'Newsha, we gaan tapijten verzamelen'

Onze man in Teheran

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek om de week over het dagelijks leven in zijn land.

Beeld Newsha Tavakolian / Magnum

In Iran gaan journalisten soms op een georganiseerde reis. Meestal naar saaie dingen: industriële complexen, havens - plaatsen die de voorspoed moeten illustreren. Dan vertellen mannen met helmen dat de productie met 97 procent is gestegen. Dat er recordaantallen staal zijn gebruikt. Ik knik altijd en denk: het is me wat.

Nee, dan deze bustrip. We rijden door een heuvellandschap in midden-Iran. Schapen grazen op groene vlakten tussen rode lentebloemen. De bus stopt voor een fabriekshal waar het ruikt naar eucalyptus. Zwetende mannen roeren met lange stokken in een lange rij kookpotten. Af en toe bubbelen er bellen naar boven, als in een vulkaan.

Hier in de middle of nowhere worden de tapijten gemaakt die in Nederland vroeger bij oma thuis lagen of op tafeltjes in wat we nu 'authenieke' café's noemen. Iedereen heeft er wel eens met zijn vingers over gestreken. De zachte wol, zorgvuldig aaneengeregen met duizenden knoopjes. Maar niemand in Iran koopt ze meer. Ze zijn ook steeds moeilijker te krijgen.

Het is vreemd hoe dingen opeens verdwijnen. Omdat de technologie verandert: telefooncellen, cassettebandjes, handgeschreven brieven, reisbureaus. Of uit de mode raken: hoeden, trainingspakken, coltruien. Het Perzische tapijt hoort in die laatste categorie.

Voor ons huwelijk kregen Newsha en ik een roze tapijt van mijn schoonouders. 'Zo mooi, met zijde', zei schoonmoeder. We probeerden het tegen beter weten in, maar het was alsof we een Romeinse zuil midden in een gebouw van Rem Koolhaas hadden neergezet. De volgende dag belden we mijn schoonmoeder op met het verhaal dat de kat zijn nagels in het prachtige cadeau had gezet. Niet veel later rende ze boos in onze woonkamer achter de kat aan. Vervolgens nam ze het tapijt weer mee naar huis.

Jonge Iraanse gezinnen willen geen tapijt meer. Die willen laminaat, net als op vakantie in Turkije, in all-inclusiveresorts. De tapijten die hipsters in Europa mooi vinden, zijn leuk, maar nep - net als de meeste hipsters. De Perzische tapijten in IKEA komen voor het grootste deel niet uit Iran, maar uit China. Dat is goedkoper. De acht jaar sancties tegen Iran hebben wat dat betreft evenmin geholpen. Tapijthandelaren konden hun waar niet exporteren en Europeanen konden er niet voor betalen, omdat dat verboden was.

Zoals alles verandert en verdwijnt, heb ik lang gedacht dat ook het tapijt aan zijn einde was gekomen. Overbodig en onrendabel. Maar hier voor de bubbelende kookpotten, waarin de zorgvuldig gesponnen wol van speciale bergschapen wordt gekleurd met natuurlijke ingrediënten, komt het tapijt langzaam voor me tot leven.

Nadat de wol 48 uur is gekookt in aluin, voor de donkere kleuren, of in granaatappelschillen voor dieprood, in wijnbladeren voor groen - en ga zo maar door - wordt het naar een weefster gebracht. In midden-Iran zijn dat vaak vrouwen van de twee belangrijkste nomadenstammen: de Qashqai en de Bakhtiari. Al duizenden jaren trekken ze langs het Zagrosgebergte, op zoek naar warmte of juist verkoeling. Als ze hun zwarte tenten opzetten, klappen de vrouwen hun weefgetouwen uit en werken aan een tapijt. Honderden draden verticaal. Duizenden draden en draadjes horizontaal. De ervaren vrouwen weven de patronen uit hun hoofd. Een draadje, een knoopje en dat maanden lang. Het maken van een tapijt van 2 bij 3 meter kan een jaar vergen. Een mooi tapijt kost nog geen 400 euro en gaat een leven lang mee.

Daar sta ik dan, met twee iPhones in mijn zak en een paar nieuwe Stan Smiths aan mijn voeten. Straks ga ik terug naar Teheran. In de verte steigert een paard. Een koel briesje speelt met het lange gras. Ik denk terug aan Café Rembrandt in Leiden, waar je geen twintig smaken koffie kon kopen, maar alleen zwart - of met melk. Op de tafels Perzische tapijtjes. Zouden die hier zijn gemaakt?

Opeens heb ik geen zin meer in Teheran, waar je ook al op iedere straathoek een tall mocca latte met karamelsmaak kunt kopen. Nee, ik blijf bij de nomaden en ga tapijten weven. Dan toetert de bus en maakt Newsha een gebaar van instappen. Met tegenzin slof ik terug de moderniteit in.

Later die dag wandelen we over de bazaar van Shiraz. In Iran ben ik er al honderden keren geweest, maar ik koop nooit wat. Nu zie ik in plaats van tapijten: levenswerken. 'U wilt een tapijt kopen, zie ik', zegt een verkoper, die mijn stralende blik ontwaart tussen een groep bejaarde Franse toeristen. Ik knik instemmend. Vijf minuten later loop ik buiten met een groot wit tapijt met daarop een afbeelding van een leeuw. 'Een bijzondere keuze', zegt de verkoper.

Mijn schoonmoeder kan niet ophouden met lachen, zo lelijk vindt ze het. Een leeuw! De kat doet verwoede pogingen er zijn nagels in te zetten. Newsha, zeg ik, we gaan tapijten verzamelen.

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.