'Laat flexwerker niet aan lot over'

De kredietcrisis heeft blootgelegd dat de Nederlandse arbeidsmarkt een stuk flexibeler is dan gedacht. Maar de manier waarop deze ontwikkeling zich voltrekt, baart Ton Wilthagen, specialist arbeidsmarkt, zorgen....

Het Nederlandse sociale stelsel moet op de schop, daarover is menigeen het eens. Maar hoe? De sociale diensten pleiten voor de afschaffing van de wirwar aan uitkeringen. Vakbond CNV Vakmensen zegt werkloosheid te kunnen uitbannen door de uitvoering van de werkloosheidsuitkering (WW) aan de sociale partners over te laten. En de ambtelijke werkgroepen die bezuinigingsmogelijkheden voorstellen, bieden een keuzepalet dat uiteenloopt van versoepeling van het ontslagrecht tot hulp van de werkgever bij de banenjacht in de eerste maanden van werkloosheid.

Ook Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktbeleid in Tilburg en directeur van het vorig jaar opgerichte onderzoeksinstituut ReflecT, bepleit flinke veranderingen. Van zijn hand verscheen onlangs: Over de arbeidsmarkt gesproken: voorstellen voor vernieuwing en verandering. Want als er niks gebeurt, wacht Nederland volgens Wilthagen (50) een somber scenario.

‘Het menselijk kapitaal van de Nederlandse werknemer is aan het verroesten. De opmars van de flexwerker is niet te stuiten. En de kloof tussen ‘de rafelrand’ en de rest van de arbeidsmarkt wordt steeds groter.’ Aldus de samenvatting van de Brabander, die door collega’s ook wel Mr. Flexicurity wordt genoemd. Hij staat immers bekend als een warm pleitbezorger van een flexibelere relatie tussen werkgevers en werknemers.

En die is er afgelopen jaren gekomen: de crisis heeft blootgelegd dat Nederland beter mee kan ademen met de conjunctuurgolven dan gedacht. De gevreesde ontslaggolven zijn goeddeels uitgebleven en de klappen zijn voor een deel opgevangen door uitzendkrachten, mensen met een tijdelijk contract en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Maar de wijze waarop dit zich de afgelopen jaren heeft voltrokken, baart Mr. Flexicurity zorgen. ‘Je ziet dat de tweedeling groter is geworden en dat de rafelrand van onze arbeidsmarkt rafeliger is geworden. Er is inmiddels een behoorlijke groep die werkt op basis van slechte tijdelijke contractjes, in wie werkgevers niet investeren en die niet kunnen terugvallen op de WW of andere voorzieningen.’

En dat is juist niet het idee van flexicurity, een theorie over werkzekerheid in plaats van baanzekerheid, die inmiddels ook steun vindt bij de Europese Commissie en in Den Haag. ‘Banen voor dertig jaar bij één bedrijf bestaan niet meer. De mobiliteit van werknemers moet omhoog. Dat bereik je aan de ene kant door een vast contract niet te rigide en te duur te maken, zodat bedrijven makkelijker mensen kunnen aannemen en ontslaan. Maar voor het personeel moeten daar wel nieuwe zekerheden tegenover staan. Alle werknemers, ook zzp’ers, uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk contract, moeten bijvoorbeeld de mogelijkheid hebben zich te blijven scholen zodat ze aantrekkelijk blijven voor werkgevers.’

FNV wil een halt toeroepen aan de opmars van de flexwerker. Ze wil onder andere de Flexwet aanscherpen.

‘Je kunt deze ontwikkeling niet terugdraaien. Bij grote bedrijven was voor de crisis al 10 tot 20 procent van de werknemers flexwerker. Ik heb veel gesprekken gevoerd met ondernemers en ze zeggen dat dit na de crisis 30 procent wordt.

‘In sommige cao’s zijn wel afspraken gemaakt dat bedrijven een maximumpercentage uitzendkrachten mogen inhuren. Maar die afspraken zijn een wassen neus. Zzp’ers en mensen met een tijdelijk contract vallen hier niet onder.

‘Bovendien moeten de bonden de hand in eigen boezem steken. Ze hebben er zelf bij gezeten. Volgens de Flexwet uit 1999 mag een werknemer maximaal drie tijdelijke contracten hebben. De gedachte achter deze wet van toenmalig minister Melkert (PvdA) was dat de bedrijven toch iets meer flexibiliteit krijgen, maar dat de werknemer na drie contracten zekerheid krijgt. Deze wet – waarover een akkoord was met de bonden – heeft totaal anders uitgepakt.

‘In sommige cao’s is inmiddels afgesproken dat mensen maximaal vijf tijdelijke contracten mogen krijgen, omdat de werkgever ze anders na drie contracten toch zou ontslaan. En in de uitzendcao was aanvankelijk afgesproken dat de uitzendkracht na 78 weken in vaste dienst zou komen bij het uitzendbureau. Inmiddels heeft een uitzendkracht na 130 weken recht op een vast contract. Kortom, het idee dat je van een flexcontract binnen een beperkte tijd zou doorgroeien naar een vast contract, is failliet. Weinig uitzendkrachten bereiken dat stadium.

‘Ik had tien jaar geleden ook niet verwacht dat de Flexwet zo zou uitpakken. We hebben het laten gebeuren dat de tweedeling op de arbeidsmarkt groter is geworden.’

Hoe ga je deze ontwikkeling tegen?

‘Heel simpel, zorg dat er basisvoorzieningen zijn voor iedereen. Je hebt nu al de bijstand. Maar regel ook een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Of neem een voorbeeld aan Oostenrijk: daar kunnen zelfstandigen zich inkopen in de WW. En in Frankrijk is er een nationaal pensioenfonds voor zzp’ers.

‘Daarnaast moeten werkgevers verplicht worden te investeren in scholing van flexwerkers, zodat zij aantrekkelijk blijven op de arbeidsmarkt. Nu kunnen alleen de vaste krachten gebruik maken van de miljoenen euro’s die er in de sectorale opleidingspotten zitten. Waarom? Veel van die geldpotten worden maar mondjesmaat gebruikt.’

Hoe dwingt je dat af? De Nederlandse werknemer is niet erg leergierig. Minister Donner heeft onlangs bekendgemaakt dat in het laatste half jaar van 2009 113 mensen een omscholingsbonus hebben gekregen. Er zit 72 miljoen euro in deze pot.

‘Innovatie, scholing en ontwikkeling is de achilleshiel van Nederland. Werknemers moeten zich realiseren dat ze moeten investeren in zichzelf. Als ze dat niet doen, verroest hun menselijk kapitaal.’

Wie moet het voortouw nemen bij deze hervormingen: de overheid, of is dat iets voor de sociale partners?

‘Dat is een lastige. De nationale overheid heeft afgelopen jaar weinig meer bereikt dan hier en daar een mobiliteitscentrum neer te zetten en een scholingspot open te trekken. En kijk naar het gesteggel over het ontslagrecht.

‘Maar ook de sociale partners zijn niet veel verder gekomen dan geruzie over dit dossier, de pensioenen en de AOW. Ze praten nu weer voorzichtig over het pensioendossier, maar waarom komen ze niet met een compleet arbeidsmarktpakket?

‘De meeste hervormingsenergie komt momenteel uit de regio’s. Je hebt Brainport, een samenwerkingsverband tussen vakbonden, werkgevers en gemeenten rond Eindhoven. In Hardenberg is eveneens een project begonnen waaraan 23 bedrijven en CNV Vakmensen meedoen. Men heeft een transfercentrum opgericht waaraan alle bedrijven meebetalen, zodat overtollig personeel kan doorstromen.’

Sommige partijen willen ook de WW aanpakken. Zo willen GroenLinks, VVD en D66 de duur van de WW verkorten en de uitkering verhoging. Goed plan?

‘Je kunt niet zomaar de WW-duur verkorten en daar geen nieuwe zekerheden tegenover stellen. Mijn voorstel zou zijn – en dat zie ik ook in de ambtelijke voorstellen terug – om een voorportaal van de WW te maken. Oftewel, laat de werkgever de eerste paar maanden nadat iemand overtollig is geworden het salaris doorbetalen en de werknemer helpen de banenjacht. Als dat niet lukt, dan belandt hij in de WW. Je moet in zo’n systeem ook flexwerkers zien mee te nemen.

‘Maar ook binnen de WW kun je meer doen aan scholing en reïntegratie. Als je daarop beknibbelt onder het mom van efficiëntie, zoals de werkgroepen en sommige partijen voorstellen, zal het aantal langdurig werklozen toenemen. Vooral ouderen worden de dupe.’

Dit lijkt op de voorstellen van de commissie-Bakker uit 2008. Vakcentrale FNV en werkgevers lieten toen weten niet te houden van ‘tekentafelmodellen’?

‘Met zulk soort reacties zetten ze zichzelf buitenspel. Ze verwijten de politiek gebrek aan visie, maar komen zelf ook met weinig.

‘Ik bepleit een nieuw sociaal akkoord à la het Akkoord van Wassenaar uit 1982, waarin ook aandacht is voor de outsiders op de arbeidsmarkt. Ik heb een paar jaar geleden al het voortouw voor zo’n akkoord genomen en met diverse betrokkenen gepraat over wat er moet gebeuren. Maar als puntje bij paaltje komt, durven ze niet. Vooral FNV wordt lamgelegd door haar achterban uit de traditionele sectoren: oudere, blanke mannen met een vast contract die geen belang zien in hervormingen. En zonder FNV hebben de werkgevers ook weinig macht.

‘Ik hoop echt dat ze over hun eigen schaduw heen zullen stappen. Zeker nu: er is een machtsvacuüm. Waarschijnlijk is er dit najaar pas een nieuw kabinet. Ze kunnen nu hun rol weer opeisen en het nieuwe kabinet verrassen met een arbeidsmarktvisie. Het zou heel dom zijn als ze blijven hangen in hun koudeoorlogssfeer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.