‘Rustig rijden om wild te laten oversteken, vinden wij absurd’

Vandaag?: Tom Bade, milieugeograaf..

Denkend aan Holland zie ik... ‘Canada, haha! De eeuwig zingende bossen van Canada. Met beren en wolven. Als wenkend perspectief. Als ik in Canada door het bos loop, denk ik: ‘Alles is groter, sneller; alles klimt, ruikt en ziet beter dan ik. Vanwege de grizzly’s moet je in groepjes van zes door zo’n gebied lopen. Daar word je heel nederig van. Je weet dat je soms even een blokje om moet lopen, dat je een pad beter even niet kunt inslaan, want ja, daar staat een beer.

‘In Nederland hebben wij een gedegenereerd beeld van de natuur. Natuur moet ten dienste van ons staan, moet onder controle zijn. Er mag niets gebeuren. Stel je voor dat je iets rustiger moet rijden zodat er wild kan oversteken. Absurd, vinden wij dat. Dus slachten we de wilde zwijnen op de Veluwe ieder jaar af. Die arrogantie, dat superioriteitsgevoel, dat zie je nergens zo sterk als in Nederland.’

Milieugeograaf Tom Bade (49) is een bevlogen propagandist van ‘wilde natuur’ van Nederland. Hij was consultant bij KPMG, maar begon in 2003 zijn eigen kenniscentrum Triple E in Arnhem. Hij schreef boeken, geeft lezingen, staat op 66 in ‘De duurzame 100’ van Trouw. Hij werd bekend vanwege zijn idee voor en de organisatie van de eerste landschapsveiling ter wereld. Zijn basisstelling is dat natuur grote economische meerwaarde heeft. Hij zal binnenkort promoveren op het model om die meerwaarde te berekenen. ‘Maar’, zegt hij, ‘je kunt het ook gewoon zien. Hier, in park Sonsbeek, in de stad. De toegevoegde waarde van dit park op de prijzen van de huizen hieromheen bedraagt miljoenen.’

Even verderop, op de Veluwe, maar ook in de Ooijpolder bij Nijmegen, ziet hij zijn stelling op grote schaal bevestigd. ‘Daar worden miljarden verdiend met de natuur. Ieder weekend, met een beetje mooi weer, stroomt het vol met recreanten. Waarom? Vanwege de wilde zwijnen, als ze er zijn; vanwege de kans om een edelhert te zien. Vanwege de ganzen, de paarden, de bevers. Er zijn dorpen op de Veluwe die een voorzieningenniveau hebben dat drie, vier keer zo hoog is als je op basis van de bevolking zou mogen verwachten.

‘En wat is nou het grote probleem? Niets van dat geld gaat terug naar natuurbescherming. Wij moeten het doen met 0,2 procent van de rijksbegroting, terwijl wij hier laatst hebben zitten te berekenen dat 5 procent van het bruto nationaal product te danken is aan de natuur. Het is wrang, maar je kunt zeggen dat de Betuwelijn is aangelegd met geld dat met natuur is verdiend. Ik vind: de ecologisch infrastructuur is ook een economische infrastructuur. De aanleg ervan zou in de Crisis- en Herstelwet moeten.’

Hij groeide op in Barendrecht, maar omdat zijn vader astma had, verhuisde het gezin naar Arnhem toen Tom Bade 14 was.

‘Ik vond het vreselijk om uit Barendrecht weg te gaan, maar ik ben hier vanaf dag één door de bossen gaan zwerven. Ik vond het park bij wijze van spreken nog een oerwoud, er was nog een wereld te ontdekken. De eerste keer dat ik een edelhert zag, schrok ik me helemaal scheef. Hij stond opeens op, vlak voor me, met dat enorme gewei. Ik stond te trillen op mijn benen.

‘Laatst had ik een vergelijkbare ervaring, samen met mijn twee dochters. We lagen op de grond, achter een heuveltje op Veluwezoom, om burlende edelherten te zien. Net als in Dancing with Wolves, zo voelden wij dat. En opeens zagen we een kudde wilde zwijnen, van heel dichtbij. Zo’n ervaring vergeet je nooit meer. Dat is ook de reden dat mensen massaal naar de Veluwe komen.’

Toch is de heersende opvatting: natuur kost veel geld en het is tobben geblazen. En met de miljoenen die je hier kwijt bent om moeizaam wat verbindingen aan te leggen, kun je heel wat tropisch regenwoud elders redden.

‘Ze zien je aankomen in het buitenland. ‘U wilt dat wij hier het tropisch regenwoud redden? Maar in eigen land doet u niets.’ Bovendien: het scheelt juist heel veel geld als je de natuur groter en sterker maakt. En het is leuker voor de mens. Ik ben voor grote, aaneengesloten gebieden waar je de natuur zichzelf laat reguleren. Niet graven en spitten dus, niet dat eindeloze geknutsel. Dat zie je nergens ter wereld. Dat gefröbel is typisch Nederlands. Terwijl: het wordt mooier en rijker als je de natuur zijn gang laat gaan.’

Over de Oostvaardersplassen, de enige plek waar dat tot op zekere hoogte gebeurt, zijn de meningen anders ernstig verdeeld.

‘Ja, als er dan een keer wat durf is, dan komt de zieligheidsmaffia in het geweer. En die laat zich leiden door mensen met een heel andere agenda. Want het gaat Henk Jan Ormel van het CDA helemaal niet om die zielige beestjes; het gaat om 2.000 hectare boerengrond die moet wijken voor de verbinding van de Oostvaardersplassen met de Veluwe. Mensen zijn te oenig om dit soort machiavellistische overwegingen te doorgronden. Ze zeggen: oh, wat zielig, die hertjes. Maar die hertjes zijn helemaal niet zielig. Integendeel.

‘Daarnaast is de jagerslobby doodsbang dat ze straks op de Veluwe ook niet meer mogen schieten. Het afgelopen jaar heeft daar een enorme slachting plaatsgevonden onder de wilde zwijnen. Duizenden zijn er afgeschoten. Want er is bedacht dat er draagvlak is voor hoogstens 800 of 900 zwijnen op de Veluwe. Terwijl, als je de ecologische norm zou hanteren, er misschien wel 10 duizend zwijnen zouden kunnen rondlopen. Dat bepaalt de natuur zelf wel. Maar ja, dat vinden wij lastig.’

Het is toch ook lastig. Er is toch weinig ruimte.

‘Dat is heel arrogant om te zeggen. We hadden hier vroeger prachtige natuur, met veen en bossen. En met wolven. En nu zeg je: doe die natuur maar ergens anders, wij doen het wel met de wespenorchis. Nee, het is vooral een kwestie van mentale ruimte. We zijn watjes geworden.’

Watjes?

‘Ik vind dat de hele ecologie in Nederland herschreven moet worden. Bijna alle ecologen in Nederland denken in termen van verschraling, in navolging van Victor Westhoff. Maar Westhoff hield toevallig vooral van plantjes. Dus vond hij dat je moest verschralen. Maar wie gaat er nu verschralen in een vruchtbare delta, waar de zeeklei en de rivierklei enorm hoog liggen, en het veen tot aan het plafond? Dan ben je toch een beetje van het paadje af. Je gaat in ieder geval tegen de natuur in. Dat krijg je in het buitenland ook niet uitgelegd. En omdat het onnatuurlijk is, blijf je graven, spitten, fröbelen.

‘Maar je krijgt het langzamerhand ook niet meer aan mensen uitgelegd. Dan haalt Natuurmonumenten opeens 140 hectaren bos weg in de Loonse en Drunense duinen, om er een zandverstuiving te herstellen. Dat vind ik decadent. Jarenlang hebben de mensen gehoord dat ze niet van de paden af mochten, dat honden aan de lijn moesten, dat ze geen papiertjes mochten weggooien en dat ze er in het broedseizoen niet mochten komen. En opeens komt de dragline, alles wordt in de container gekieperd en er wordt gezegd: grapje, dit was helemaal niet zo waardevol. Dat krijgt de afdeling propaganda echt niet meer recht geluld.’

Waar gaat het wel goed, volgens u?

‘In de Ooijpolder gaan landbouw en wildernisnatuur op een perfecte manier samen. En de hele regio bloeit op, vanwege de recreatie. Alleen maar omdat de marginale gebieden, in de uiterwaarden, weer natuur mochten worden. In het begin zeurde iedereen over distels en zo, en nu is iedereen, burgers, boeren en buitenlui, blij. Er is een hele economie omheen ontstaan.

‘Nog een mooi voorbeeld. In Drenthe heeft de provincie besloten het nationaal park De Weerribben uit te breiden tot park Wieden-Weerribben. Met als argument: dit is goed voor de regio. De natuur staat dan weliswaar voorop, maar de regio verdient er ook geld mee.’

Ecologen zeggen: met de plantjes gaat het niet zo goed in de Ooijpolder. Als we uw natuurbeeld overal de ruimte geven, verdwijnen de natte heide, de blauwgraslanden en veel zeldzame vegetatie.

‘Iedereen tevreden, behalve de ecologen. Er is altijd wel een belangenbehartiger van één soort die het slechter doet. Ik vind het prima dat je stukjes heide en blauwgrasland wil bewaren. Maar het is geen natuur, het zijn resten agrarisch cultuurlandschap. Je kunt het willen behouden als erfgoed, prachtig mooi. Maar natuur is iets anders.

‘Het is ook zo: ga met een natuurbeschermer het bos in en je komt er depressief uit. Ik heb het eens meegemaakt in Voornes Duin, tijdens een excursie. Het was er prachtig, vond ik. Maar dat zag ik helemaal verkeerd.

‘Er moest afgeplagd worden, struweel moest gerooid worden, bomen moesten gekapt omdat er grondbroeders moesten komen. Iedere keer dat ik zei dat ik iets mooi vond, zat ik ernaast. Op die manier raak je wel het contact kwijt met het publiek. Die wil ook wel eens horen dat er iets goed gaat. Ik bedoel: de zeearend is terug in Nederland en hij komt meteen op de Rode Lijst. Want we hebben er maar 1. Zo maak je van een succes en probleem.’

U heeft het ook al niet zo op Natura 2000 en het Europese soortenbeschermingsbeleid.

‘Overal waar juristen verschijnen, wordt het feestje verpest. Natuurbeschermers kunnen zich nu verschuilen achter allerlei richtlijnen, maar het werkt averechts. Want we hoeven opeens geen inspirerend verhaal te verkopen. Natuurbescherming hoort leuk, mooi en warm te zijn. Maar het is taai en saai geworden. En het idee ontstaat: er kan niets meer vanwege die ene wespenorchis die beschermd moet worden.’

Dit zal de machtige boeren- en ondernemerslobby’s als muziek in de oren klinken. Zij zijn graag bereid nog wat plantjes weg te halen.

‘Veel Natura 2000-gebieden waren allang voldoende beschermd. En weet je wat zo jammer is, en waardoor ik geschokt was: wij vertellen nu tien jaar het verhaal van het economische belang van natuur. Dat verhaal begon net te landen, ook bij ondernemers en bij politici. Maar opeens is dat verhaal niet meer nodig, want de juristen hebben het overgenomen. En je ziet: het keert zich tegen ons, tegen de natuurbeweging.’

Waarom klinkt dit geluid zo weinig uit de natuurhoek?

‘Natuurbescherming is een leuk vak, het is alleen jammer dat het wordt overgelaten aan ecologen. Ze denken nog steeds de strijd te winnen met ecologische argumenten. Maar dat mes is bot geworden. Ik liep laatst in de natuur met een vogelaar. We zagen een aalscholver. Ik zei: mooi, die aalscholver. Hij zei: maar daar hebben we er al zoveel van. Tja, als je het zo draait, heb je dus nooit succes.’

Intussen ligt alles wat groen is wel onder vuur.

‘Heel gek toch. Vier miljoen leden en dan toch in het defensief. Natuurmonumenten heeft bijna een miljoen leden, die club moet de barricaden op. Het probleem is: alle organisaties drijven op subsidies. Ze zijn bang. En ze zijn met handen en voeten gebonden aan de overheid. Heel slecht, want je moet af en toe een beetje fout kunnen zijn. Zoals Greenpeace, met die stenen op zee. De ANWB is ook een goed voorbeeld. Die organisatie verkoopt zijn eigen producten en houdt de eigen broek op. En is extreem machtig.

‘Weet je: wij zijn in België nu bezig met een nationaal park. In dat park komen misschien wel vijf restaurants. Restaurants van het park zelf; het geld dat wordt verdiend, gaat direct terug naar de natuur.’

De natuur als onderneming.

‘Ja. Dat is vloeken in de kerk. Maar zo moet het wel, wil je onafhankelijk blijven. De natuurclubs worden nu gezien als gevestigde orde.’

Hoe ziet de natuur in Nederland er in het ideale geval over twintig jaar uit?

‘Dan is de ecologische infrastructuur af, alle grote natuurgebieden zijn met elkaar verbonden. Af en toe komt er een wolf ons land binnen wandelen. Wij staan dan met duizenden langs de kant te kijken naar waar-ie zou kunnen zijn, onderwijl koek en zopie consumerend. We geven de economie een flinke impuls en intussen loopt de wolf achter ons langs en vraagt zich af: waar zijn die mensen toch mee bezig?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.