Interview

'Marokkaanse vrouwen mochten niet met mij praten'

Rahma El Mouden, eigenaar Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt Robert Vuijsje in een reeks interviews. Onderneemster Rahma El Mouden ( 56 ): 'Mijn broertje kreeg altijd de mooiste appel.'

Beeld Robin de Puy

In 1999 werd Rahma El Mouden verkozen tot Zwarte Zakenvrouw van het Jaar. 'Een mooie prijs hoor, maar ik zal blijven vechten tot ik ook meedoe voor de Zakenvrouw van het Jaar. Daar zit nooit een gekleurde vrouw tussen.'

In haar directeurskamer bij MAS (Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf) in Amsterdam-Duivendrecht hangen vier vlaggen. De Nederlandse, de Marokkaanse, de Turkse en de Surinaamse. 'Dat zijn de vier grootste groepen, de motoren die een bijdrage hebben geleverd aan de welvaart van dit land. Nederland is mijn land. De andere drie vlaggen hangen er omdat mensen uit die landen voelen wat ik voel, zij hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt.'

Tanger was een moderne stad. 'Veel lichte mensen met blauwe ogen. De kleding, de klasse, het eten, de beschaving - het was bekakt. Verfijnd, niet grof. Tanger, Fez en Tetouan, dat zijn de bekakte steden in Marokko. In Tanger traden vrouwen niet op de voorgrond, je zou ze nooit op een brommer of een fiets zien rijden. Dat hoorde niet. Mijn vader was imam, eerst woonden we in een huurhuis, later in een koophuis. Ik zat op een particuliere school.'

Rahma El Mouden

Rahma El Mouden (Marokko, 1959) is de eigenaar van MAS, Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf, met vijfhonderd medewerkers. 'Die M staat voor de mensen die in mijn bedrijf werken. En voor hoe wij met elkaar omgaan in dit land, dat gaat niet goed.' Ze was lid van de VVD. 'Hans Dijkstal kwam bij mij, hij behandelde me als een prinses. Ze wilden me als Kamerlid en later als iets meer. Tot ik een gesprek had met Stef Blok. Die vroeg: waarom zou ik jou aannemen, in dit land zijn zo veel succesvolle mensen. Terwijl zij mij steeds hadden gevraagd om naar Den Haag te komen. Ik ben opgestapt en heb Mark Rutte ge-sms't: ik was blauw en rood en nu ben ik alleen nog maar rood.'

Waarom wilde u naar Nederland komen?

'Ik denk dat ik 5 was toen ik voelde dat er iets niet klopte. Jongetjes mochten alles en meisjes kregen altijd te horen: jij mag dat niet. Ik weet nog dat ik mijn moeder met haar zus en een andere vrouw hoorde praten. Het ging over een jongetje dat een meisje had geslagen. Tegen dat jongetje hadden ze gezegd: goed zo, daar ben je een man voor. In zo'n land wilde ik niet leven. Op school begon ik te vechten tegen de jongens. Bij onrecht kwamen de meisjes naar mij toe, ik ging dan verhaal halen. Soms vocht ik zelf, meestal liet ik anderen slaan.

'Wij waren thuis met zes meiden en één zoon. Mijn jongere broertje heeft zo veel problemen met mij gehad. Omdat hij een jongen was kreeg hij altijd de mooiste appel, het beste stukje vlees, het lekkerste koekje. Ik heb hem bijna doodgeslagen, het bloed kwam uit zijn ogen.'

Hoe kwam u naar Nederland?

'Ik trouwde toen ik 16 was. De man met wie ik ging trouwen, woonde al in Spanje. Niet mijn favoriete land, maar ik dacht: het is Europa. Mensen uit Casablanca en Rabat gingen over het algemeen naar Parijs. Die uit Tanger naar België. Van het platteland trokken ze naar Nederland, België en Duitsland. Tijdens onze verloving kreeg mijn man werk in een Nederlandse fabriek. Tegen Spanje had ik al ja gezegd, met Nederland was ik nog blijer.

'Ik dacht: als het niet bevalt, kan ik altijd weglopen, dan ben ik vast in Europa. We zijn nog steeds samen, maar het was een strijd. Mijn man komt uit een dorp. Hij was conservatiever dan ik. De strijd die ik bij mijn ouders had gevoerd, begon opnieuw.

'Van mijn man mocht ik niets, maar ik luisterde niet, ik deed wat ik zelf wilde. Ik reed alleen in een auto, ik droeg een korte rok en nagellak, ik had blond haar. In die tijd kon dat niet als Marokkaanse vrouw.

'Ik weet nog dat ik op een Marokkaans feestje was, in Amsterdam-West. Ineens merkte ik dat niemand van de vrouwen tegen me praatte. Ik vroeg het aan een vrouw en ze zei: van onze mannen mogen we niet meer met jou praten. Het was mijn laatste Marokkaanse feestje.

'Tegen die vrouwen zei ik altijd dat ze rechten hadden en zich niet moesten laten onderdrukken. Ik doe alles voor ze, nog steeds, maar ze komen er bij mij thuis niet meer in. Alleen mijn kapster. Met Marokkanen van mijn leeftijd kan ik helaas niet goed overweg. We kunnen niet communiceren op hetzelfde niveau.'

Wanneer begon u te werken?

'Overdag werkte mijn man in de fabriek, 's avonds maakte hij schoon. Om zes uur 's ochtends ging hij de deur uit, om half tien 's avonds kwam hij thuis. Hij maakte het kantoor schoon van het GEB, het gemeentelijk energiebedrijf. Uiteindelijk mocht ik dat ook doen. Mijn baby was 6 maanden oud, die nam ik mee. Het was 1977. In dat kantoor werkten de mannen boven, de vrouwen zaten beneden. Een paar jaar geleden was dit land ook nog raar. Maar die vrouwen hadden wel een autootje, een mooie tas. Ik dacht: ik wil niet schoonmaken, waarom mag ik niet zo leven als die vrouwen? Na drie jaar werd ik projectleidster. Ik wilde manager worden bij dat schoonmaakbedrijf, maar ik kwam er niet tussen. Aan Fred, mijn assistent, gaven ze wel een hoge functie. Toen heb ik ontslag genomen en ben ik voor mezelf begonnen.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met zanger Jayh Jawson (Antilliaans en Marokkaans) en oud-bokser Arnold Vanderlyde (Surinaams en Limburgs).

Een Marokkaanse vrouw met een schoonmaakbedrijf. Wat zegt dat?

'Het is een onderdeel van mij, ik heb dit werk zelf gedaan. Maar als ik de taal had gesproken en een opleiding gedaan, was het iets anders geworden. Dit is een ingewikkelde branche.'

Haar kleindochter loopt weer de directeurskamer in, om te vragen of oma haar straks naar kickboksen kan brengen. Als ze weg is zegt El Mouden: 'Ze is 11. Twee jaar geleden wist ze niet eens wat Marokkaans betekende. Ik wil ook niet dat mijn kleinkinderen zich Marokkaans voelen, het zijn Nederlanders.

'Nadat Wilders weer iets had geroepen, zei haar juf op school: jij bent Marokkaans. Mijn kleindochter huilde omdat ze niet snapte wat dat betekende, ze wist niet dat ze een Marokkaanse achtergrond had. Haar moeder probeerde uit te leggen: opa en oma komen uit Marokko, ik ben hier geboren en jij ook, wij zijn Nederlanders. Het hielp niet. Mijn kleindochter profileert zich nu als: ik ben Marokkaans. Die kinderen hebben het erover met elkaar: ze willen ons hier niet. Ik vind dat heel erg.'

Nederlands
'Elke dag.'

Marokkaans
'Als ik Wilders hoor praten.'

Eten
'Harirasoep en couscous.'

Partner
'Hij is zo gehersenspoeld dat hij een Nederlander is geworden. We begrijpen elkaar omdat we dezelfde afkomst hebben en hij denkt ook nog eens op een Westerse manier. Het is perfect.'

Mohammed cartoons
'Van mij mag het, maar het valt me op dat alles altijd wordt gegooid op de vrijheid van meningsuiting. Alleen geldt die niet voor iedereen op dezelfde manier.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.