'Op Justitie ontbrak de regie voor een bonnetjes-doofpot'

Niet een doofpot, maar organisatorisch onvermogen op het ministerie van Veiligheid en Justitie is de reden dat 'het bonnetje' van de Teevendeal in 2014 niet werd gevonden. Dit oordeelt de commissie-Oosting na nieuw onderzoek naar die mislukte zoektocht. De commissie ziet in de chaos op het departement het bewijs dat zaken niet zijn toegedekt, daar zou immers een strakke regie voor nodig zijn.

Voormalig minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten in de Tweede Kamer. Foto anp

Oosting werpt de saillante vraag op 'of het gebrek aan regie niet ernstiger is' dan een doofpot. Hij schetst in zijn rapport een 'cultuur van ieder voor zich, binnen de grenzen van de eigen taak'. De organisatorische chaos en de starre verhoudingen op het ministerie waren de reden dat het bonnetje niet werd gevonden. Oosting: 'Ondanks de inzet en ongetwijfeld goede bedoelingen van vele betrokkenen bij de achtereenvolgende zoektochten, komt het beeld op van gebrek aan daadkracht en eenheid'.

Vooral Pieter Cloo, de hoogste ambtenaar onder minister Opstelten, moet het ontgelden in de conclusies van de commissie. Cloo werd in 2012 door Opstelten aangesteld. Hij was een buitenstaander die 'geen positie wist te verwerven van onbetwist gezag, veeleer integendeel'. Onder zijn leiding tierde 'de verkokering' in het eilandenrijk van Veiligheid en Justitie welig.

Een andere hoge ambtenaar die een prominente rol speelt in het rapport is Coen Hoogendoorn, de toenmalige baas over de financiële informatiesystemen. Hij stelde naar eigen zeggen zijn baas Cloo op de hoogte over de vorderingen in de zoektocht naar het bonnetje. Zo meldde hij in juni 2014 dat de ict-afdeling 'back-up tapes' had gevonden die 'vermoedelijk te activeren waren'. Cloo kan zich die mededeling niet herinneren.

Geen contact tussen hoogste ambtenaren
Oosting verwijt Hoogendoorn dat hij alleen Cloo heeft geïnformeerd en niet ook topambtenaar Gerard Roes (de man die de zoektocht leidde) op de hoogte had gesteld. Hoogendoor zei hierover zelf tegen de commissie: 'Terugkijkend is de zoektocht een ingewikkelde zaak geworden omdat er binnen het ministerie geen cultuur was om informatie met elkaar actief te delen. Ik heb signalen afgegeven dat er een back-up was. Deze zijn niet opgepakt.'

Typerend voor het gebrek aan communicatie op het ministerie is het feit dat Cloo en Hoogendoorn nooit met Roes spraken over de zaak, terwijl die juist het meest belang had bij de informatie. Omgekeerd deed Roes geen enkele poging om met zijn ambtelijke baas Cloo in contact te komen. Cloo werd volgens Oosting 'geheel terzijde gehouden, zodat hij feitelijk buitenspel heeft gestaan'.

Van der Steur betreurt uitspraak over ict'ers
Minister Van der Steur speelt een kleine rol in het tweede rapport van Oosting. Hij blikte in gesprek met de commissie terug op zijn uitspraak over de ict'ers van Justitie. In de Kamer had hij gezegd dat met betere mensen op de ict-afdeling de zoektocht wel zou zijn geslaagd. Hij was in de veronderstelling dat het bonnetje pas werd gevonden nadat externe experts werden ingehuurd. Oftewel, dat het eigen ict-team niet bij machte was het afschrift te vinden.

Die aanname klopte niet, hetzelfde ict-team uit 2014 had een jaar later het oude systeem gekraakt. De minister gaat daarom nog maar eens door de knieën: 'Hij betreurt het zeer dat met zijn opmerking de conclusie werd getrokken dat hij het verwijt legt bij de mensen zelf.' Van der Steur geeft vanmiddag een persconferentie over het onderzoeksrapport.

In de veertien maanden dat Van der Steur minister is heeft hij meermaals zijn excuses moeten maken voor te boude uitspraken. Zo had hij als Kamerlid zijn voorganger Opstelten niet moeten souffleren rond de Teevendeal. Als kersverse minister had hij beweerd dat zijn ministerie niet afwist van de Volkertfoto in De Telegraaf, later bleek dat Justitie de fotoshoot had georganiseerd. Ook schoffeerde hij ten onrechte MH17-onderzoeker George Maat. En na de aanslagen in Brussel beweerde hij dat Nederland informatie van de FBI had gekregen over een van de daders, de informatie bleek afkomstig van de New Yorkse politie.

Commissie-voorzitter Marten Oosting presenteert zijn tweede rapport. Foto anp

Nieuwsuur heropende de zaak-Teevendeal
Tussen maart en juni 2014 zochten ambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie naar het afschrift van 'de Teevendeal', de schikking die officier van justitie Fred Teeven in 2000 had gesloten met drugscrimineel Cees H. Aanleiding voor de zoektocht was een uitzending van Nieuwsuur waarin werd geopperd dat de Belastingdienst buiten de schikking was gehouden en H. miljoenen guldens had teruggekregen van Justitie.

Op de Nieuwsuur-onthulling volgden moeizame Kamerdebatten met toenmalig minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten. Hardop rekenend zaaide hij in de Kamer verwarring over de hoeveelheid geld die destijds met de deal gemoeid zou zijn geweest. De Kamer wilde het naadje van de kous weten. Op het ministerie werd een zoektocht gestart naar het precieze bedrag, dat ergens in de archieven van het megadepartement (van politie, justitie, rechterlijke macht en vreemdelingenketen) te vinden zou moeten zijn.

Volgens Opstelten was bonnetje niet te vinden
Verschillende pogingen leverden niets op. Minister Opstelten concludeerde halverwege 2014 dat het bonnetje onvindbaar was. In maart 2015 bewees Nieuwsuur zijn ongelijk. Het programma openbaarde het (tot op de cent) precieze bedrag van de schikking. H. had 4,7 miljoen gulden teruggekregen van zijn door de staat geconfisqueerde vermogen. Na die uitzending werd het bonnetje wel snel gevonden. Binnen enkele dagen hadden de ict'ers van het departement het bonnetje uit de oude systemen gevist. Minister Opstelten en zijn staatssecretaris Fred Teeven traden af.

De commissie-Oosting, onder leiding van oud-ombudsman Marten Oosting, werd in het leven geroepen om de zaak te onderzoeken. In december vorig jaar debatteerde de Kamer met de nieuwe minister, Ard van der Steur, over de bevindingen van Oosting. De commissie oordeelde hard over de vijftien jaar oude deal en over hoe het ministerie met de nieuwe nasleep van de zaak was omgegaan. Van der Steur betuigde spijt over het feit dat hij als VVD-Kamerlid zijn voorganger had gesouffleerd bij het opstellen van persberichten over de Teevendeal.

ICT'ers kregen opdracht zoektocht te staken
Van der Steur maakte tijdens het debat een ogenschijnlijk onschuldige opmerking die explosieve gevolgen kreeg. Het bonnetje had al in 2014 gevonden kunnen worden 'als ze de juiste mensen op de ict hadden gehad. Daar zat natuurlijk ook de fout die gemaakt is'. Hij leek de schuld bij de ict'ers te leggen.

De zaak leek na het debat gesloten, totdat Nieuwsuur in januari 2016 weer toesloeg. Het programma onthulde een interne mailwisseling waaruit zou blijken dat de ict'ers niets valt te verwijten, maar dat de zoektocht naar het bonnetje 'van hogerhand is stopgezet'. Was hier sprake van een doofpot? Van der Steur vroeg Oosting om zijn onderzoek te heropenen, dit keer om op die vraag een antwoord te geven.

Voormalig officier van justitie en voormalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven in de Tweede Kamer. Foto anp
Meer over