'Milosevic, de Musical' gaat over de gehate Servische dictator. De geesten van de doden zweven door de zaal

Dit is niet Broadway, dit is de Balkan

Waarom kan Servië maar geen afscheid nemen van Kosovo? Exact tien jaar na het uitroepen door Kosovo van de onafhankelijkheid reist Arie Elshout naar Belgrado en Pristina, waar hij belandt bij repetities van 'Milosevic, de Musical'.

Repetitie voor `Milosevic, de Musical', met hoofdrolspeler Dejan Cicmilovic als Slobodan. Foto Aurélie Geurts

Drie mannen maken danspasjes op de bühne in een onbestemd buurthuis in Karaburma, een vervallen voorstad van Belgrado. Vrouwen oefenen hun tekst en bewegingen. Ze laten hun lange haren in het rond zwiepen als zeisen. Behalve de toneelspelers, regisseur en schrijver is er niemand anders. Zij repeteren een voorstelling over Slobodan Milosevic, meer dan twintig jaar na de mede door hem ontketende oorlogen waarbij 150 duizend mensen omkwamen. Het is een muziekstuk. Milosevic, de Musical! De geesten van de doden zweven door de zaal, er wordt gelachen, gedanst en gezongen.

Nenad Todorovic voelt de verwarring bij de bezoeker. Milosevic, de Musical? De 45-jarige regisseur komt naar me toe. 'Dit wordt geen Broadway-show. Verwacht geen Fred Astaire', fluistert hij. 'De muziek wordt hard, zij moet angst en verschrikking uitdrukken. Rammstein. Er wordt geschreeuwd, gegild.' De hoofdpersonen zijn Milosevic en zijn vrouw Mira Markovic, het gehate Servische dictatorsechtpaar. Maar binnen dit raamverhaal gaat het over 'ons', zegt Todorovic, doelend op de Serviërs in Kosovo zoals hij. 'Hun kleine, intieme verhalen tonen ons gevecht tegen de demonen van de jaren negentig.'

Het is duidelijk: er is muziek, zang en dans maar de oorlog is niet voorbij. De oorlog woedt voort in het hoofd. Nee, dit is niet Broadway, dit is de Balkan.

Bloedige boedelscheiding

Morgen is het tien jaar geleden dat Kosovo zichzelf onafhankelijk verklaarde van Servië. 17 februari 2008, bijna tien jaar nadat de Navo in 1999 een eind had gemaakt aan het Servisch bestuur over het gebied ten gunste van de meerderheid van etnische Albanezen. Het ingrijpen was het sluitstuk van een decennium vol burgeroorlogen, massamoorden en etnische zuiveringen dat volgde op het uiteenvallen van de veelvolkerenstaat Joegoslavië. Serviërs, Kroaten, Bosnische Moslims, Albanezen en in mindere mate de Slovenen maakten er een bloedige boedelscheiding van, een gevecht van buren tegen buren. De echo daarvan is nog steeds niet weggestorven, zegt Todorovic.

Hij weerklinkt in de repetities, op straat, in de hotellobby, in het museum, hij weerklinkt overal waar op het knopje van het verleden wordt gedrukt. Bij elke stap die ik in Belgrado zet en daarna in Kosovo hoor ik terug wat een man mij na aankomst in het hotel afwisselend in het Duits en Engels vertelde. Hij wilde zijn naam niet noemen, wel zijn leeftijd 72. Zijn vader was een Albanees uit Kosovo, zijn moeder een Oostenrijkse uit Wenen, hij woonde op diverse plekken op de Balkan. De commentaren van de man zonder naam zullen mij op mijn weg begeleiden als het koor uit een klassieke tragedie.

Over de last van de geschiedenis: 'Iedereen hier kijkt naar achteren, niet naar voren.' Over de armoede: 'Op de Slovenen na, is geen van de volkeren beter af dan in de tijd van Joegoslavië. Veel mensen zitten op de armoedegrens. Wie arm is, geeft al gauw de schuld aan anderen en is simpel te manipuleren. Walen en Vlamingen gaan ook moeilijk samen, maar ze vechten niet want ze hebben wat te verliezen.' Over de Balkan-mentaliteit: 'Bij een geschil haben sie gleich die Messer in der Hand.' Over Milosevic: 'Sommige Serviërs houden nog van hem, anderen vinden dat hij rampzalig is geweest.'

Voor veel westerlingen was Milosevic de grootste schurk. Eind jaren tachtig zag hij als communistische partijbons in Joegoslavië hoe overal in Europa communistische regimes omvielen. Hij wilde Tito's Joegoslavië redden, maar dan als centralistische, vanuit de Servische deelrepubliek geleide staat. Het wekte het latente separatisme van de Slovenen, Kroaten en Kosovo-Albanezen. Toen Joegoslavië niet meer te redden was, zette Milosevic in op het streven naar een Groot-Servië, waarin gewapenderhand ook Kosovo en alle Servische gebieden in Kroatië en Bosnië moesten worden opgenomen. Het leidde tot het grootste bloedvergieten in Europa sinds 1945. Milosevic belandde in de Scheveningse gevangenis, waar hij in maart 2006 in zijn cel overleed. Biografen hebben hem omschreven als een omhooggevallen, middelmatige apparatsjik, die slechts geïnteresseerd was in zijn persoonlijke macht, geen scrupules had, niet de gevolgen van zijn daden overzag, slechts omwille van machtsbehoud zich bediende van het Servische nationalisme en daarmee een beest ontketende dat hij al snel niet meer in de hand had.

Lees verder onder de afbeelding.

Repetitie voor 'Milosevic, de Musical'. Foto Aurélie Geurts

Slobodan...

Dejan Cicmilovic moet in de huid van deze Milosevic kruipen in de musical. Lastig, vindt de 47-jarige theaterdocent. 'Ik moet een karakter neerzetten dat ik persoonlijk haat.' Hij bekijkt het daarom van de technische kant: hij doet zijn werk als acteur. En: 'Ik geloof niet dat iemand helemaal goed is of helemaal slecht.'

Dat beginnend gevoel van nuance kan niet iedereen opbrengen. Albanese intellectuelen uit Kosovo willen het stuk tegenhouden omdat we Milosevic zouden willen rehabiliteren, zegt Todorovic, mopperend over het eeuwige Albanese slachtofferschap. Maar ook voor de wereld is Milosevic nog een taboe, merkt hij, gezien alle buitenlandse belangstelling. Tuurlijk, er zijn de doden. Samen met de schrijfster, Jelena Bogavac, heeft hij getwijfeld. Moeten we het wel doen, een theatershow over Milosevic? Ja, was de conclusie, in maart gaat het stuk van het Servische toneelgezelschap uit Kosovo in première.

Todorovic: 'Europa mythologiseert Milosevic als slager van de Balkan, maar dat is een simplificatie van de media. Theater is geen krant. Je hebt de tragiek van de omstandigheden en de tragiek van het karakter. Beide spelen bij Milosevic, de verkeerde man in de verkeerde tijd. Maar het nationalisme begon niet bij hem. Hij versnelde en verergerde het, is schuldig aan de honderdduizend doden en had Mladic na Srebrenica moeten laten arresteren. Maar de oorlogen zouden er sowieso zijn gekomen. Hij is niet de enige dader. En ook is de haat niet met zijn dood gestopt.'

...en Mira

Ivana Kovacevic speelt Mira Markovic. De 39-jarige actrice probeert normaal gesproken te gaan houden van haar personages om ze beter te kunnen begrijpen. Dat gaat niet zo goed bij Mira. 'Ik denk dat zij de politiek in ging vanwege haar moeder die in een Duits concentratiekamp stierf na te zijn verraden door een communist.' Ook Milosevic torste een trauma met zich mee door de zelfmoord van beide ouders, vult Todorovic aan. De machtsdrang van het paar, zo is de boodschap van regisseur en actrice, was wraak op hun jeugd. De tragiek van het karakter werkte door in de tragiek van de omstandigheden. Todorovic las de verslagen van het Joegoslavië-tribunaal en kwam tot de slotsom dat Milosevic geen oorlogsmisdadiger was. 'Hij was autistisch, hij overlegde met niemand, alleen met zijn vrouw. Maar we willen geen antwoord geven op de vraag wie Milosevic was, maar wie wij zijn na de jaren negentig.'

Lees verder onder de afbeelding.

Repetitie voor 'Milosevic, de Musical' met hoofdrolspeler Ivana Kovacevic (rechts) als Mira. Foto Aurélie Geurts

Servisch bewustzijn

Ja, wie zijn de Serviërs nu? Servië is een verpauperde staat, met corrupte politici en een machtige maffia. Honderdduizenden Serviërs leven als vluchtelingen. Ze zijn verdreven, uit de Krajina in Kroatië of uit hun geboorteplekken in Kosovo. De regisseur zelf ontvluchtte de Kosovaarse hoofdstad Pristina en woont nu in Mitrovica. Een getto, noemt hij deze Servische enclave in Kosovo. Uit angst voor grafschennis brachten zijn ouders het graf van zijn broer over naar Belgrado. 'Al die vluchtelingen kunnen toch geen bad guys zijn? Als er een volk is dat wraak zou moeten nemen op Milosevic dan de Serviërs. Hij vernietigde mijn toekomst.'

In het centrum van Belgrado word ik verrast door een protest tegen de luchtbombardementen die de Navo 87 dagen lang uitvoerde op de Servische hoofdstad tijdens de Kosovo-oorlog in het voorjaar van 1999. Voor het parlement is een veertig meter lang zeildoek gespannen vol foto's van de doden. Twintig jaar later. Beschaamd vraag ik me af of ik deze gevoelens niet altijd onderschat heb. Ik denk aan wat de man zonder naam zei: 'Elke nacht hoorde je de bommen. Je kon de vliegtuigen niet zien. Boem. Boem.' Zoran Zukovic komt voorbij. Hij was toen 4 en hoort soms nog de sirenes. Als hij geen filmmaker geworden zou zijn, was hij nu historicus. 'Geschiedenis is belangrijk. Maar niet om het negatief te gebruiken.'

Het Servische historisch en nationaal bewustzijn is sterk. 1389 was gisteren, niet 600 jaar geleden. Er werd van de Turken verloren in de Slag op het Merelveld in wat nu Kosovo heet en voor de Serviërs hun stamland is. Het was het begin van vijf eeuwen Turkse overheersing en het begin van een Servische mythe, waarin vrijheidsdrang, verdediging van het christendom, martelaarschap, opofferingsgezindheid en wraak een loodzwaar brouwsel vormen dat de tand des tijds moeiteloos heeft weerstaan.

Zelfs de meest verlichte Serviër schiet in de apologetische reflex als op een pijnpunt wordt gedrukt. Zoals de genocide in Srebrenica. Todorovic: 'Oh my God, wij Serviërs in Pristina wisten meteen dat wij ook de schuld zouden krijgen.' Maar de massamoord werd gepleegd door lokale krachten in Bosnië en de Nederlandse Dutchbat-militairen maakten fouten. 'Ik zeg tegen het Nederlandse volk, de Serviërs in Kosovo zijn niet schuldig aan wat fout ging.' Weer hekelt hij de simplificaties van de media. 'Wij waren geen good guys, maar de andere volkeren evenmin. Milosevic was niet de enige dader. Het is een ingewikkeld netwerk van haat op de Balkan.'

Het Westen raakte daar ook in verstrikt. De Duitsers wierpen met de erkenning van Kroatië een lucifer in het benzinevat. De Amerikaanse president Clinton en zijn bemiddelaar Holbrooke zagen in Milosevic lang een nuttige whiskydrinkende factor van stabiliteit. De Serviërs hebben pech, aldus de regisseur. 'De overwinnaars schrijven de geschiedenis, en wij waren de verliezers.'

Lees verder onder de afbeelding.

In Belgrado prijken op een groot zeildoek de foto's van de personen die bij Navo-bombardementen in 1999 zijn omgekomen. Foto Aurélie Geurts

Bang voor Albanezen

Voor iemand uit het posthistorische West-Europa voelt het van historie doordrenkte Servische nationalisme onwerkelijk aan. Het is zwaar, zoals alles op de Balkan, het eten, de gelaatstrekken en zelfs de stemmen van de vrouwen. Het blokkeert een erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo. In het Historisch Museum van Servië werkt de 35-jarige Marija Kalusevic. Zij is voor vrede, wil geen wraak. Maar: 'Ik ben historicus. Voor mij is Kosovo ons land, vanaf de Middeleeuwen. De wieg van ons volk.' In het museum is een tentoonstelling over Karadjordje, leider van de Eerste Servische Opstand tegen de Turken. De bezoekers zijn jong. De avond valt, toch glipt een jong stel met een kinderwagen nog snel even naar binnen. Het verleden is hier niet dood maar levend.

Eind deze maand vertrekt Todorovic' theatergroep naar Gracanica, de Servische stad in Kosovo waar de première is van Milosevic, de Musical. Ik reis vooruit en kom aan bij het beroemde Servisch-orthodoxe klooster in de stad, een pijler onder het Servisch nationalisme. Het stamt uit 1321. '700 jaar lang is hier elke dag een mis', zegt een toezichthouder. Hij is onvriendelijk, wantrouwend. Gevraagd naar de verhouding met de Albanezen, wijst hij erop dat tienduizenden Serviërs Kosovo zijn ontvlucht en maakt hij de vergelijking met Jezus. 'Onze Heer werd gekruisigd. Wij ook, onder de Turken, nu onder de Albanezen. Wie christen wil zijn, moet lijden.' Servisch nationalisme in zijn zwartste vorm.

Zo ver gaat Todorovic niet. Ziet hij zich als Servisch nationalist? 'Wanneer ik in Belgrado ben, kan het me niet schelen. Maar in Kosovo ben ik bang voor de Albanezen en hou ik van niets anders meer dan van het Servische volk. Ieder slachtoffer heeft zijn trots.' Nationalisme gedijt kennelijk bij wrijving met de anderen, met het verleden als stuwende kracht. Zou het niet helpen als de regio zich zou bekwamen in de kunst van het vergeten? Marija Kalusevic, de museumvrouw: 'Ik denk van wel.' Maar 'persoonlijk wil ik niet vergeten. Onze kloosters zijn daar in Kosovo.'

En Todorovic gaat door met de musical ondanks de kritiek. 'Er is toch ook niemand die vraagt waarom Shakespeare een stuk over Richard III schreef. Ook een boosaardige koning.' Hij wil laten zien hoe de echo van de jaren negentig nog altijd doorklinkt in het leven van de Kosovaarse Serviërs. Boem. Boem.

Erkend door 108 landen

Kosovo telt 1,7 miljoen inwoners. Zo'n 94 procent van hen zijn etnische Albanezen. Zij riepen op 17 februari 2008 de onafhankelijkheid uit, nadat zij zich al in 1999 met Navo-steun hadden losgemaakt van Servië. Van de 193 VN-lidstaten erkennen er 108 de onafhankelijkheid. Rusland, China en vijf EU-landen doen dat niet. Een land als Spanje wil geen precedent scheppen voor opstandige regio's binnen de eigen grenzen. Ook Servië erkent Kosovo niet. Geregeld zijn er spanningen met de Serviërs die er nog wonen. Beide Balkanlanden willen toetreden tot de EU, maar die eist eerst normalisering van de betrekkingen. Nederland erkent Kosovo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.