'Systeem van subsidie kan voortbestaan'

De procedure moet verbeterd, er is meer openbaarheid nodig, politici en Raad voor Cultuur moeten niet op elkaars stoel gaan zitten, maar het systeem van kunstsubsidies kan in stand blijven....

Rijkelijk laat werd dat debat gehouden, vond een van de twee inleiders, Stevijn van Heusden, zakelijk directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar vooral, als ambtenaar bij OCW, een van de ontwerpers van het Kunstenplan uit 1988. Dat vormt de basis van het huidige subsidiesysteem, waarin de Raad voor Cultuur eens in de vier jaar de overheid adviseert over financiële steun aan kunstinstellingen.

Het debat kwam te laat omdat de kunstensector er weinig invloed meer mee uit kan oefenen. Staatssecretaris Van der Ploeg heeft immers, na alle ophef over de uitkomsten van de cultuurnota die in mei 2000 werd gepresenteerd, de Raad voor Cultuur al om een advies gevraagd over zijn functioneren.

Van Heusden vond de systematiek van de cultuurnota nog steeds goed bruikbaar, al wilde ook hij een en ander aanpassen. Hij pleitte er voor weer A- en B-categoriën in te voeren, waarin A staat voor structurele subsidie aan instituties zoals het Concertgebouworkest en de Nederlandse Opera (tenzij ze al te slecht presteerden), en B voor vier jaar subsidie (tenzij een instelling het buitengewoon goed doet). En hij wees erop, zoals andere sprekers na hem, dat de Raad voor Cultuur bedoeld is om kwaliteitsoordelen uit te spreken zodat politici dat niet hoeven te doen, maar dat ook deze ronde weer gebleken is dat politici wél over kwaliteit spreken, om zo alsnog geld los te krijgen voor met opheffing bedreigde instellingen.

Het meest onorthodoxe voorstel kwam gisteren van Jos Houweling, directeur van het Sandberg instituut, die vroeg om een speciaal troostfonds voor de politiek: dat zou instellingen die buiten de boot vallen, kunnen helpen, en het geeft de politici het prettige gevoel dat ze iets doen.

Eigenlijk was alleen essayist en lid van de Raad van Advies van Kunsten '92, Paul Kuypers, echt tegen de bestaande manier van subsidiëren. Het systeem, zei hij, is te behoudend, het is gericht op het keurig opbergen van subsidie-aanvragen, maar het staat geen vernieuwing of ontwikkeling toe. Bovendien hebben instellingen de neiging de overheid naar de mond te praten - wanneer de staatssecretaris vraagt om meer aandacht voor allochtonen, heeft iedereen het over allochtonen. Ook dat veroorzaakt verstarring.

Frans de Ruiter, directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, vond het onzin het hele systeem op zijn kop te zetten, vanwege het rumoer na het laatste advies. Maar hij had harde woorden voor de Raad voor Cultuur, die hij een slechte prestatie en ondeskundigheid verweet.

De voorzitter van de Raad voor Cultuur, Winnie Sorgdrager, mocht in haar slotwoord zeggen dat de raad goed had geluisterd. Hij wil, zei zij, zo transparant mogelijk maken wie oordeelt, hoe en op welke gronden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.