'Meeuw' van Boermans is ode aan acteren

Ooit regisseerde Theu Boermans met een paar jonge acteurs van de Arnhemse toneelschool een high-speed, hyperactieve en van een snufje coke voorziene versie van Tsjechovs De Möwe....

Er is opnieuw een meeuw neergeschoten, in een nieuwe bewerking en regie van Theu Boermans bij zijn groep die inmiddels een beetje deftig De Theatercompagnie heet. Boermans zelf speelt hierin de rol van Trigorin, de ietwat ijdele schrijver die de gevestigde kunst vertegenwoordigt.

In deze Een Meeuw is de high-speed van weleer vervangen door berusting, het hyperactieve is nu melancholie en de coke een jointje dat van hand tot hand gaat. Het statement van toen is geworden tot even avontuurlijk als wijs, en ten slotte diep ontroerend theater.

Het is wel even wennen aan deze Meeuw als bij binnenkomst de zaal een rommelig repetitielokaal blijkt. Spelers en technici lopen driftig door elkaar, het zaallicht blijft aan en langzaam wordt alles leeggehaald om ons op het stuk voor te bereiden.

Dan begint Nina (Halina Reijn), die de jonge actrice speelt, aan haar abstracte monoloog, geschreven door Kostja (Tijn Docter), de jonge schrijver die een artistieke revolutie predikt. Zijn moeder Arkadina (Sylvia Poorta) kijkt met nauwelijks verholen minachting toe - zij is de actrice van het grote toneel, van die vernieuwing moet ze niets hebben.

Daarmee is de essentie van Een Meeuw meteen samengevat. De jonge garde rukt op, de oudere moet op zijn tellen passen. En dan is er nog de liefde en de zoektocht naar de zin van het leven, in dit stuk door Tsjechov zo zeldzaam mooi verwoord in een mengeling van heftige liefdesscènes en licht-droeve bespiegelingen.

Boermans heeft in zijn bewerking tekst en vormgeving op een losse manier geactualiseerd. Als vanzelfsprekend is de samovar vervangen door een bijna Oostblok-achtige, shabby stijl, met versleten kleding en rafelrandjes. Alleen Arkadina, de grote actrice, loopt in ravissante jurken, hoewel ook die net een tikkeltje te ordinair zijn van snit en kleur, en daardoor zo passend.

Het landhuis aan het meer is getekend in vage schilderingen, met eerst een boom in bloei en ten slotte kale bomen aan grauw-grijs water. In deze omgeving proberen moeder en zoon nader tot elkaar te komen, en ontmoet de jonge Nina haar grote liefde in de gearriveerde Trigorin. Hartstochten bloeien op en worden bot weer afgebroken.

In Boermans' regie komen naast de bekende hoofdpersonages ineens allerlei bijfiguren tot leven. Het lijkt wel alsof deze Meeuw voor het eerst wordt gespeeld, en dat is een klein wonder. Allerlei verborgen facetten worden opgepoetst, zoals de rol van Masja, schitterend gespeeld door Carice van Houten. Altijd gekleed in het zwart ('ik ben in de rouw over mijn leven') is zij een gothic-meisje dat lijdt onder haar onbeantwoorde liefde voor Kostja.

In haar grote scène met Trigorin komen Van Houten en Boermans tot magnifiek spel, waarin het getob over de liefde de juiste pathetische proporties bereikt. Maar ook Annet Malherbe als Masja's moeder is in topvorm. Van deze kleine rol maakt ze een monument van moederlijke zorg, een baboesjka van alle tijden.

Door dit alles is Boermans' Meeuw vooral een ode aan het acteren. Sylvia Poorta's Arkadina is even komisch als deerniswekkend. Ze is een bitch van een moeder, een matrone van een actrice en daardoor als toneelpersonage erg leuk. Halina Reijn speelt haar jonge alterego Nina eerst iets te Lolita-achtig, maar later - als ze verstoten en verlaten is - dramatisch en aangrijpend. Voor de moeilijke rol van Kostja (hoe speel je een altijd nukkige, onbegrepen angry young man?) blijkt Tijn Docter de ideale vertolker: prachtige tekstbehandeling, verzenuwde motoriek en het juiste uiterlijk.

Een Meeuw van De Theatercompagnie telt tal van subtiele momenten die diep raken. Zoals de scène waarin de oude garde met de rug naar de zaal gezeten naar Nina kijkt en drie kale kruintjes de verloren tijd verbeelden. Ook heel fraai: de wanhopige Kostja speelt in een achterkamertje piano, terwijl op het toneel het verdriet van zijn spel langzaam doordringt tot de vrouwen die het gemis ieder voor zich verwerken.

Het slot is onvergetelijk: Kostja heeft zich uiteindelijk door het hoofd geschoten, zijn moeder schreeuwt haar smart tussen de coulissen uit - als een actrice die zich altijd gewaar is van haar publiek. Maar de Masja van Carice van Houten stikt bijna geluidloos in echt verdriet, en wordt getroost door haar moeder die met een woest gebaar de theatertechnicus smeekt het licht te doven.

Dan is het donker en stil, en zullen de tranen, zoals Tsjechov al had voorspeld, weer gaan stromen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.