Opinie

'Syrische rebellen zetten te hoog in'

De Syrische rebellen hebben te hoog ingezet met veroveringen van delen van Damascus en Aleppo. Assads leger is nog te sterk. Het zal deze ronde winnen. Dat stelt Marno de Boer.

Een poster van president Assad ligt bij het oud vuil in de Syrische stad Aleppo. Beeld afp

Afgelopen week namen Syrische opstandelingen delen van de twee grootste steden in Syrië, Aleppo en Damascus, alsmede cruciale grensovergangen in. Het regime-Assad noch buitenlandse analisten hebben dit verrassingsoffensief zien aankomen.

Er wordt nu gesproken over 'de spoedige val van Assad'. Het lijkt er echter op dat het grootschalige offensief van de rebellen van het Vrije Syrische Leger (FSA) niet het beoogde psychologische effect heeft. Het regime-Assad zal deze gevechtsronde dan ook hoogstwaarschijnlijk winnen; de Syrische president blijft voorlopig nog aan de macht.
Het FSA beschikt nog niet over de wapens en de organisatie om de regeringstroepen militair te verslaan. Ook wijst niets erop dat het moreel van Assads meest loyale eenheden, de Republikeinse Garde en de shabiha-milities, dermate broos is dat zij bij het eerstvolgende stootje uiteen zullen vallen.

De rebellen probeerden vooral een schokeffect te creëren. Zowel de aangevallen centrale wijken in Damascus en Aleppo als de ingenomen grensovergangen zijn symbolen van staatsmacht.

De aanslag van 18 juli op de top van het regime had een sterke symbolische waarde én een praktisch doel: frustratie van een snel en coherent tegenoffensief en daarmee maximalisatie van het schokeffect.
Het psychologische effect is gericht op twee voor het FSA cruciale doelgroepen. Primair doel van de rebellen is het tot desertie aanzetten van de soennitische regeringsmilitairen. Zij vechten voor de alawitische president Assad tegen het vrijwel geheel uit soennieten bestaande FSA, in een conflict dat steeds meer een sektarische burgeroorlog wordt.

Zodra militairen verwachten dat het FSA gaat winnen, zullen zij aan die kant willen staan. Tijdige overlopers weten dat zij bij een val van het regime minder hoeven te vrezen voor represailles. Het moreel van regeringsmilitairen zal eerder breken bij een intensieve stadsoorlog. In een dergelijke onoverzichtelijke omgeving is het bovendien gemakkelijker om te deserteren.

Overlevingskansen
Secundair doel van het FSA is dat segmenten van de bevolking die zich nu nog grotendeels afzijdig houden voor het verzet kiezen. Het gaat hier vooral om de soennitische middenklasse in Damascus en Aleppo, maar ook om de christelijke, druzische en Koerdische minderheden. Zolang zij stilzwijgend het regime accepteren, heeft Assad redelijke overlevingskansen.

Het lijkt er vooralsnog niet op dat het FSA zijn gestelde doelen bereikt. De top van het regime-Assad houdt ondanks het verlies van enkele belangrijke figuren het hoofd koel en organiseert een gecoördineerd tegenoffensief. Het aantal deserties onder soennitische militairen neemt weliswaar toe, maar er is geen sprake van een exodus of het uiteenvallen van complete eenheden. Twijfelende bevolkingsgroepen steken evenmin grootschalig over naar het verzet.

Het regime is nu bezig met het terugveroveren van centrale wijken in Damascus. De rebellen hebben wekenlang heimelijk wapens, munitie en strijders binnengesmokkeld. In de intensieve gevechten raken die snel uitgeput. Met reservisten en van de grens met Israël teruggeroepen eenheden werpt de regering nu een cordon om iedere wijk en bestookt het de verzetshaarden met tanks en artillerie. Vervolgens kunnen elitetroepen de geïsoleerde en verzwakte verzetshaarden één voor één innemen. Dit patroon zal in Aleppo herhaald worden.

Controleverlies
Het regime laat de grensovergangen nog in handen van de rebellen omdat deze een lagere prioriteit hebben. Enkele dagen controleverlies is daar niet fataal. De elitetroepen en de snelst beschikbare reguliere versterkingen worden bewust eerst in Damascus ingezet.

Zodra er meer troepen beschikbaar zijn, zal het relatief eenvoudig zijn de grensposten terug te veroveren. De reguliere eenheden zijn misschien niet gemotiveerd genoeg voor gevechten van deur tot deur in een stedelijke omgeving, maar het innemen van vaste locaties in open terrein is eenvoudiger. Daar profiteert het leger maximaal van zijn superieure vuurkracht en vermogen om een georganiseerde eenheid op een punt te concentreren.

De kracht van het FSA is zijn beweeglijkheid en het zich soepel kunnen verschuilen tussen de bevolking. Die sterktes zijn in een slag om een vast punt veel minder waard. De vraag is nu of het FSA inziet dat het te hoog heeft ingezet. Mochten de rebellen proberen de wijken en grensposten in handen te houden, dan zullen zij flinke verliezen lijden. Dit kan hun campagne maanden terugwerpen.

Marno de Boer is militair historicus.


 
Er is geen sprake van massale desertie onder Assads militairen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.