‘Noem een klokkenluider die gelukkig thuiszit’

Zes klokkenluiders vertelden donderdag in de Kamer hun verhaal. De les die zij hebben geleerd: het is beter je mond te houden dan misstanden aan de kaak te stellen....

‘Als je niet op je bek wilt gaan, moet je geen klokkenluider worden. Er is geen enkele succes story.’ John Zinhagel, de man die de misstanden in de bouwwereld als eerste aankaartte, klinkt ontgoocheld. Het klokkenluiden heeft hem niets opgeleverd. Op zijn zestigste zit hij werkloos thuis. Werkgevers zien hem niet staan, want zijn reputatie is bezoedeld. ‘Mijn lot is hetzelfde als dat van Bos’, zegt hij, terwijl hij opzij blikt. Daar zit Ad Bos, de man die de schaduwboekhouding van bouwondernemer Koop Tjuchem openbaarde. Samen met vier andere klokkenluiders doen ze in een vergaderzaaltje van de Tweede Kamer hun verhaal.

Eigenlijk vertellen ze allemaal hetzelfde: ze stelden een misstand aan de kaak, maar raakten vervolgens alles kwijt. In de woorden van Ad Bos: ‘Ik ben aangeschoten wild geworden, in diskrediet gebracht en kan in de maatschappij niet meer functioneren. De bescherming van de overheid bleek een wassen neus.’ De publieke tribune barst uit in luid applaus. Onder de aanwezigen zijn veel zelfbenoemde klokkenluiders. Sommigen hebben zelfgeschreven boeken bij zich.

Wat moet er veranderen, willen de Kamerleden weten. Ze broeden op een regeling die klokkenluiders moet beschermen. Nou, daar hebben de ondervraagden wel over nagedacht. Er moet in ieder geval een onafhankelijk meldpunt komen en een schadefonds dat gedupeerden uitkeringen kan verstrekken. Paul van Buitenen, de man die in 1999 financiële fraude aantoonde bij de Europese Commissie, kijkt verlekkerd naar de Verenigde Staten. Daar kan een klokkenluider terugvallen op een gespecialiseerd bureau. ‘Dat belt je werkgever. Die krijgt vervolgens te horen: “Pietje is geen speelbal van u, want hij staat niet alleen”.’

Het kabinet is niet te porren voor een speciale klokkenluidersregeling. Het arbeidsrecht biedt doorgaans bescherming tegen ontslag. En werkgevers moeten de kans krijgen de misstanden op te lossen. Daarbij komt dat klokkenluiders zelf vaak ook strafbare feiten hebben begaan. Een speciale beloningsregeling is dan een verkeerd signaal, vindt het kabinet. Een klokkenluider moet ‘een zuiver en moreel motief’ hebben en geen ‘financieel motief’, aldus het kabinet.

Cees Korvinus, de advocaat van Bos, spreekt er schande van. Hij trekt een vergelijking met iemand die de politie een tip geeft. ‘Nou, bedankt, zegt de politie dan. Houdt u er echter wel rekening mee dat u onderwerp wordt van onderzoek.’ Volgens Korvinus is dit typisch Nederlands en ‘feitelijk inmoreel’. ‘Een burger stelt zich kwetsbaar op, maar de overheid weigert iedere verplichting.’

Slechts een klokkenluider spreekt hem tegen: Ton Bazelmans, de voormalige Rabobank-medewerker die beleggingsmisstanden aankaartte. ‘Een echte klokkenluider pleegt geen strafbare feiten.’ Bazelmans kreeg een fikse schadevergoeding (5,5 miljoen euro) van zijn vorige werkgever. Hij waarschuwt voor de pseudo-klokkenluiders die geen misstanden aankaarten maar hun werkgever willen kapotmaken. Zijn advies: klaag anoniem en mijd de media. Levert dat niets op, dan kan altijd nog ‘het geluid aan’.

Voor Fred Spijkers komt eigenlijk elke regeling te laat. De oud-maatschappelijk werker van Defensie ontdekte in 1984 dat ondeugdelijke oefenmijnen fatale ongelukken veroorzaakten en weigerde daarover te liegen. Defensie begon een lastercampagne. Spijkers werd negentien jaar later in ere hersteld, kreeg een lintje, maar daarna begon de ellende opnieuw. Spijkers: ‘Het is onbegrijpelijk en onverteerbaar dat een overheid bewust misleidende informatie verstrekt en ermee weg komt. Maar het is nog onverteerbaarder dat wij constant de klos zijn.’

Meer over