'Onacceptabele' ongelijkheid: opleiding ouders steeds bepalender voor schoolsucces

De ongelijkheid in het onderwijs neemt toe. Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen hogere schooladviezen, gaan naar betere scholen en halen uiteindelijk een hoger diploma dan even intelligente kinderen van laagopgeleiden. Dit constateert de Inspectie voor het Onderwijs.

Foto anp

Er waren altijd al verschillen, maar de kloof tussen kinderen van laagopgeleide ouders en hoogopgeleide ouders groeit, blijkt uit De staat van het onderwijs, het jaarlijkse onderwijsverslag dat de Onderwijsinspectie vandaag presenteert. 'Daar schrok ik van', schrijft inspecteur-generaal Monique Vogelzang in haar voorwoord. Het wordt 'steeds bepalender uit welk gezin je komt.'

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad, de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs, vindt de groeiende ongelijkheid 'onacceptabel. 'Het met publiek geld gefinancierde onderwijs heeft de dure plicht om alle kinderen gelijke kansen te bieden.'

Tekst loopt door onder grahic.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) noemen de ontwikkeling 'zorgelijk'. 'Talent en motivatie moeten uitgangspunt zijn bij je schoolkeuze, niet het inkomen of opleidingsniveau van je ouders.'

De groeiende ongelijkheid wordt onder meer veroorzaakt doordat de betrokkenheid van ouders verschilt, stelt de Onderwijsinspectie. Zo maken hoogopgeleide ouders een bewustere schoolkeuze voor hun kinderen en investeren ze eerder in bijlessen of examentraining. Ook krijgen hun kinderen vaker een medische indicatie, zoals dyslexie of adhd, waardoor ze recht hebben op extra aandacht of tijd.

Lees hier

Meer reacties op het verslag van de inspectie

Hogere verwachtingen, minder kansen

Daarnaast spelen leerkrachten een rol, schrijft Vogelzang. 'Ze hebben vaak (onbewust) hogere verwachtingen van leerlingen met hoger opgeleide ouders en lagere van leerlingen met lager opgeleide ouders. Bij iedere overgang en ieder selectiemoment kan dat het verschil uitmaken tussen de kans krijgen of een kans missen. En omdat ons onderwijsstelsel zoveel overgangen en selectiemomenten kent, maakt dit bepaalde leerlingen extra kwetsbaar.'

Ook scholen dragen eraan bij dat kinderen van laagopgeleide ouders minder kansen krijgen. Zo neemt het aantal brede brugklassen (zoals havo/vwo) verder af, waardoor leerlingen op steeds jongere leeftijd ingedeeld worden op een bepaald niveau. Bovendien komen er steeds meer categorale scholen: scholen die alleen havo of alleen vwo aanbieden. Dat is allemaal in het nadeel van laatbloeiers, aldus de inspectie, en laatbloeiers zijn vaker kinderen van laagopgeleide ouders.

Foto anp

De VO-raad vindt dat scholen nog eens kritisch moeten kijken hoe hun onderwijs eruit ziet. Gemengde schooladviezen, bredere en langere brugperiodes en meer maatwerk zouden kunnen voorkomen dat kinderen al op jonge leeftijd in een fuik belanden waar zij niet meer uitkomen, stelt de sectororganisatie. Rosenmöller: 'Het onderwijs moet doen wat het kan om daadwerkelijk gelijke kansen te bieden.'

Daarnaast pleit de sectororganisatie ervoor om de overgang tussen basisschool en middelbare school nog eens goed onder de loep te nemen. Sinds vorig jaar is het advies van de school belangrijker dan de score op de eindtoets. 'Uit onderzoek weten we echter dat ongeveer de helft van de basisscholen druk van ouders ervaart bij het opstellen van het schooladvies', zegt Rosenmöller. 'Dit draagt het risico in zich dat de sociale ongelijkheid en tweedeling in de samenleving groter wordt. Dat moeten we koste wat kost voorkomen.'

Bussemaker en Dekker sluiten niet uit dat de procedure voor het schooladvies op de schop gaan, mocht bij een evaluatie binnenkort blijken dat de maatregel inderdaad ongewenste effecten heeft. Een van de mogelijke maatregelen: stel scholen verplicht om het schooladvies naar boven bij te stellen, als een leerling bijzonder goed scoort op de eindtoets. Nu mag een school het advies bijstellen, maar het hoeft niet.

Meer over