Sigrid Kaag, gepokt en gemazeld in de internationale diplomatie, een groot netwerk, spreekt zes talen vloeiend.

Interview Sigrid Kaag

‘Soms vraag ik me af: feministisch Nederland, echt?’

Sigrid Kaag, gepokt en gemazeld in de internationale diplomatie, een groot netwerk, spreekt zes talen vloeiend. Foto Jitske Schols

Sigrid Kaag trok als topdiplomaat een kwart eeuw langs standplaatsen als New York, Genève, Beiroet, Damascus en Jeruzalem. Nu is de D66’er terug als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Populair bij links, ongeliefd bij rechts: Kaag staat symbool voor het gepolariseerde debat in Nederland. 

Sigrid Kaag knielt op de grond en fluistert geruststellende Arabische woorden tegen een ontroostbare Soedanese vrouw die door een speling van het lot is beland in een smerige gevangenis in Libië. Bij het horen van haar moedertaal kalmeert de vrouw langzaamaan. Een dag eerder doet Kaag iets soortgelijks. Op de Nederlandse ambassade in Tunesië tovert ze een glimlach op het gezicht van de lokale staf door hen als eerste in het Arabisch te bedanken voor hun werk, daarna richt ze zich tot de Frans-sprekende medewerkers. Als laatste wordt de ambassadeur toegesproken in het Nederlands. Hij glimlacht en herkent de diplomate in Kaag.

Het gebeurt meerdere keren, maar toch overvalt ze haar toehoorders er telkens weer mee. Tijdens een reis door noordelijk Afrika, eind maart, schakelt minister Sigrid Kaag continu moeiteloos tussen het Arabisch, Frans, Engels en Nederlands.

Het talenspel, waarmee ze toehoorders op hun gemak lijkt te willen stellen, herhaalt zich in Tunesië ook een keer voor de televisiecamera van RTL Nieuws. Het filmpje van Kaag die een persconferentie geeft in het Arabisch, waarna ze vloeiend overgaat in het Frans, gaat viraal op internet. ‘Kaag, de beste minister van Buitenlandse Zaken die we nooit zullen hebben’, kopt Vrij Nederland. ‘Kom daar bij Stef Blok of Halbe Zijlstra maar eens om.’

Maar daar waar de ene helft van Nederland haar op het schild hijst, vindt de ander haar gedrag juist verwerpelijk. Na het filmpje veronderstellen diverse twitteraars dat de minister door haar Arabische taalgebruik stiekem sympathiseert met jihadisme.

Die uiterste meningen zijn ook terug te zien in politieke peilingen. Inmiddels is Kaag uitgegroeid tot de bewindspersoon van Rutte III die de meest tegengestelde reacties oproept. Kiezers van D66, GroenLinks, SP, PvdA en Partij voor de Dieren zien haar als de beste minister; niet alleen vanwege haar talenknobbel, maar ook vanwege haar diplomatieke prestaties bij de Verenigde Naties (Barack Obama bedankt haar persoonlijk voor haar onderhandelingsrol om chemische wapens uit het Syrië van Assad weg te krijgen) en haar positieve uitspraken over migranten, die andere Nederlandse politici nauwelijks nog hardop durven te doen.

Maar bij de achterban van VVD, PVV en Forum voor Democratie bungelt Kaag juist bijna onderaan in de ranglijst. Daar wekt het ene been dat ze in Nederland heeft staan en het andere been dat volgens hen in de Arabische wereld staat, juist forse weerstand op. Haar Palestijnse man, maar ook het hoofddoekje dat ze in februari droeg bij haar bezoek aan Iran, zijn voor sommigen in het rechter politieke spectrum bewijzen dat ze niet te vertrouwen zou zijn. Die uitersten aan zowel de linker als rechterflank maken dat Kaag symbool staat voor het gepolariseerde debat in Nederland.

Ontmoeting met de Iraanse president Hassan Rouhani in februari dit jaar. De hoofddoek is voor sommigen in het rechter spectrum het bewijs dat Kaag niet te vertrouwen is. Foto EPA

Kaag is er zelf nuchter over. ‘Het is de eerste peiling die ik ooit bekeken heb’, lacht ze als ze hoort over haar populariteit bij links progressieven en haar onderwaardering bij rechts conservatieven. ‘Mijn politiek assistent stuurde hem door. Het is zoiets als op de weegschaal staan, denk ik: je kunt er maar beter niet te veel op letten, zeker niet na Kerst.’

Haagse bubbel

Ook in andere opzichten springt Kaag in het oog: ze is een buitenstaander in een politieke biotoop waar sinds enkele jaren een uitgesproken voorkeur bestaat voor ervaren insiders. Bijna alle bewindspersonen komen voort uit de Haagse bubbel: ze zijn minister, senator, Tweede Kamerlid, topambtenaar, wethouder of op z’n minst fractiemedewerker geweest. Kaag vertrok bijna 25 jaar geleden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en is daarna nooit meer in Nederland woonachtig geweest. Zelfs nu lijkt ze nog maar half terug: ze woont in een Haags appartement nabij haar ministerie, maar haar gezin woont grotendeels in het buitenland. Ze is nu op zoek naar iets vast, ook omdat haar jongste dochter van 15 deze zomer Genève verruilt voor Den Haag.

Met Stef Blok, de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, deelt ze de zevende verdieping van het ministerie aan de Haagse Rijnstraat. Bewonderaars van Kaag hadden haar liever op zijn plek gezien. Gepokt en gemazeld in de internationale diplomatie, een groot netwerk, vloeiend in zes talen: wie is er nou beter geschikt?

Niet iedereen is blij met het beeld: er is een gekwalificeerde vrouw, maar toch speelt een man weer de eerste viool.

‘Wat mij opvalt: Nederland loopt achter. Ons zelfbeeld klopt niet. We denken van alles te doen voor vrouwen internationaal, maar we mogen best wel een toontje lager zingen als we ons vergelijken met landen binnen de EU, binnen de OESO. Het aantal vrouwen dat werkt, arbeidsparticipatie, vrouwen in de top... we lopen achter. Ik denk dat we op sommige fronten best wel conservatief zijn. Dat mag, dat is een keuze, maar ik zal mij er voor blijven inzetten om dat te veranderen. We moeten aanmoedigen, aanmoedigen, aanmoedigen. En rolmodellen hebben.’

Foto Jitske Schols

Was het een conservatieve keuze om een man minister van Buitenlandse Zaken te maken?

‘Ik besteed er niet te veel aandacht aan.’ Zuinigjes: ‘Ik probeer mijn kennis te delen waar dat gevraagd wordt.’

Bent u wel een rolmodel?

‘Of dat nu zo is, weet ik niet. Bij de VN merkte ik wel dat er veel jonge vrouwen waren die zich afvroegen of het wel mogelijk is, zo’n internationale loopbaan. Krijg ik dan wel een man, kan ik dan wel kinderen hebben? Die vrouwen hadden het gevoel dat ze moeten kiezen. Op mijn manier, met veel vallen en opstaan en veel omwegen, heb ik laten zien dat het wel kan. Er zijn veel compromissen voor nodig, er komt heel veel bij kijken als je het wilt regelen, maar het kan. Je hoeft niet te kiezen. Ik merk ook dat in Nederland veel jonge studentes het prettig vinden om te zien dat er vrouwen zijn die leiding geven. Dat het kan.’

U zegt dat het kan. Maar u vertrok in 1994 toch juist bij het ministerie van Buitenlandse Zaken omdat u trouwde met uw man, Anis al-Qaq?

Kaag zucht. ‘Daar bestaan ook weer allerlei verhalen over. Er werd een onderzoekje ingesteld omdat mijn man destijds bij het lokale leiderschap van de Palestijnen werkte, het leiderschap dat overigens gesteund werd door Nederland. Hij is erkend vredesactivist. Er is onderzoek gedaan en ik mocht gewoon elders bij Buitenlandse Zaken verder werken. Ik ben zelf vertrokken. Ik was getrouwd en zou toch in Jeruzalem gaan wonen. Buitenlandse Zaken heeft me toen nog een terugkeerregeling aangeboden.’

Kaag heeft verder weinig trek om te praten over haar privéleven, laat staan over wat ze zelf ‘de baggerspuiterij’ noemt. Verwijten dat ze door haar huwelijk zou ‘sympathiseren met terroristen’ – onder andere geuit door rechtse politieke partijen in Israël – waren voor haar zelfs reden om Twitter deels vaarwel te zeggen. ‘Ik lees dit soort berichten niet meer, ik gebruik Twitter alleen nog als bron voor serieuze artikelen’, zegt Kaag. Ze wil er verder niet op ingaan.

‘Ik heb dertig jaar werkervaring, ik wil naar eer en geweten een bijdrage leveren, maar soms vraag ik me af: feministisch Nederland, echt? Ik moet het iedere keer over mijn man hebben. Worden mannelijke ministers ook steeds naar hun vrouw gevraagd?’

Haar loopbaan en visie, daar mogen we wel alles over vragen. Kaag klom na haar vertrek bij Buitenlandse Zaken gestaag door de rangen van de Verenigde Naties. Ze was gestationeerd in Libanon, Israël, Zwitserland en de VS. Haar gezin is mede daardoor internationaal uitgewaaierd. Een zoon studeert nu in Glasgow, een dochter in Londen, een andere zoon is in Rotterdam begonnen, haar man ‘shuttelt’ tussen Jeruzalem en Genève. Hoe ze contact houdt? ‘Gewoon, zoals iedereen dat doet, via Facetime, telefoon, Whatsapp. Drie van mijn vier kinderen zitten op de universiteit. Het is echt niet zo dat die iedere dag met mij aan de telefoon willen hangen. Ik ben ze meestal zelf aan het najagen.’

Kaag, die haar jeugdjaren doorbracht in Zeist, heeft naar eigen zeggen altijd contact gehouden met Nederland ‘Ik ben niet echt 25 jaar weggeweest. De kranten las ik digitaal, er is Uitzending Gemist en ik kwam vaak in Nederland. Toch kan het zijn dat de veranderingen in Nederland mij meer zijn opgevallen. Het is zoals met je kinderen: als je ze dagelijks bij je hebt, zie je ze niet echt opgroeien. Dat heb je pas door als je een foto van een paar jaar oud onder ogen krijgt. Zo is het ook met Nederland. Soms denk ik weleens: hè?’

Foto © Jitske Schols

Veranderde waarden

Het gaat dan vooral om de veranderde waarden in het ooit zo tolerante Nederland. ‘Er zijn natuurlijk ook veel goede dingen gebeurd de afgelopen jaren, maar er spelen nu thema’s waar we vroeger minder over nadachten. Onze waarden, onze kijk op Europa, het toegenomen antisemitisme, de xenofobie. Het zijn punten van zorg waar we veel aandacht aan moeten besteden. Maar waar wil Nederland nou bekend om zijn in de wereld?

‘Ik geloof nog steeds in tolerantie, respect, mensenrechten, diversiteit, inclusiviteit, de open manier waarop we met elkaar omgaan. Een buitenlander kijkt ook zo nog naar ons, ook al weet ik dat als je even krabt aan de oppervlakte het er ook anders uit ziet. Maar die waarden zijn voor mij een drijfveer, ook al zit niet iedereen daarop te wachten. Dat weet ik ook wel.’

Het zijn precies dit soort teksten die je niet vaak meer hoort in politiek Den Haag, vertellen vriend en vijand. Politici benadrukken tegenwoordig bij elke euro die in het buitenland wordt uitgegeven – of het nou gaat om ontwikkelingshulp of een militaire missie – vooral het eigenbelang. Een ‘realistisch buitenlands beleid dient de Nederlandse belangen’, staat letterlijk in het regeerakkoord. Kaag lijkt met haar uitspraken over tolerantie en mensenrechten eerder een politicus uit het Nederland van de jaren negentig dan 2018.

Bram van Ojik, oud-diplomaat en Tweede Kamerlid voor GroenLinks, erkent dat Kaag veel dingen zegt die hem ‘uit het hart zijn gegrepen’, zoals haar recente oproep om Libische detentiecentra te sluiten omdat de omstandigheden daar mensonterend zijn. ‘Kaag zegt dingen die je niet vaak meer hoort in de Kamer. Maar de vraag is of ze haar uitspraken in de huidige politieke context nog kan waarmaken’, aldus Van Ojik. Deze week is een rapport verschenen dat de Libische detentiecentra nog nooit zo vol hebben gezeten, zegt Van Ojik. ‘Dus je kan wel oproepen tot iets, maar als het niet gebeurt, heb ik daar als politicus geen boodschap aan.’

Binnen de coalitie zijn er soms vragen of Kaag kan wennen aan de logica van de Haagse wandelgangen en het politieke handwerk. Dat er spanning bestaat tussen haar persoonlijke opvattingen en het regeerakkoord is een publiek geheim. Tijdens een D66-congres in 2015 zei ze bijvoorbeeld nog dat Nederland ‘meer had kunnen doen’ tijdens de vluchtelingencrisis, inmiddels is het asielbeleid alleen maar verder aangescherpt. Ze vindt dat migranten ‘een verrijking’ zijn voor de samenleving, terwijl de VVD hen vooral ziet als bedreiging. Ook op Kaags beleidsterrein heeft dat invloed. Ontwikkelingssamenwerking moet volgens het kabinet vooral een instrument zijn om de migratiestromen te bedwingen. In het regeerakkoord van Rutte III staat nadrukkelijk: ‘Aanvullende uitgaven richten zich in het bijzonder op de oorzaken en gevolgen van migratie.’

In uw vrijdag gepresenteerde nota kondigt u aan dat de focus van ontwikkelingssamenwerking verschuift naar de instabiele regio’s in het Sahelgebied, de Hoorn van Afrika, Midden-Oosten en Noord-Afrika. Is dat ingegeven door de angst voor migratie?

‘Fragiliteit zorg inderdaad voor conflict en vluchtelingenstromen. Maar wij zijn bezig met een veel breder verhaal. We willen de grondoorzaken van armoede, terreur, migratie en klimaatverandering aanpakken door in die regio’s bij te dragen aan stabiliteit en perspectief. Door te investeren. Het gaat om kansen, kansen, kansen.

‘Ik vind het zelf heel belangrijk dat onderwijs weer een startpunt is. Nederland had vroeger een voortrekkersrol bij onderwijsprojecten, maar daar zijn we eigenlijk helemaal uitgestapt. We gaan nu niet weer zelf overal schooltjes bouwen, maar wel investeren in internationale partnerschappen waar ook de Wereldbank en de VN bij zijn betrokken.’

Wordt hulp voortaan ook als drukmiddel gebruikt om Afrikaanse landen te dwingen uitgeprocedeerde asielzoekers terug te nemen?

‘Die migratieafspraken worden geleid door staatssecretaris Mark Harbers en minister Stef Blok. Ik zal hen ondersteunen vanuit mijn verantwoordelijkheid als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, maar ik ga niet over migratiedeals. Blok is laatst wel in Algerije geweest en daar heeft hij inderdaad gesproken over terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers . Hij maakt ook afspraken over capaciteitsversterking van de douane.

‘Ik kijk meer naar de aanpak van de grondoorzaken van migratie. Wat kunnen we bieden? Wat is het perspectief? Ik sta meer aan de kant van hoop. Ook bij de opvang van oorlogsvluchtelingen in de regio proberen we dat te doen. Het moet meer zijn dan pappen en nathouden en hopen dat die mensen niet voortreizen. We investeren ook daar in onderwijs en we beginnen een mental health-programma. De geestelijke gezondheidszorg wordt nu heel erg vergeten. Veel van die mensen hebben trauma’s. Ze kunnen aan het begin van de dag nauwelijks het einde zien.’

Het kabinet streeft naar ‘opvang in de regio’. Vindt u nog steeds, zoals u in 2015 zei, dat Europa meer kan doen?

‘Landen als Jordanië en Libanon hebben zelf de grens al dichtgedaan, dus er komen nu niet meer mensen bij die opgevangen moeten worden. Het tijdelijk verblijf in opvangkampen als in Libanon en Jordanië is wel heel lastig en schrijnend. Je ziet hoe de armoede onder de vluchtelingen alleen maar toeneemt. De coping mechanisms zijn heel tekenend: kindhuwelijken, prostitutie, noem maar op... Ze zakken met z’n allen steeds meer onder de armoedegrens. Daarom gaat een deel van onze intensivering juist naar die landen toe, om weerstand te bieden aan die ontwikkelingen.’

Dat is een extra investering in geld. Maar zouden wij als Europa niet meer mensen hier moeten opvangen?

‘Ik denk dat dat een gepasseerd station is. Het kader van het regeerakkoord blijft: opvang in de regio bestendigen en versterken. Daar werken wij aan. Je hoort Jordanië en Libanon zelf ook niet meer vragen om internationale opvang. Die vragen juist om investeringspaketten. We hebben net een Libanon-conferentie gehad, daar is een heel groot investeringspakket afgesproken. Wij hebben daar ook aan meegedaan om te kijken hoe we Libanon kunnen helpen om de balans te houden. Voor de vluchtelingen zelf en de economie daar.’

Beseffen landen als Jordanië en Libanon ook dat het een gepasseerd station is dat Europa nog vluchtelingen opneemt?

‘Ja. De oproep van die landen is ook altijd geweest dat er een politieke oplossing nodig is voor de conflicten. De meeste vluchtelingen zullen uiteindelijk ook het liefst naar huis gaan als er uitzicht is op veiligheid en wederopbouw.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.