'Nieuwe studie nodig naar geweld politionele acties'

Drie gerenommeerde onderzoeksinstituten vragen de regering een nieuwe studie te laten uitvoeren naar het militaire optreden van Nederland in voormalig Nederlands-Indië in de jaren 1945-1949. Ze noemen het van essentieel belang om naast Nederlandse ook Indonesische archieven en historici te raadplegen.

Een door CPN de Waarheid georganiseerd protest tegen de politionele acties, juli 1947. Beeld ANP

De oorlog in Nederlands-Indië blijft terugkomen en het eind is niet in zicht, schrijven het onderzoeksinstituut voor oorlogsstudies NIOD, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) vandaag in de Volkskrant. Eind vorig jaar, bijna zeventig jaar na dato, bood Nederland excuses aan en een schadevergoeding voor het bloedbad in het Javaanse dorp Rawagede. Enkele weken geleden nog werden schadeclaims ingediend voor schendingen van het oorlogsrecht op Zuid-Celebes.

Wreedheden
Nieuw onderzoek is nodig om te kunnen begrijpen wat voor soort oorlog daar is gevoerd, waarom en hoe deze oorlog mensen van beide zijden ertoe bracht wreedheden te begaan. Ook 'harde' feiten zijn nodig en het antwoord op de vraag wie verantwoordelijk was. 'We hopen het voor eens en altijd goed aan te pakken', zegt Gert van Oostindie van het KITLV. De initiatiefnemers willen zelf het onderzoek begeleiden. Ze denken met een groep van zes ervaren onderzoekers drie jaar nodig te hebben. Oostindie raamt de kosten op 2 tot 3 miljoen euro.

'Verkeerde kant'
Nederland begon de 'politionele acties' in 1945 om de onafhankelijkheidsstrijd met geweld de kop in te drukken. In 1949 was de soevereiniteitsoverdracht. 'We stonden aan de verkeerde kant van de geschiedenis', zei minister Bot van Buitenlandse Zaken toen hij in 2005 een bezoek aan Indonesië bracht. Het was voor het eerst dat Nederland een buiging maakte. Overigens niet tot ieders vreugde. Indische Nederlanders en militairen vinden het schandelijk dat veelal wordt gezwegen over de zogeheten bersiap-periode, het begin van de revolutie waarin Indonesische anarchisten duizenden doden maakten.

Volgens de initiatiefnemers kijken ook Indonesische historici nu met andere interesse naar deze periode, voorbij de jarenlang volgehouden clichés van 'eensgezind heroïsch patriottisme tegenover een wreed koloniaal regime'. De Indonesische historicus Bambang Purwanto spreekt van een 'excellent idee', niet het minst omdat ook in Indonesië hard wordt gewerkt aan een standaardwerk over de eigen geschiedenis.

Excessennota
Het onderzoek moet ook gebruikmaken van historisch materiaal als de Excessennota uit 1969, waarin de oorlogsmisstanden op een rijtje staan. Tot een vervolgonderzoek is het nooit gekomen, ondanks toezeggingen. De historicus Cees Fasseur schreef de Excessennota voor een belangrijk deel. Hij is blij met het initiatief van de drie instituten. 'De draden zijn afgebroken in 1969, ik mag hopen dat ze hier weer worden opgepakt', zegt hij.

De advocate Liesbeth Zegveld diende de claims in voor de slachtoffers van zowel Rawagede als Zuid-Celebes. 'De kernfeiten zijn vrij duidelijk, hoewel ik de indruk heb dat niemand weet hoeveel mensen we nu precies hebben doodgeschoten - vrij opmerkelijk. Ook dat we niet weten wíé we hebben geëxecuteerd. We hadden destijds geen interesse en nu eigenlijk nog niet. De vraag is of nieuw onderzoek daar verandering in brengt. Wat kan er nog aan onderzoek gebeuren nu de meeste direct betrokkenen dood zijn? De tijd heeft veel deuren gesloten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.