'Malle Babbe is me zeer dierbaar, maar onbekende stukken betekenen meer voor me'

Onze gids deze week: Rob de Nijs

Hij is bijna 75, neemt al 56 jaar platen op, bracht net zijn 39ste uit, waarop 7 nummers van zijn ex. En als hij niet zingt? Rob de Nijs over Jezus, Tonio, Miles Davis en Harley Davidson.

Foto Els Zweerink

De bijna 75-jarige zanger, onverwacht fel plotseling: 'Ik maak alleen nog maar platen die ik zelf mooi vind. Concessies doe ik niet meer. Fuck de mensen die er anders over denken. In de jaren tachtig beleefde ik commercieel gezien mijn hoogtepunt, maar muzikaal is deze tijd veel interessanter. Ik laat me door niemand meer onder druk zetten.'

Niet voor het laatst is het 39ste album van Rob de Nijs, tenminste, dat neemt hij dan maar aan. 'Iemand riep dat laatst. Zelf heb ik niet geteld, maar ik ben nu al 56 jaar platen aan het opnemen. Dus het zou kunnen.'

Op Niet voor het laatst houdt De Nijs zichzelf een spiegel voor - of laat hij zich een spiegel voorhouden. Zelf kiest hij voor een andere beeldspraak: 'Ik kleed mezelf behoorlijk uit. Ik toon wie ik ben en hoe ik in elkaar zit.'

CV

1942 Op 26 december geboren in Amsterdam

1962 Wint talentenjacht met Rob de Nijs en de Lords

1963 Eerste hit, Ritme van de regen

1969 Speelt Bello Billy Biggelaar in jeugdtv-serie Oebele

1973 Eerste solo-lp, In de uren van de middag. Hits met Dag zuster Ursula en Jan Klaassen de Trompetter

1972-1976 Speelt Bertram Bierenbroodspot in tv-serie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?

1975 Malle Babbe

1982 Eerste theatertournee

1996 Eerste nummer-1-hit, Banger hart

2002 Edison voor gehele oeuvre

2016 NPO Radio 5 Oeuvre Award

2017 39ste album, Niet voor het laatst

Rob de Nijs is getrouwd met Henriëtte Koetschruiter. Ze wonen bij Ede en hebben een zoon, Julius (5). Met Belinda Meuldijk kreeg hij twee kinderen, Robbert en Yoshi.

Zeven van de twaalf liedjes werden geschreven door zijn ex, Belinda Meuldijk, de vrouw met wie hij twee zoons kreeg en in een vechtscheiding belandde die de roddelpers jarenlang deed watertanden.

'De laatste jaren gaat het weer goed tussen ons. Ik ben er zelf ook verbaasd over. We zijn allebei in staat tot vergeven. En ze was altijd al mijn kunstvriendin. We hielden van dezelfde dingen en we hebben natuurlijk veel gezamenlijke herinneringen.'

Niet voor het laatst drijft op weemoed en schuldgevoelens. Nu pas begrijpt hij wat de scheiding voor zijn kinderen heeft betekend, zegt hij. 'Ik vond het vanzelfsprekend, toen. Zo was het leven nu eenmaal. Ik hield niet meer van haar zoals voorheen en vertrok.' Inmiddels is De Nijs opnieuw getrouwd. Zijn zoon Julius is 5 jaar.

Met zijn oudste zoon, Robbert, zingt De Nijs twee schurende duetten. Papa-Oto gaat over een vader die er nooit was. 'Als ik toen had geweten wat ik kennelijk niet wist, dan had ik nooit, één dag, van je leven gemist', zingt de vader schuldbewust.

De Nijs: 'Op zulke momenten moet je wel terugblikken op je daden, of je nu wil of niet. Het is een geseling door mijn eigen zoon op een tekst van zijn moeder.'

1. Tatoeëerder: Tattoo Bertje, Oostende

'Ik heb een paar tattoos. Het is besmettelijk, want Robbert laat binnenkort een tweede zetten. In de jaren tachtig was ik een van de eerste bekende Nederlanders met een tattoo. Iedereen dacht bij tatoeages toen nog aan boeven, Harley-rijders en zeelui. Nu is een tatoeage de gewoonste zaak van de wereld.

'De eerste liet ik zetten bij een jongen in Zaandam, ik ben vergeten wie, en de tweede bij Tattoo Bertje in Oostende. Ik trad vaak in Oostende op, in het Kurhaus. Hij kwam een keer achter het podium en zei dat hij een grote fan was. Hij was een beeldhouwer en een schilder, een leuke vent met vlechten. Tja, die naam hè. Tattoo Bertje. Doe maar niet, denk je als de naam hoort, maar hij was geweldig. Robbert is voor zijn eerste tattoo ook naar hem toe gegaan.

Stroopt een mouw op: 'Bert heeft deze gezet. Niet die Christus-figuur, dat was mijn eerste, maar wel alle bijbehorende symbolen, zoals het kruis, de doornenkrans en die biddende handen van Dürer. Ik vind ze nog steeds heel mooi, ook al ben ik aan het inkrimpen. Dat is een van de mindere kanten van het ouder worden, al die kreukels in je lijf.'

2. Lied: Malle Babbe

'Mijn bekendste hit, met de tekst van Lennaert Nijgh. Ik sluit concerten er vaak mee af. Malle Babbe is me zeer dierbaar, maar onbekende stukken betekenen meer voor me. Op het laatste album vind ik bijvoorbeeld Niet voor het laatst heel mooi, en Morgen kom je terug met de tekst van Ingmar Heytze. Dat zijn geen liedjes waar een zaal over tien jaar van uit zijn dak gaat, maar dat doet er niet toe.

'Ik heb een paar liedjes gezongen die heel mooi zijn én een groot publiek aanspreken, Nu het om haar gaat bijvoorbeeld. Het is mijn manier om mensen te troosten die een dierbare verliezen. Het kan heel goed op begrafenissen worden gedraaid, zonder dat iedereen zich zo snel mogelijk van de kist spoedt met tranen in de ogen.

'De grote thema's in muziek en literatuur zijn nog altijd de dood, afscheid, scheiding van geliefden, nieuwe liefdes. Gelukkig kan er altijd weer op een andere manier over worden geschreven en worden gezongen. Dat is een heerlijk gevoel. Ik raak nooit zonder brandstof.'

Schilderij Frans Hals: Malle Babbe

3. Stad: Amsterdam

'Amsterdam is voor mij nog steeds dé stad, vooral dankzij het eerste deel van mijn leven. Ik heb 26 jaar in Oost gewoond, in de Linnaeusstraat. Daarna ben ik de dames gaan volgen en kwam ik op andere plekken terecht, om het zo maar te zeggen.

'In Oost kende ik elke straatsteen. Ik was een straatjochie, een loper, ik liep door de hele stad. Met mijn oudere broer beleefde ik het ene avontuur na het andere. Achter Artis klommen we in houten torentjes en 's ochtends vroeg liepen we stiekem rond op de Joodse begraafplaats achter het Tropenmuseum, zonder respect voor de doden en hopend dat we een geest zouden zien.

'Het Oosterpark was mijn speeltuin en in de Indische buurt woonden veel vriendjes. Daar had je ook bendes, met jongens die je beschoten met een katapult. Een keer probeerde ik me te verstoppen en vluchtte ik de boom in. Het was geen grote boom, ze zagen me meteen. Het is daar nu hartstikke hip, maar destijds was het een van de armste wijken van de stad.

'We zwommen in het De Mirandabad in Amsterdam. Daar was een zonneweide. Op een dag werd gezegd dat Willeke Alberti er lag. Ze was bekend, ze had al plaatjes opgenomen met haar vader. Ik ben naar haar gaan kijken. Ze was knap, ja. Uitgerekend Willeke is degene die het in het vak ook al zo lang volhoudt.

'Amsterdam is veranderd. Misschien is dat wel de beloning voor de pogingen van het gemeentebestuur om weer die stad te worden waar iedereen heen wil. Iedereen, behalve ik. Ik kom er af en toe, dat is genoeg. Ik heb mijn herinneringen.'

Tekst gaat verder onder de foto

Foto Els Zweerink

4. Boek: Tonio, A.F.Th. van der Heijden

'Ik lees niet zo veel meer. Het ontbreekt me aan tijd. Tegenwoordig lees ik vooral kranten, maar zelfs die krijg ik niet uit. De grote boeken heb ik wel allemaal gelezen. Honderd jaar eenzaamheid van Márquez, Reis naar het einde van de nacht van Céline, noem maar op.

'In literatuur draait het om de vraag hoe jouw perceptie is. Iedereen verwerkt de inhoud anders. Dat heeft met je karakter te maken. Literatuur is een manier om jezelf te toetsen. Van de boeken die ik de laatste jaren heb gelezen, heeft vooral Tonio van A.F.Th. van der Heijden indruk gemaakt. Daar werd ik door meegesleurd. Ik begreep het zo goed, ik ben zelf vader. Ik vroeg me voortdurend af wat er zou gebeuren als het me zelf zou overkomen, het verlies van een kind.

'Het zijn gedachten die je diep weg probeert te stoppen. Toch lees ik het en laat ik me meevoeren. Dat kan ik niet voorkomen, ik ben een sentimentele druif. Ik wil ook worden meegesleurd door boeken of muziek.'

5. Man: Jezus

'Ik zat op de Tweede Openluchtschool aan de Mauritskade in Amsterdam-Oost, vanwege mijn astma. In de derde klas konden we kiezen voor een uur sport of een uur catechisatie. Ik koos voor catechisatie. Dat kwam niet door mijn ouders, die gingen niet ter kerke. Ze lieten me vrij.

'Ik raakte zo onder de indruk van de Christusfiguur, van de schoonheid en de rechtvaardigheid van die man, dat ik begon te bidden. Ik merkte dat ik het plezierig vond. Ik kon ook problemen bij hem neerleggen waar ik zelf niet uitkwam, hopende dat ik iets zou krijgen ingefluisterd. Nog steeds heb ik baat bij het gebed. Ik gebruik het om mezelf te toetsen en het helpt me om eerlijk te zijn. Het is iets wat mij al mijn hele leven lang helpt om door moeilijke perioden heen te komen.

'Sommige mensen vinden het laf, die zeggen dat je het allemaal zelf moet doen. Ach, uiteindelijk doe je het natuurlijk ook zelf hè. Het geloof is ook een manier van leven geworden.'

6. Museum: Tropenmuseum, Amsterdam

'Ik mocht er elke zondag gratis heen, in mijn eentje. Dat hadden mijn ouders geregeld. We woonden om de hoek. Ik was een jaar of 10, de lagere school was een paar honderd meter verderop.

'Ik snuffelde urenlang rond in het museum. Ik keek en ik rook. Het was zo overweldigend dat ik op een gegeven moment dacht dat ik een Indische jongen was. Ik heb het ooit opgezocht, in Indonesië komen heel veel De Nijsen voor. Dus het zou kunnen. Ik voelde daar een aantrekkingskracht die ik nooit goed heb kunnen verklaren.'

Tekst gaat verder onder de foto

Foto Els Zweerink

7. Restaurant: Cha House, Ede

'Eten is een liefhebberij van me. Alles hangt af van de chef. Hier in Ede zit Cha House, een Aziatisch toprestaurant met een uitstekende kok, Vai On Ho. Hij heeft lang in Engeland gekookt en is hier terechtgekomen door de liefde. Hij kookt zo goed en zo lekker.

'Als je echt Thais wil eten, moet je naar Hilversum, naar Chiang Mai in de Havenstraat. Dat restaurant ken ik al heel lang. De studio's haalden hun eten daar altijd vandaan. Drinken en lekker pittig eten, dat waren de prettige, bijkomende omstandigheden bij het opnemen van een plaat.

'De smaak is totaal anders dan wij in Nederland gewend zijn. Mijn vrouw Jet is er ook gek op. Onze huwelijksreis was naar Thailand, tien jaar geleden. We waren er een maand. We hebben er heerlijk gegeten. En ik ben er gestopt met drinken, na een zware kater.'

8. Drank: Westvleteren, Belgisch trappistenbier

'Inmiddels drink ik weer. Veel minder dan vroeger, maar ik hou nog steeds van een borrel. Ik heb vijf jaar niet gedronken, maar het verlangen naar die kleine storm die in je lichaam ontstaat, is nooit verdwenen. Ik kan zonder drank, maar ik verlang er wel naar.

'Mijn vak is mijn redding geweest. Ik heb altijd hoge eisen aan mezelf gesteld voor optredens. Ik legde mezelf op dat ik niet met een kater mocht optreden, of met een hese drankstem. Maar na een serie voorstellingen liet ik mezelf lekker vollopen. Dan mocht het.

'De laatste jaren drink ik vaak Belgische bieren. Het is een mooi alternatief voor wat ik het liefst drink, korenwijn of whisky. Ik ben eigenlijk van de hard liquor. Gewoon pils vind ik niks. De Westvleteren, een trappistenbier, is heel lekker en heeft een behoorlijk alcoholpercentage, 10 procent. Ja, best veel hè. Heerlijk.

'Er zijn ontelbare Belgische abdijbieren. Het lukt me nooit om ze allemaal te proberen, maar ik doe mijn best. Ze brengen me in een aangename stemming. Karmeliet, ooit uitgeroepen tot het beste bier ter wereld, is ook een aanrader. Ik heb niet altijd bier in huis. Soms, als ik in de stemming ben, vraag ik aan Jet of ze wat flesjes bier mee wil nemen. Zij weet wat ik lekker vind.'

Foto RV

9. Plaat: Kind of Blue van Miles Davis

'Tussen je vijftiende en vijfentwintigste wordt je muzikale smaak voor de rest van je leven bepaald. Ik switchte moeiteloos tussen jazz en rock 'n roll. Dat kon zogenaamd niet samengaan, in Amsterdam was je óf een Pleiner óf een Dijker, maar daar trok ik me niks van aan. Het kon me niet ruig genoeg zijn.

'Het was de grote tijd van de jazz, Miles Davis & The Cool, Sonny Rollins, noem maar op. Het moest swingen, vond ik. En Charlie Parker natuurlijk, hij is altijd een idool van me geweest. Alle grote namen kwamen naar het Concertgebouw. De meeste concerten waren te duur voor me. Ik kocht platen. Voor Kind of Blue van Miles heb ik lang moeten sparen, maar de plaat heeft me enorm veel geluk geschonken.

'Ik hield van de lekkere harde rock 'n roll. Jerry Lee Lewis, Little Richard, ik vond ze te gek, ook door de manier waarop ze zongen. Dat heb ik altijd heel belangrijk gevonden, vooral in snelle stukken. Elvis Presley vond ik ook geweldig, totdat hij in Las Vegas ging optreden. Later begreep ik hem beter, ik maakte dat soort commerciële stappen zelf ook.'

Foto RV

10. Motor: Harley Davidson

'Nee, ik rij niet meer, ik ben 74. En ik bibber, ik heb al moeite om dit glas water zonder morsen naar mijn mond te brengen. Ik ben gestopt toen Jet zei dat ze een kind wilde. En als jij het me niet wil geven, zei ze, ga ik bij je weg. Dus kies maar.

'Ik koos voor een kind en ik zag het al voor me: net weer vader geworden en daar gaat De Nijs, tussen zes plankies het graf in. Ik heb op de motor heel wat ongelukken of gevaarlijke situaties meegemaakt. Ik was blij als ik na een schuiver weer opstond.

'Het is dat unieke geluid hè, bombombombombom. En het gevoel: Easy Rider, Born to be wild. Ik ben weleens in mijn eentje op de Harley naar een optreden in België gereden, naar Hasselt. Het was twee graden. Toen ik aankwam, was ik bevroren. En toen moest ik ook nog terug.

'Soms kocht ik elk jaar een nieuwe. Ik was makkelijk te verleiden door een Harley; makkelijker dan door een vrouw, laat ik het zo zeggen. Goddank heb ik in mijn leven altijd lange relaties gehad. Ik was nooit een man voor onenightstands. Ik heb ze wel gehad, maar het waren niet de meest indrukwekkende gebeurtenissen in mijn leven.' Box17

Rob de Nijs: Niet voor het laatst.
Met teksten van Belinda Meuldijk, Daniël Lohues, Paskal Jacobsen, Ingmar Heytze, Jan Rot en Fréderique Spigt. Sony Music.

Foto RV
Meer over