'Later zal iemand dit werk zien en zeggen: dát was de Syrische Revolutie'

Hoe doe je dat - in opstand komen tegen een dictator? Waar haal je het lef vandaan om te blijven demonstreren, ondanks de sluipschutters op de daken en de tanks die je wijk omsingelen?

'Eigenlijk was dat de vraag die telkens weer bij me terug kwam', vertelt Malu Halasa, curator van een tentoonstelling over cultuur tijdens de Syrische opstand. 'Het antwoord werd heel scherp gegeven door Jameel, een Syrische poppenkunstenaar die alleen maar met een masker optreedt. Mensen kunnen dit, zegt hij, door te lachen, door schoonheid en door menselijke vastberadenheid - want zolang dat bestaat, kun je alle lelijke dingen op deze wereld aan.'

En lachen, dat doen ze. Lachen om het kwaad en dansen op protestmuziek. Het carnaval van de Syrische revolutie heeft spotprenten en theater, literatuur en film, graffiti en poëzie opgeleverd, die op initiatief van het Prins Claus Fonds door de Jordaans-Filipijnse Mala Halasa en drie andere curatoren bijeen zijn gebracht voor een tentoonstelling die vanaf maandag in Amsterdam te zien is.

Een klein wonder
Het was soms zwaar om hier aan mee te werken. 'Je werkt samen met mensen die letterlijk onder vuur liggen - een paar weken geleden werd een van de beste vrienden van mijn collega neergeschoten in Homs', vertelt Halasa over de telefoon. 'Daarnaast is het moeilijk om werk het land uit te krijgen. Je kunt niet even naar Syrië bellen en vragen: 'Hi, mail ons even wat materiaal in een hoge resolutie.' Dat het toch gelukt is om alles bij elkaar te krijgen, is een klein wonder.'

Het resultaat is indrukwekkend. 'Mensen zien alleen de afschuwelijke beelden van de oorlog', zegt Halasa. 'Maar het verhaal is nog veel groter. Stel je voor: mensen kunnen daar al vijftig jaar lang niet zeggen wat ze denken - niet uiten wat ze voelen. En nu is het deksel eraf!'

De Syrische revolutie is dan ook nauw verbonden met kunst. Drie maanden voordat de eerste demonstraties begonnen, maakte Ali Ferzat, een van de bekendste cartoonisten uit het Midden-Oosten, spotprenten van president Assad. Het was voor het eerst dat zoiets werd gepubliceerd, en daarmee werd er iets doorbroken.

Halasa: 'Het inspireerde anderen, en zijn prenten werden tijdens de demonstraties mee gedragen. Er werd gezongen, er ontstond protestmuziek, en mensen dansten op raps als 'We will fill all the prisons'. In kleine dorpen gingen jongeren 's nachts de straat op om hun eigen cartoons op de muren te spuiten en gevestigde kunstenaars verwerkten hun woede, hun verdriet, in hun werken.'

'Self defense is a legitimate right' van Civil Society

In de catalogus van de tentoonstelling wordt het fenomeen krachtig neergezet. De schilder Khalil Younes bijvoorbeeld, wiens werk ook in het westen wordt verkocht, vertelt in een interview dat hij de zaak heeft opgepakt om de ontwikkelingen ook voor volgende generaties vast te leggen. 'Ik had het gevoel dat ik iets moest doen in de stijl van Francisco de Goya. Iemand zal dit werk later zien en zeggen: 'Dát was de Syrische Revolutie'.'

Tranen
De ondergedoken blogger Razan Zaitouneh, winnaar van de Sakharov Prijs, beschrijft hoe het is om elke dag tientallen video's van slachtoffers te bekijken voordat ze op het internet worden geplaatst. 'Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de naam van de martelaar klopt, net als de details van zijn of haar dood. Elke dag, zie ik honderden mensen sterven. Gemiddeld duurt elke video een minuut. Binnen een uur kan ik getuige zijn van zestig lichamen, tenzij het er een video tussen zit van een massamoord - dan vermenigvuldigt dat cijfer zich.'

'Experts van de Documentatie van de Dood, zoals ik, huilen niet. We kijken alleen maar, met open mond en gefronste wenkbrauwen, en op enkele specifieke momenten, horen we de tranen uit ons eigen binnenste komen.'

Er wordt niet meer gezongen en gedanst in Syrië. Niet in de steegjes, waar de protesten voorzichtig begonnen, en niet op de pleinen, waar de begrafenissen begonnen die tot nog grotere demonstraties leidden. Maar de veerkracht blijft. 'Het is de piramide van Mazlov op zijn kop', zegt Halasa. 'Er is geen veiligheid, en voor sommigen is er niets te eten, maar zelfontplooiing houdt mensen gaande. Na een hele lange tijd hebben de Syriërs hun eigen stem weer teruggevonden.'

Onder de tekst is een kleine selectie van cartoons, foto's en video te zien.

De tentoonstelling Culture in Defiance: Continuing Traditions of Satire, Art and the Struggle for Freedom in Syria is van 4 juni tot 23 november te zien in de Prins Claus Fonds Galerie, Herengracht 603, in Amsterdam

'Vomit' van Yasmin Fanari
'Dungeons' van Jaber al-Azmeh
Het schilderij 'A young man called Kashoosh' van Khalil Younes
Bullet
Cartoon van Ali Ferzat
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.