Interview

'Politici moeten niet blijven doen alsof ze het beter weten'

Interview Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen

Den Haag moet zich minder bemoeien met het hoger onderwijs, zegt Thom de Graaf. Over zaken als studierendement wil hij geen nieuwe afspraken. 'Het gaat om vertrouwen.'

Thom de Graaf: `Ik acht bestuurders zo wijs en verstandig dat ze sturen op goed onderwijs.' Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Wat wil de politiek eigenlijk met het hoger onderwijs? Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, vraagt het zich soms af. Na de bezetting van het Maagdenhuis zag hij hoe minister en Kamerleden over elkaar heen buitelden met hun twijfels over het rendementsdenken. Tegelijkertijd spreken diezelfde politici zich wél uit over elk detail en eisen ze resultaten.

'Ik zou willen dat ze meer afstand hielden', zegt De Graaf. 'Dat ze vertrouwen gaven aan de hogescholen en universiteiten.' Dat hebben de hogescholen verdiend, zegt hij. Kijk naar de onderzoeken van de accreditatieorganisatie, de berichten van de inspectie, de studenttevredenheid. Het gaat goed met het hoger beroepsonderwijs, wil hij maar zeggen. Er zijn grote stappen gemaakt.

Dus moet het klaar zijn met de bemoeienis uit Den Haag en vooral met die prestatieafspraken. In 2012 maakten universiteiten en hogescholen ze met het ministerie van Onderwijs, gedetailleerde afspraken over studierendementen, het percentage masterdocenten, het aantal contacturen of het aantal uitvallers in het eerste jaar.

De toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra zette 7 procent van het budget voor hoger onderwijs apart voor deze prestatiebeloning, circa 300 miljoen euro per jaar voor universiteiten en hogescholen samen. Hij beloofde dat ze dit konden terugverdienen als ze goed presteerden.

Volgend jaar maakt de Reviewcommissie Hoger Onderwijs en Onderzoek de balans op. Dan wordt duidelijk welke instellingen de doelen gehaald hebben en welke niet. Wie slecht scoort, levert de komende jaren geld in. Binnenkort zal ook worden bepaald of er nieuwe prestatieafspraken komen en of ook het geld dat vrijkomt door de invoering van het studievoorschot via een prestatiebeloning wordt uitgekeerd. Als het aan De Graaf ligt, gebeurt dat dus niet.

Het gaat goed in het hbo, zei u. Komt dat niet juist door die prestatieafspraken?

'Ik ben geneigd te zeggen dat dat niet het geval is. De prestatieafspraken lagen in lijn met een koers die de hogescholen al hadden ingezet: ze hadden in 2009 al afgesproken dat ze de kwaliteit omhoog wilden brengen. Misschien zorgden sommige prestatieafspraken voor een duwtje in de goede richting. Maar de vraag is: willen we op deze manier doorgaan?'

Wat is er mis met prestatieafspraken?

'Het gaat mij om vertrouwen - of eigenlijk het gebrek daaraan. Als politici het hoger onderwijs vertrouwen, moeten ze ons ook loslaten. Dan moeten ze niet blijven doen alsof ze het beter weten.'

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Uw voorganger Guusje ter Horst zei bij de invoering van de prestatieafspraken dat er perverse prikkels op de loer lagen.

'Ik weet niet of dat het probleem is. Wie spreekt over perverse prikkels, suggereert dat bestuurders geneigd zijn op bepaalde prestatie-indicatoren te sturen en de rest te vergeten. Ik acht hen zo wijs en verstandig dat ze sturen op goed onderwijs.'

Deze week stond in het magazine van de Hogeschool Utrecht dat het contract van een docent niet verlengd was, omdat hij geen masterdiploma had behaald. Dat kan te maken hebben met prestatieafspraken.

'Dat verhaal ken ik niet. Ik weet dat er prestatieafspraken zijn waarbij hogescholen inzetten op 60 tot 80 procent masterdocenten. Wat in dit specifieke geval aan de hand is, kan ik niet beoordelen.'

Is het goed om te sturen op het percentage docenten met masterdiploma's?

'Nee. Het is goed om te sturen op de kwaliteit van onderwijs. Het moet niet gaan over de vraag of een docent een masterdiploma heeft. Maar ondertussen begrijpt iedereen dat het goed is voor de kwaliteit van het onderwijs als er meer mensen op een hogeschool werken met een hogere opleiding.'

Toch is hier sprake van een perverse prikkel. Je wil een goede docent, maar zoekt iemand met een master, want daarover zijn afspraken gemaakt.

'Iemand met een master hoeft geen goede docent te zijn, dat klopt. Er moet dus altijd ruimte blijven voor uitzonderingen. We moeten ons niet blindstaren op een percentage dat we omhoog willen krijgen.'

U lijkt te ontkennen dat de prestatieafspraken perverse prikkels veroorzaken.

'Ik moet duidelijker zijn. Er zitten perverse prikkels in het systeem, maar ik weet dat de bestuurders in het hoger onderwijs niet als lamme schapen op deze parameters sturen en de rest laten liggen. Neem Bildung. Daar zijn veel mensen in het hbo mee bezig, hoor. Hoe kunnen we studenten weerbaarder, flexibeler, zelfstandiger maken? Dat zit niet in de prestatieafspraken. Vinden bestuurders het daarom onbelangrijk? Gelukkig niet.'

Ik dacht dat u zou zeggen: ik ben tegen prestatieafspraken, want ze veroorzaken perverse prikkels en dat gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs.

'Nee. Ik ben tegen prestatieafspraken omdat ik denk dat ze niet altijd de nadruk leggen op de belangrijkste zaken en dat ze bovendien uitgaan van een gebrek aan vertrouwen. Dat is mijn hoofdpunt. Daar komt bij dat er allerlei bureaucratische procedures bij die afspraken horen.'

U zegt dus: geen nieuwe prestatieafspraken.

'Inderdaad. En dat is niet omdat ik vind dat de rijksoverheid en de politiek niets te zeggen hebben over het hoger onderwijs, want dat is niet zo. Hogescholen krijgen publiek geld en moeten daarover vanzelfsprekend verantwoording afleggen.

De overheid mag ook best een paar prioriteiten stellen, bijvoorbeeld door te stellen dat hogescholen meer aan onderzoek moeten doen. Maar wat binnen de wettelijke kaders op de hogescholen gebeurt en hoe dat gebeurt, is geen vraag voor de overheid maar voor de hogescholen zelf.'

Hoe ziet u dat voor zich?

'Een hogeschool maakt bijvoorbeeld een instellingsplan, waarin staat hoe onderwijs en onderzoek georganiseerd worden. Zo gaan we om met eerstejaars, dit zijn de zwaartepunten van het onderzoek, enzovoorts. Daar moeten docenten, lectoren en studenten over meepraten. En het regionale bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen, want die hebben ook belang bij ons onderwijs en onderzoek. Wat vinden zij belangrijk? Waar moet volgens hen meer of minder aandacht aan worden besteed? Het plan wordt uiteindelijk goedgekeurd door de medezeggenschapsraad.'

Hoe legt een instelling dan verantwoording af?

'Allereerst gebeurt dat binnen de gemeenschap van de hogeschool, aan de medezeggenschapsraden en de stakeholders. Dan zijn er nog een jaarverslag en een jaarrekening. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie beoordeelt elke paar jaar de kwaliteit van de opleidingen. En dan hebben we nog de Onderwijsinspectie. Daar hebben we allemaal geen bezwaar tegen. Maar die Reviewcommissie die ook nog prestatieafspraken monitort - dat is echt te veel van het goede.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.