'Nederland blijft stil over klimaatverandering, maar negeren is geen optie'

De Nederlandse regering praat het liefst zo weinig mogelijk over klimaatverandering. Terwijl Duitsland een voortrekkersrol vervult, lijkt het onderwerp hier taboe te zijn geworden, schrijft onderzoeker Pieter Pauw.

De stad Bangkok wordt geteisterd door grote overstromingen, 25 oktober 2011. Beeld reuters

Volgende week begint in Durban de jaarlijkse klimaattop (COP). In Nederland blijft het angstvallig stil, maar over de oostgrens staan de kranten bol van berichten over klimaatverandering.Naast de Duitse ministeries van Milieu en Ontwikkelingssamenwerking mengt nu ook minister Westerwelle van Buitenlandse Zaken zich in het debat. Duitsland wil een voortrekkersrol op de klimaattop. Er is een wereld te winnen. Want de mondiale CO2 uitstoot en - concentratie in de atmosfeer stijgen sneller dan het IPCC zich in 2001 kon voorstellen. Zonder trendbreuk warmt de aarde volgens het Internationaal Energie Agentschap 6 graden op tot het jaar 2100. Natuurrampen in Australië, Thailand, de Verenigde Staten, China en de Hoorn van Afrika laten zien wat de gevolgen van klimaatverandering zouden kunnen zijn.

Bij het Nederlandse kabinet lijkt klimaatbeleid echter taboe. Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu werkt bijvoorbeeld hard om meer auto's op meer asfalt te krijgen. Maar in haar 48 toespraken komt het woord 'klimaat' slechts één keer voor. Minister Verhagen lijkt bij duurzame innovatie gek genoeg aan kern- en kolenenergie te denken (zonder CO2 opslag). En versplinterde natuur kan zich moeilijk aanpassen aan klimaatverandering, maar staatssecretaris Bleker heeft de ontwikkeling van aaneengeschakelde natuurgebieden nagenoeg stilgezet.

Kleine speler
Terug naar de klimaattop. Na eerdere mislukkingen is 'Durban' de laatste kans voor een vervolg op het Kyoto Protocol, de bindende internationale afspraak over het gezamenlijk terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Ook ditmaal is de kans op succes klein. Dat is beklagenswaardig, maar niet verwonderlijk. Op de COP onderhandelen namelijk 194 landen, met gelijke stemrechten maar verschillende belangen. Zo wil de VS alleen haar uitstoot verminderen als opkomende vervuilers zoals China en India dat ook doen. Bosrijke landen willen hun bos (CO2 opslag) alleen beschermen tegen financiele compensatie. Kleine eilandstaten zijn tegen een heffing op vlieg- en scheepsverkeer, omdat ze anders onbereikbaar worden.

Nederland heeft zichzelf tot kleine speler gemaakt. Haar doel om de nationale CO2-uitstoot met 6 procent te verminderen tussen 1990 en 2012 is gehaald door reductie in ontwikkelingslanden te kopen. Kabinet Balkenende IV wilde 30 procent minder uitstoot in 2020, maar dat heeft dit kabinet teruggedraaid naar 20 procent.

Durban's tweede hoofdthema is de Westerse financiële steun aan ontwikkelingslanden om met klimaatverandering om te gaan. Volgens het 'de vervuiler betaalt'-principe werd eerder al 30 miljard dollar toegezegd voor de periode 2010-2012, en jaarlijks 100 miljard vanaf 2020. Afgesproken is dat het geld 'new and additional' moet zijn, dus bovenop bestaand ontwikkelingsgeld. De Braziliaanse klimaat-onderhandelaar Alberto Figueiredo waarschuwde maandag in the Guardian dat de klimaattop in Durban mislukt als Westerse landen hier nu onderuit gaan proberen te komen. Feitelijk heeft dit kabinet dat al gedaan: het bracht klimaatgeld onder bij ontwikkelingssamenwerking, en verlaagde dat bedrag vervolgens ook nog eens.

Kortom, Nederland presteert niet al te best. Maar buiten de Nederlandse politiek en de internationale onderhandelingen gloren lichtpunten.

Allereerst zien steeds meer bedrijven in dat klimaatverandering negeren geen optie is. Weersextremen kunnen hen schaden, direct of indirect. Denk dan bijvoorbeeld aan de verhoging van de graanprijs door droogte en bosbranden in Rusland in 2010. Daarnaast groeit het inzicht in klimaat- en milieuproblematiek. Als gevolg stellen consumenten steeds meer duurzaamheidseisen aan producten. Maar bedrijven kunnen ook elkaar duurzaamheid opleggen. Het Amerikaanse Wal-Mart eist bijvoorbeeld van haar 70.000 toeleveranciers dat ze hun brandstofverbruik, verpakkingsmateriaal en afval verminderen. Deze overheid wil Nederland internationaal competitief houden. Dan moet zij in haar oren knopen dat niet-duurzame bedrijven niet meer bestaan in de toekomst.

Zorgen
Ten tweede beschouwt de Europese burger klimaatverandering ondanks de financiële crisis als een grotere zorg dan de economie, zo blijkt uit recent onderzoek van TNS Opinion and Social. Van de 26840 ondervraagden ziet 89 procent klimaatverandering als een groot mondiaal probleem. Een verstandige overheid stuurt er op aan dat deze gedachten omgezet worden in daden -dat hoeft netto niets te kosten. Klimaatsceptici zijn er tegelijkertijd steeds minder. Dat VVD-Kamerlid René Leegte het KNMI wil opheffen omdat het meetgegevens publiceert die klimaatverandering aantonen, geeft slechts aan dat hij achter de feiten aanloopt.

Ten derde ontwikkelen grootvervuilers Australië en China in navolging van de EU en Nieuw Zeeland een 'cap and trade' systeem. Een land en haar bedrijven mogen in zo'n systeem maar beperkt en steeds minder broeikasgassen uitstoten. Emissierechten verhandelen is mogelijk, dus het loont om minder uit te stoten dan toegestaan. Een deel van de emissierechten worden geveild en dat levert de schatkist steeds meer geld op. Duitsland investeert dit in duurzame ontwikkeling en aanpassing aan klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Dat zou Nederland ook moeten doen.

Deze ontwikkelingen bij bedrijven, individuen en landen geven overheden het mandaat om in actie te komen. Duitsland lijkt dat te snappen. Maar het Nederlandse kabinet duikt weg voor haar verantwoordelijkheid op klimaatgebied. Van een land dat altijd over de grenzen heen heeft gekeken, en juist daardoor tot de rijkste ter wereld behoort, mag men meer verwachten.

Pieter Pauw is onderzoeker aan het Deutsches Institut für Entwicklungspolitik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.