Opinie

'Rechtsstaat is bij Opstelten allerminst in veilige handen'

Minister Opstelten wil verdachten bij kinderporno verplichten het wachtwoord van hun computer te verstrekken. 'Ontsleutelplicht invoeren laat echter zien dat de rechtsstaat bij hem allerminst in veilige handen is', schrijft Sidney Smeets.

Rechtbank tijdens de zogenaamde 'Amstelveense zedenzaak', juni 2012.. Beeld ANP

Als eerstejaars rechtenstudent moest ik in Leiden een essay schrijven over het 'nemo tenetur-beginsel', dat is het idee dat geen enkele verdachte verplicht kan worden aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Je zou dan ook verwachten dat dit uitgangspunt, dat ook verankerd is in het fair trial-beginsel van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), bij juristen hoog in het vaandel staat. De 'ontsleutelplicht' die minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil invoeren laat echter zien dat de rechtsstaat bij hem allerminst in veilige handen is.

Toen ik een verdachte in de Amsterdamse Zedenzaak bijstond werd mij regelmatig gevraagd waarom mijn cliënt toch weigerde de encryptie-code van zijn versleutelde harde schijf te geven? Als hij niks te verbergen zou hebben, zou hij de politie toch wel in zijn computer laten kijken, was de gedachte. Kennelijk moeten volgens sommigen bij de opsporing van kinderporno alle rechtsbeginselen wijken. Daarbij vergeten ze de gevolgen die dat soort incidentenwetgeving heeft voor de rechten van onschuldige verdachten.

Grens
Op zich is het sentiment nog wel begrijpelijk. De gemiddelde burger zal inderdaad willen dat er alles aan gedaan wordt om het aan kinderporno ten grondslag liggende kindermisbruik aan te pakken. Maar waar ligt de grens?

De minister zal bij de consequenties van een weigering van de verdachte om alsnog mee te werken en zijn wachtwoorden te geven waarschijnlijk denken aan een aparte strafbaarstelling. Net zoals bij alcohol in het verkeer. Weigert de automobilist te blazen en zijn bloed af te staan dan pleegt hij daarmee een apart strafbaar feit (163 WvW). Maar een wachtwoord is iets anders dan bloed.

Nederland zou zich in ieder geval aan haar verdragsverplichting de fundamentele mensenrechten te waarborgen moeten houden. En een van die mensenrechten is het recht op een eerlijk proces waarbij de verdachte niet gedwongen wordt bewijs tegen zichzelf te leveren. In 1993 wees het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een arrest in de zaak Funke, waarin het bevestigde dat de verdachte inderdaad een bescherming tegen zelfincriminatie op grond van artikel 6 toekomt. Dat recht is overigens ook verankerd in artikel 14 lid 3 sub g van het IVBPR en de verplichting in ons nationale strafrecht de verdachte er voorafgaand aan zijn verhoor op te wijzen dat hij het recht heeft om te zwijgen.

Zwijgrecht
Er zijn door het EHRM weleens uitzonderingen op dit recht aangenomen. Het belangrijkste arrest in dat verband is gewezen in de zaak Saunders (1996) waarin het Hof vastlegde dat een verdachte weliswaar niet verplicht kan worden om een verklaring af te leggen, maar wel moet meewerken aan het uitleveren van materiaal dat onafhankelijk van zijn wil bestaat. Denk daarbij aan administratie, DNA of bloed. In de zaak J.B. (2000) scherpte het EHRM de regels nog verder aan. Aangenomen moet dan ook worden dat het niet binnen het verbod op zelfincriminatie past wanneer een verdachte gedwongen wordt actief informatie te geven die zijn zwijgrecht doorkruist.

En dat is nu precies wat de minister voorstelt. Weliswaar bestaat de informatie op de versleutelde harde schijf ook los van de wil van de verdachte, maar het wachtwoord niet. Dat valt dus onder het verbod op zelfincriminatie.

Beschaafd land
In de Verenigde Staten bepaalden rechters dat het afgeven van een wachtwoord valt onder het in het vijfde amendement vastgelegde verbod op zelfincriminatie. Daarbij moet worden opgemerkt dat er ook lagere rechters zijn geweest die daar anders over dachten. Net zoals men er in Engeland kennelijk anders over denkt. De minister put daar hoop uit, maar men vraagt zich toch in gemoede af waarom hij niet kijkt naar al die landen waar men het nemo tenetur-beginsel wel respecteert.

De minister lijkt de rechtsstaat net zo ver te willen uithollen tot hij door het Europese Hof wegens mensenrechtenschendingen op de vingers wordt getikt. Het Hof geeft lidstaten echter slechts een mensenrechtelijk minimum. Nederland moet zich dus minimaal aan de Straatsburgse rechtspraak houden en mag daar niet onder zakken. Maar niets weerhoudt een beschaafd land ervan de rechten voor haar burgers beter te regelen en mensenrechtenschendingen te voorkomen. Dat zou onze rechtsstaat ook passen.

Sidney Smeets is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam

 
Kennelijk moeten volgens sommigen bij de opsporing van kinderporno alle rechtsbeginselen wijken.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.