'Studie naar complexiteit inspirerend voor sociale wetenschappen'

Ruud Abma probeert in zijn nieuwe boek de interpreterende en de experimentele aanpak in de sociale wetenschappen te verenigen. 'Je kunt denken aan computerprogramma's die aspecten van menselijk gedrag simuleren.'

Toen de fraude van sociaal psycholoog Diederik Stapel bekend werd, schreven veel columnisten met dedain over het vakgebied', zegt Ruud Abma, universitair docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. 'Dat is tekenend voor de problematische status van de sociale wetenschappen bij het algemene publiek.' Uitkomsten van onderzoek worden volgens Abma vaak afgedaan als triviaal - 'dat wisten we toch al lang' - of ze staan zo ver af van het gezond verstand over de sociale werkelijkheid dat ze niet worden geloofd.


In zijn nieuwe boek Over de grenzen van disciplines. Plaatsbepaling van de sociale wetenschappen zoekt Abma naar een andere aanpak voor psychologen, sociologen en pedagogen, die wel bevredigende resultaten op- levert.


Deel van het probleem van de sociale wetenschappen is volgens Abma een hardnekkige methodologische tweedeling: de ene categorie sociaal wetenschappers kiest voor invoelbare analyses van het menselijk bestaan in al zijn complexiteit. De psychoanalyse hoort bij deze richting. Een dergelijke 'alfa-aanpak' wordt vaak afgedaan als soft en niet-solide. De uitkomsten zouden thuishoren in de eerder genoemde categorie 'wisten we al'.


De andere categorie wetenschappers volgt een 'bèta-aanpak', die volgens Abma meer status heeft. Onder gecontroleerde omstandigheden zetten zij experimenten op, zonder de storende ruis van het dagelijks leven, om de relaties te onderzoeken tussen bijvoorbeeld een prikkel (zoals een foto van een bekende, een vriendelijk of boos gezicht, of een plaatje met voedsel) en een reactie (focussen of wegkijken).


Deze methode kan algemeen geldende wetten opleveren. Mooi voor in het laboratorium, maar over het dagelijkse leven zeggen ze weinig, stelt Abma. Daarin spelen zo veel factoren tegelijkertijd een rol dat het onmogelijk is alle oorzaken en gevolgen uit elkaar te houden.


Dat verklaart waarom de experimentele methode het nooit helemaal heeft gewonnen van de interpreterende. 'Er is nu eenmaal behoefte aan wetenschap die recht doet aan de complexiteit van het echte leven', zegt Abma: 'Tegenwoordig laten veel sociale wetenschappers zich te sterk leiden door de manier waarop in de wetenschap het geld wordt verdeeld. Ze zijn alleen bezig met publicaties die meetellen voor hun beoordeling. Zo is een industrietje ontstaan waarin iedereen zich vergaand specialiseert, omdat dat de meeste publicaties oplevert. De maatschappelijke relevantie verdwijnt helemaal uit het oog en dat is voor de sociale wetenschappen een ernstige bedreiging, want juist daarvan verwacht men dat ze er toe doen.'


In zijn boek zoekt Abma daarom naar een weg om de interpreterende en de experimentele methode te verzoenen. Daarvoor kijkt hij opnieuw richting bèta's: 'Het idee dat natuurwetenschappelijk onderzoek er op neerkomt één fenomeen te isoleren en daarvan de precieze oorzaken op te sporen, is achterhaald.' Hij wijst op het onderzoek naar zogenoemde complexe systemen.


Een bekend voorbeeld van zo'n complex systeem is de file. De bewegingen van individuele auto's zijn met een paar eenvoudige wetten te beschrijven (over snelheid, optrekken en remmen) maar met z'n allen vormen ze een geheel met eigen regels. 'Emergentie' heet dat: een systeem (de file) dat zich niet laat reduceren tot de processen waaruit het is ontstaan (de optrekkende en remmende individuele auto's.)


Sociale wetenschappers houden zich bij uitstek bezig met complexe systemen, stelt Abma. Menselijk gedrag bijvoorbeeld, wordt gedragen door biochemische processen in de hersenen maar valt daartoe niet te reduceren. En de samenleving bestaat geheel uit individuen maar is als systeem niet te beschrijven in termen van individueel handelen.


Daarom zouden sociale wetenschappers zich meer mogen laten inspireren door onderzoek naar complexiteit, vindt Abma. Het zou tegelijkertijd recht kunnen doen aan de ingewikkeldheid van bijvoorbeeld maatschappelijke ontwikkelingen en aan de vraag naar solide resultaten: 'Je kunt denken aan computerprogramma's die aspecten van menselijk gedrag simuleren. Als je een aantal, relatief eenvoudige, regels invoert, zou je complexe zaken als de reactie op accijnsverhogingen op tabak - of van afschrikwekkende foto's op pakjes sigaretten - kunnen voorspellen.' Net zoals je op basis van eenvoudige regels over de bewegingen van auto's kunt doorrekenen of er files zullen ontstaan.


Hoe ver de sociale wetenschappen op deze manier zullen komen, is nog de vraag, erkent Abma. Want vergeleken met menselijk gedrag of maatschappelijke ontwikkelingen is iets als een file een betrekkelijk 'schoon' systeem. Een file draait maar om één ding: auto's in beweging. In de hoofden van mensen en in de samenleving is sprake van een aaneenschakeling van oorzaken op verschillende niveaus.


'Een groot probleem van de sociale wetenschap is dat het onderwerp, de mens, zichzelf interpreteert', zegt Abma. 'Daardoor kan het bijvoorbeeld reageren op onderzoek en zo de uitkomsten achterhaald maken.'


Een voorbeeld is het beruchte omstanderseffect: mensen in grote groepen zouden minder snel geneigd zijn een ander (een drenkeling bijvoorbeeld) te helpen dan eenlingen. 'Tegenwoordig lukt het niet meer goed het omstanderseffect te reproduceren', zegt Abma. 'Misschien heeft alle publiciteit er over tot gevolg gehad dat mensen in groepen eerder geneigd zijn in te grijpen.'


Sociale wetenschappers kunnen dus niet simpelweg de methodes kopiëren die bijvoorbeeld meteorologen gebruiken om het complexe weer te onderzoeken. 'We zouden eens goed moeten kijken wat er in deze richting mogelijk is', vindt Abma. Over de bereidheid daartoe is hij niet heel optimistisch. 'De huidige neiging tot veel publiceren in het gangbare stramien is groot.'


Ruud Abma: Over de grenzen van disciplines. Plaatsbepaling van de sociale wetenschappen.

Vantilt; 221 p.; € 19,95. ISBN 9789460040863


CV RUUD ABMA

1951


Geboren in Gorssel


1978


Doctoraal Cultuurpsychologie, Nijmegen


1985


Onderzoeker Universiteit Utrecht


1990


Proefschrift Jeugd en tegencultuur. 2005


Samen met Ido Weijers: Met gezag en deskundigheid. De historie van het beroep psychiater in Nederland.


2007


'Psychologisering van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid' in Maandblad Geestelijke volksgezondheid.


2011


Over de grenzen van disciplines.


Ruud Abma is universitair docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en is verbonden aan het Descartes Centrum voor Wetenschapsgeschiedenis en Wetenschapsfilosofie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.