'Onderwijs en gezondheidszorg zijn voorwaarden om een land weerbaar te maken' Kopenhagen zet menselijke ontwikkeling weer op agenda

Het wordt volgende week hoe dan ook een beetje feest in Kopenhagen. Naast de officiële Sociale Top zal zich vanaf morgen het kleurrijke NGO Forum voltrekken....

Van onze verslaggever

Rob Vreeken

AMSTERDAM

Als het al mogelijk is de Sociale Top te vatten in een credo, dan is het: investeren in mensen. Sociaal beleid, armoedebestrijding, onderwijs en gezondheidszorg dienen niet slechts als kostbaar vangnet voor paupers en verliezers. Sociale ontwikkeling fungeert ook als motor van economische groei.

'De samenhang tussen sociale en economische ontwikkeling wordt sterk benadrukt', zegt Elske ter Veld, voorzitter van het Platform Social Summit. 'In Rio de Janeiro hadden we de earth summit, nu krijgen we de people's summit.'

Novib-directeur Max van den Berg: 'In jaren zeventig was in de ontwikkelingssamenwerking het centrale thema ''basisbehoeften'': water, voedsel en dergelijke, met de nadruk op gelijkheid - iedereen had recht op hetzelfde'.

'Dat bleek te beperkt, te passief. Nu gaat het om gelijke kansen, de economische voorwaarden zodanig maken dat mensen het zèlf kunnen doen. We moeten de stap maken naar een situatie waarin mensen niet alleen slachtoffer zijn, maar actor.'

Hij noemt de kredietsystemen waarbij mensen, vrouwen bij voorkeur, kleine bedragen lenen tegen een zachte rente om kleinschalige nijverheid te beginnen. 'We kunnen niet over de hele wereld van hogerhand banen scheppen. De aalmoes bevordert niet dat mensen zich op eigen kracht ontwikkelen.'

Als beleidsambtenaar van het 'spending department' van VWS (voorheen WVC) keek Gerard van Rienen, eenmaal beland in VN-kringen, vreemd aan tegen de kloof die daar bleek te bestaan tussen sociale uitgaven en economische ontwikkeling. 'Bij ons is dat de normaalste zaak van de wereld: investeren in mensen, goed beroepsonderwijs, menselijk potentieel aanboren. Elders is dat kennelijk niet zo vanzelfsprekend.'

Met 'elders' doelt hij onder meer op internationale financiële instituten als de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF). De kritiek op de instellingen is oud. Schulden moeten rigide worden afgelost. Aan leningen voor arme landen worden strenge 'structurele aanpassingsprogramma's' verbonden, grotendeels bestaand uit bezuinigingen, waarvan de resultaten louter worden afgemeten in termen van betalingsbalans en financieringstekort.

Het concept-actieprogramma van Kopenhagen belooft op dit gebied een doorbraak, menen Van den Berg, Van Rienen en Ter Veld. Sociale ontwikkeling, armoedebestrijding en banengroei worden opgewaardeerd tot integraal onderdeel van de structurele aanpassingsprogramma's.

'Dat leek in het begin volkomen onhaalbaar', aldus Van den Berg. 'Maar de landen uit het Noorden zijn omgegaan. Nu staat er letterlijk dat bij aanpassingsprogramma's niet mag worden geëist dat op onderwijs en gezondheidszorg wordt bezuinigd. Sterker: er wordt gezegd dat die posten voorwaarde zijn om een land weerbaar te maken.'

Dit wijkt nogal af van de praktijk de afgelopen jaren, zegt de Novib-directeur. 'Menselijke ontwikkeling is terug op de agenda. Economische ontwikkeling met de markt als zaligmakend is op z'n retour.'

Van Rienen: 'Dat komt volgens mij ook doordat het IMF en de Wereldbank meer mondiale instituten zijn geworden. Er zijn nieuwe leden toegetreden. Er leeft een duidelijker visie op wat sociale randvoorwaarden van economisch beleid zijn.'

De vraag is of IMF en Wereldbank zich iets zullen aantrekken van het actieprogramma van Kopenhagen. Zelfs voor de regeringen is het geen juridisch bindend stuk, laat staan voor de financiële instellingen.

Van den Berg: 'Het zijn natuurlijk wel regeringen die het zeggen. En de instellingen zitten in een zwakke fase; ze weten ook niet meer precies hoe het moet.'

Ook wordt in Kopenhagen afgesproken dat de Wereldbank jaarlijks zijn beleid gaat afstemmen op dat van de Ecosoc, de sociaal-economische commissie van de Verenigde Naties. Volgens Van den Berg was dat voorheen volstrekt ondenkbaar.

Zo balanceert het ontwerp-slotdocument tussen de polen van staatsingrijpen en liberalisme. Ruimhartig klinkt de erkenning dat een gezonde economie het moet hebben van marktkrachten. Maar de markt alléén schept geen alfabetiseringsprogramma's en gezondheidscentra.

Het actieprogram bevat 'een grotere rol voor staat en overheid dan je zou verwachten,' zegt Elske ter Veld. 'Dat vind ik niet erg, daar ben ik sociaal-democraat voor.'

Het spanningsveld tussen 'markt' en 'overheid' bestaat nog altijd, maar bezit niet langer de ideologische lading die het in de jaren zeventig en tachtig had. Max van den Berg meent dat de verstarde tweedeling wordt doorbroken met de erkenning van een derde actor: de georganiseerde samenleving - in CDA-termen: het maatschappelijk middenveld.

Kapitalistische ontwikkelingsmodellen schieten tekort daar waar zij een trickle down veronderstellen. De economische groei die de bovenlagen van de maatschappij genereert, sijpelt niet door naar beneden. Van den Berg: 'Veel economen lopen vast op feit dat er geen sociale kanalen zijn gegraven, zodat winst bij de elite blijft steken.'

Vandaar dat hij de civic society benadrukt. 'In de Nederlandse verzorgingsstaat zie je dat de overheid en de burgers samen delen van de samenleving hebben georganiseerd.'

Anders dan gevreesd, is de voorbereiding van de top niet verzand in een verlammende tegenstelling tussen Noord en Zuid. Toch bestaat de kans dat de discussies in Kopenhagen zich grotendeels zullen bewegen langs die aloude scheidslijn. Dat komt doordat de tekstgedeeltes waarover nog geen overeenstemming bestaat, vooral gaan over zaken waarbij de rijke landen tegenover de arme staan.

'Er staan niet zo vreselijk veel dingen meer tussen haakjes', zegt Ter Veld. 'Ik had in januari in New York zelfs het idee: er gaat te veel uit de haakjes, er moet iets overblijven voor Kopenhagen.'

Wat nog ter discussie staat is volgens haar met name het 20/20-voorstel en de multilaterale schulden. 'Dat zijn politieke beslissingen, die moet je niet aan ambtenaren overlaten.'

Gerard van Rienen denkt dat vooral gesproken zal worden over de vraag hoe concreet de toezeggingen aan de arme landen moeten zijn. Wat houdt het afgekondigde 'recht op ontwikkeling' precies in? Moeten er streefdata worden geformuleerd, en mogen de landen die zelf bepalen? Hoeveel geld wordt er wereldwijd gereserveerd voor armoedebestrijding?

Overigens worden ook aan de arme landen eisen gesteld. Het 20/20-voorstel zou een ingreep in de nationale begrotingen betekenen, en de besteding van het hulpgeld aan strengere voorwaarden binden. Landen als India zeiden op de voorbereidende vergaderingen te vrezen voor inmenging van het Westen.

'Ik meng me niet in hun beleid, ik bemoei me met de besteding van mijn geld' zegt Van den Berg. 'En als je het niet wilt hebben, dan even goede vrienden. Iemand hier die wordt gevraagd zijn belastinggeld te geven, moet weten dat het goed terecht komt. Dat vind ik een heel normale eis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.