'Laten we nu eens ophouden met dat rare Engels van ons'

We bedienen de buitenlandse studenten beter met goed Nederlands dan met krom Engels. Dat stelt taalkundige en publicist Rik Smits.

De cast van het NCRV-programma Spangas. © ANP

Of er een Nederlandse volksaard bestaat of niet, één karaktertrek hebben bijna alle welopgevoede en hoogopgeleide Nederlanders gemeen: een kleinerende blik op de eigen cultuur. Uitdrukkingen als 'we zijn maar een klein landje' en het weinig complimenteuze 'op zijn Hollands' getuigen daarvan, maar ook onze buitensporige bewondering voor dominante buitenlandse culturen. Omstreeks 1900 domineerde Frankrijk, dus wilde elke kunstenaar naar Parijs, kwam er facultatief Franse les op de lagere school en adverteerde bijvoorbeeld magazijn de Bijenkorf met lange lappen geheel in het Frans gestelde tekst.

Katzwijm
Sinds de Tweede Wereldoorlog ligt Nederland kritiekloos in katzwijm voor de Engels-Amerikaanse cultuur: Populaire radiostations brengen vrijwel uitsluitend Engelstalige muziek ten gehore, bioscopen tonen vrijwel uitsluitend films uit de Hollywoodstal en we volgen de Amerikaanse presidentsverkiezingen alsof het om de president van Nederland gaat. Maar ook onze politici kijken in het algemeen vooral over het water en staan meer dan in welk ander continentaal Europees land ook met de rug naar Europa.

Heel bijzonder is hoe we ons van onszelf vervreemden en ons daarover ook nog eens vol zelfoverschatting op de borst kloppen met onze mythische talenkennis. Pardon: onze kennis van het Engels, want iemand die een woordje Duits of Frans spreekt, moet je tegenwoordig met een lantaarntje zoeken. Maar ook dat Engels bestaat vooral in onze verbeelding, het niveau ervan overstijgt lang niet altijd dat van een automatisch vertaalde Koreaanse gebruiksaanwijzing.

Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...', maar meer nog dat dat de NCRV in de opvoedende jeugdserie Spangas een lerares Engels doodleuk het tenenkrommende 'I think I will go soon to bed' laat uitbraken (22 december 2011).

Onverstaanbaar Dutchglish
Ook onze hogescholen en universiteiten laten zich niet onbetuigd. Al decennia koeterwaalsen daar hele congreszalen in onverstaanbaar Dutchglish omdat er mogelijk een buitenlander in de zaal zit (dat mag dan best een Italiaan, Argentijn of Algerijn zijn, daar zijn we ruimhartig in). Erger is dat ze grote delen van hun onderwijs ook zo aanbieden - malligheid als Engelstalige colleges Turks aan Nederlandse studenten. In Maastricht zijn zelfs de inschrijvingsformulieren alleen nog in het Engels verkrijgbaar. Dit alles ter wille van de 'internationale uitstraling' en het aantrekken van buitenlandse studenten. Tja.

Geen ander land benadeelt de eigen bloem der natie moedwillig zo ernstig. Dat Engels is een handicap omdat studenten, ook als hun Engels zo goed zou zijn als ze zelf denken (quod non), nodeloos moeten meehobbelen in een taal die niet de hunne is. Bovendien is het Engels van het collegegevend personeel doorgaans van het niveau kolenhok.

Sprinkhanen
En nu ontdekte het Nuffic ook nog dat die felbegeerde buitenlanders zich als sprinkhanen gedragen: ze komen, vreten de collegeruif leeg en hoppen verder. Geen wonder, want we trekken precies de verkeerden aan. 'Onze sterke kant is onze Engelstaligheid', zei Nuffic-directeur Van den Eijnden in de Volkskrant van 23 december. Maar dan toch alleen voor studenten die niets met Nederland hebben maar te arm zijn voor de draconische collegegelden van Engeland en Amerika. Daartegenover maken we het buitenlanders die gemotiveerd naar Nederland komen zo onaantrekkelijk mogelijk door ze geen toegang te geven tot onze taal.

Zo'n twintig jaar geleden ontwierp de Rotterdamse hoogleraar Sciarone cursussen Nederlands voor studenten uit China waarbij onder meer veel woordjes geleerd moesten worden. De Nederlandse onderwijswereld, waar men toen al op kennis neerkeek, verguisde hem, maar zijn Chinezen waren er dolblij mee en leerden de taal vlot. Het is tijd om eindelijk de waarheid onder ogen te zien en op te houden met dat rare Engels. Tijd om te investeren in goede voorzieningen voor buitenlandse studenten om Nederlands te leren en onze cultuur te leren kennen.

Rik Smits is taalkundige en publicist.


 Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...',  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.