Interview (uit 2013) Tom Wolfe (1931-2018)

​Schrijver Tom Wolfe (1931-2018): ​'Ik ben nog altijd ijdel'

De Amerikaanse schrijver en journalist Tom Wolfe is maandag op 87-jarige leeftijd in een ziekenhuis in New York overleden. Dat heeft zijn agent dinsdag bekendgemaakt. Wolfe werd wereldberoemd door onder meer de roman The Bonfire of the Vanities, in het Nederlands uitgebracht als Het vreugdevuur der ijdelheden. In januari 2013 interviewde Steffie Kouters de toen 81-jarige schrijver over zijn boek Back to Blood.

Tom Wolfe. Foto AP

Het dienstmeisje, een echt dienstmeisje, in zwart-wit, brengt een glas water vol tinkelende ijsblokjes.

Tien minuten later schuifelt Tom Wolfe binnen, broze stappen op het antieke parket. Hij laat zich voorzichtig zakken in de diepe kussens van de Provençaalse bank, tegenover de marmeren open haard. De overdadig gedecoreerde huiskamer is een van de twaalf suites die de schrijver bewoont met zijn vrouw Sheila: de complete etage van een art-decogebouw, gelegen in het deftigste deel van New York. Kasten met honderden kunstboeken vormen de afscheiding met de studeerkamer.

De zon valt op de matblauw gelakte piano, naast het hoge raam dat een glorieus uitzicht biedt op winters Central Park.

U moet zich hier soms een Meester van het Universum wanen. 'Ha! O, ik hou er zo van, om uit te kijken over de woonkamer, als ik hiernaast zit te werken. Mijn vrouw heeft het prachtig ingericht. Helaas voel ik me geen meester; slechts een gelukkig man.'

In uw boeken typeert u de karakters aan de hand van statusdetails, zoals de auto die ze rijden, het merk zonnebril dat ze dragen. Nodigt u journalisten thuis uit, om ze te kunnen laten beschrijven hoe uw appartement eruitziet? Hij kijkt ongemakkelijk. Stilte. Dan: 'Welke grote onderwerpen spelen er nu in Nederland?'

Wolfe was volgens velen de uitvinder van het genre New Journalism, een vorm van journalistiek die ruim gebruik maakt van literaire technieken en waarin de persoon van de verteller zelf doorgaans nadrukkelijk aanwezig was, net zozeer als bijvoeglijke naamwoorden, cursieve passages en uitroeptekens.

Wolf vond dat de enige manier om een goed verhaal te vertellen was om erop uit te gaan en ervan verslag te doen. Dat deed hij in de jaren zestig zelf met de subculturen van hippies (‘The Electric Kool-Aid Acid Test’), astronauten (‘The Right Stuff’) en welgestelde linkse activisten (‘Radical Chic & Mau-Mauing the Flak Catchers’), oorspronkelijk in bladen als Esquire en Rolling Stone.

Hij begon zijn carrière eind jaren vijftig als een reguliere journalist, onder meer bij de Washington Post en de New York Herald Tribune. Na zijn New Journalism-fase richtte Wolfe zich steeds meer op literaire fictie, zoals met de wereldwijde bestseller ‘The Bonfire of the Vanities’ (1987), een satirisch tijdsbeeld van het ontspoorde, door geld, seks en drugs geobsedeerde New York van de jaren tachtig dat later verfilmd werd door regisseur Brian de Palma.

Tom Wolfe werd in 1931 geboren in Richmond, Virginia, de voormalige hoofdstad van het Amerikaanse Zuiden (tevens het decor van zijn roman ‘A Man in Full’ uit 1998). Hij speelde levenslang de rol van een verfijnde dandy, met witte maatpakken en dito hoeden. Hij stierf volgens zijn literair agent Lynn Nesbit in een New Yorks ziekenhuis aan een niet nader gespecificeerde infectie.

De voormalige, in Virginia geboren verslaggever werd 25 jaar geleden wereldberoemd en rijk met zijn roman The Bonfire of the Vanities. Zijn zedenschets van het New York van de jaren tachtig, bevolkt door ontsporende Wall Street-handelaren, opportunisten en volksmenners. Onvergetelijke hoofdpersoon is Sherman McCoy, een obligatiehandelaar bij wie het veel te snelle succes zo naar zijn hoofd is gestegen, dat hij zich een 'Master of the Universe' waant, in zijn onbetaalbare koopflat aan Park Avenue. 'Het soort appartement dat bij de gedachte eraan alleen al een vlammend gevoel van afgunst ontsteekt bij mensen in heel New York, en trouwens in de hele wereld', in de door testosteron gedreven denkwereld van McCoy.

Het schandaal met Dominique Strauss-Kahn bevat alle ingrediënten voor een boek van u: de machtige seksverslaafde IMF-leider, zijn rijke vrouw, het arme zwarte kamermeisje en de ambitieuze openbare aanklager. 'Seks is een grap van God! Seks kan mannen volledig te gronde richten, inclusief al hun ambities. Ze worden afgezaagd tot aan hun enkels - en het gebeurt elke dag weer. Ik had graag een non-fictieverhaal willen schrijven over DSK, als ik niet bezig was geweest met mijn laatste boek. Pas geleden zei Strauss-Kahn nog dat lust geen misdaad is. Nou: het is een van de zeven doodzonden.' Vilein lachje. 'Ik kan me niet voorstellen dat hij de eerste keus is voor de meisjes. Echt niet. O nee.'

Waarom niet? Omdat-ie zo dik is. Zo log. Vrouwen zijn veel toleranter omtrent het uiterlijk dan mannen, dat staat buiten kijf. Ze hebben een iets andere agenda. Vrouwen willen onmiddellijke toegang hebben tot het potentieel van een man, zelfs als ze zich hiervan niet bewust zijn. Een man wordt gewoon blind verliefd.'

Maar mannen zijn minder tolerant over het uiterlijk? 'Het ideaalbeeld van de vrouw is hier tegenwoordig dat ze eruit moet zien als een jongen met borsten. Mannen willen een vrouw met de smalle heupen van een duiker. Belachelijk.'

Zijn ogen lichten op, telkens als hij een prikkelende uitspraak doet.

Hij heeft de motoriek van een man van zijn leeftijd, maar die haviksogen hebben nog steeds iets jongensachtigs. De chroniqueur van zijn tijd praat zacht, soms bijna onverstaanbaar, zo anders dan zijn luidruchtige personages. In die romans spaart hij niets en niemand: politieke correctheid is er om te trotseren.

CV Tom Wolfe

Geboren

1931 in Richmond, Virginia.

Opleiding 

1957 Ph.D. American Studies, Yale University.

Carrière

1959 Journalist bij de Washington Post.

1965 The Kandy-Colored Tangerine-Flake Streamline Baby.

Een bundel persoonlijke reportages die hem tot een van de legendarische grondleggers maakte van New Journalism, een stroming die literaire middelen gebruikt bij het beschrijven van de realiteit.

1979 The Right Stuff, vermaard verslag over de eerste Amerikaanse astronauten.

1987 Romandebuut The Bonfire of the Vanities.

1998 Roman A Man in Full, over Atlanta's nieuwe rijken.

2004 Roman I Am Charlotte Simmons, over het Amerikaanse studentenleven.

2012 Back to Blood.

Tom Wolfe is sinds 1978 getrouwd met Sheila Berger, voormalig artdirector van Harper's Magazine. Ze hebben een dochter en een zoon.

Terug naar het bloed verscheen bij uitgeverij Prometheus. € 19,95.

Aan elk boek gaat uitgebreide research ter plaatse vooraf, waarbij hij met zijn zuidelijke hoffelijkheid het vertrouwen wint van de biotopen die hij wil beschrijven. Voor zijn nieuwe roman Back to Blood (Terug naar het bloed) toog hij naar immigrantenstad Miami - compleet met een bezoek aan een stripteasetent, gefrequenteerd door Russische obsceen-rijken. Zijn iconische witte pak verwisselde hij in dit exclusieve geval voor een marineblauwe blazer: Wolfe's manier van undercover gaan.

'Meer dan de helft van de populatie van Miami bestaat uit bewoners die de afgelopen vijftig jaar zijn gearriveerd. Het is bij mijn weten ook de enige stad die wordt bestuurd door recente immigranten, met een volkomen andere taal en cultuur, de Cubanen. Als ik in New York word benaderd door iemand die geen Engels spreekt, denk ik: poor devil. In Miami kreeg ik het gevoel dat ze medelijden met mij moesten hebben. Miami is Plan B voor iedereen in Latijns-Amerika.'

In Back to Blood laat hij de stad zien door de ogen van een bonte parade Wolfe-personages - zo mogelijk nog vetter aangezet dan in zijn voorgaande romans.

Een psychiater in het boek, gespecialiseerd in het bestrijden van pornoverslaving, vaart rond in een boot met de naam 'Hypomanic', een aandoening waaraan u ook hebt geleden. Bijna opgetogen: 'Ja, zo'n periode heb ik gehad. Nadat ik een hartaanval had gekregen, in 1996, moest ik een bypassoperatie ondergaan. En daarna, ik weet niet wat het was, misschien was ik gewoon blij dat ik nog leefde, werd ik hypo, niet te verwarren met hyper. 's Nachts om twee uur liep mijn vrouw de werkkamer binnen: 'Thomas, moet je niet naar bed?' En ik riep: 'O nee, ik heb nog van alles te doen!' Ik schreef maar raak. Als ik hypomanie had kunnen bottelen, was ik nu zillionaire geweest. De dokter schreef me voor twee keer per dag zes kilometer te wandelen, en meer van dat soort heerlijke dingen. Ik was zo gelukkig. Ik ging alle winkels af, kocht cadeautjes voor mijn vrouw.'

Wat zei uw vrouw over de staat waarin u verkeerde? 'In het begin had ze er nog wel lol in: ik was zo levendig. Later probeerde ze me vooral te kalmeren. Sommige dingen waren ook wel riskant. Als iemand bij het stoplicht achter me begon te toeteren, sprong ik de auto uit en rukte de deur open van die wagen: 'Wat is jouw probleem?''

Dat lijkt me niets voor zo'n beleefde man als u. 'Ik vroeg erom vermoord te worden. Maar ik ben ermee weggekomen. Het had alleen niet veel langer moeten duren. O ja: en ik schreef een brief van negentien kantjes aan de gouverneur van New York, waarin ik hem allerlei wijze adviezen aan de hand deed. Godzijdank heb ik die nooit verstuurd.'

Meteen erachteraan: 'Dit alles werd gevolgd door een periode van diepe depressie. Maar gelukkig: ook dat ging voorbij.

'Als je een roman schrijft, ontkom je er niet aan ervaringen uit je eigen leven te gebruiken. Het is moeilijk je iets voor te stellen dat je nog nooit hebt meegemaakt. Ik zou mezelf niet vertrouwen als ik een ervaring beschreef die helemaal buiten mij om ging.'

De Cubaanse politieman Nestor is geobsedeerd door zijn goddelijke torso, in Back to Blood. De oplichtende ogen: 'Nestor is een projectie van mezelf. Ik ga nog elke dag naar de sportschool. Maar ik zal je wat vertellen: na een zekere leeftijd kweek je geen spieren meer. Ik doe het nu vooral om verticaal te blijven. Vroeger was ik bijzonder ijdel over mijn lichaam. Toen ik fysiek op mijn hoogtepunt was, kon ik in een touw klimmen zonder mijn benen te gebruiken.'

Net zoals Nestor. 'Ja. Ik wilde die jongen heel sterk maken. Onbewust moet ik daarbij aan mezelf hebben gedacht. In de gymzaal van Yale klom ik meters en meters de touwen in, alleen met mijn armen. Ik testte mijn bovenlichaam tot het uiterste. Als ik nu naar de sportschool ga, zie ik dat mensen net zo ijdel zijn als ik toen was. Sportscholen zijn een en al spiegel. Je kunt altijd even snel stiekem een blik op jezelf werpen.'

Doet u dat nog weleens? 'Nou, er is niet zoveel meer om nog naar te kijken.'

Later: 'Heb je die zaak met generaal Petraeus gevolgd? Die was erg trots op zijn machtige borstkas. Je zag die spieren niet, daar onder dat uniform, maar hij liep er wel de hele dag aan te denken.'

In uw boeken verlangen bijna alle getrouwde mannen naar een veel jongere vrouw. 'En het brengt ze ook allemaal in de problemen, ha! Ik zie een hoop idioten, als ik zo om me heen kijk.

'Nadat de affaire van Petraeus bekend was geworden, bedacht ik wel dat je minimaal een keer per jaar de harde schijf van je computer moet laten wissen. Want als de overheid die te pakken wil krijgen, krijgt ze 'm te pakken.'

Bent u daar nu echt bang voor? 'Ik ben niet paranoïde, heus niet, maar de overheid heeft zoveel manieren om je in de gaten te houden. Dat komt steeds dichterbij, ik zweer het.

'De verhouding van Petraeus lekte uit via de e-mail. Iedereen die een e-mail verstuurt in de VS, moet erop voorbereid zijn dat je de tekst net zo goed kunt publiceren op de advertentieruimte onderaan de voorpagina van The New York Times.'

'Vernedering is erger dan de dood', zegt verpleegster Magdalena in uw laatste roman. 'O jaaa. Er zijn vernederingen die geen enkele impact hadden op mijn leven, maar die me nog steeds achtervolgen. Een voorbeeld, van lang geleden. Het sneeuwde 's avonds, en ik was net als iedere andere New Yorker wanhopig op zoek naar een taxi. Eindelijk vond ik er een; de chauffeur zette een ouder echtpaar af voor een restaurant. Het stel klom uiterst traag uit de wagen. Ineens sprong er aan de andere kant een grote kerel op de achterbank. Hij versloeg me en ik deed niks. Terwijl ik hem had moeten uitfoeteren, finaal onderuit had moeten halen - de enige adequate reactie. Er kwam al snel een andere taxi aan, dus eigenlijk was er niets aan de hand, maar toch voelde ik me publiekelijk vernederd.'

Waarom is vernedering zo erg? 'Omdat vernedering het tegenovergestelde is van statusverwerving. En ik denk dat ieder mens, tenzij hij recht in de ogen van de dood kijkt, continu bezig is met status. Zo zit het leven in elkaar.'

Op welke manier bent u ermee bezig? 'Zie ik er goed uit? Hoe komen de laatste paar woorden over die ik heb gezegd? Heb ik de plek die mij toekomt in deze wereld?'

Alle personages in uw boeken zijn bezeten van status. Dat zegt iets over u. 'Ik denk dat het voor iedereen geldt. Zelfs mannen die er niks om lijken te geven hoe ze overkomen, ze dragen jeans en hoodies...'

Wat voor u een verschrikking moet zijn. 'Haja. Dat gaat natuurlijk alle perken te buiten. Maar ze zien er precies zo uit als de rest van de groep waartoe ze zichzelf vinden behoren. Geen haar op hun hoofd denkt erover iets aan te trekken wat ik als goedgekleed zou beschouwen. Omdat ze dan buiten de groep vallen. Elke man die beweert dat hij niet nadenkt over wat hij draagt, liegt.'

Heeft u nog steeds veertig witte pakken? 'Ik heb er niet zo veel meer: rond de dertig. Het is moeilijk hoor, om ze netjes te houden. Onderschat dat niet.'

Schrijft u ook in uw witte pak? 'Nee, meestal schrijf ik in mijn kamerjas. Ik probeer nu een nieuw overhemd te ontwerpen, een die je kunt dragen zonder stropdas. Er zijn tegenwoordig zoveel mannen die geen stropdas omdoen. Onder hun hals zie je dan een gapend gat, bobbels en allerlei knoopjes, waardoor het lijkt of ze 'm gewoon zijn vergeten. Dat moet beter kunnen.'

Jongensachtig enthousiast: 'In Cuba heeft de Guayabera de plek ingenomen van het jasje. Be-au-ti-ful: een afgebiesd shirt, gemaakt van twee lagen linnen. Je kunt de schouders iets breder laten maken, en de taille een tikje smaller. Sommige exemplaren zijn werkelijk uitzonderlijk prachtig, met borduursel. Maar ja: ik kan niet zomaar de Guayabera kopiëren. Ik moet toch echt iets anders bedenken.'

U bent nog steeds wel een beetje ijdel. 'Daar moet ik even over nadenken.' Na twee seconden: 'Ik denk het wel, eigenlijk.'

Wat is het grootste compliment dat iemand u kan geven voor een boek? 'Behalve dan: 'Dat was briljant?' Uitbundige lach. 'Het liefst hoor ik: 'Het was alsof ik het allemaal zelf beleefde.' Maar je moest eens weten hoeveel mensen me lopen te vleien, alleen om te slijmen. Laat ze het opschrijven in de krant.'

Vindt u het fijn beroemd te zijn? 'Om je de waarheid te zeggen: já.'

Dat is mooi. Vaak vertellen celebrity's dat ze er zo'n moeite mee hebben beroemd te zijn. 'Al op de middelbare school zei ik tegen mezelf: ik wil een beroemde schrijver worden. Ik werd aangenomen bij een dagblad en genoot van die druppelsgewijze, vluchtige momenten van statusbevrediging. Het gaf me een enorme boost in de krant te staan. Ik kreeg er de smaak van het verslaggeven te pakken. Voor een schrijver is er geen betere basis. Als een jonge auteur me om advies komt vragen hoe hij het best kan leren schrijven, zeg ik: 'Leave the building!'

Terwijl een hoop auteurs achter hun bureau blijven zitten en over zichzelf schrijven. 'Er zijn genoeg getalenteerde jonge schrijvers die een uitstekende eerste roman afleveren. Daarin hebben ze dan de eerste 25 jaar van hun leven gekannibaliseerd. Prima, God bless them. Het wordt lastiger als het hoofdpersonage van de langverwachte tweede roman een auteur is die veel succes heeft gehad met zijn eerste boek, maar nog steeds zonder vriendin zit, geen cent te makken heeft, en elke dag de vijf trappen moet opklauteren van zijn droeve appartementencomplex in een treurige New Yorkse wijk. 'O hell', denkt de lezer dan, 'niet erg opwindend.' Tja: de schrijver had deze keer maar drie jaar van zijn leven tot zijn beschikking om te kannibaliseren.'

Kortom: een goede schrijver trekt erop uit en onderzoekt de samenleving. 'Zo denk ik erover. Tegenwoordig willen we vooral psychologische inzichten. Maar ik geloof heilig dat ieder mens, hoe individualistisch hij ook pretendeert te zijn, wordt gevormd door het milieu waaruit hij afkomstig is.'

Het bos maakt de bomen, en niet omgekeerd. 'Precies.'

De schrijver neemt een slok ijswater. Op de achtergrond, in de studeerkamer, kijkt een levensgroot geschilderde versie van hemzelf toe, parmantig leunend op een wandelstok.

Hij zegt: 'Tijdens de Tweede Wereldoorlog, ik was een jaar of 12, ving ik in een plattelandswinkel een discussie op tussen een paar boerenjongens. 'Waarom gaat er eigenlijk niet iemand naar Europa om Hitler uit te schakelen?', vroeg de een. De ander zei: 'Ik betwijfel of het zo simpel is.' Zijn vriend antwoordde: 'Regel een boot voor me en ik doe het zelf. Ik bel aan, en als-ie de deur opendoet, schiet ik 'm dood.'

'Dit gesprek representeerde zekere waarden. Neem de Amerikaan zijn geweer niet af. Er zijn veel Amerikanen die oprecht geloven dat ze het recht hebben een wapen te bezitten. Ze regelen hun eigen zaakjes wel - op de regering hoef je niet te rekenen. Ze houden niet van bureaucratie, conferenties, discussies en meer van dat gedoe. '

In 2004 stemde u voor George Bush. Nadat u daarover had verteld in een interview, werd u naar eigen zeggen benaderd alsof u had verklaard: 'By the way, ik ben een kinderverkrachter.' 'Nou: zo keken mijn vrienden plotseling naar me, en anderen met wie ik omga, schrijvers en journalisten. Als ik een kamer binnenwandelde, voelde ik de spanning toenemen.'

Voelde u zich hierdoor geïntimideerd? 'Het was niet het gevecht dat ik zelf zou hebben uitgekozen, maar ik had er wel plezier in het gevecht aan te gaan. Ik was behoorlijk verrast over de reactie uit mijn omgeving. Ik bedoel: 62 miljoen Amerikanen waren het met me eens. Zaten die miljoenen ernaast, waren ze gek? Het stiekeme antwoord had geluid: 'Ja, die 62 miljoen zijn gek.' Tegenwoordig zeg ik maar dat ik altijd heb meegestemd met de Amerikanen, op een verkiezing na. Nou, dat is niet helemaal waar. Maar ik was hun echo. Wat zegt dat over mij? Dat ik een Amerikaan ben.'

Dus u heeft de afgelopen keer op Obama gestemd? Korte aarzeling. 'Nee, dat heb ik niet gedaan. Ik koos voor een write in-kandidaat, ik heb Ron Paul ingevuld.'

De Republikein Ron Paul? Die was toch allang afgevallen als presidentskandidaat? 'Ik weet het: het was een hopeloos gebaar. Maar ik hou van zijn ideeën. Een libertariër. Ron Paul is voor een beperkte overheid.'

Het dienstmeisje komt binnen: 'Excuseer me mister Wolfe, maar u heeft over twintig minuten een andere afspraak.'

Bent u nog steeds een patriot? 'Ik heb een stropdas vol Amerikaanse vlaggetjes. Het is niet zo slim om die te dragen in bepaalde kringen. Je mag blijkbaar niet voor dit land zijn, al weet ik niet waarvoor je dan wel mag zijn. Ik hou van Amerika. Ik geloof eerlijk, oprecht, dat er geen sociale klassen zijn in de VS, al wordt dit vaak ontkend. Er zijn statusgroepen, dat wel.'

Tot welke behoort u? 'Tot twee categorieën. Ik maak deel uit van de wereld van de journalistiek en de literatuur: ik meet mezelf continu af aan andere schrijvers. En ik voel me, zoals de meesten, nog steeds verbonden met de bewoners uit de streek waar ik ben geboren. Vlak na 9/11 verklaarden de evangelische christenen Pat Robertson en Jerry Falwell dat de aanslag de wraak van God was voor het verspreiden van homoseksualiteit. Ze komen beiden uit Virginia. Pat Robertson heeft bij mij op school gezeten. Wat een belachelijke uitlatingen, dacht ik. Maar tegelijkertijd was ik diep verontwaardigd, dat iedereen zo over hen heen viel.' Hij verheft zijn stem, voor het eerst: 'Hoe kónden buitenstaanders roepen dat het barbaren waren? Er zat nog genoeg Virginia in me om die aanvallen op hen te verafschuwen. Je keert je niet snel tegen je eigen mensen. Zelfs als je denkt dat ze fout zitten.'

Terug naar het bloed. 'Back to Blood, inderdaad.'

Vanuit de gang klinkt de resolute stem van zijn vrouw Sheila, aanmerkelijk dwingender dan het dienstmeisje. 'Tom, het spijt me, maar je moet nu echt gaan.'

Hij maakt een verontschuldigend gebaar.

Philip Roth is gestopt met schrijven. Hij is iets jonger dan u. 'Schrijven is een hobby van me. Een hobby! Voor 's nachts. Ik was verrast over de beslissing van Roth. Zo'n grote, productieve schrijver. Ik weet zeker dat hij een comeback zal maken.' Zijn ogen lichten weer op: 'Als hij het zat is om telkens te worden aangeduid als 'de voormalige romanschrijver Philip Roth.''

Denkt u na over de dood? 'Iedere 80-jarige is zich zeer bewust van de necrologieën. Het lijkt alsof ze doodgaan als vliegen, om je heen. Een vriend hield een begrafenisrede voor een gezamenlijke vriend van ons. Tijdens de dienst haalde hij allerlei overledenen uit onze kennissenkring aan: 'Ik vergeet nooit de tijd dat Dennis en Frank en ik... Frank is helaas ook anderhalf jaar geleden gestorven...' Opeens riep hij naar de zaal: 'Ze schieten op ons regiment!'

Ironische glimlach. 'Zoals een andere vriend zei: 'We zijn aan de beurt.' Dus in zoverre ben ik ermee bezig, ja. Maar ik denk dat niemand in staat is zich in te beelden dat hij er niet meer is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.