Opinie

'Monument Nicolaas Beets verdient beter lot dan het door toedoen van vandalen heeft ondergaan'

Vijftig jaar na de onthulling van het Hildebrandmonument getuigen kale sokkels van de almacht van vandalen. En dat is onaanvaardbaar, betoogt Sander van Walsum.

De Haarlemmerhout in 1988. Foto ANP

Toegegeven: er zijn opwindender auteurs dan Nicolaas Beets (1814-1903). En er zijn literaire werken die beter bestand waren tegen de tand des tijds dan diens - onder het pseudoniem Hildebrand verschenen - Camera Obscura. Toch verdient het Hildebrandmonument in de Haarlemmerhout een beter lot dan het door toedoen van vandalen heeft ondergaan.

Tot driemaal toe zijn de rondom een vijver gegroepeerde beelden - personages uit de Camera Obscura - vernield. Het enige dat rest van de schepping van beeldhouwer Jan Bronner is een morsig beeld van Hildebrand zelf en een waterbassin dat oogt als een depot voor zwerfvuil. Het zuidelijk deel van het Haarlemse stadsbos, dat in toeristengidsen nog als bestemming van een wandeling wordt aanbevolen, is verworden tot een no go area voor mensen die niet van samenscholingen van hangjongeren houden.

Vooralsnog duidt niets erop dat het gemeentebestuur voornemens is het monument terug te brengen in de staat waarin het zich bevond toen het 50 jaar geleden, op 1 juni 1962, werd onthuld door een achterkleindochter van Beets. Hieraan was, naar goed Nederlands gebruik, een debat van decennia voorafgegaan over de plaats van het monument en de vormgeving van de beeldengroep. Vervolgens gaf beeldhouwer Jan Bronner blijk van een uitputtend perfectionisme. In 1949, 13 jaar voor de onthulling van het Hildebrandmonument, schreef de Haarlemmer Godfried Bomans in Elsevier: 'Het Rijnland werd ingelijfd, Abessinië veroverd, Polen overweldigd, maar Bronner kapte voort. De Tweede Wereldoorlog barstte los, Duitsland stortte in, Japan capituleerde, en Bronner kapte voort.' Reve-biograaf Nop Maas heeft over de wordingsgeschiedenis van het Hildebrandmonument tien jaar geleden een vermakelijk boek geschreven.

Kalksteen
De oorspronkelijke beelden waren gehouwen uit Euville kalksteen. Toen ze niet bestand bleken tegen de elementen en het gewicht van hangjongeren, werden ze in 1986 vervangen door replica's van een hardere steensoort. Hiervan ging op de vandalen slechts de aanmoediging uit om zich nog furieuzer te vergrijpen aan het openbaar kunstbezit. Ten slotte plaatste de gemeente in arren moede kunststof beelden. Maar die bleken brandbaar - een mogelijkheid die de habitué's van de hangplek niet lang onbenut lieten. Een paar jaar geleden werden de zwartgeblakerde residuen van Pieter Stastok, Van der Hoogen, Robertus Nurks, grootmoeder Kegge, Buikje, Keesje het Diakenhuismannetje, Teun de Jager en Suzette Noiret ontmanteld.

Sindsdien kabbelt in Haarlem een tam debat over de vraag of de beelden ten derden male moeten worden hersteld, en zo ja, of ze op de plek van hun voorgangers moeten worden geplaatst of op een plek waar beter toezicht mogelijk is dan tussen het hoge geboomte.

Alleen de eerste uitkomst is aanvaardbaar. De sculpturen zijn, lang voordat de hangjongere er verscheen, gemaakt voor de Haarlemmerhout - die ook in het werk van Hildebrand figureert. Een hufterproof pleintje vormt de slechtst denkbare ambiance voor Hildebrands personages. Nee, dan kan de ruïne in de Haarlemmerhout nog beter in haar huidige staat blijven getuigen van de maatschappelijke onmacht tegen de nihilistische beeldenstormers in ons midden.

Sander van Walsum is chef van de redactie Opinie & Debat van de Volkskrant.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.