'Nederland wordt beetje dom in EU'

Europa hecht groot belang aan innovatie en vergroting van kennis. Volgens Joop Sistermans en zijn collega's van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid doet Nederland daar te weinig aan.

© THINKSTOCK

Er gaan deze zomer miljarden euro's aan garanties en noodleningen over tafel in Europa. Tegelijkertijd regent het bezuinigingsplannen in de Europese lidstaten. In dit klimaat staat ook de begroting van de Europese Unie onder druk. Toch moet Brussel meer investeren in onderzoek en innovatie. Dat kan zeker ook goed zijn voor Nederland. Europa staat voor een aantal grote uitdagingen. Klimaatverandering, energie- en grondstofschaarste en vergrijzing worden met de dag urgenter. Tegelijkertijd houdt de economische crisis vooral de westerse landen in de tang en staan investeringen onder druk.

Vooruitgang
Opkomende landen als China, Brazilië en India investeren wel in nieuwe technologieën en boeken daarbij snelle vooruitgang. Het Europese antwoord is een centrale rol van onderzoek en innovatie in het Europese beleid. Het huidige kennisniveau is niet voldoende gebleken om de Europese problemen effectief aan te pakken en aan te haken bij de mondiale ontwikkelingen.

Om deze ambitie kracht bij te zetten circuleren in Brussel plannen om de uitgaven voor onderzoek en innovatie fors te verhogen. Deze 'slimme' investeringen geven niet alleen een krachtige impuls aan groei op middellange termijn, ze hebben ook een anticyclisch effect in tijden van crisis.

In Nederland is weinig enthousiasme te bespeuren voor nieuwe Europese plannen. Nederlanders stellen zich binnen Europa vaak kritisch op. Terecht, want er is veel te verbeteren. Europese programma's worden gehinderd door ingewikkelde bestuurlijke processen, die te lang duren en waarvan de spelregels vaak onduidelijk zijn. De bureaucratie eist haar tol. Maar er is geen reden te blijven steken in chagrijnig gemopper.

Europese investeringen in het onderzoeks- en innovatiebeleid moeten door Nederland juist krachtig omarmd worden, en we moeten daarbij onze belangen goed verdedigen. Er zijn op zijn minst drie goede redenen waarom Europese investeringen goed zijn voor Nederland.
Ten eerste wordt Europa er als geheel sterker van. Economische groei op de middellange en lange termijn is nauw verbonden met kennis. Nederland profiteert daar ten zeerste van.

Ten tweede halen Nederlandse onderzoekers veel Europese fondsen binnen en is het aannemelijk dat Nederland ook in de toekomst op dit punt succesvol zal zijn. Europese fondsen kunnen zo onze eigen sterke sectoren verder vooruit helpen. Europese samenwerking komt ook ten goede aan zwakkere Nederlandse sectoren; we kunnen hier veel leren van onze partners.

En ten slotte groeit kennis sneller als je krachten bundelt. We kunnen sneller over nieuwe medicijnen, hernieuwbare energie, nieuwe materialen, nieuwe technologie beschikken als kennisinstellingen en bedrijven in heel Europa samenwerken. Het is geen automatisme dat Nederland profiteert van een Europese impuls in kennis en innovatie. Sterk opereren in Europa vereist wel een sterke nationale basis. Daar dreigt het al mis te gaan. In vergelijking met andere landen investeert Nederland - ondanks plechtige beloften en toezeggingen - weinig in onderzoek en kennis. We hebben nu nog een sterke Nederlandse kennisbasis, maar als nieuwe investeringen uitblijven verdwijnt Nederland uit de top van de mondiale ranglijsten.

Negatief groeipad
Europa zet in op excellentie en verlangt altijd een eigen bijdrage. Publieke investeringen zijn daarom noodzakelijk. Grote landen als Frankrijk en Duitsland hebben de crisis aangegrepen om extra te investeren. Scandinavische landen investeren al langer. In een recente rapportage van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie wordt geconcludeerd dat Nederland het enige land is met een negatief groeipad voor de investeringen in onderzoek en innovatie. Dat is zorgelijk.

Daarnaast dreigt Nederland de aansluiting te verliezen met wat in Europa als prioriteit geldt. Het kabinet werkt momenteel het 'topsectorenbeleid' uit, dat ervoor moet zorgen dat ons land een aantal economische sterke sectoren houdt die voorop lopen in de wereld. Het is aan te bevelen dit topsectorenbeleid te laten aansluiten bij Europees beleid, waarin maatschappelijke uitdagingen als energieschaarste, klimaatbeheersing en vergrijzing centraal staan.
Nederland moet blijven investeren. En Nederland moet strategischer met het Europese kennis- en innovatiebeleid omgaan. Een sterk Europa trekt bedrijven en investeringen aan. Er komen meer kenniswerkers en de infrastructuur wordt versterkt. Ook Nederland profiteert daarvan.

Maar dat gaat niet vanzelf. Maatwerk is geboden. Nederland moet beter op de eigen zaak letten door in Brussel naar voren te brengen in welke sectoren onze kracht ligt. Maar tegelijkertijd moeten we oog hebben voor het gemeenschappelijke belang, anderen wat gunnen en openstaan voor hun inbreng. Nederland mag scherp aan de wind varen en krachtig zijn belangen verdedigen. Maar wie té scherp aan de wind vaart en het gezamenlijke belang uit het oog verliest, slaat om en kan in de aanstormende mondiale concurrentie moeilijk het hoofd boven water houden.

Joop Sistermans is voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid. Zijn mede-auteurs zijn eveneens werkzaam bij het AWT, dat morgen een advies over Nederlandse topsectoren uitbrengt aan minister Verhagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.