Reportage Sociale media in de GGZ

‘Maak GGZ-patiënt bewust van gevaarlijke kanten sociale media’

Noodkreet op Twitter: een patiënt met een zware depressie meldt dat hij een einde wil maken aan zijn leven. Korte tijd later staat er een crisisteam voor zijn deur. Hoe kan dat?

GGZ medewerkster Suzanne in gesprek met een cliënt/patiënt over het gebruik van sociale media. Psychiatrische polikliniek. Foto Harry Cock

Nee, de Twitter-toezichthouders hebben geen alarm geslagen. Dat zou ook onwaarschijnlijk zijn voor zo’n massamedium. De onmiddellijke interventie is het werk van het webcareteam van GGZ Friesland, waar de man in behandeling is.

24 uur per dag houden de medewerkers van dit team nauwlettend alle openbare Facebook- en Twitter-posts in de gaten waarin een zorginstelling van GGZ Friesland wordt genoemd. Bij verontrustende berichten wordt meteen de behandelaar gewaarschuwd.

‘We zijn beslist geen sociale mediapolitie’, zegt Louwra Weisfelt, oprichter van het team. ‘We ondernemen alleen actie als het echt moet.’ En soms moet het, vindt ze, in het belang van de patiënt. Er zijn voorbeelden van psychiatrische patiënten die hun baan verloren na ongelukkig geformuleerde berichten online.

Alle duimpjes omlaag

De instelling in Leeuwarden is voorloper in het begeleiden en bewaken van het sociale-mediagebruik van haar van patiënten. Op een ‘workshop mediawijsheid’ – alle deelnemers hebben een houten Facebook-duimpje in hun hand – houdt communicatieadviseur Susan Kuilman een licht psychotische patiënt voor: ‘Vergelijk je Facebookaccount eens met je huis, daar laat je ook niet zomaar vreemden binnen.’ Op de vraag wie weleens naar de privacyinstellingen van Facebook kijkt, gaan alle duimpjes omlaag.

‘Juist iemand met psychische problemen kan zichzelf via de sociale media in grote problemen brengen’, zegt Weisfelt. Stiekem opgenomen filmpjes uit een gesloten instelling, een psychotisch meisje dat naaktfoto’s verspreidt via Facebook, een manische depressieve man die zijn zelfmoordwens op Twitter zet: de voorbeelden maken duidelijk hoe patiënten met een psychische aandoening zichzelf online schade kunnen berokkenen.

De geestelijke gezondheidszorg is nog te weinig bezig met deze gevaren van het sociale-mediagebruik, vindt ervaringsdeskundige Geertje Paaij. ‘Chronische patiënten in de ggz zijn heel kwetsbaar. Ze hebben vaak behoefte aan een prikkelarm milieu, maar de vrijwel onbegrensde toegang tot internet in de instellingen biedt hun juist het tegenovergestelde.’

Als je brein je bedriegt 

Haar psychotische dochter plaatste een paar jaar geleden in een Noord-Hollandse kliniek niets verhullende foto’s online. Ook vermeldde ze haar bankrekeningnummer en aandoening. ‘De kliniek zei niets voor haar te kunnen doen.’ Paaij vindt dat de meeste ggz-organisaties in Nederland achter de feiten aanlopen op het gebied van mediawijsheid. In haar boek Als je brein je bedriegt deelt ze naast haar eigen ervaringen verhalen van ongeruste ouders, patiënten en zorgprofessionals. De conclusie: goede voorlichting en duidelijke afspraken zijn broodnodig.

Daaraan moet hard worden gewerkt, bevestigt Esther van Fenema, psychiater in het LUMC-ziekenhuis in Leiden. De soms verwoestende werking van internet is in de psychiatrie ‘onontgonnen terrein, waarover vrijwel nooit wordt gesproken’. Psychiaters en zorgprofessionals zitten volgens Fenema nog te vaak vanuit een ivoren toren naar dit soort hedendaagse fenomenen kijken. ‘En dat terwijl de psychiatrie een specialisme is dat samenhangt met de tijdsgeest. We moeten er bovenop zitten.’

Petra d’Huy kan het beamen. Ze werd ooit behandeld voor een manische psychose en onderstreept de risico’s die internet met zich meebrengt voor mensen met een psychische aandoening. ‘Tijdens een manie of psychose ben je zo ontzettend prikkelgevoelig. En alles gaat zó snel op de sociale media. Daar zouden ze rekening mee moeten houden tijdens de behandeling.’

Onvrijwillige opname

Ligt de oplossing dan niet in het simpelweg verbieden van de smartphone voor patiënten met een ernstige psychische aandoening? Nee, vindt Weisfelt van GGZ Friesland, dat zou geen uitkomst bieden. Op dit moment kan alleen tijdens een onvrijwillige opname, en bij hoge uitzondering, ‘een beperking in het recht op vrij telefoonverkeer’ worden opgelegd.

Uitbreiding van de mogelijkheden is juridisch onhaalbaar. En het is ook niet wenselijk, zegt Weisfelt. ‘Wij kiezen er liever voor om de goede en slechte kanten van het sociale mediagebruik nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Van onze patiënten én ons personeel.’

Op de deuren van de klinieken prijken stickers met grote kruisen door pictogrammen van een fototoestel en camera: hier wordt niet gefilmd en gefotografeerd. Trots toont Weisfelt het prototype van ‘Smartalert’, een app die bipolaire patiënten helpt om hun manisch depressieve periodes beter te signaleren aan de hand van hun smartphonegebruik. Ben je overdreven vaak online? Dan volgt er een waarschuwing.

Dit beleid kan bij de patiënten van de zorginstelling rekenen op brede steun. ‘Wie vindt dat we de risico’s van de sociale media laagdrempelig moeten bespreken?’, vraagt communicatieadviseur Kuilman in de workshop mediawijsheid. Alle Facebook-duimpjes gaan resoluut omhoog.

Meer over