'Onmogelijk dat dit tweeduizend jaar geleden is geschreven' Classicus Hein van Dolen vindt vertalen een 'heerlijke, zalige, boeiende sport'

Vijfentwintig jaar lang was hij leraar Grieks. Zijn hart bloedt als hij mensen treft die aan hun gymnasiumtijd een afschuw van de klassieken hebben overgehouden....

EERST MOET De travestiet op de vensterbank worden bewonderd. 'Is ze niet prachtig?', zegt Hein van Dolen. Nee, het maskertje kan niet af, dat is meegebakken. Evenals de pronte bustehouder. En de wollige lap voor het kruis is 'dichterlijke vrijheid van de kunstenares', die behoort niet tot de authentieke dracht van toneelspelers in de Griekse oudheid. Helemaal verguld is de vertaler met zijn aankoop.

Hein van Dolen (54) debuteerde in 1991 met De droom & De gesprekken van Lucianus. Op het omslag van zijn nieuwste boek, eveneens binnen handbereik op de vensterbank, prijkt een foto van het vlezige, schalks lachende menneke in vrouwenvermomming. De bundel bevat een vertaling van drie komedies van Aristofanes: Lysistrata (Vrouwenstaking), Thesmoforiazousai (Vrouwenfeest) en Ekklesiazousai (Vrouwenpolitiek). Het zijn vermakelijke, rappe teksten waarin schaamzones en hebbelijkheden van zowel mannen als vrouwen recht voor de raap worden benoemd; ze staan bol van 'pikken' en 'kutten' zogezegd.

Of er voldoende 'parafernalia' zijn, vraagt de classicus met het oog op de uitgestalde garnituren naast het theelichtje. 'Je hebt verder niets nodig? Ik kan nu rustig blijven zitten?' Dat kan, maar hij doet het niet. Hein van Dolen is een beweeglijk type - zo iemand die de benen parmantig in de lucht gooit als hij zich weer eens verkneukelt van plezier.

Vijfentwintig jaar lang was hij leraar Grieks. Zijn hart bloedt als hij mensen treft die aan hun gymnasiumtijd een afschuw van de klassieken hebben overgehouden. 'Dat moet dan aan de leraar liggen, want aan de klassieken ligt het niet.' Van Dolen gaf les 'vanuit zijn tenen en met alle gebaren erbij'. Heerlijk dat het boek er is, kreeg hij dan ook van oud-leerlingen te horen bij het verschijnen van de Lucianus-vertaling.

Toen hij zich terugtrok uit het onderwijs had hij nog geen idee wat hij zou gaan doen. 'Ik wist wel dat ik het Nederlands beheerste, maar ik had dat nog nooit kunnen bewijzen. Met de klas heb ik altijd Lucianus gelezen. Ik dacht: dat mag wel wat meer worden verbreid onder het volk.' Want Lucianus 'heeft een humor, zo verschrikkelijk leuk en modern, dat je denkt: onmogelijk dat dit een kleine tweeduizend jaar geleden is geschreven'.

'Hij heeft bijvoorbeeld gesprekken van hoeren genoteerd, werkelijk schitterend om te lezen hoe die elkaar met kleinmenselijke gevoelens afkatten; de jaloezie omdat de één meer klandizie heeft dan de ander, nou ja, prachtig. Ik heb steeds zo gelachen bij het vertalen.'

Hij had de smaak meteen te pakken? 'Smaak, smaak, dat is wat al te simpel uitgedrukt.' Hij was van meet af aan 'werkelijk bevlógen'. 'Dat eerste boek ging heel moeizaam, dat begrijp je. Maar ik vond het heerlijk, het is zo'n zalige, boeiende sport.'

Hein van Dolen práát met Lucianus - met Theophrastos, Plutarchus, Aristofanes, Herodotus of wie het ook is die hij onder handen heeft. 'En ik tutoyeer ze ook maar, mijn eerbied voor de oudheid is ook weer niet zo groot.'

Toch werd hij bij de eerste kennismaking met de vrouwenkomedies bevangen door ontzag. Ja, hij was werkelijk beducht voor Aristofanes. Dat iemand bladzij na bladzij zo spitsvondig, zo scherp, zo leuk, zo grof kon zijn! Meer dan eens heeft hij bij zichzelf gedacht: hou nou eens op, waar háál je het vandaan? 'Ik heb hem pas als wat menselijker ervaren toen ik eenmaal een end op streek was.' Het was een geruststelling dat de 'alkunstenaar' ook 'ontstellend flauw' kon zijn.

Hij kent collega's die menen dat Aristofanes alleen nog in de schouwburg te genieten valt als de handeling naar het huidige tijdsgewricht wordt overgeplaatst. Van Dolen denkt daar heel anders over. 'Als een Atheens staatsman belachelijk wordt gemaakt, kun je niet Wim Kok belachelijk maken; nog afgezien van het feit dat Kok misschien alweer de laan uit is als het boek in de winkel ligt. Ik vind dat niet leuk. De politieke problemen die Aristofanes aan de kaak stelt zijn onvergelijkbaar met die van ons. En de Atheners gingen ook heel anders met hun politici om. Dus ik heb gezegd: niet transponeren naar moderne toestanden.'

Dat wil niet zeggen dat Van Dolen zich geen anachronistische grapjes veroorlooft. Zo is er een gezelschap in één van de komedies dat vrolijk losbarst in En we gaan nog niet naar huis (nog lange niet). 'Dat kan dus wel. Maar Yesterday zingen kan niet, voel je het verschil? Daar ligt de grens.'

Iedereen, om het even wie, moet om Aristofanes kunnen lachen, zonder al te veel noten en zonder commentaar. Dàt heeft hem bij het vertalen voor ogen gestaan. Als leraar overkwam het hem vaak dat een grapje in een tekst niet als zodanig werd onderkend door de jongens en de meisjes in de klas. 'Ze hebben sowieso het idee dat de oudheid niet leuk is: dat is patina van eeuwen en weet ik veel. Dus ik moest het bijna altijd uitleggen. Nee, zei ik dan, dit is een grapje van Homerus. Dodelijk natuurlijk.'

Dus schrijft hij rustig: Kijk uit, er zit een nicht in de zaal, terwijl op die plek bij Aristofanes een eigennaam staat. 'Dan kan ik wel in een noot schrijven: onbekende Athener, waarschijnlijk is het die en die, want die heeft toen en toen. . . Maar daar heb je niks aan.'

Aristofanes moet op de planken, vindt hij. En het gebeurt ook. In september zal Vrouwenstaking worden opgevoerd door toneelgroep De Branding. Van Dolens tekst is hier en daar wel wat gekuist. 'Het is een gezelschap van tien tot tachtig, zei de regisseuse. Vandaar.' Hij heeft niet al te kritisch willen zijn, maar moest toch even slikken toen hij in hun versie las: hij heeft een hopla in zijn broek in plaats van een spijkerharde pik. 'Dat is geen uitdrukking van Aristofanes, dat was een man van linea recta.'

'Kijk', doceert hij, 'je kunt op twee manier vertalen. Ofwel je bekijkt de oudheid als een onaantastbare grootheid en zet de woorden letterlijk om in het Nederlands, denkend dat je daarmee het taalgebruik weergeeft. Ofwel je vertaalt gevoelsmatig, je kruipt in de huid van de schrijver en denkt: wat bedoelt hij hiermee?' Hìj hoort bij de tweede stroming. 'Gerard Koolschijn heeft die trend voor de klassieken eigenlijk geïntroduceerd in Nederland. Een heel goeie vertaler. Marietje d'Hane-Scheltema is ook zo'n goeie.'

Klagen wil hij niet, maar het is ook monnikenwerk. 'Het is meer dan wachten totdat de muze voorbijvliegt. Ik weet niet hoe andere vertalers dat doen, maar ik kan er niets anders naast doen. Monomaan word je ervan.' Aristofanes was de eerste poëzie die hij vertaalde. 'Ik kon op een gegeven moment de krant niet meer pakken, zonder in anapesten te lezen. Of de brieven die ik kreeg. . . Ta-da-tòm, ta-da-tòm. Ik kon het niet meer loslaten.'

Soms hoopt hij dat mevrouw Fiedeldij-Dop, de onvermoeibare classica in het Rosa Spierhuis die 'alles' met hem meeleest, tegen hem zegt: Hein, dit was wel héél erg lastig. 'Maar dat doet ze niet. Ze zegt: roem krijg je wel als het verschijnt. En dat is maar goed ook.'

Op het moment is Van Dolen erg close met Herodotus. In het najaar hoopt hij zijn weergave van Herodotus' Historiën in te leveren. Alle negen 'volle ferme boeken' heeft hij al vertaald. Ja, hij is klaar. 'Maar klaar is nooit klaar, dus ik zit dagelijks te polijsten. En ik ben met noten, inleidingen en de index bezig.' Een 'herculeswerk' is het, dat acht- à negenhonderd bladzijden in beslag zal nemen.

'Met hem ben ik wat intiemer dan met Aristofanes, als dat niet al te verrückt klinkt', klinkt het ietwat beschaamd. 'De superlatieven moet je maar een beetje afzwakken, hoor. Maar het is zo'n ontzettend boeiende man. Jezus christus, wat is dat een intelligente vent geweest. Iemand die werkelijk voor geen ènkel kleintje was vervaard. Gelukkig heb ik externe hulp. Behalve mevrouw Fiedeldij-Dop heb ik assistentie van een oud-historicus die controleert of ik geen gekke dingen schrijf.'

Want wat Herodotus brouwde, dat is geen simpele geschiedschrijving aan de hand van oorlogen, overwinningen en nederlagen. Herodotus schreef over alle mogelijke onderwerpen. Ook technische zaken. 'Hoe je een boot timmert bijvoorbeeld. Nou, ik heb nog nooit een boot getimmerd, ik háát boten. Maar je moet wel goed vertalen, snap je? Dat maakt de taak zo veelomvattend.'

In de lezing van Van Dolen zal Historiën, 'de titel is overigens niet van Herodotus zelf', Het verslag van mijn onderzoek gaan heten. 'Het boek begint met zijn naam, dat gebeurt nooit. Heròòdotus van Hàlicarnàssus, zo begint het. Als een Ron Brandsteder komt hij de showtrap af. God, wat moet die man trots zijn geweest. En terecht.'

Een fijne vent? 'Een ideale vent. Als ik ooit ga hemelen wil ik hem als eerste spreken.'

Dolgraag zou hij van Herodotus willen horen 'hoe hij het in godsnaam voor elkaar heeft gekregen'. 'Wat moet die man een geheugen hebben gehad. En een handigheid! Ik begrijp het niet. Hij sprak geen andere taal dan Grieks, had niks om op te schrijven en maakt negenhonderd bladzijden wetenswaardigheden. En wat een pràchtige manier van uitdrukken. En slim. En menselijk.'

Meestal leest hij in termen van: goh, dat woord hier, daar was ik nou nooit opgekomen. Het komt echter ook voor dat Hein van Dolen vaststelt: dat had ik beter gedaan. Want dan schiet hem een werkwoord te binnen dat nòg toepasselijker zou zijn geweest. En blijft Herodotus plakken bij steeds maar weer hetzelfde woord, een verschijnsel waar van Dolen zichzelf terdege voor behoedt, dan wil er wel eens hardop een vermaning over de werktafel gaan. 'Vriend, zeg ik dan, kan dat niet anders?'

Natuurlijk kende hij Herodotus al redelijk goed van school en van de universiteit. Als er iets verrassend was aan de hernieuwde kennismaking, dan was het te moeten constateren dat Herodotus allesbehalve 'primitief' Grieks schreef, zoals wel wordt beweerd. 'Hij was de eerste die kunstproza maakte. En alles wat met 'eerste' samenhangt, is al gauw primitief. Maar zijn stijl wàs helemaal niet primitief.'

Lui is derhalve de vertaler die ervan uitgaat dat Herodotus primitief schreef, het is Van Dolens vaste overtuiging. 'Want het ontslaat je van een heleboel vertaalvondsten.'

Als Athene uitliep wanneer Herodotus sprak, dan kan zijn vertaler zich er toch niet met een Jantje van Leiden vanaf maken? 'De Grieken waren zeer schoonheidsgevoelig, die hebben van zijn redevoeringen genóóten. Hij kreeg beloningen, van tien talenten, waar wij ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.' Dus het is zijn opdracht het Nederlands net zo mooi te laten klinken als het Grieks. 'Dat betekent dat ik die teksten niet letterlijk ga omzetten, zodat de lezer meteen weet: dit is vertaald Grieks. Want dat is Herodotus niet. En dat is ook Aristofanes niet. Je moet er iets moois voor vinden.'

Hèm kost het soms een kwaaie fietstocht door de kou, wat extra baantjes in het zwembad of zijn concentratie bij een Brahms-symfonie in het Orkestgebouw ('Peri, peri? Wat bedoelt hij daar nou mee?'), maar hij komt er altijd weer uit.

Aristofanes: Vrouwenstaking, Vrouwenfeest, Vrouwenpolitiek. Vertaald en ingeleid door Hein van Dolen. Athenaeum-Polak & Van Gennep, ¿ 49,90, ¿ 69,- (geb.).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.