'Oprechtheid is in de Tweede Kamer geen handige kwaliteit'

PvdA-Kamerlid Astrid Oosenbrug: 'Nu begrijp ik waarom de Tweede Kamer gewantrouwd wordt'

In 2012 kwam ze voor de PvdA in de Tweede Kamer. Als een van de weinigen bracht ze in plaats van een hoge opleiding een hoop praktijkkennis mee, over ict. Bij de volgende verkiezingen is ze er niet meer bij. Ze stopt, gedesillusioneerd.

Astrid Oosenbrug in het datacentrum in Amsterdam-Oost. Foto Jeroen de Bakker

Het is de niet de meest logische locatie voor een gesprek met een Kamerlid, maar Astrid Oosenbrug (PvdA) voelt zich hier op haar gemak. Gewaardeerd. Hier, tussen zoemende witte kasten op de vierde etage van een raamloze toren in Amsterdam-Oost, kan ze haar kennis delen. 59 kilometer van het Binnenhof.

Er is een reden dat ze juist hier wil zijn. Deze week behandelt de Tweede Kamer de nieuwe wet voor de geheime diensten. Die gaat over het aftappen van internet, over glasvezelkabels en over de witte kasten in dit nieuwe, elf verdiepingen hoge datamonster. Trossen met glasvezels gaan hier van kastje naar kastje en vervolgens de grond in. Als de AIVD straks gaat aftappen, dan zal de dienst ook hier willen zijn.

Maar daar gaat het in Den Haag nauwelijks over. Niet over de praktische uitvoering van de wet, niet over de glasvezelkabels waarop de AIVD straks een klem zal zetten. Terwijl het essentieel is om te begrijpen wat de inlichtingendiensten straks allemaal mogen. En daarom staat Oosenbrug hier. Omdat zij - een van de weinige Kamerleden met een technische achtergrond - dat nu juist wél begrijpt. 'Dit is het moment om tegen die wet te ageren.'

De ambitie

Die wet is haar laatste grote opdracht in Den Haag. Teleurgesteld liet ze haar partij in de zomer weten dat ze niet meer op de lijst hoeft. Ze geeft op. Ze dacht dat haar technische achtergrond nuttig zou zijn, dat ze met haar Rotterdamse no-nonsensementaliteit veranderingen kon forceren, dat ze het wantrouwen tussen burger en overheid kon verminderen. Een laagopgeleide persoon tussen 149 andere Kamerleden, van wie er 145 op een hbo of universiteit zaten. Maar ze heeft gezien dat het niet werkte.

Oosenbrug (48) tuurt een witte kast in met stevig gaas en een cijferslot ervoor. Binnenin planken met daarop zwarte dozen ter grootte van een dvd-speler, waaruit tientallen gele draden komen. Liefst 130 partijen sturen hier via duizenden glasvezelskabels datapakketjes naar elkaar. KPN, Ziggo, satellietbedrijven, ziekenhuizen. 'Fantastisch toch?', zegt ze hard genoeg om het gezoem te overstemmen. 'Dat is het mooie aan het internet: iedereen is de baas en niemand is de baas. De overheid kan daar niet mee omgaan en wil controleren. Daarom wil ik me nog één keer laten horen.'

Oosenbrug is een a-typische politicus. Ze had een moeilijke jeugd, werd in een pleeggezin ondergebracht. Op haar 15de ging ze zonder diploma van school. Ze werkte bij McDonald's, Thuiszorg en kreeg later steeds technischer functies, onder andere bij XS4ALL en als systeembeheerder bij een zorgbedrijf. Ze leerde het zichzelf aan. Ze kreeg twee kinderen, waarna zij en haar man uit elkaar gingen. Als alleenstaande moeder ervoer ze de kracht van internet. Het was haar toegang tot vriendschappen, kennis, de wereld.

CV

1968 Geboren op 6 juli in Rotterdam

1999-2012 systeembeheerder bART Internet Services, Via Net.works, XS4ALL, Melanchthon, Schreiner en Van Bokkel Media Services, Stichting IT-Works!, Omroep West, Forta Groep.

2010-2012 lid gemeenteraad Lansingerland

2012 - nu lid Tweede Kamer

Toen het gedoogkabinet van CDA, VVD en PVV in 2012 viel, was ze raadslid voor de PvdA in Lansingerland. Ook zat ze bij het vrouwennetwerk van de PvdA. Ze belde wekenlang allerlei vrouwelijke PvdA'ers in het land om hen aan te moedigen zich kandidaat te stellen. 'Totdat voorzitter Hans Spekman een oproep deed om, wat je achtergrond ook is, je kandidaat te stellen. Dat ging over mij.' Nooit had ze gedacht dat ze geschikt zou zijn voor de Tweede Kamer. Nu stelde ze zich kandidaat.

'Ik wilde de Kamer in om te laten zien dat als je voor een dubbeltje geboren bent, je toch een kwartje kunt worden.' En ze had een inhoudelijke missie. Ze zag dat er nauwelijks technische kennis was in de PvdA of in de Kamer. 'Robotisering was niet aan bod geweest. Internet werd altijd in negatieve zin gebruikt. Ik had een sympathie voor ethische hackers, terwijl de overheid ze als iets engs zag.'

Astrid Oosenbrug Foto Jeroen de Bakker

Het wantrouwen

Oosenbrug kreeg de portefeuille ict bij de overheid - 'ik ging over alles waar een stekker in zit' - en trok naar haar eerste algemeen overleg. 'Het ging over de cookiewet. Ik had een paar praktische oplossingen.' Maar ze merkte dat het daar nauwelijks over kon gaan. 'Ik zat daar oprecht om te kijken hoe we het als Kamerleden samen konden doen. Dat bleek een misvatting.'

Het is illustratief voor hoe ze haar Kamerperiode heeft ervaren. 'In de wandelgangen ging het tussen Kamerleden vaak over oplossingen, maar zodra de camera aan stond, was dat weg. Dan kwamen de verwijten, werd het een toneelspel met grote woorden. Elke partij legt zijn idealen naast een technische oplossing. Dat kan niet. Dat maakt het technisch onuitvoerbaar. Ik snap nu waarom de Tweede Kamer gewantrouwd wordt.'

Dat wantrouwen geldt ook omgekeerd, heeft ze gemerkt. 'Wie een uitkering krijgt, moet zich melden. En als de website daarvoor niet bereikbaar is, krijgt de burger een boete. Dat is een teken van wantrouwen.' Kamerleden, is de overtuiging van Oosenbrug, denken vanuit een hoogopgeleide visie. Ze benadrukken zelfstandigheid, willen burgers 'lekker weerbaar' maken. 'Mijn oudste zoon heeft een vorm van autisme. Hij wilde een Wajonguitkering aanvragen. Ik stond erop dat hij dat zelf zou doen. Hij deed er vervolgens tijden over. Wat bleek? Vraag 3 was een heel persoonlijke, directe vraag waardoor hij telkens blokkeerde. Hij had gewoon hulp nodig.'

Oosenbrug vindt dat de overheid vaker moet helpen. 'Niet iedereen heeft een smartphone of snelwerkend internet, of weet hoe Digid werkt. De overheid zegt dat bibliotheken helpen met het aanvragen van Digid, maar die worden overal wegbezuinigd. Voor ouderen in buitengebieden is dat een ramp.' De medemenselijkheid ontbreekt vindt ze. 'Nog zo'n voorbeeld: in 2017 wil de overheid alleen nog digitaal communiceren met haar burgers. Toen heb ik Plasterk gevraagd: geven we iedereen dan een smartphone of een tablet? Nee, dat was niet realistisch. Het signaal is: zorg maar dat je het regelt.'

Zie het enthousiasme als ze door de klinische, gekoelde gangen van de datatoren loopt. Met zwaaiende armen: 'Dit zijn allemaal inkomsten voor Nederland!' Vlakbij de ring A10 zijn het laatste jaar twee enorme raamloze gebouwen verrezen. Torens die ontzaglijke hoeveelheden data verwerken. Filmpjes, e-mails, bestanden, likes.

Het datacentrum waar Oosenbrug loopt staat op een historische plek van het Amsterdam Science Park. Het is over een oude, langgerekte bunker gebouwd die dienstdeed als eerste Nederlandse schakel in het internet. De verbindingen en servers van het oude gebouw gaan nu de nieuwe toren in. Een gebouw met negen keer zoveel stroomcapaciteit.

'De overheid zou dit moeten omarmen, maar ze wantrouwt dit ook. Juist omdat het zo ongrijpbaar is.' Dat ziet Oosenbrug ook terug in de inlichtingenwet. 'De wens om zoveel mogelijk data op te slurpen, uit angst iets te missen.' In de wet staat dat de geheime diensten uiteindelijk vier toegangspunten tot het internet gaan aftappen. Oosenbrug: 'Ik zou niet weten hoe je dat moet doen.' Er is geen sprake van één ingang tot internet, het is decentraal. Het Amsterdamse internetknooppunt - een van de grootste ter wereld - is bijvoorbeeld verdeeld over dertien datacentra. En in die en in andere centra, zowel in binnen- als buitenland, maken honderden partijen weer verbindingen met elkaar. Waar moet de AIVD dan een klem gaan zetten?

Het onbegrip

Terug naar Den Haag. Vlak voor de zomer overleed de vader van Oosenbrug. 'Dat dwong me tot nadenken. Ik had redelijk wat slagen gemaakt, toch voelde het alsof ik nooit serieus werd genomen. Daar zit de pijn.' Ze geeft drie voorbeelden. Ze had een debat over de telecomwet met minister Henk Kamp. Na afloop kwam hij naar haar toe. 'Hij zei: ik merk dat je er veel verstand van hebt, maar pas op dat je niet te wijsneuzerig overkomt. In feite zei hij me dat ik niet te veel op de inhoud moest zitten. Hoezo? Dat mis ik in de Kamer: het sparren met techneuten, met mensen die net zo denken als ik.'

Later gaf ze een interview aan Trouw. 'Een partijgenoot zei: als je dat in het eerste jaar had gehad, had je meer status gehad binnen de partij. Zo is Den Haag geworden: hoe kom je in de media? Heb je de juiste oneliners? Oprechtheid is geen handige kwaliteit. Het is belangrijker om spelletjes te beheren en die voor jou te laten werken. Ik werd vooral genoemd in digitale media, maar dat vond men niet goed genoeg.'

En dan had ze recentelijk een debat met minister Plasterk over de beveiliging van overheidswebsites. 'Hij heeft dat nooit belangrijk gevonden, zag simpelweg de urgentie niet. Ik heb hem er eindeloos op aangesproken. Nu vroeg ik stevig door: ik wil weten, ga je het nou doen? Oké, zei hij toen. Gelukkig, maar wat verschijnt er vervolgens in de media: Plasterk regelt beveiliging overheidswebsites. Dat voelde oneerlijk.'

Ze vertelde fractievoorzitter Samsom als eerste dat ze zou stoppen. Hij begreep het en vond het jammer. Oosenbrug zegt dat ze een klik met hem had en dat zijn aftocht haar raakte. 'Hij is een oprechte man. Hij is minder van de oneliners en de staccatozinnen. Ook hij kijkt naar praktische oplossingen en schuwt de nuance niet. Het is tekenend voor Den Haag dat hij weg is.'

Toch heeft ze ook invloed gehad. Haar collega Jeroen Recourt, die het woord voert bij belangrijke onderwerpen zoals de inlichtingenwet, vroeg haar altijd om advies. 'Hij nam me serieus, dat waardeerde ik.' Uiteindelijk stemde Oosenbrug in december als enige van de PvdA-fractie tegen de wet die de politie meer onlinebevoegdheden moet geven, de hackwet. 'We werden gegijzeld door coalitieafspraken. Die wet moest en zou er komen. We hebben wat kunnen bijsturen, maar ik kon niet leven met het eindresultaat.'

Astrid Oosenbrug tijdens een debat over het rapport van de tijdelijke commissie ICT, 8 april 2015. Foto anp

De oplossing?

En dat geldt ook nu weer. Vlak voor het verkiezingsreces zal de Kamer stemmen over de inlichtingenwet. 'De diensten willen meer data, zij willen niet worden afgerekend als het misgaat. De vraag is: is dat wel een oplossing? Hebben ze de juiste analisten? Ik geloof dat je juist zo gericht mogelijk moet kijken. Niet alleen ruwe data verzamelen, dan ligt het maken van fouten voor de hand. Dan glipt de echte boef erdoor. Kijk naar Duitsland, kijk naar Frankijk. Door angst gaan we ons bewapenen tegen elk mogelijk gevaar en achteraf kunnen we de bevoegdheden niet terugdraaien.'

Als het wetsvoorstel blijft zoals het nu is, zonder verbetering op toezicht en ongerichte verzameling van data, zal Oosenbrug tegenstemmen.

Ze is opgelucht dat het bijna achter de rug is. Dat ze weggaat uit die verstikkende omgeving. De wil om burgers digitaal bewuster maken, om het onderlinge wantrouwen te bestrijden is er nog steeds. 'Er staat veel op het spel. Het is wrang om te zeggen, maar in de afgelopen vier jaar is de privacy verslechterd. Burgers zien niet hoe kwetsbaar ze zijn als ze alles delen met hun huisarts, de bank, of persoonsgegevens verstrekken om korting te krijgen bij bedrijven. Bijna niets van ons is nog privé. We moeten strijden voor een nieuwe generatie. En dat ga ik buiten de Kamer doen. Weg met dat keurslijf.'