'Mensen doen meestal niet wat ze willen'

Dromen over veranderingen doet iedereen, maar die veranderingen doorvoeren is een stuk lastiger. Managementgoeroe Ben Tiggelaar trekt er al jaren volle zalen mee....

Over Maxime Verhagen, leider van het CDA: ‘Van een leider mag je verwachten dat hij een visie neerlegt. Je mag verwachten dat hij zijn koers volgt – ook al worden een hoop mensen boos – en dat hij zegt: sorry jongens, maar dit is echt wat nodig is voor het land. Zolang ze goed kunnen uitleggen waarom ze doen wat ze doen, vind ik het niet fout wanneer leiders soms redelijk autocratisch te werk gaan. In crisissituaties al helemaal niet. Mensen verwachten dat een leider in crisissituaties autoritairder is dan op normale momenten. Sterker: ze zijn teleurgesteld wanneer hij dat niet doet. Maar er moet dan wel een heel duidelijke visie zijn. Hij moet met iets komen waarvan de achterban achteraf zegt: wat zijn we blij dat we daarin zijn meegegaan! Dat is hier nog maar de vraag.’

Ben Tiggelaar (1969), schrijver, managementtrainer en columnist bij Intermediair, heeft twee passies: leiderschap en verandering van het menselijk gedrag. Het zijn twee verschillende onderwerpen, maar ze zijn niet los van elkaar te zien, vindt hij. ‘Een leider wil altijd dingen veranderen; en altijd loopt hij met zijn kop tegen de wetmatigheden van menselijk gedrag op.’ De leiderschapscrisis binnen het CDA heeft hij van een zekere afstand gevolgd, politici horen niet tot zijn directe klantenkring. ‘Ik vind mijn onafhankelijkheid ontzettend belangrijk, als columnist en auteur en als iemand die onderzoek doet.’

Is het jouw partij eigenlijk, het CDA?

‘Niet direct. Ik zit zelf iets meer in de christelijke hoek, ik stem al jaren ChristenUnie. Het gekke is wel dat als ik de stemwijzer invul, ik op een aantal punten heel duidelijk bij de VVD uitkom en op een aantal andere heel duidelijk bij GroenLinks. Als het gaat om duurzaamheid, zit ik op de linkerkant. Maar als het om family values gaat, ben ik meer rechts.’

Zijn trainingen en seminars voor managers trekken volle zalen, hij schreef drie bestsellers, en over een maand mag hij zich ook nog doctor noemen; dan promoveert Ben Tiggelaar aan de Vrije Universiteit op gedragsverandering in organisaties.

Heb je bereikt waar je op je 13de van droomde?

‘Ha! Nee, ik wist niet eens dat dit een beroep was. Wat ik wilde worden toen ik 13 was, weet ik niet meer precies. Maar ik wilde wel vrij vroeg iets met reclame, dat vond ik een mooi vak. Toen ik 15, 16 was, las ik Adformatie al, het vakblad voor de reclamewereld, en de boeken van grijze ouwe reclamemannen als Bill Bernbach en David Ogilvy. Scientific Advertising van Claude Hopkins vond ik briljant.

‘Ik heb geen idee hoe ik aan die fascinatie kwam. Ik heb tekenen altijd heel erg leuk gevonden. En schrijven. Ik maakte als kind stripverhalen, heb altijd de schoolkrant gerund.

‘Ik dacht dat reclame het vak was dat er het meest toe deed. Toen ik opgroeide, in de jaren tachtig, wás reclame ook een vreselijk hip vak. Ik ging communicatiewetenschap studeren omdat me dat de juiste weg leek als je iets met reclame wilde gaan doen. Mijn drijfveer is nooit geweest om succesvol te worden, mijn drijfveer was altijd nieuwsgierigheid. Wat ik wel altijd leuk vond en nu ook veelvuldig doe, is op een podium staan. Het is leuk als mensen voor je klappen.’

Hij werkte na zijn studie een paar jaar bij Adformatie als internetjournalist, publiceerde ook een boek over internet, en werkte daarna een paar jaar voor ABN Amro. ‘Maar dat internet was niet echt mijn keuze. En reclame uiteindelijk ook niet. Wat ik werkelijk interessant vind – en misschien zat dat ook wel achter mijn fascinatie voor reclame en mijn keuze voor communicatiewetenschap – is de vraag: hoe komt de mens tot bepaald gedrag, en hoe kun je daarop sturen?’

Hij schreef er in 2005 een boek over, met de gelikte titel Dromen, Durven, Doen. Op de achterflap: ‘Iedereen heeft dromen op het gebied van werk, relatie, gezondheid, persoonlijke ontwikkeling maar wat is er nodig om de stap van dromen naar durven en – uiteindelijk – doen te zetten?’

In het boek legt hij uit waarom veel mensen wel dromen over veranderingen, maar die dromen nooit omzetten in concreet gedrag; waarom mensen het liefst in het oude en bekende blijven hangen, ook als een verandering op de lange termijn veel beter voor hen zou zijn.

Tiggelaar: ‘Er bestaat een enorme spanning tussen wat mensen zeggen te willen doen, en wat mensen daadwerkelijk doen. Ik kom uit een traditie, in de sociale wetenschappen, die ervan uitging dat als mensen zeiden dat ze iets gingen doen, ze dat ook deden. Daar was heel veel systematiek op gebaseerd; surveys, interviews. Tegelijkertijd wist iedereen ook wel dat al die surveys en interviews eigenlijk helemaal niet zoveel voorspellende waarde hadden als je wel zou willen.

‘Tien jaar geleden hoorde ik voor het eerst over het principe van de dual system theory: de tegenstelling tussen het onbewuste automatische gedrag en het bewuste geplande gedrag. Grofweg kun je stellen dat ons gedrag maar voor 5 procent bewust en gepland gedrag is; de rest doe je onbewust, ongepland, op de automatische piloot. Die twee processen spelen zich allebei af in één mensenbrein, en ze zitten elkaar voortdurend dwars.

‘Iemand als psycholoog Ap Dijksterhuis kijkt echt niet op van wat ik zeg en schrijf; die zegt: ja, hallo, dat weet ik allang. Studenten zeggen: zeker, dat klopt. Neurologen zeggen: hè hè, er heeft ook iemand het licht gezien. Maar praat je nou met een gemiddelde leidinggevende, dan weet die van niks! Een gemiddelde leidinggevende gelooft nog echt dat als je met mensen een afspraak maakt en ze zeggen: ‘Ja, doe ik’, dat ze het dan ook echt gaan doen. De meeste managers hebben geen idee hoe gedrag tot stand komt.

‘Wat ik doe is psychologische inzichten over menselijk gedrag vertalen naar de werkvloer. Ik vertel leidinggevenden dat ze eerst maar eens moeten bedenken hoe het werkt als ze met zichzelf een afspraak maken: stoppen met roken, tien kilo afvallen. Als je je realiseert dat je dat soort afspraken vaker niet nakomt dan wel, waarom verwacht je dan dat je medewerkers wél doen wat ze zeggen? Leidinggeven aan anderen begint met leidinggeven aan jezelf – het klinkt misschien als een enorm cliché, maar het is wel waar. Anderen helpen en faciliteren in hun leiderschap: dat is misschien wel het hoogste wat een leider in een organisatie kan bereiken.’

Je gaat ervan uit dat mensen allerlei veranderingen ook echt willen. Maar is het ook niet vaak zo dat mensen stiekem gewoon het leven leiden dat ze willen, en dat daar de illusie bij hoort dat ze éigenlijk liever een heel ander soort leven hadden willen leiden?

‘Een interessante vervolgvraag is dan: is het leven dat je leidt het gevolg van wat je wilt, of is wat je wilt het gevolg van hoe je leeft? Er is meer bewijs voor het tweede dan voor het eerste. Onze wil is maar een dun, klein element in onze gedragsvorming. De wil past zich veel gemakkelijker aan het gedrag aan dat er al is, dan dat het gedrag zich aanpast aan wat we eigenlijk willen. Dat realiseren veel mensen zich niet. Vraag aan iemand waarom iemand anders iets doet en hij zal antwoorden: ‘Omdat ie dat wil, natuurlijk.’ We hijsen de wil op een voetstuk. We denken dat mensen doen wat ze willen, en dat iets ook wel gebeurt als je het maar hard genoeg wilt; maar dat is een volstrekt idiote gedachte.

‘Het nadenken over mooie toekomsten is op zichzelf natuurlijk een vorm van afleiding en ontspanning. De eerste vraag is: wil je die toekomst echt, of wil je alleen maar met de gedachte spelen? Zegt iemand vervolgens: nee, ik wil dat écht, ik wil echt dat andere leven of die andere baan, dan is de vraag: hoe ga ik mijn gedrag aanpassen aan wat ik wil? En dan wordt het lastiger. Want gedragsverandering is verschrikkelijk moeilijk. Ik raad mensen aan niet te proberen meteen hét ultieme doel in hun leven te realiseren. Werk in stapjes, kijk wat haalbaar is, realiseer dat, en ga dan weer verder.

‘Je moet begrijpen dat het allemaal heel anders werkt dan je dacht. Begrijpen waarom dingen mislukken. Kijken wat je kunt doen om het onbewuste in het gedrag van mensen in lijn te brengen met wat ze echt willen. Er bestaat een hele reeks behaviour change techniques, die nog lang niet zijn doorgedrongen tot het bedrijfsleven, en daar probeer ik een lans voor te breken: kijk nou eens bij die gezondheidspsychologie.

‘Wat er in je kop gebeurt, is voor een heel groot gedeelte technisch en mechanisch, daar komt helemaal geen wil aan te pas. Het grootste gedeelte van ons gedrag is gericht op het vermijden van pijn en verlies. Mensen willen houden wat ze hebben. Op het onbewuste niveau is ons brein heel erg gericht op het vermijden van verlies. Dat is een zeer krachtige drijfveer, misschien wel de krachtigste die er bestaat. Potentieel verlies is in ons hoofd altijd groter dan het verlies zelf; onze angst daarvoor is eigenlijk overdreven groot.’

Ben Tiggelaar groeide op in een klein dorpje in het oosten van Groningen. Zijn vader was postbode, zijn moeder huisvrouw. ‘Een van de leuke dingen in Nederland is dat als je uit een arbeidersgezin komt, maar wel kunt leren en een beetje je best doet, je leuke dingen kunt bereiken. Er is veel mogelijk in dit land. Maar ook hier geldt weer dat veel afhangt van toeval en omstandigheden.

‘Ik had toevallig ouders die me stimuleerden, maar ik had ook jongens in de klas van wie de ouders zeiden: het lijkt me helemaal niet nodig dat je gaat studeren. Heel veel wordt bepaald door context en omstandigheden, je hebt helemaal niet zo heel veel dingen zelf in de hand.

‘Mijn moeder is jong overleden, mijn vader is nu 67. Ik denk wel dat hij aan mijn proefschrift gaat beginnen. Of ie het helemaal uit krijgt, weet ik niet. We hebben net drie dagen gefietst door het Groninger land, en dan genieten we allebei, maar dan hebben we het niet over mijn wetenschappelijk onderzoek. Zo’n soort relatie heb ik niet met hem.’

Zit de arbeidersjongen nog in je?

‘Absoluut. Werken voor de raden van bestuur, de bobo’s en de grote namen vind ik volstrekt niet interessant. Dat is een illusoire wereld van mensen die allerlei dingen verzinnen die weinig tot geen raakvlak hebben met wat er op de werkvloer gebeurt. Die mensen hebben een beeld van de wereld dat niet klopt. Ik ben veel meer geïnteresseerd in het middenmanagement, de jongens op de vloer, die er dagelijks voor zorgen dat voorzien wordt in de behoeften van hun klanten.’

Tiggelaar is het christelijk geloof uit zijn jeugd altijd trouw gebleven. ‘Het is onzin dat geloof en wetenschap aan elkaar tegengesteld zijn. Het is maar wat je wilt. Als christenen zeggen dat ze die dingen over het onbewuste gedrag niet in de Bijbel terugvinden, zeg ik: nee, dat klopt, er staat heel veel niet in de Bijbel. En dat natuurlijke selectie een waanzinnig grote rol speelt in gedrag, horen veel gelovige mensen misschien niet graag, maar het is wel waar. Natuurlijke selectie bepaalt met welk gen je wordt geboren; een groot gedeelte van onze gedragingen is genetisch bepaald.’

Hoe letterlijk neem je de Bijbel?

‘Sommige dingen die essentieel zijn voor een christen, zoals de persoon en de goddelijke natuur van Jezus Christus; voor mij is Jezus niet zomaar another philosopher. Maar als je denkt dat je op basis van de Bijbel tot een soort van gesloten wereldbeeld kunt komen, zit je er volgens mij naast. Boeken als Prediker en Spreuken, die in de Bijbel direct na elkaar liggen, zijn op een aantal punten volstrekt tegenstrijdig. Mensen die claimen te weten hoe het zit, hoe het concept God precies werkt, vind ik persoonlijk nogal aanmatigend. Dat is wel wat veel gelovigen doen.

‘Een van de belangrijkste dingen van het geloof vind ik het christelijke pleidooi voor rechtvaardigheid. Dat de zwaksten het recht krijgen beschermd te worden. In heel veel landen van de wereld krijgen die mensen dat recht niet. Omdat ze niet het geld hebben om ambtenaren om te kunnen kopen, of whatever. Leiders hebben in mijn optiek als eerste taak hun medemens te dienen, hun land te dienen, en ervoor te zorgen dat mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, recht gedaan wordt. In Nederland denk je: big deal, hier is het goed geregeld, toch? Jaaa, zeg ik dan terug, maar dat komt misschien ook wel doordat we hier honderden jaren van christelijke traditie achter de kiezen hebben.’

Je hebt zelf nooit echt bij een bedrijf gewerkt, niet met je poten in de modder gestaan, zoals dat dan heet.

‘Pfff. Nou ja, bij ABN Amro een beetje. Ik had mezelf verhuurd aan dat bedrijf, ik was er weliswaar niet in dienst, maar je ziet wel hoe het werkt, je krijgt met interne politiek te maken.’

En met falend leiderschap.

‘Ja, zonder meer. Ik zag heel veel mensen die totaal niet konden benoemen waar het met dat bedrijf naartoe moest. Wat Jeroen Smit schrijft in De Prooi, is verschrikkelijk herkenbaar, en niet alleen voor mij, maar voor alle mensen die er in die tijd hebben gewerkt. Als je een presentatie moest geven en dan vroeg: ‘Langs welke criteria gaan we dit nou beoordelen?’, kreeg je als antwoord: ‘Dat ga ik jou niet aan je neus hangen.’ Achteraf bleek gewoon dat ze het helemaal niet wisten.

‘Dat had ik niet meteen door, ik was nog tamelijk naïef, ik dacht: hij wéét het wel, maar hij zegt het niet. Dat is ook een wetmatigheid. Je denkt, als mensen in bedrijven iets doms doen, dat daar toch wel een hogere gedachte achter zal zitten. Maar dat is allemaal niet waar! Het is allemaal misverstand, langs elkaar heen werken, dommigheid.’

Hebben we eigenlijk wel leiders nodig?

‘Ik geloof wel dat we leiders nodig hebben, ja. Ik ben niet honderd procent pessimistisch over de mensheid, maar ik probeer er realistisch naar te kijken: als je een groep mensen bij elkaar zet zonder dat er spelregels zijn of iets van hiërarchie, of een vorm van guidance, zie je toch dat de kortetermijngratificatie het altijd wint. Dat betekent: politiek, frustratie, elkaar de pas afsnijden. Zonder leiders wordt het een zootje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.