Opinie

'SGP-vrouwen schenden op vrijwillige basis hun grondrechten'

Met zijn uitspraak over de SGP zondigt het Europees Hof tegen zijn vermaning behoedzaam om te gaan met politieke partijen. Dat betoogt hoogleraar Tom Zwart.

Portret van SGP-leider Kees van der Staaij. Beeld ANP

Vorige week wees het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) een klacht af die de SGP daar had ingediend tegen een arrest van de Hoge Raad. In dat arrest verklaarde de Hoge Raad de uitsluiting door de SGP van vrouwen van kandidaatstelling voor gekozen functies in strijd met artikel 7 van het VN-Vrouwenverdrag.

De staat kreeg van de Hoge Raad de opdracht om passende maatregelen te nemen om te zorgen dat de SGP vrouwen op haar kieslijsten zou toelaten. Omdat de SGP daarmee de partijfinanciering die zij van de overheid krijgt - en dus ook haar voortbestaan - in gevaar zag komen, besloot de SGP de zaak bij het EHRM aanhangig te maken. De toenmalige minister Donner besloot, met steun van de meerderheid van de Tweede Kamer, te wachten met het nemen van maatregelen totdat het EHRM uitspraak had gedaan.

Die uitspraak spitst zich toe op de stelling van de SGP dat het arrest van de Hoge Raad een beperking oplevert van haar verenigingsvrijheid. Het EHRM is dat weliswaar met de SGP eens, maar het vindt die beperking gerechtvaardigd omdat die bedoeld is om een ander belang te dienen, namelijk de bevordering van de gelijkheid van de geslachten. Het EHRM wijst erop dat het dat belang al sinds het midden van de jaren tachtig als zwaarwegend beschouwt. Kortom, het in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde kiesrecht en het verbod om bij de uitoefening daarvan vrouwen te discrimineren moeten zwaarder wegen dan de verenigingsvrijheid van de SGP.

De uitspraak van het EHRM overtuigt niet omdat het Hof niet duidelijk maakt waarom het standpunt van de SGP het passieve kiesrecht van vrouwen zou beperken. Kennelijk gaat het EHRM ervan uit dat je in ons land geen kandidaten kunt stellen zonder een politieke partij. Maar dat is niet het geval. De Kieswet geeft aan dat Nederland geen partijenstelsel heeft, maar een lijstenstelsel. Iedereen die aan de gestelde voorwaarden voldoet, mag een lijst indienen, dus ook staatkundig gereformeerde vrouwen die wél vinden dat vrouwen in de politiek mogen.

Bovendien beperken SGP-vrouwen op vrijwillige basis hun grondrechten. Iemand die lid wordt van de Bond tegen het Vloeken, zal zelf ook niet willen vloeken. Daarmee wordt de vrijheid van meningsuiting wellicht beperkt, maar dat doet de betrokkene dan wel zelf.

De uitspraak van het EHRM schiet ook tekort omdat het EVRM helemaal geen kiesrecht garandeert. Het bevat slechts de plicht voor de staten om periodiek geheime verkiezingen te houden. In de jurisprudentie is de claim dat daarin een kiesrecht kan worden gelezen terecht decennialang afgewezen. Pas de laatste jaren heeft het Hof deze bepaling opgerekt en daaruit een kiesrecht afgeleid.

De Britten hebben in mei aangekondigd een uitspraak die hen verplicht kiesrecht voor gevangenen in te voeren naast zich neer te leggen, omdat het EVRM dat recht helemaal niet kent. Aangezien het discriminatieverbod alleen geldt voor in het EVRM opgenomen rechten kan het SGP-standpunt dan ook geen discriminatie ten aanzien van het kiesrecht opleveren.

Ten slotte wijkt het EHRM in deze zaak plotseling af van het standpunt dat staten uiterst terughoudend moeten zijn in het beperken van politieke partijen omdat zij onmisbaar zijn voor het goed functioneren van een plurale en democratische samenleving. In de uitspraak Refah Partisi stelde het Hof dat zo'n beperking alleen gerechtvaardigd is als de partij in kwestie een gevaar oplevert voor de democratische rechtsorde. Dat is toch wel het laatste wat men van de SGP zou kunnen beweren.

Bovendien stelde het Hof in deze uitspraak vast dat het feit dat een partij zich laat leiden door religieuze waarden niet in strijd is met democratische beginselen. De laatste jaren wijkt het EHRM wel vaker plotseling af van zijn eigen lijn. Dat is niet bevorderlijk voor de rechtzekerheid, maar het is helemaal ongewenst als de toekomst van een politieke partij op het spel staat.

In de uitspraak beperkt het EHRM zich tot niet-ontvankelijk verklaring van de klacht, en daarmee is de zaak weer helemaal open. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal met een voorstel moeten komen om uitvoering te geven aan het arrest van de Hoge Raad. Omdat dat arrest nogal wat ruimte laat, kan de minister nog allerlei kanten op, zoals minister Donner destijds al liet doorschemeren. Het is in dat verband het beste om de SGP de ruimte te gunnen om de partij zelf van binnenuit te hervormen en daarop geen druk te leggen.

Tom Zwart is hoogleraar rechten van de mens aan de Universiteit Utrecht.

 
Het Europees Hof wijkt wel vaker plotseling af van zijn eigen lijn
 
Een lid van de Bond tegen het Vloeken zal zelf ook niet vloeken
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.