INTERVIEW

'Mijn naam klinkt wit, dat is een troef'

De aanhouding van Typhoon heeft de discussie over discriminatie deze week op scherp gezet. Tijd om de statistieken te laten spreken over racisme bij de politie, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. En de mensen die het treft.

Egbert Dahl. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Lorenzo Elstak, 28, jeugdcoach en professioneel danser, initiatiefnemer van Ik ben Wij

'Het lastige met racisme is: je weet het bijna nooit zeker. Ik rijd in een mooie auto en ben ook twee keer aangehouden door de politie, maar was dat vanwege mijn huidskleur? Dat weet ik niet. Wat mij betreft is het niet zwart-wit, maar grijs. De politie hééft ook geen makkelijk werk.

Ik solliciteerde ooit voor een logistiek bijbaantje, stuurde een goed cv op en zat daarna in een leuk gesprek, maar kreeg later te horen dat ik niet in de bedrijfscultuur paste. Ze wilden niet uitleggen wat ze daarmee bedoelden. Ik vroeg grappend of een kleurtje soms niet in de bedrijfscultuur paste. 'Je zou wel de enige donkere jongen zijn', kreeg ik te horen, 'maar dat is het niet'. Ik kan op zo'n moment niet hard maken dat zij discrimineren. Het is meer een onderbuikgevoel.

'Kijk, twee zwarte pieten', zei een meisje toen ze mij en mijn moeder zag staan. Haar moeder corrigeerde haar niet, dat verbaasde ons wel. Maar we schrokken er niet van, want wij zitten goed in de maatschappij. Mijn ouders kwamen uit Suriname naar Nederland toen ze tieners waren, ik ben in Rotterdam geboren en woon daar nog steeds. Wij hebben ook blanke vrienden, dus weten dat niet iedereen zo is.

Je hoort soms verschrikkelijke meningen, vooral op social media, die vaak niet eens worden beargumenteerd. Ik geef de jongens die ik coach mee dat iedereen zo zijn vooroordelen heeft. Kill them with kindness, leer ik ze. Ik denk dat ik door mijn spontane karakter minder last heb van discriminatie dan sommige vrienden, maar die optimistische houding is ook iets dat ik mezelf heb aangeleerd. Het kan ook wel eens vermoeiend zijn, maar ik moet als jeugdcoach positief blijven. Als ik het al niet meer zie zitten, wat moeten die jongens dan?'

Lorenzo Elstak. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Lorenzo Elstak. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Odak Isaiah. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Odak Isaiah, 37, theatermaker

'Uit Kenia ben ik naar Utrecht gekomen, voor een theateropleiding. Ik werd verliefd en ben gebleven. Veel mensen noemen mij 'die Surinaamse jongen'. Ik zie dat maar positief, dat ik ben geaccepteerd. Ik fietste laatst op een drukke straat toen de politie mij aanhield en mij om mijn paspoort vroeg. Ik vroeg de agenten: waarom houden jullie van al die mensen hier juist mij aan? Ze bleken op zoek te zijn naar een licht getinte verdachte. Ik zei: 'Hallo, ik ben niet lichtgetint.' Zien ze bij de politie echt het verschil niet, vroeg ik me toen af.

Ik ben er erg van geschrokken, een tijd was ik bang op straat. In de kunstwereld vinden ze mijn afkomst juist interessant. Maar ik voel wel dat veel mensen mijn werk beschouwen als een mix van kunst en welzijn: een man uit Afrika met een trommel en ritmegevoel. Alsof het niet de bedoeling is dat ik hogerop klim naar de serieuze kunst.

Racisme is hier vaak heel subtiel. Ik zie een angstige blik bij mensen, ze houden hun tas even stevig vast. Ik voel soms dat ik er net niet helemaal bij hoor. Maar ik wil het niet weten, het verpest mijn stemming.

November vind ik de moeilijkste maand, vanwege de alomtegenwoordige Zwarte Piet. De rest van het jaar ben ik gewoon Odak, dan word ik niet met die figuur geassocieerd. Mensen met een andere afkomst praten vaak liever niet over dit soort dingen, ook ik wil liever positief zijn. Daarom ben ik erg blij dat de discussie over racisme nu wordt opengebroken. Dat we erover gaan praten, dat we ons met z'n allen bewust worden van wat er speelt.'

Etnisch profileren

Discriminatie door de politie: dit zijn de feiten. (+)

Het onderwijs is net de echte maatschappij. En dus komt ook op scholen en universiteiten racisme voor. De grote vraag: is het structureel of betreft het incidenten? (+)

'Groepen die niet vooraan staan hebben het extra lastig.' Hoe zit het met racisme op de arbeidsmarkt? (+)

Waar de VVD de zaak rond Typhoon relativeert, overheerst bij PvdA-leider Samsom de woede. (+) 'Etnisch profileren door politie is discriminatie en schadelijk'

Odak Isaiah. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Doa Shaikhani. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Doa Shaikhani, 26, coassistente en blogger

'Ik ben toen ik zes jaar oud was met mijn moeder, vader en broertjes uit Irak gevlucht, op mijn zevende kwamen we in Nederland terecht. In groep 8 gaf mijn Cito-score havo aan, maar de leraar adviseerde mavo. We waren nog maar een paar jaar in Nederland, wisten niet eens wat een Cito-toets was. Dus ook niet dat we zijn advies konden negeren. Op de mavo verveelde ik me dood. De directeur van die school zei: jij hoort hier niet thuis. Maar dan op de goede manier, haha. Ik stapte over naar het vwo, nu studeer ik geneeskunde. Ik vind het jammer als allochtonen zich afsluiten voor alles wat Nederlands is. Zo creëer je geen band. De mensen in mijn co-groep, allemaal Nederlanders, zie ik als broertjes en zusjes. Ik ga altijd mee borrelen, ook al drink ik geen alcohol.

Ik krijg wel eens vervelende opmerkingen. Dat jongens 'vuile moslim' roepen als ik voorbij fiets. Toen ik een T-shirt met een onleesbare, volgens mij Poolse tekst droeg, riep een klasgenote ineens: 'Daar staat zeker I love Bin Laden in het Arabisch!'. Ik schrok, maar sta nooit te lang bij die dingen stil. Die mensen weten gewoon niet beter, ik kan het ze niet kwalijk nemen. Ik heb één keer teruggescholden, maar reageer verder nooit. Zij gaan toch niet inzien hoe fout of kwetsend het is.

Ik probeer veel dingen die vrienden van mij als kwetsend ervaren, positief op te vatten. 'Allochtoon' wordt als scheldwoord gebruikt, maar voor mij is het gewoon een Nederlander met een extra taal of cultuur. Vriendinnen vinden het vervelend als iemand hen vraagt waar ze vandaan komen, maar voor mij is dat een teken van interesse. Ik zie er nu eenmaal anders uit, en vraag het zelf ook wel eens aan mensen. 'Wat spreek jij goed Nederlands' zie ik als een compliment. Dat is het toch ook?'

Doa Shaikhani. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Jaimy Vos. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Jaimy Vos, 19, student filosofie

'Can't see the haters, want spleetogen', staat bovenaan mijn Instagram-profiel. Dat typeert misschien wel een beetje mijn houding. Ik maak grappen over mijn uiterlijk, maar weet waar de grens ligt en probeer het niet zo vaak meer te doen. Zelfspot doet het altijd goed, en op de middelbare school wilde ik graag aardig gevonden worden. Erbij horen. Dus deed ik mee. Sambal bij, afhaalchinees, je kent het wel.

Ik werd ook wel eens uitgescholden als ik langsfietste. Dat was niet fijn, maar ik was daar zeker niet kapot van. 'Wéér die opmerking, dacht ik vooral. Ik ben gelukkig nooit gepest, maar mijn zusje, die net als mijn andere broer en zus uit Sri Lanka is geadopteerd, helaas wel. Zelf kwam ik uit China naar Nederland toen ik negen maanden oud was.

Na verloop van tijd ben ik opgehouden met flauwe opmerkingen, ook omdat ik filosofie ging studeren en het maatschappelijke debat steeds meer ging volgen. Ik wil niet onbewust bijdragen aan structureel racisme. Ik confronteer mensen eigenlijk nooit als ze iets vervelends zeggen, ook omdat ik niet wil worden weggezet als iemand met lange tenen. Maar laatst, toen ik tijdens een voetbalwedstrijd per ongeluk op de voet van de tegenstander stond en hij 'vieze kutchinees' schreeuwde ben ik wel naar de scheidrechter gestapt. Toen ik vertelde wat die jongen zei liep hij nog een keer langs en zei: 'Dat ben je toch ook?' De scheidsrechter deed er niks mee, heel vreemd. Maar dat ik er voor het eerst wat van heb gezegd, dat voelde goed.'

Jaimy Vos. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Egbert Dahl. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Egbert Dahl, 26, leraar omgangskunde

Op school in Nieuwegein zei de conciërge tegen mij: 'Jij bent dom omdat je zwart bent.' Nu doe ik een hbo-opleiding, mijn schooladvies was vmbo-basis.

Mijn naam klinkt wit, dat is een troef. Zit ik te wachten op mijn sollicitatiegesprek, kijken ze straal over me heen. 'O, ben jij Egbert. Ik dacht, jij zal wel Lorenzo of Virgil heten', hoor ik dan.

Ik had een baantje in een chique kledingzaak en pakte voor een echtpaar de gekochte kledingstukken in. Het was november. 'Alleen de oorbellen en het Pietenpak ontbreken nog', zei de man tegen me. Er stonden veel mensen om ons heen, ook mijn manager, niemand nam het voor me op. Ik liep weg, sprakeloos. De manager zei later: 'De koop gaat altijd voor.'

Witte mensen kunnen zich niet echt voorstellen wat de impact van racisme is, net zoals ik me bijvoorbeeld moeilijker kan inleven in seksisme, omdat ik daar zelf geen ervaring mee heb. Dat er vaak niemand naast je komt zitten in een volle bus of tram. Ik overweeg op Sylvana Simons te stemmen. Ik stond te juichen toen ik haar op tv de discussie over Zwarte Piet naar een hoger niveau zag tillen.

Ook ik voel nu dat ik een missie heb. Met mijn stichting Perfect Positive World wil ik jongeren een steuntje in de rug geven. Ik wil ze laten zien: er zijn ook jongens en meisjes zoals jullie die een hogere positie weten te bereiken.'

Egbert Dahl. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Cedrick Copra. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Cedrick Copra, 46, analist, ondernemer, voormalig topsporter

'Op Curaçao zat ik als kind uit een arbeidersgezin op een havo-school met rijkeluiskinderen. Ik leerde er me te handhaven. Op mijn zeventiende kwam ik naar Nederland. Ik heb me nooit belemmerd gevoeld door mijn afkomst. Ik maak het beste van de situatie hier, al voel ik nog steeds dat Curaçao mijn echte thuis is.

Ik heb topsport gedaan, successen behaald met onder meer thaiboksen. Ik werk als analist in een virologisch laboratorium en ben nu mijn eigen coaching-bedrijf begonnen. Het lukt allemaal, ik werk keihard. Als mensen zeggen: ik voel me gediscrimineerd, denk ik: dat zegt meer iets over jou. Ik wil daar boven staan. Op Curaçao discrimineren zwarte mensen elkaar ook. In Oostenrijk lukte het onze vriendenclub nauwelijks om een hotelkamer te krijgen, daar is het veel erger.

Met mijn Curaçaose vrienden heb ik heftige discussies over racisme en discriminatie, ook op onze vriendengroepsapp, we denken daar verschillend over. Zij vinden dat ik door mijn bovenmatige succes te weinig oog heb voor de problemen die anderen tegenkomen, die minder de wind mee hebben. Hun accent kan tegenwerken, ze hebben een minder sterk netwerk of begrijpen de omgangsvormen niet. Een vriend ziet regelmatig op zijn werk hoe jongeren worden afgewezen op hun niet-Nederlandse naam, die krijgen niet de kans zich te bewijzen.

Ik zeg: je kunt die drempel die er is zo hoog zien als je zelf wilt. Ik word ook wel eens aangehouden door agenten, maar met de meeste Nederlandse politieagenten valt best te praten.

Er moet meer aandacht komen voor de rol van de slavernij in onze geschiedenis. Dit thema verdient meer aandacht in het onderwijs.'

Cedrick Copra. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Mehmet Yamali, 41, adviseur en voorlichter bij ISN Fatih Moskee

Ik werk in een moskee, dus ik weet hoe discriminatie eruit ziet. Er komen hier regelmatig dreigbrieven binnen. Zelf word ik soms anders behandeld vanwege mijn uiterlijk. Dan praten mensen heel hard tegen me, of gaan heel overdreven articuleren. Alsof je achterlijk bent. 'O, je kan Nederlands!', hoor ik vaak. Ja, hallo, ik woon hier al veertig jaar. Ik ben toen ik één jaar oud was uit Turkije verhuisd, voel me meer Nederlands dan Turks. Ik voel me een Amsterdammer. Ik hoor er gewoon bij.

Ook zoiets: als ik een mooie baard laat staan en in de tram naast een oudere dame ga zitten gaat haar tas vaak meteen op schoot, haar handen erover heen. In baardloze periodes lijk ik met mijn lichte huidskleur en lichte ogen niet op een buitenlander en heb ik in dezelfde situatie hele leuke gesprekken. Ik ben optimistisch ingesteld en zie zulke dingen meer als onbeleefdheid, maar het doet wel wat met je, als je wordt behandeld als potentieel gevaarlijk. Ik word niet boos, verdrietig is een beter woord. Toch blijft mijn instelling: doorgaan en hard blijven werken. Bij discriminatie: extra hard werken.

Van mijn zus, die oudere vrouwen verzorgt en een hoofddoek draagt, weet ik dat ze wel eens in haar gezicht is gespuugd door een voorbijganger. 'Kankermoslim', riep die persoon. Ze was in shock. Zij is een hardwerkende vrouw en gaat dus gewoon door met leven, maar zo'n gebeurtenis ga je nooit meer vergeten. Wat je ook doet, je gaat het niet meer vergeten.'

Mehmet Yamali. Beeld Najib Nafid
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.