Opinie

'Leraar wordt heel eenvoudig als fraudeur weggezet'

De eerste correctie wordt zorgvuldig uitgevoerd. Aan de tweede correctie wordt dus minder tijd besteed, betoogt leraar Ton van Haperen.

Scholieren maken het eindexamen. Beeld anp

'Tweede correctie is een farce.' Aldus een kop op de voorpagina van de Volkskrant (21 juni). De stelling wordt onderbouwd met een verwijzing naar een rapport van het Cito. Ook komt een leraar filosofie aan het woord. Hij spreekt schande van zijn collega's. Het zijn fraudeurs. De vergelijking met het stelen van de examens is snel gemaakt. Het beeld dat hieruit oprijst, is zo vals als een Duitse herder die een maand niet gegeten heeft.

Het Cito-onderzoek verscheen al in maart. Zeshonderd examens, verdeeld over zes vakken en drie schooltypen, zijn opnieuw nagekeken. Door een derde corrector. En ja, er zijn afwijkingen. Vmbo Engels heeft na een derde correctie een lagere score. Van gemiddeld tweetiende punt. Dat gaat nog wel. Maar geschiedenis havo komt gemiddeld een vol punt lager uit. Daardoor stijgt het aantal onvoldoendes van 23 naar 54 procent. Schrik niet, want 54 procent onvoldoendes komt niet voor in Nederland. Het College voor Examens hoogt dan de scores op.

Naast dit onderzoek naar de scores heeft het Cito leraren gevraagd: hoe doen jullie dat eigenlijk, die tweede correctie? Daaruit blijkt dat de tweede correctie in ieder geval gedaan wordt. Het verhaal dat ze de gemaakte examens ongezien terugsturen, is een fabeltje. Maar leraren gaan wel verschillend met hun controlerende taak om. Soms maken ze gebruik van een steekproef.

Kamerleden en de staatssecretaris koppelden de afwijking van de examenscores aan het lerarengedrag rond de tweede correctie. Dit is een denkfout. Het corrigeren van het centraal schriftelijk examen werkt zo: de leraar kijkt het examen van zijn leerlingen na en stuurt het op naar een toegewezen en onbekende collega. Zijn vraag is: heb ik mijn leerlingen integer beoordeeld? Waarbij integer staat voor 'conform het antwoordmodel'.

Dit systeem werkt. De tweede correctie is de stok achter de deur. Daardoor kijken leraren de toets van hun leerlingen goed na. Veel beter dan de examens en proefwerken die de school zelf afneemt. De afwijkingen van het Cito zijn ook niet veroorzaakt door een halfbakken tweede correctie. Een voorbeeld. Ik doe de tweede correctie voor een groep van dertig leerlingen. Bij de eerste tien kandidaten komt mijn puntenaantal overeen met dat van mijn collega. Dan is dat bij de volgende twintig hoogstwaarschijnlijk ook zo. Mijn steekproef is in ieder geval een stuk representatiever dan die van Cito.

Vorig jaar deden 200 duizend leerlingen examen in vele vakken. Dat is meer dan een miljoen examens. Cito kijkt er 600 opnieuw na. Politici en journalisten trekken op basis daarvan conclusies. Dan mag ik na een tweede keer nakijken van een derde deel van de populatie ook best zeggen: 'Prima gecorrigeerd, collega.'

Moeilijk anders
Vooral omdat het moeilijk anders kan. Ik werk drie dagen voor een school, de twee andere werkdagen ben ik elders in dienst. Ik heb dit jaar twee relatief kleine vwo 6-groepen. Ruim vijftig leerlingen. De eerste correctie kostte me de volle drie dagen van het pinksterweekeinde. De tweede correctie deed ik het weekend daaropvolgend. Een dag minder dus. Maar echt, ook mijn week heeft slechts zeven dagen. En ja, daarmee blijft die afwijking bij geschiedenis onacceptabel.

Maar die is ook helemaal niet veroorzaakt door een slechte tweede correctie. Het is de toets die het verschil maakt. Vraag wanneer de Tachtigjarige Oorlog was. En de eerste, tweede, derde corrector geven eenzelfde score bij eenzelfde antwoord. Maar open vragen met bronnen en een correctievoorschrift met 'een voorbeeld van een goed antwoord is' leiden tot interpretatieverschillen. En het gesprek over het halfvolle en het half-lege glas, vaktheoretisch onderbouwd, tussen de eerste en de tweede corrector, is lastig en onaangenaam.

Bij een vmbo Engels, met overwegend gesloten vragen, speelt dit amper. De kleine afwijking zit hem in de interpretatieverschillen rond die ene schrijfopdracht. En nee, de gesloten vraag is evenmin de oplossing. Dat bleek onlangs bij het examen Nederlands. Waar volgens een groep hoogleraren een multiplechoicevraag vier goede antwoorden opleverde.

Kwaadspreken
Het is niet zo eenvoudig, 200 duizend leerlingen in een paar weken tijd valide en betrouwbaar te toetsen. Maar in de berichtgeving ontbreken cijfers en relativeringen uit de Cito-rapportage. Wel wordt één 62-jarige leraar in een klein schoolvak opgevoerd. Niet representatief dus. En dan volgt de conclusie: luie leraren doen hun werk niet. Kwaadspreken, heet dat in gewoon Nederlands.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.

 
De tweede correctie is de stok achter de deur. Daardoor kijken leraren de toets van hun leerlingen goed na
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.