andriessen, Norbert Schmelzer. En Barend Biesheuvel.

Hij ontvangt thuis in Aerdenhout, allerhartelijkst. 75 wordt hij over twee weken. Nog altijd een mastodont, maar voor de politieke omgeving heeft hij de fijne radar van een eekhoorntje.

Het gesprek in zijn werkkamer begint over het leven; als vanzelf komen we uit bij de dreiging van de dood, dat wil zeggen bij het CDA. We praten over zijn lust om ondanks zijn gevorderde leeftijd maar aan het werk te blijven. Hij zegt: 'Ik loop wel eens door Haarlem, zie je die 57-plussers, hebben geen werk meer. Dat is verschrikkelijk, weet je dat?

'Akkoord, ik zie inderdaad óók mensen die vroeg zijn uitgeschakeld en die genieten. Ze stappen in een caravan, rijden naar Spanje, de uitkering halen ze ergens bij Valencia uit de muur.'

-Dat is toch vooruitgang?

'Jawel, dat is vooruitgang. Maar de massa van de werklozen stapt niet met een glimlach in de caravan. Afgelopen zaterdag liep ik naar Atheneum, ik moest dat boek van Metze kopen over het CDA, goed boek trouwens, een heel goed boek. . . Je ziet die mensen lopen, ik huiver, weet je dat?

'Dat er niks meer is voor die mensen kan mij vreselijk irriteren. Dan denk ik: Barend, was je nog maar vijftig, kon je nog wat doen via die club van je die nu bijna in de vernieling is. Ik zou tegen het CDA zeggen: aan het werk jullie, aan de slag, ga besturen in plaats van ruzie maken met elkaar.'

-Heeft het CDA een kans laten liggen om te besturen?

'Ja, het CDA heeft een kans laten liggen. Zal ik je eens wat voorlezen?' Waarna de scène volgt waarmee dit verhaal is begonnen: de brief van eind juli vorig jaar aan Brinkman met het dringende advies zich te schikken naar een kabinet met de PvdA onder leiding van Kok.

Hij vertelt dat Brinkman hem die ochtend van de 28ste juli - de formatie liep naar de definitieve keuze tussen paars of centrum-links - had opgebeld. Biesheuvel: 'Hij zei: Barend, heb jij een indruk hoe ik gisteren in mijn gesprek met informateur Kok ben overgekomen? Zou jij dat eens aan die en die CDA'er willen vragen? Hij noemde de naam van een belangrijk CDA'er; welke is niet zo relevant. Ik zei: nou ja, volgens mij heb je het goed verkeerd gedaan gisteren, maar ik zal wel even bellen, ik zal het hem vragen. Toen heb ik Wim Kok gebeld.'

-Maar die is niet van het CDA.

'Maar hij was wel de informateur. Hij ging erover. Kok zei: dat heeft Elco niet goed gedaan, gisteren. Hij had het dus wéér verknald, hij begon tegen de pers wéér over de WAO. Toen heb ik de CDA'er gebeld die Elco mij had verzocht te raadplegen. Ik heb nòg een CDA'er gebeld, Wim Deetman en ook die bevestigde het beeld: Elco heeft het verknald.

'Ik wist dat de deur nog open was, op dat moment. Dat wist ik. Want ik had aan Kok gevraagd: zeg Wim, hei-je het boek al dicht, het CDA-boek? Bijna, zei die toen, bijna. Toen heb ik het niet met zoveel woorden aan hem gevraagd, maar Kok wilde met het CDA in zee. Dat wilde hij. Dat weet ik wel zeker. Ik weet het en ik voel het aan mijn antirevolutionaire water. Wim Kok kennende, zijn herkomst, zijn wantrouwen jegens de VVD kennende.'

Hij zwijgt, neemt eindelijk van zijn koffie. Zegt dan: 'Ik had zo graag gewild dat die combinatie voor elkaar was gekomen.'

-Stond u niet te kijken van dat telefoontje van Brinkman?

'Ach, hij belt alleen als het al te laat is. Altijd. Daar heb ik niks aan. De positie waarin het CDA nu verkeert is een erfenis van Brinkman. Als hij eerder was afgetreden, hetgeen hij had behoren te doen, dan hadden wij eerder met Heerma aan de slag gekund. Dan had ik niet uitgesloten dat we veel positiever met Wim Kok hadden kunnen onderhandelen dan nu het geval was onder Brinkman. Ik heb trouwens van Elco niets meer gehoord nadat ik hem eind juli mijn dringend advies had verstrekt.'

-Is het niet brutaal van u om zo openlijk en onverbloemd te pleiten voor herstel van een rooms-rode coalitie?

'Ik heb daar twee redenen voor. Ik zie dat het CDA en de Partij van de Arbeid nuttige dingen met elkaar kunnen doen. Ook onder leiding van Wim Kok. Hij is toch een ander type dan Den Uyl, vind je niet? Ik bedoel, om mee samen te werken.

'Mijn tweede reden is deze: het staat voor mij vast dat het CDA geen oppositie kan voeren. Al zouden ze de allerbeste man of vrouw hebben. Het CDA kan geen oppositie voeren. Ze zouden niet weten hoe ze dat vak moeten uitoefenen.

'Het CDA moet wat te doen hebben. Dan krijgen ze weer zelfrespect. Het CDA moet besturen.'

-We run this country.

'Nee, dat is hovaardij, daarmee heeft mijn pleidooi voor een nieuwe coalitie tussen Partij van de Arbeid en CDA niets te maken. Ik zeg: het CDA moet aan de slag. Wim Kok zoekt een paar leuke CDA-staatssecretarissen uit, jonge kerels en vrouwen uit het land, er komen weer nieuwe mensen in de Kamer, het CDA krijgt op slag een ander gezicht.

'Nog even over die hovaardij, want dat woord pakt me. Je moet meedoen, zeg ik, vanuit een positieve instelling. Er is nog zoveel te doen, dan moet je mee willen doen.' De vlakke hand op tafel: 'De kans om mee te doen is er geweest. Brinkman heeft die kans laten glippen. Hij wilde niet meer samen met de Partij van de Arbeid. Hij had tot het laatste moment de illusie dat hij nog minister-president zou kunnen worden van een kabinet waarvan de VVD deel zou uitmaken.'

-Waarom moest Brinkman worden afgeslacht?

'Elco Brinkman is niet afgeslacht. Ik denk dat Brinkman het drama-Brinkman primair zichzelf moet verwijten. Ik denk dat zijn belangrijkste fout deze was: terwijl hij nog fractievoorzitter was, was hij al bezig elected minister-president te zijn. Daarnaast is hij op beslissende momenten veel te negatief geweest over het kabinet.

'Ik heb hem eens gewaarschuwd in een jaarboek. In september '93 zei ik in het CDA-jaarboek het volgende: ''Als Brinkman zich straks als lijsttrekker zou gaan distantiëren van het kabinet, dan voorspel ik u dat de kiezers dit niet zullen begrijpen. Brinkman heeft die neiging een beetje. Door mijn eigen ervaring wijs geworden zeg ik: Brinkman, doe dat niet.'' Nou ja, Brinkman heeft toegegeven aan zijn neiging. Hij speelde al minister-president lang voordat hij het was. De nieuwe gordijnen van het Catshuis waren bij wijze van spreken al gekocht.'

-Door Janneke.

'O, echtgenotes spelen in het leven van politici een vitale rol. Dat moet je nooit onderschatten. Ik heb het zelf ervaren.' Hij wijst op een foto op het bureau: het is het portret van zijn overleden vrouw. 'Mijn vrouw is gedurende mijn hele politieke carrière altijd uitermate kritisch geweest. Dan blijf je overeind. Maar ik ken ook politici die thuis geen kritiek krijgen, maar in tegendeel aangespoord worden, opgejut.

'Kijk, als ik Brinkman taxeer is hij nu de man die zich verongelijkt voelt, die slecht behandeld is, die ten onrechte het veld heeft moeten ruimen. Dat vindt ie. Hij ziet niet dat hij zelf fouten heeft gemaakt. Althans, hij zegt het niet.

'Ik was er vóór geweest als hij in maart vorig jaar, na de verloren verkiezingen voor de gemeenteraden had gezegd: luister eens, het gaat zo slecht met mijn partij, ik blijf lijsttrekker, maar ik ben niet beschikbaar voor het premierschap. Ik ga me helemaal wijden aan het CDA. Dat had hij naar mijn smaak moeten doen. Het is hem aangeraden, het is hem gevraagd. Door Tineke Lodders, de waarnemend partijvoorzitter. Hij heeft geweigerd.

'Er zijn twee Brinkmannen. Privé? Leuk gezin, leuk echtpaar, gezellige man. En in functie? Een verkrampte man. Ik weet niet hoe het komt. Zoals ik sommige dingen van Lubbers ook niet begrijp. Ik weet het niet.'

-Het CDA kan geen oppositie voeren, zegt u. Dat geldt dus in de eerste plaats voor Brinkmans opvolger, Heerma.

'Hij moet het leren. Of hij het kan weet ik niet, maar ik zou hem de kans willen geven. Ik behoor niet tot degenen die nu weer Enneüs Heerma af willen laten branden.

'Ik erken: tot dusverre krijgt hij geen hoog cijfer. Maar hou dan ook eens in de gaten hoe de fractie opereert. Het is geen eenheid. Er zitten stromingen in. Enneüs maakt een onzekere indruk, dat is waar. Maar wat wil je? Hij heeft niet een hechte club achter zich.

'Toen ik fractievoorzitter werd was ik al minister geweest - dan zitten ze toch een beetje tegen je aan te kijken. Voor die tijd was ik zeven jaar kamerlid geweest. Ik kwam weer terug op het nest. De club stond achter me. Of ze nou Boersma heetten of Maarten Schakel, we waren echt een club. We konden elkaar op het gezicht slaan in de fractie, maar als eenmaal een besluit was gevallen, was het klaar. Ik mocht één keer per jaar mijn eigen gang gaan, bij de algemene beschouwingen. Barend, dat is jouw feestdag, zeiden ze dan. En dan mocht ik echt mijn gang gaan. Niks voorlezen, maar vertellen. Over de hoofdlijnen van het beleid.

'Die cultuur is weg. Al lang voordat Enneüs Heerma fractievoorzitter is geworden. De cultuur van eenheid, het clubgevoel zal weer terug moeten komen. Nu is het CDA een verdeeld huis.'

-Wordt dit niet een cirkelredenering? Hoe krijg je een verdeeld huis weer bij elkaar? Door leiderschap. En wat is de uitkomst van gebrekkig leiderschap? Een verdeeld huis.

'Nou goed, het komt dus aan op leiderschap. Ik geef Enneüs op dit moment geen hoog cijfer, maar hij moet nog een kans krijgen orde op zaken te stellen. Hij maakt de indruk dat hij zich bedreigd voelt. De fractie zal hem nu primair moeten steunen en niet weer beginnen met andere namen te noemen. Dan verscheuren ze zichzelf. Waar ze nu echt mee bezig zijn. Als je een toegewijd CDA'er bent is dat heel verdrietig om aan te zien.

'Ik denk dat ik hem binnenkort maar eens bel, Enneüs. Dan ga ik hem dit vertellen. Kom op, Enneüs, stel orde op zaken. Hij was mijn campagneleider toen ik lijsttrekker was. Ik ken hem goed. Het gaat mij natuurlijk aan het hart.

'Ik vind dat ze nu verplicht zijn hem een stukje vertrouwen te geven. Hij is onzeker. Ik denk dat hij nog niet weet hoe hij met zijn club moet omgaan. Want het is een verdeeld huis. Luister eens, hij heeft tal van goede eigenschappen. Ik vind zijn integriteit bijvoorbeeld heel belangrijk.

'Nou wil ik eens met hem gaan praten. Ik zal tegen hem zeggen: je moet Fries lef hebben. Hij heeft mooie voorbeelden: Gerbrandy komt uit Friesland, Jelle Zijlstra, Hendrik Algra. Toon Fries lef, Enneüs! Hij is een boerenzoon, net als ik, hij moet dus emotioneel en hard kunnen zijn. Je begrijpt, ik heb een zwak voor hem.'

-Zit het CDA al niet jaren te wachten op Herman Wijffels, de topman van de Rabobank?

'Op iemand als Herman Wijffels ja. Maar die man is al zo dikwijls gevraagd, hè. Je moet een keer ja zeggen. Je hebt mensen die hun hele leven politiek wel meedoen, maar vanuit een maatschappelijke functie. Dan krijg je te horen: ze kunnen me niet missen bij de bank, ze kunnen me niet missen hier, niet missen daar. Op zo iemand begint Herman Wijffels te lijken.

'Ik ken hem heel goed. Ik had hem ook al overal willen hebben. Als directeur van de Avebe, als minister van Landbouw. Hij is een boerenzoon, hè, hij is uit het goede hout gesneden. Hij is een eminente man. Hij zou een keer ja moeten zeggen.'

-U zei daarnet: een PvdA-CDA kabinet onder Kok. Kok is van de PvdA, hoor, van de vijand.

'Kok zit anders in elkaar dan andere PvdA-mensen. Ik waardeer Jacques Wallage zeer, maar als die minister-president zou moeten worden zou ik toch even aarzelen. Kok heeft de afgelopen vier jaar onder Lubbers ervaren wat het is om nummer twee te zijn. Die weet het dus. Als een CDA'er als tweede man in het kabinet zou zijn gekomen, had dat goed kunnen functioneren, denk ik. Omdat Kok weet wat het is om tweede man te zijn. Het is natuurlijk geen leuke positie.'

-Maar zal het CDA ooit genoegen nemen met de tweede viool?

'Laat ik nog helderder zijn. Ik denk dat het voor de opvoeding van het CDA uiterst nuttig geweest zou zijn in het kabinet eens tweede viool te spelen.

'Als wij Kok zouden hebben bij het CDA, werd dat een Lubbers, een succesnummer. Wij zouden om Wim Kok heen gaan staan. Dat kunnen ze niet bij de PvdA. Hartstikke zuinig zou de Partij van de Arbeid moeten zijn op Wim Kok, zoals wij ooit zuinig waren op Lubbers.

'Ze verkijken zich op de man. Ik vind dat ze echt dom bezig zijn. Ze hebben de Statenverkiezingen zwaar verloren en wat zeggen ze? Wim Kok hield zich afzijdig, Wim Kok heeft niet meegedaan, Wim Kok bekent geen kleur. Ik zeg je: daar ligt het niet aan.

'Wim Kok dwingt in brede kring in Nederland groot respect af voor de wijze waarop hij opereert. Dat moet je koesteren. Als je hem bezig ziet op de televisie in die tien minuten-gesprekken van de minister-president, dan zou ik als socialist trots zijn: potverdorie, dat is er toch maar mooi eentje van ons.

'Ik ben jaloers, echt waar. Hij is de beste, veruit de beste die de PvdA heeft en die we in Nederland hebben op dit moment.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.