'Mijn liefde voor absurdisme is voortgekomen uit verveling'

De keuzen van Ronald Snijders

Ronald Snijders (41) is een komiek die graag aan stoelpoten zaagt, al hoeft er niet per se iemand op die stoel te zitten.

Ronald Snijders: 'Ik vind die verwarring die ontstaat als de grens tussen feit en fictie troebel wordt heel erg leuk.' Beeld Frank Ruiter

Cabaretier of komiek?

'Ik zie mezelf als een absurdistische komiek. Een komiek heeft minder last van de maatschappij dan een cabaretier. Ik heb niet de ambitie om maatschappijkritiek te leveren. Maar in alles zit wel iets van commentaar. Sommige van mijn sketches zou je kunnen zien als kritiek op de media, hoe die een eigen wereld creëren en een eigen taal hebben.

'In mijn nieuwe voorstelling Welke show zit een stukje over radio, waarin ik heel snel allerlei zenders imiteer. Daarmee zeg ik in wezen niet meer dan: de radio is verschrikkelijk. Je kunt draaien wat je wil, maar het is bijna allemaal lucht. Het zijn reclames, dj's die zichzelf graag horen, nietszeggende gesprekken en het nieuws is een soort quiz. Op een indirecte manier komt zulk commentaar in mijn scènes terecht. Ik zet mezelf aan en dan komen er zinnen uit die eerder als diarree uit de radio kwamen.'

Zwarte of Witte Piet?

'Twee jaar geleden was ik Hoofd Bijzaken van de gemeente Gouda in het Sinterklaasjournaal. In die rol veranderde ik door in de schoorsteen te springen gaandeweg in Zwarte Piet. De kleur van Piet, zo stelde het script, is dus een bijzaak. Een bijzaak waar bepaalde mensen aanstoot aan nemen, dus dan moet er maar wat aan gedaan worden, vind ik, niet te snel, maar stukje bij beetje.

'In één korte scène zag je mij heel even ongeschminkt in een pietenpak, waardoor ik de eerste Witte Piet op televisie was. Dat was reden voor Geert Wilders om daarvan een foto te twitteren met de hashtag #nooitmeersinterklaasjournaal. Ik was toen aan het optreden in Lochem en daarna deed ik mijn telefoon aan: de hel was losgebarsten. De media maakten het weer eens veel groter dan het was, er was geen ander nieuws, er waren kennelijk geen hoofdzaken.'

Laatbloeier of wonderkind?

'Hoewel ik al sinds ik 8 ben weet dat ik komiek wil zijn, ben ik een laatbloeier. Ik ben 41 en ben nu aan het toeren met pas mijn derde solovoorstelling. Op de basisschool trad ik al op voor de klas en later voor de hele aula op de middelbare school. Vanaf mijn 16de had ik met een paar vrienden uit Amersfoort het theatergezelschap N'mbusi. Met die groep hebben we ook aan allerlei festivals meegedaan, zoals Cameretten en het Amsterdams Kleinkunst Festival. We deden het aardig, maar braken niet echt door. Op een gegeven moment viel de groep uit elkaar.

'Ik studeerde communicatiewetenschap en was toen nog te onzeker om solo te gaan. Ik moest heel lang uitzoeken wie ik was, wat mijn stem was. Na een periode achter de schermen bij de televisie gewerkt te hebben, debuteerde ik samen met Fedor van Eldijk met Een normaal boek, een bundeling absurdistische stukken. En ik deed een latenightshow in Theater Bitterzoet in Amsterdam, met fictieve en echte gasten. De VPRO kwam een keer kijken en toen kreeg ik de geweldige kans om een nachtelijk tijdslot op Nederland 3 te vullen. Dat werd De staat van verwarring, een anti-talkshow, vier avonden in de week. Binnen een paar maanden werden Pieter Jouke en ik op de zender gegooid. We waren wel aan elkaar gewaagd, maar niet aan elkaar gewend. En dat zag je ook wel. Het programma kreeg een cultstatus en stond bekend om zijn lage kijkcijfers, een keer keken er maar 30 duizend mensen. De netmanager had er alles aan gedaan om die kijkcijfers zo laag mogelijk te houden: de ene dag begonnen we om half twaalf, de volgende keer om kwart over twaalf en dan weer om half één. Je had veel kans om het te missen.'

Ronald Snijders of Ronald Snijders?

'Tja, als ik echt moet kiezen, dan ga ik toch voor Ronald Snijders. Ik laat me heerlijk aanleunen dat er nog een Ronald Snijders is, een wat oudere Surinaamse dwarsfluitist, een grootheid in de jazz. Als absurdist kan ik alleen maar toejuichen dat er een naamgenoot is die een heel ander segment van het amusement bedient. Als hij ergens op de Uitmarkt optreedt, vind ik het leuk als liefhebbers van mijn werk daarop afkomen en tevreden zijn dat ze op het verkeerde been zijn gezet. De reden dat mijn zalen aardig vol zitten zal ook met die naamsverwarring te maken hebben. Samen zijn we bekender dan alleen.'

Feit of fictie?

'Het is natuurlijk leuk als mensen denken dat iets echt is terwijl het verzonnen is. Want dan gaan ze mee in een wereld die niet bestaat. Dat probeer ik vaak. Op de radio heb ik in het satirische hoorspelprogramma Binnenland 1 wel eens een memoriamuitzending gemaakt over de dood van Paul McCartney. En op 3 mei deden we verslag van een dodenherdenking voor de slachtoffers van Goede Tijden Slechte Tijden. Dat leverde nogal wat belletjes, klachten en opzeggingen op bij de VPRO.

'Ik moest een keer Daphne Bunskoek interviewen voor de VPRO Gids, omdat ze een nieuw programma ging presenteren. Zij had mijn nummer en zou mij bellen. Maar dat kwam er niet van. Mijn deadline naderde en ik dacht: ik weet toch al ongeveer wat ze gaat antwoorden. Ik schreef het stuk dus maar zelf. Toen het gepubliceerd was, dacht ik: ik moet het wel even eerlijk melden, voordat het uitkomt. Ik zei tegen de hoofdredacteur dat het interview nooit had plaatsgevonden. Hier hoor je nog van, zei hij nadat zijn woede bekoeld was. Hij liet het stuk lezen aan de persvoorlichting van de omroep en aan Daphne Bunskoek, maar die hadden er niks op aan te merken. Het stuk kon dus niet gerectificeerd worden. Ik werd op non-actief gezet, maar het interview werd als feitelijk omarmd.

'Ik vind die verwarring die ontstaat als de grens tussen feit en fictie troebel wordt heel erg leuk. Je wordt uit je vaste patronen gehaald. De normale stilzwijgende afspraken - bijvoorbeeld dat het nieuws op de radio echt nieuws is - worden opeens verbroken. Daardoor moet je weer even opnieuw kijken en nadenken, in plaats van alles maar voor vanzelfsprekend aan te nemen. Ik heb er mijn werk van gemaakt mensen op het verkeerde been te zetten.'

Ronald Snijders

1975 Geboren in Amersfoort
1992-1998 Lid van theatergezelschap N'mbusi
2000-2005 Werkt als redacteur bij tv-programma's van Paul de Leeuw, Midas Dekkers en Carlo Boszhard
2006 Een normaal boek, bundeling absurdistische teksten met Fedor van Eldijk
2006 De staat van verwarring op Nederland 3, een anti-talkshow
2011-2014 Verslaggever Rambam
2012 Een ander boek, met Fedor van Eldijk
2012 Wat als, sketchprogramma op RTL 4
2013 De alfabetweter, woordenboek met neologismen met Fedor van Eldijk
2013 Voorstelling One man show
2016 Voorstelling Welke show

Lsd of rosé?

'Ik ben helemaal van de jaren zestig: muziek, films, mode, kunst - de hele popcultuur uit die tijd. Voor mij hebben het absurdisme, het surrealisme en het psychedelische heel veel met elkaar te maken: het is allemaal geestverruimend. Ik heb nooit lsd gebruikt, maar wel paddo's. Dan kom je er ook achter dat de manier waarop wij de werkelijkheid ervaren ook maar een toevallige chemische cocktail is. Het gekke is dat het geestverruimende je wereld juist ook kleiner kan maken op een goede manier. Je zit in de binnenwereld en dat vind ik prettig.'

Humor op de grens of er ver vandaan?

'In het taboe ben ik niet zo geïnteresseerd. Het is een handig middel omdat er veel spanning op staat. Een lach is er dan al snel, ter ontlading. Ik vind het wel leuk om uit het niets een shockerende opmerking te maken, als een paukenslag. Maar ik vind het toch leuker om de sfeer gezellig te laten zijn. Zoals Toon Hermans dat deed. Alsof we met elkaar op een verjaardag zitten met een idioot als gangmaker. Veel cabaretcollega's zitten meer op het venijn en spelen op de man. Cabaret is daar misschien wel voor bedoeld, om mensen te ontmaskeren en poten onder stoelen vandaan te zagen. Maar bij mij hoeft er dan niemand op die stoel te zitten.'

Persoonlijk of afstandelijk?

'Ik vertel niet veel over mezelf in mijn shows, maar toch vind ik ze wel erg persoonlijk. Het is toch intiem als mensen meegaan in jouw gedachtenkronkels. Als je alles van mij hebt gezien, gelezen en gehoord, weet je nog bijna niets over mijn privéleven. Genoeg andere cabaretiers maken al persoonlijke voorstellingen. Ik vind mijn eigen biografie niet zo interessant. Ik ben een gelukkig man en heb geen ellendige jeugd gehad. Mijn liefde voor absurdisme is eerder voortgekomen uit verveling. Met fantasie hoef je je nooit te vervelen. Misschien ben ik er ooit wel aan toe om een show over mijn eigen leven te maken, maar vooralsnog vind ik het wel leuk dat ik nog nooit de hele waarheid over mezelf heb verteld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.