'Minister van der Steur heeft mij hier levend begraven'

Een Nederlander zit al 31 jaar mogelijk ten onrechte in de San Quentin-gevangenis

31 jaar zit de Nederlander Jaitsen Singh mogelijk ten onrechte vast in de Verenigde Staten voor de moord op zijn vrouw en dochter. Het ministerie van Justitie kan hem helpen vrij te komen, maar doet dat niet. Op bezoek bij Singh in de San Quentin-gevangenis in San Francisco.

De San Quentin-gevangenis in San Francisco. Beeld Io Cooman

Stalen sluisdeuren schuiven langzaam open, na de paspoortcontrole, het detectiepoortje en de röntgencontrole van schoenen. Voorbij de elf traliekooien waarin terdoodveroordeelden hun advocaat mogen ontvangen, ligt de algemene bezoekersruimte. Tientallen lage tafeltjes, meer dan honderd plastic kuipstoeltjes en twaalf snoep- en frisdrankmachines staan opgesteld voor de mannen in blauwe gevangeniskleding die vrouwen strelen en kinderen op schoot nemen. San Quentin State Prison, aan de overzijde van San Francisco's Golden Gate Bridge, herbergt 3.700 inmates onder wie 750 terdoodveroordeelden.

In een van de kuipstoeltjes zit Jaitsen Singh (71). De Nederlander van Surinaamse afkomst zit al 31 jaar vast omdat hij zijn vrouw en dochter zou hebben laten vermoorden. Één keer, tijdens drie gevangenisbezoeken in vier achtereenvolgende dagen, wordt hij boos. Onmachtig woedend. Hij huilt en stikt bijna in zijn eigen woorden. 'Minister Van der Steur', zegt hij met gebalde vuisten over de bewindsman van Justitie, 'heeft mij hier levend begraven.'

Op 27 augustus 1983 wordt Singhs echtgenote Grace doodgeslagen met een honkbalknuppel en dochter Daphne met veertien messteken om het leven gebracht. Hun huis in Ontario, Californië is overhoop gehaald, geld en juwelen zijn verdwenen.

'Toen ik thuiskwam voelde ik meteen dat er iets mis was', zegt Singh. 'In de gang lagen boeken en spullen op de grond, terwijl wij erg netjes waren. Niemand reageerde op mijn roep dat ik thuis was. Ik voelde angst en ging naar mijn buurman, een politieagent. Hij ging meteen met getrokken pistool mijn huis binnen. In een van de slaapkamers zat bloed. Overal. Zelfs op het plafond. Daar was iets afschuwelijks gebeurd.

'De politie vroeg of ik de lichamen wilde komen identificeren. Ik zei tegen mijn zoon: 'Wil je mama en Daphne voor de laatste keer zien?' Hij wilde niet. De politie zei dat het er niet fraai uitzag. Ik wilde mijn vrouw en dochter herinneren zoals ze in leven waren en vroeg een bevriende sheriff, Mel Gutman, de identificatie voor me te doen. Dat is in mijn proces tegen me gebruikt: zie je nou wel? Hij wil zijn vrouw en dochter niet zien, hij voelt zich schuldig.'

Jaitsen Singh. Beeld Io Cooman

Levensverzekering

Acht maanden na de moorden benadert een gedetineerde, Raymond Copas, aanklager Dennis Stout met de mededeling dat hij de moordopdracht van Jaitsen Singh kreeg. Hij is bereid dat te getuigen, mits hij strafkorting krijgt, en geld. Stout stemt toe. Copas vertelt in de rechtszaal dat Singh de levensverzekering van zijn vrouw wilde opstrijken. Copas verklaart ook dat hij de moorden niet zelf pleegde uit mededogen met dochter Daphne. Hij weet niet wie het wél heeft gedaan. Singh wordt gearresteerd.

Vanaf dat moment, zegt hij, keerde iedereen zich tegen hem. Familie, vrienden, buren. 'Twee mannen van het Nederlands consulaat zochten me op in de gevangenis. 'Meneer Singh', zeiden ze, 'u móet wel iets gedaan hebben, dat u hier zit.' Mijn hart stond stil. Mijn hoop was op die mannen gevestigd. Toen realiseerde ik me: dit loopt helemaal verkeerd.'

Singh had een buitenechtelijke relatie. Die werd, samen met de levensverzekering van zijn vrouw, als motief voor de moorden aangemerkt. 'Die vriendin was de grootste fout in mijn leven', zegt hij, 'die heeft mij m'n vrijheid gekost. Ik hield niet eens van haar, ik vond haar zielig, wilde haar helpen. Ik heb Grace bedrogen, dat draag ik nu mee tot aan mijn dood. Ik heb een miljoen keer aan mijn zoon mijn excuses aangeboden. Door die relatie zei iedereen: zie je, hij wilde van zijn vrouw af. Maar dat verklaart toch niet waarom mijn dochter is vermoord?'

Hoe kwam Singh in VS?

Elektricien Jaitsen Jainandun Singh (71) vertrok in 1970 met zijn echtgenote Grace naar Amerika omdat Grace’s familie daar woont. In Ontario, Californië verhuurde hij zes woningen en appartementen, Grace werkte bij een telecommunicatiebedrijf. Jaitsen kreeg in 1983 50 jaar celstraf voor de huurmoord op zijn vrouw en dochter. Hij werd veroordeeld op basis van de verklaring van één getuige, Raymond Copas, die later zijn getuigenis introk. Bewijs dat Singh opdracht gaf tot de moorden ontbreekt.

Geslagen en geschopt

Singh draagt bij elk bezoek een aktetas onder zijn arm, zelf gemaakt van wit papier, omwikkeld met kilometers dik plakband. Het sluitsel bestaat uit een knoop en een bruine schoenveter. Op de map staat zijn detentienummer: D-37612. Steeds haalt hij er papieren uit, juridische stukken, ontlastende verklaringen. 'Tijdens mijn proces werd gezegd dat ik van mijn dochter af wilde omdat ik niet haar biologische vader ben. Hier zie je de adoptiepapieren. Hier het voogdijschap. Grace bracht in ons huwelijk haar 2-jarige dochtertje mee. Ik ben niet Daphnes biologische, maar wel haar juridische vader. Luister! Ze is míjn dochter, ik hield ontzettend veel van haar. En ook van Grace.'

Hij huilt.

Zijn cel is zeven stappen lang en vier stappen breed. Op de betonnen vloer staat een roestvrijstalen wc en een stapelbed. Daartussen hangt een wasbak. Sinds zijn celmaat, een psychisch gestoorde man, hem in februari 's nachts de keel dichtkneep, slaapt Singh alleen. 'Hier zie je de papieren van het consulaat over dat incident', zegt hij terwijl hij in zijn aktetas graait. 'Luister, geloof me, ik heb overal bewijs van.'

Het gevangenisleven is hard. Singh vertelt hoe hij met iemand in een verzamelcel zat die rookte, terwijl dat is verboden. De bewakers vroegen wie er had gerookt, geen van beiden antwoordde. 'Als jullie niet zeggen wie het was, straffen we jullie allebei', werd gezegd. Singh wilde liever een paar tikken dan verklikken. 'Ik werd geboeid, op de grond gegooid, op mijn hoofd geslagen en tegen mijn ribben geschopt, zo hard dat ik bloed opgaf. Ik ben buiten bewustzijn geraakt. De medische verzorging vroeg me wat er was gebeurd. Ik ben gevallen, zei ik. Geloof me, je wilt hier niet als verrader te boek staan. Dan heb je hier geen leven meer. Elke week gaat hier iemand in een doodskist naar buiten.'

(Artikel gaat verder onder foto)

De buitenruimte van de San Quentin-gevangenis. Datum onbekend. Beeld epa

Privédetective

'Geloof me! Luister naar me, luister!'

'We luisteren', onderbreekt zijn advocate hem. Uit alles blijkt dat Singh zich jarenlang niet gehoord voelt, een roepende in de woestijn. Honderden brieven schreef hij. Naar advocaten, journalisten, de ambassade, het consulaat, het ministerie van Buitenlandse Zaken, het ministerie van Justitie. 'Niemand wilde me helpen. Iedereen reageerde: daar zijn wij niet voor. Maar meestal kreeg ik helemaal geen reactie.'

Eind jaren tachtig stapt een medegedetineerde van Raymond Copas, de man die tegen Singh had getuigd, naar de gevangenisdirectie. Hij meldt dat Copas in de ziekenboeg zojuist heeft verteld dat de 'Singh-moorden' roofmoorden waren die hij zelf, met vrienden, heeft gepleegd. Om Grace te dwingen de bergplaatsen van geld en juwelen prijs te geven, werd Daphne voor haar ogen mishandeld. Gestoken. Vaak.

Een privédetective ging daarop, in opdracht van Singhs advocaat, met Copas praten. Die bekende in zijn cel dat de aanklager hem voor zijn belastende getuigenis strafkorting, geld en een woning had gegeven. Dit was, evenals zijn heroïneverslaving en forse strafblad, voor de rechters en jury verzwegen. Copas zet voor de privédetective op schrift dat Singh niets met de moorden te maken heeft, maar overlijdt voordat dit onder ede wordt bekrachtigd. Tijdens een arrestatie voor zijn zoveelste roofoverval.

Herziening

De FBI onderzoekt aanklager Stout en ontdekt dat die Copas zeven keer uit de gevangenis heeft gekregen en vijftien keer onder ede heeft gelogen. Stout wordt van de zaak gehaald. In diezelfde periode, medio jaren negentig, schrijft een bendeleider rechter Kenneth Ziebarth van het Californische Superior Court plotseling en onverwacht aan: bendelid Copas heeft de moorden gepleegd, meldt hij, en Singh heeft er niets mee te maken.

Rechter Ziebarth initieert daarop een herzieningsprocedure voor het gerechtshof. Dat hof oordeelt dat de plaats delict beter past bij een roofmoord dan bij een liquidatie in opdracht van Singh. Het hof oordeelt dat het vreemd is als iemand zonder wapen een moordopdracht gaat uitvoeren, en ter plekke grijpt wat er voorhanden is - een honkbalknuppel. Het hof oordeelt ook dat de jury in Singhs zaak tot een heel ander oordeel zou zijn gekomen als die wist dat Copas in zijn verklaring, het enige bewijsmiddel, op alle fronten had gelogen. Singh wint: de zaak wordt overgedaan.

De herzieningszaak wordt niet, zoals gebruikelijk, door een nieuwe aanklager gedaan, maar door een kantoorgenoot van Dennis Stout. Die gaat er hard in. Copas is gestorven aan een overdosis, het dna, dat mogelijk met dat van Copas had gematcht, is ineens verdwenen. De ontlastende verklaring van de overleden Copas wordt in de rechtszaal voorgelezen, maar de jury hecht opnieuw veel waarde aan Singhs buitenechtelijke relatie en de hoge levensverzekering van Grace.

'Mijn verzekeringsagent, Albert Mohler, mocht niet getuigen', zegt Singh. 'Niemand heeft ooit naar mijn belastingpapieren gekeken. Niks in mijn zaak klopt. Niks! Niks! Niks!' Hij werd opnieuw veroordeeld en daarmee was zijn zaak onherroepelijk.

(Artikel gaat verder onder foto)

Gevangenen van San Quentin vlak voor de Shakespeare-voorstelling waar ze acht maanden voor hebben gerepeteerd, mei 2015. Beeld afp

Mondharmonica

Singh heeft in zijn cel een mondharmonica, een tremolo. Hij kreeg hem een jaar of twintig geleden van zijn zoon. Hij speelt er Nederlandse, Javaanse en hindoestaanse liedjes op. Vrolijke Frans. Kleine kokette Katinka. 'Ik zat vast in Old Folsom, het was Kerstavond, een uur of elf, en ik speelde Stille Nacht. Heel langzaam. Het werd steeds stiller op mijn afdeling. Op het laatst hoorde je niemand meer. Plotseling begon mijn buurman, een moordenaar, te huilen.Toen de laatste tonen wegstierven was het zo stil dat je een speld kon horen vallen. Ineens begonnen alle jongens te applaudisseren. Ik was geroerd. Iedereen was geroerd. Aan dat moment denk ik terug als ik de sfeer hier vijandig vind.'

Twee keer deed hij een zelfmoordpoging in zijn cel. Hij kocht heroïne -'je kunt hier alles krijgen' - en slikte het door. Hij moest ervan overgeven, werd doodziek, maar zijn lichaam bleef leven, zegt hij. 'Mijn geest is allang dood. God, alles en iedereen heeft me in de steek gelaten. Iedereen, behalve mijn zoon.'

Zijn zoon, destijds 14, inmiddels 45 jaar, is de enige frequente bezoeker. De rest van Singhs familie woont in Nederland. 'Die kunnen een ticket niet betalen.'

Singh kreeg een deal aangeboden: strafvermindering in ruil voor een bekentenis. Stellig: 'Ik ontmoet mijn vrijheid liever in een doodskist dan dat ik mijn vrouw en dochter verraad. Dat verdom ik.'

De crematieplechtigheid van Grace en Daphne werd door twee sikh-priesters gehouden. Het was een mooie, zonnige dag, herinnert hij zich. Hij was kapot van verdriet. Slikte antidepressiva. Kwam de dagen moeilijk door. Sliep soms in de auto omdat hij zijn huis niet in wilde. Zijn zoon logeerde bij een vriendje.

'Grace had ooit gezegd dat na haar overlijden haar as in de lucht moest worden verstrooid. Na de crematie heb ik Chino Airport bij Ontario daartoe opdracht gegeven. Een piloot heeft haar as vanuit de lucht verstrooid. De wind heeft mijn meisje meegenomen.'

'Laffe streek'

'Nog vijf minuten', zegt een bewaker. Singh heeft de afwijzing van het Nederlands ministerie van Justitie op zijn overplaatsingsverzoek als een 'laffe, gemakzuchtige streek' ervaren. 'De minister kent de waarheid niet', zegt Singh. 'Die denkt natuurlijk: zo'n dubbele moordenaar moet ik hier niet. Die gaat mijn dossier niet lezen, die weet alleen: veroordeeld. Koningin Beatrix heeft ooit een Nederlander van death row in Thailand gehaald. Ik heb haar een brief geschreven, maar nooit een reactie gekregen. Ik ken geen belangrijke mensen die voor mij lobbyen in Den Haag. Ik heet niet Jansen of De Vries, maar Jainandun Singh. Ik ben geen blanke Nederlander. Maar ik ben wel een mens! Mijn god, wie had ooit kunnen denken dat het onmogelijk is om te bewijzen dat je iets niet hebt gedaan?'

De bewaker neemt Singh bij de arm en voert hem terug naar blok West, cel 41. In een tussenruimte moet gedetineerde D-37612 zich ontkleden, bukken, lichaamsholten laten inspecteren. Terdoodveroordeelden kijken vanuit hun traliekooien zijn bezoek na. 'Singh's clear', galmt de intercom na enkele minuten door de bezoekersruimte. Paspoorten worden onder de glaswand teruggeschoven. De stalen sluisdeuren glijden langzaam, een voor een, open. Buiten schijnt de zon uitbundig over de Baai van San Francisco.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.