Opinie

'PvdA verloochent haar ideologie door vrije markt te omarmen'

Diederik Samsom en Hans Spekman willen de vrijemarktideologie de rug toekeren. Maar de PvdA is gedwongen steeds weer mee te doen aan de verdere afbraak van de verzorgingsstaat. Dat betoogt Marcel van Dam.

PvdA-leider Diederik Samsom praat met partijleden over de plannen van zijn partij tijdens een politieke ledenraad in Utrechtse Jaarbeurs. Beeld anp

De nieuwe leiders van de PvdA, Diederik Samsom en Hans Spekman, willen de heilloze derde weg die de partij onder Wim Kok en Wouter Bos richting vrije markt was ingeslagen voor gezien houden en weer op zoek gaan naar een beleid dat spoort met sociaal-democratische uitgangspunten. Sinds Samsom weigerde op voorhand zijn handtekening te zetten onder het Kunduz-akkoord geloof ik dat het hem en Spekman om meer gaat dan retoriek. Ik hoop van harte dat ze slagen, maar mijn twijfel is groot. In dit essay wil ik duidelijk maken waarom en wat er naar mijn mening nodig is om de PvdA weer op een sociaal-democratisch spoor te brengen.

In de jaren tachtig is de Nederlandse politiek bezig de verzorgingsstaat aan te passen aan de vrijemarkteconomie. De aanhangers van die economische ideologie geloven dat iedereen het best af is als de overheid zo klein mogelijk wordt en de burgers zo veel mogelijk voor zichzelf moeten zorgen. In die ideologie past deregulering van markten, ook de financiële markten, de privatisering van zo veel mogelijk overheidsdiensten en het afbouwen van de verzorgingsstaat. Hoewel er reden was de topzware verzorgingsstaat bij te schaven, ging dat geleidelijk over in ingrijpende 'hervormingen', zoals de afbouw wordt genoemd. Een eigenaardig woord voor iets dat onder dezelfde naam in de vorige eeuw is opgebouwd. Als iemand die hervormd is katholiek wordt, noem je hem toch niet hervormd?

De onbeteugelde vrije markt heeft in 2007 de wereldeconomie aan de rand van de afgrond gebracht. Europa staat er nog steeds. Gek genoeg leidde dat niet tot het afzweren van de vrijemarktideologie. In tegendeel: de afbouw van de verzorgingsstaat en het terugdringen van de overheid werden versneld.

Zeker: bezuinigingen zijn nodig om het teruglopen van de overheidsinkomsten als gevolg van de crisis te compenseren. Een beoogd begrotingstekort van 3 procent en een staatsschuld van maximaal 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zijn alleszins acceptabel. Waar het mij om gaat, is de ideologie erachter, het sociaal-economisch langetermijnbeleid dat erop stoelt en de gevolgen ervan voor de samenleving.

Volkomen onaanvaardbaar
Die ideologie dateert van vóór de crisis en de gevolgen zijn vanuit sociaal-democratisch gezichtspunt volkomen onaanvaardbaar. Het leidt ertoe dat overheden de samenleving voortdurend moeten aanpassen aan de wensen van de financiële markten en het bedrijfsleven en dat de economische groei in toenemende mate wordt aangewend om bedrijven, hun aandeelhouders en hun managers te spekken. Ten koste van mensen in de onderste helft van het loongebouw die niet meedelen in die groei.

In de periode 1980-2007 is in de Verenigde Staten het aandeel van de 1 procent met het hoogste inkomen gestegen tot ongeveer een kwart van het totale inkomen. De helft van het bruto binnenlands product ging in 2007 naar de rijkste 10 procent van de bevolking.

In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, zijn bij ons in dezelfde periode de cao-lonen en de daaraan gekoppelde uitkeringen ook niet meer in koopkracht gestegen. Welvaartsstijging komt alleen nog tot stand door promoties, langer en/of met meer mensen per huishouden (tweeverdieners) werken en de groei van het aantal banen waar een hogere opleiding voor nodig is.

De prijs die de PvdA de afgelopen decennia voor het meeregeren heeft betaald, is het opgeven van inkomenspolitiek. Inkomensverschillen worden groter en steeds meer mensen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder raken steeds verder achterop. Om nog verder afglijden te voorkomen, is het nodig het minimuminkomen en de minimumuitkeringen te koppelen aan de internationaal afgesproken armoedegrens waarmee de bestaanszekerheid wordt gegarandeerd op 60 procent van het mediane inkomen, het inkomen waarbij de helft van het aantal huishoudens een hoger inkomen, en de andere helft van de huishoudens een lager inkomen heeft.

Daarvoor is veel geld nodig. Dat geldt ook voor het toegankelijk houden van een aantal belangrijke voorzieningen voor mensen met een midden- of lager inkomen, zoals de gezondheidszorg. En niet te vergeten een beleid om het groeiend aantal mensen dat niet mee kan komen in de ratrace van de prestatiemaatschappij toch volwaardig in de samenleving te laten participeren.

Het grote dilemma voor de Partij van de Arbeid is dat die hoofddoelstellingen van de sociaal-democratie niet kunnen worden gerealiseerd met het sociaal-economisch beleid waaraan de partij zich heeft gecommitteerd. Die stelling behoeft nadere toelichting.

Pure fictie
Iedereen weet dat het sociaal-economisch beleid in ons land stoelt op berekeningen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Amper bekend is dat die berekeningen zijn gebaseerd op een model waarmee het CPB pretendeert honderd jaar vooruit te kunnen kijken. De uitkomsten van die berekeningen tot 2040 worden door de politiek geaccepteerd als een reële inschatting van de werkelijkheid in dat jaar. Op die uitkomsten worden bezuinigingen gebaseerd en ook de verkiezingsprogramma's worden er op afgerekend.

Het wiskundige model is leuk voor studiedoeleinden maar het levert uitkomsten op die pure fictie zijn. Zo is het model gevoed met veronderstellingen over menselijk gedrag. Iedere wetenschapper weet dat dit soort voorspellingen, zeker op macro-economisch niveau en al helemaal voor de verre toekomst, flauwekul zijn en ook niet kunnen worden gefalsificeerd omdat er in werkelijkheid een oneindig aantal andere uitkomsten mogelijk is.

Zelfs op de korte termijn zit het CPB er regelmatig flink naast. Het veelgehoorde argument dat zijn berekeningen het beste zijn dat we hebben, slaat nergens op. Als Maurice de Hond een prognose zou geven van de verkiezingsuitslag in 2040, zou die dan worden gebruikt? De economie is moeilijker te voorspellen.

Maar er is meer: sommige veronderstellingen zijn politiek van aard. Zo gaat het CPB ervan uit dat de collectieve lastendruk, het totale bedrag aan belastingen en premies, tot 2040 gelijk moet blijven. Een standaardwens van vrijemarktideologen. Maar in de komende decennia zullen de belastinginkomsten vanzelf stijgen. Door de welvaartsstijging komen geleidelijk meer mensen in een hogere tariefgroep. Daarom worden in het model tot 2040 de tarieven voor de inkomstenbelasting verlaagd om de collectieve lastendruk gelijk te kunnen houden. Dat gaat de schatkist meer dan 30 miljard euro kosten. Het is onbegrijpelijk dat een sociaal-democratische partij zich de gevangene laat maken van dit soort veronderstellingen en berekeningen.

Voortdurend bezuinigen
Maar er is meer. Het nieuwe stabiliteitspact van de EU bepaalt dat begrotingen in evenwicht moeten zijn. Ook dat heeft de PvdA geaccepteerd. Dat maakt het onontkoombaar dat er steeds weet moet worden bezuinigd. Dat komt omdat de productiviteit bij de overheid achterblijft bij die in het bedrijfsleven. Niettemin gaan de lonen bij de overheid wel gelijk op met die in de particuliere sector. Dat maakt overheidsdiensten relatief steeds duurder (het zogenaamde Baumol-effect).

Houdbare overheidsfinanciën zijn ook mogelijk zonder begrotingsevenwicht en het bevriezen van de collectieve lastendruk. Als we bijvoorbeeld uitgaan van een inflatie van 2 procent, een reële economische groei van 2 procent en een rente van 4 procent, kunnen we ons blijvend een financieringstekort permitteren van 2,4 procent. De staatsschuld zal dan nooit boven de 60 procent van het bbp uitkomen (de Regel van Domar). Als een van de variabelen verandert, moet het beleid uiteraard worden bijgesteld. Dat kán betekenen dat je moet bezuinigen. Bij het vastpinnen op begrotingsevenwicht móet je bezuinigen.

Mensen die de staatsschuld willen aflossen om te voorkomen dat we daar volgende generaties mee opzadelen, moeten eens uitleggen wat komende generaties ermee opschieten als we in plaats daarvan hun ouders verplichten hun gezondheidszorg of het onderwijs aan hun kinderen zelf te betalen. Vooral als de 'winst' van de hele operatie geleidelijk wordt omgezet in meer particuliere welvaart en de publieke sector steeds armer wordt gemaakt.

De keuzen die de PvdA voor het sociaal-economisch beleid heeft gemaakt, betekenen dat de partij ervoor heeft getekend tot in lengte van jaren te bezuinigingen en de overheid steeds kleiner te maken.

Vechten tegen de bierkaai
Ik begrijp het dilemma van de PvdA heel goed. De vrijemarktideologie en het sociaal Darwinisme hebben zich genesteld in de computers van de financiële markten en de hoofden van niet-gekozen bureaucraten in Brussel, dienstbaar aan een markt in plaats van een volk. Bij de PvdA denkt men: als wij gaan vechten tegen die bierkaai blijven we te lang buitenspel. Daarom schurken we er maar tegen aan.

Maar het omarmen van de kaders voor het sociaal-economisch beleid die door de vrijemarktideologen zijn gesteld zullen de PvdA dwingen steeds opnieuw mee te doen aan een verdere afbraak van de verzorgingsstaat, ten koste van de hoofddoelstellingen van de sociaal-democratie.

Aan het eind van de 19de eeuw was de vrijemarktideologie in de westerse wereld even dominant als nu. Stel je voor dat in de SDAP in 1894 net zo was geredeneerd en men ook bereid was geweest steeds meer principes in te leveren om te kunnen regeren. Zou de PvdA dan na 1946 in staat zijn geweest de naoorlogse sociaal-democratische consensus tot stand te brengen?

De volkeren van Europa snakken naar een nieuw evenwicht tussen het superkapitalisme en humanitaire waarden. De PvdA staat voor het dilemma dat nieuwe evenwicht te helpen bevechten of stapje voor stapje te capituleren voor een ideologie waartegen de partij juist is opgericht.

Marcel van Dam is socioloog en columnist van de Volkskrant.

 
Overheden moeten zich voegen naar de financiële markten
 
Steeds meer mensen aan de onderkant raken steeds verder achterop
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.